Uw zoekacties: Middengeest, polderafdeling
x1.2.4 Middengeest, polderafdeling ( Hoogheemraadschap van Rijnland )
Uitleg bij archieftoegang

Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief.

Een archieftoegang bestaat over het algemeen uit de navolgende onderdelen:

• Kenmerken van het archief
• Inleiding op het archief
• Inventaris of plaatsingslijst
• Eventueel bijlagen

De kenmerken van het archief zijn o.m. de omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid en andere.

De inleiding op het archief bevat interessante informatie over de geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer en kan ook aanwijzingen voor het gebruik bevatten.

De inventaris of plaatsingslijst is een hiërarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken. De beschrijvingen zijn formeel en globaal. Het lezen en begrijpen van een inventaris behoeft enige oefening en ervaring.

Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiërarchie gevolgd. De rubrieken in de inventaris maken deel uit van de beschrijving op een lager niveau. Komt de zoekterm in een hoger niveau voor, dan voldoen onderliggende niveaus ook aan de zoekvraag.

1.2.4 Middengeest, polderafdeling ( Hoogheemraadschap van Rijnland )
Zoek in deze inventaris
>
Zoektermen
Zoektips!

Wildcards kunnen het zoeken vergemakkelijken:

  • Een ? (vraagteken) vervangt een letter
  • Een * (sterretje) vervangt een aantal letters
  • Door een $ (dollarteken) voor een zoekterm te zetten, zoekt u naar woorden die op elkaar lijken.

Meer zoektips vindt u hier.

 
 
Inleiding
1 Stichting, gebied en opheffing
1.2.4 Middengeest, polderafdeling
Inleiding
1 Stichting, gebied en opheffing
Provinciale Staten van Zuid-Holland besloten in april 1977, overeenkomstig het voorstel van Gedeputeerde Staten, tot reorganisatie van het micro-waterstaatkundig beheer binnen Rijnland, de zogenoemde polderconcentratie. De huidige tijd vroeg een andere aanpak van de waterschapstaak. De polderbesturen die van oudsher de zorg voor veilig wonen en werken achter dijken en kaden hadden, kregen meer en meer met andere belangen te maken op gebied van recreactie, verkeer, ruimtelijke ordening, natuurbeheer en milieu. De waterschapstaak kreeg meer facetten en er was behoefte aan een krachtig bestuur, eigen deskundig administratief en technisch personeel en voldoende financieel draagvlak om belangrijke en noodzakelijke investeringen te kunnen doen.
Door de reorganisatie gingen de polders in Rijnlands gebied per 01-01-1979 op in zes nieuwe waterschappen: Groot Haarlemmermeer, De Aarlanden, De Oude Veenen, De Gouwelanden, De Ommedijck en Noordwoude, en twee polderafdelingen: Middengeest en Zuidgeest. * 
De polderafdelingen bestonden uit een 40-tal ondiepe, verspreid liggende geestgrondpolders. Zij werden niet bij de nieuw te vormen waterschappen gevoegd, maar bestuurlijk opgeheven onder overdracht van hun taken aan Rijnland. Provinciale Staten van Zuid-Holland waren van mening dat het niet verstandig was deze polders tot een zelfstandige waterschap samen te voegen. De polders lagen tussen uitgestrekte boezemlanden met polderpeilen, die weinig verschilden van het boezempeil. In het betrokken gebied bevonden zich tussen boezemland en polderland nauwelijks in het terrein terug te vinden waterscheidingen. Een aantal polders werd doorsneden door boezemwateren. Syphons (grondduikers) onder de boezemwateren verbonden de verschillende polderdelen. Verschillende polderdelen konden ook een aparte bemaling hebben. Er was dus sprake van een sterke verwevenheid van polder- en boezemland. Ten aanzien van de kwaliteit als van de kwantiteit van het water waren de polders sterk afhankelijk van het boezembeheer van Rijnland, de polders onderling of zelfs delen van eenzelfde polder hadden nauwelijks binding met elkaar. * 
Concentratie van de geestgrondpolders tot een zelfstandig waterschap zou tot een bestuurlijke eenheid leiden van een groot aantal verspreid liggende polders, die sterk afhankelijk zouden blijven van het hoogheemraadschap van Rijnland. Rijnlands boezem, waar de sloten die de boezemlanden doorsneden deel van uitmaakten, was namelijk één en ondeelbaar. Derhalve bleef het peilbeheer op de boezem bij Rijnland berusten. Als stukken Rijnlands boezemland uit de taaksfeer van het hoogheemraadschap zou worden gelicht en binnen het geestgrondenwaterschap zou worden gebracht, zou het voor niet ter zake kundigen heel ondoorzichtig zijn waar de taak van het geestgrondenwaterschap zou ophouden en Rijnlands taak zou beginnen.
De geestgrondpolders samenvoegen met de meer oostwaarts gelegen poldergebieden had geen zin omdat er een wezenlijk verschil was tussen de geestgronden en het klassieke Hollandse polderlandschap. De waterstaatkundige relatie tot Rijnland was in de geestgronden geheel anders dan in de oostelijke polders. * 
Provinciale Staten zag maar één goede oplossing: de overdracht van de taken van de bestaande geestgrondpolders aan Rijnland en ze te integreren in de polderafdelingen Middengeest en Zuidgeest. De polderafdelingen zouden worden belast met de feitelijke zorg voor de dagelijkse gang van zaken met betrekking tot de waterhuishouding in de geestgrondpolders. De daaraan verbonden kosten moesten door middel van een voor elk polderafdeling afzonderlijk te heffen omslag worden gedekt. De Oude Rijn ging de scheiding vormen tussen beide polderafdelingen.
Het gezamenlijk besluit van Gedeputeerde Staten van Noord- en Zuid-Holland tot samenvoeging van de in het westen van Rijnlands Zuidhollands gebied gelegen veertigtal geeestgrondpolders tot twee rechtstreeks onder het hoogheemraadschap ressorterende polderafdelingen - Middengeest en Zuidgeest - ten noorden en ten zuiden van de Oude Rijn, trad in werking op 1 januari 1979. * 
In 1986 werd door de provinice aan een verdere concentratie van waterschappen gedacht binnen Rijnland. De polderafdelingen werden hierbij gezien als kleine zelfstandige waterschappen die de steun en hulp van Rijnland niet konden ontberen. Er werden werkgroepen gevormd, namelijk 'Werkgroep Evaluatie Rijnlandse polderafdelingen binnen het hoogheemraadschap van Rijnland' en 'Werkgroep eventuele reorganisatie waterschapsbestel ten zuiden van de Oude Rijn' binnen de provincie.
In de periode tot 1989 werden er voor de polderafdelingen vier mogelijkheden onderzocht: 1. De polderafdelingen zouden geheel opgaan in Rijnland; 2. De polderafdelingen zouden een zelfstandig waterschap vormen; 3. De samenvoeging van de waterschappen: De Ommedijck/Noordwoude/Zuidgeest en samenvoeging van Middengeest/Oude Veenen; 4. Toevoeging van de beide polderafdelingen aan De Oude Veenen.
Uiteindelijk werd besloten de polderafdelingen Middengeest en Zuidgeest toe te voegen aan het waterschap De Oude Veenen. De gezamenlijke afdelingsraden lieten op 13 april 1989 aan D&H van Rijnland en aan de Verenigde Vergadering van Rijnland weten zich te verenigen met een integratie Middengeest/Zuidgeest/De Oude Veenen waarbij het nieuwe waterschap met de nieuwe naam 'De Veen- en Geestlanden' zou worden aangeduid. Het besluit tot samenvoeging van Provinciale Staten werd bij Koninklijk Besluit dd. 19 oktober 1989 goedgekeurd en trad in werking op 1 januari 1990. * 







2 Bestuur
3 Bemaling
4 Archief
Inventaris
Algemeen
Bijzonder
Kenmerken
Datering:
1978 - 1989
Inventaris:
Joke Manshanden, 2017
Licentie:
CC BY-SA 4.0 Naamsvermelding-GelijkDelen
Rechtsvoorgangers:
Beekpolder, Polder Berg en Daal, Polder Boekhorst, Polder De Bonte Kriel, Elsbroekerpolder, Polder Elsgeest, Hogeveense polder, Polder Hoogeweg, Polder Kamphuizen, Klinkenbergerpolder, Lageveense polder, Luizenmarktpolder, Meer- en Duinpolder, Polder Morsebel, Mottigerpolder, Noordzijderpolder, Oosteinderpolder, Overveerpolder, Roodemolenpolder, Voorhofpolder, Vosse- en Weerlanerpolder, Warmonderdam- en Alkemaderpolder, Zemelpolder, Zilkerpolder, Zwetterpolder (1.2.4.1 t/m 1.2.4.25)
Openbaarheid:
Beperkt openbaar
Omvang:
3,90 meter
Categorie:
Archiefvormer(s)::
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS