Uw zoekacties: Gemeente Graauw en Langendam
x004 Gemeente Graauw en Langendam ( Gemeentearchief Hulst )
Uitleg bij archieftoegang

Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief.

Een archieftoegang bestaat over het algemeen uit de navolgende onderdelen:

• Kenmerken van het archief
• Inleiding op het archief
• Inventaris of plaatsingslijst
• Eventueel bijlagen

De kenmerken van het archief zijn o.m. de omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid en andere.

De inleiding op het archief bevat interessante informatie over de geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer en kan ook aanwijzingen voor het gebruik bevatten.

De inventaris of plaatsingslijst is een hiërarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken. De beschrijvingen zijn formeel en globaal. Het lezen en begrijpen van een inventaris behoeft enige oefening en ervaring.

Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiërarchie gevolgd. De rubrieken in de inventaris maken deel uit van de beschrijving op een lager niveau. Komt de zoekterm in een hoger niveau voor, dan voldoen onderliggende niveaus ook aan de zoekvraag.

004 Gemeente Graauw en Langendam ( Gemeentearchief Hulst )
Zoek in deze inventaris
>
Zoektermen
 
 
Inventaris
1. Inleiding
1.1. Historische achtergrond
1.1.1. Graafschap Vlaanderen
1.1.2. Staats-Vlaanderen
1.1.3. Frans Departement
1.1.4. Zeeuwsch-Vlaanderen
1.1.5. Gemeente
004 Gemeente Graauw en Langendam
1. Inleiding
1.1. Historische achtergrond
1.1.5. Gemeente
Organisatie: Gemeentearchief Hulst
De gemeente Graauw en Langendam na 1815 werd gevormd door de polders: Langendam, Kleine Molenpolder, Van Alsteinpolder, Emmapolder, Oude Graauw, Melopolder, Willem Hendrikpolder en een gedeelte van Nieuw-Kieldrecht-, van Klein Kieldrecht-en de Clingepolder. Tevens behoorden het dorp Graauw, de buurtschappen Paal en Zandberg, Scheldevaartshoek en een gedeelte van Duivenhoek en Roversberg tot deze gemeente. De oppervlakte der gemeente bedroeg 2370 bunder, waarvan 2352 bunder belastbaar land. In het midden van de 19e eeuw werd geschreven dat in de gemeente Graauw en Langendam nog overblijfselen te vinden waren van de voormalige forten Zandberg, Boerenmagazijn, Moerschans, de Rape en de Kijkuit. Aan de voet van deze verdedigingslinie lag een gegraven vaart, de Moervaart genoemd, die de grens vormde met de gemeente Clinge. *  De Hoge Raad van Adel heeft op 31 juli 1817 de gemeente Graauw en Langendam bevestigd in haar verzoek en in het bezit gesteld van een gemeentewapen. Het wapen bestaat uit een gouden dam met daarop een hek, opkomend uit de schildvoet, gelegen in blauw water.
Dam en hek zijn duidelijke elementen. Bij de aanvraag tot bevestiging wordt het "grauwe" element ingevoerd door te spreken van een "graauwverwige dam" en een "graauwverwig water". Als gevolg van de invoering van het nieuwe Reglement voor het Bestuur ten Platte Lande werd per 9 augustus 1825 de heer W. Seijdlitz benoemd tot burgemeester en de heren C. Bogaert en J. de Beule tot assessoren.
Het gemeentehuis bevond zich halverwege de Dorpsstraat. De bouw van een nieuw gemeentehuis met onderwijzerswoning is aangevangen in 1868. De laatste verbouwing daaraan heeft plaatsgevonden in 1963. Toen het gebouw bij de herindeling zijn functie verloor heeft het enige jaren leeg gestaan en in 1973 is het geschikt gemaakt voor bewoning. Momenteel wordt het nog gebruikt als woonhuis. In 1943 werd het gemeentebestuur van Graauw en Langendam door de heer Commissaris van de Provincie Zeeland verzocht enig grondgebied af te staan voor de uitbreidingsmogelijkheden van de gemeente Hulst. Pas bij wet van 30 juni 1961 is de grenswijziging met de Gemeente Hulst tot stand gekomen. Deze grenscorrectie was van korte duur want per 1 april 1970 is de gemeente Graauw en Langendam als zelfstandige gemeente opgegaan in de nieuwe gemeente Hulst.
Ongeveer de helft van de mannelijke beroepsbevolking was werkzaam in het scheepsvervoer, de visserij en handel en nijverheid. De andere helft was werkzaam in de landbouw. Door de ontwikkeling binnen de landbouwsector is er vooral sedert 1947 sprake van een vermindering van het aantal agrarische arbeidskrachten en een vermeerdering van de werktuigen, met als gevolg een daling van de bevolking. Het vertrekoverschot had ook gevolgen voor de leeftijdsopbouw en er trad veelal een veroudering op. De gemeente Graauw en Langendam kende vanaf 1830 tot 1920 een gestage groei van de totale bevolking van 1437 tot 2102. Na 1920 is er een daling ingetreden en is de bevolking afgenomen tot 1277 per 1 januari 1970. Deze daling werd veroorzaakt door een negatief vestigingsoverschot. Over de periode van 1951 tot en met 1958 hebben zich in Graauw en Langendam 264 personen gevestigd en zijn er 568 vertrokken met als gevolg een negatieve uitkomst van 304 personen. * 
Graauw en Langendam heeft de beschikking over een getijdenhaven in de buurtschap Paal die bij eb droog komt te liggen. Vóór 1851 liep er door het schorrengebied Saeftinghe, ten noorden van de Willem Hendrikpolder, een bevaarbaar kanaal dat dienst deed als laad-, los-en ligplaats voor schepen. Deze haven werd door een houwer of sluisje zoveel mogelijk op diepte gehouden en op onregelmatige tijden aangedaan door twee beurtschippers die granen en andere landbouwprodukten vervoerden naar Dordrecht en Rotterdam en van daaruit koopwaren meenamen voor de Hulsterse winkeliers en gronden brandstoffen voor de fabrieken.
In 1851 werd het gemeentebestuur door de ontvanger der domeinen schriftelijk meegedeeld dat de eigenaren van de schorren gelegen vóór de Willem Hendrik-en de Melopolder deze in de loop van 1851 of 1852 wilden indijken. Het gemeentebestuur stelde het Ministerie van Binnenlandse Zaken schriftelijk op de hoogte dat zij eigenaar was van het schorrengebied. Ter compensatie van de indijking wilde het gemeentebestuur van de bedijkers een veilige laad-los-en ligplaats in het gehucht Paal alsmede een goede wegverbinding daar naar toe vanaf Graauw.
Op verzoek van het Ministerie stuurde het gemeentebestuur bewijsstukken aangaande de eigendom en deelde mee dat het vaarwater, tragels en de spuikom een oppervlakte hadden van 9 bunder, 31 roeden en 70 ellen.
In april 1852 werd er vergunning verleend voor de indijking van de schorren gelegen voor de Willem Hendrik-en de Melopolder. Deze vergunning werd verleend onder de volgende voorwaarden:
*aanleg van een laad-los-en ligplaats aan de Paal;
*deze haven diende voortdurend op een diepte gehouden te worden van 330 el beneden de gewone hoogwaterlijn, zulks over een breedte van 7 ellen;
*voor de scheepszaten over een lengte van 30 ellen tot een breedte van 12 ellen.
Het werk verliep niet echt voorspoedig. Pas door tussenkomst van Gedeputeerde Staten ging de bedijking wat voorspoediger. Als in 1853 de haven wordt opgeleverd blijkt deze niet te zijn voorzien van meer-en aanlegpalen en een spuikom. Uiteindelijk werden deze zaken toch nog gerealiseerd. In het begin van de Tweede Wereldoorlog hebben Franse militairen de vendammen opgeblazen. Bij de herstelwerkzaamheden werd de houten beschoeiing vervangen door een stenen glooiing. De haven werd veel gebruikt voor het verladen van steenkool en het laden en lossen van bieten en vlas en de visserij. Na de Tweede Wereldoorlog verminderden deze werkzaamheden door de ontwikkeling van het wegtransport en de ongunstige ligging van Paal. Ook de vissersvloot met Paal als thuishaven werd snel kleiner. Uiteindelijk verdween alle bedrijvigheid en rond 1960 was de kaai bijna volledig dichtgeslibt.
Medio de jaren zestig werd de haven geschikt gemaakt voor de watersport. Eind jaren zeventig verdween deze haven in het kader van de dijkverzwaring. Om aan de watersport tegemoet te komen werd er een nieuwe havenaccommodatie ontwikkeld.
In het jaar 1803 werd er een kerk gebouwd en toegewijd aan Onze Lieve Vrouw van Bijstand. De houten pyramide-achtige toren stond tot 1822 naast de kerk, maar werd in dat jaar op de kerk geplaatst. In de toren hangt een luidklok die afkomstig is van de kerk van het verdronken dorp Namen. Het opschrift van de klok luidt: Laudate Dominum in cymbalis bene Sonantibus: F. UEMA, fecit Am-stelodami A° 1664. (Looft den Heer met de klanken van welluidende cymbalen, F. Uema heeft mij gemaakt te Amsterdam A° 1664). In 1855 werd deze kerk afgebroken en op de plaats van het kerkhof werd een nieuwe gebouwd. De RK parochie behoorde tot 1841 tot het Zeeuwse gedeelte van het bisdom Gent. Vanaf dat jaar werd de parochie gevoegd bij het apostolisch Vicariaat van Breda, het latere bisdom Breda.
Voor het geven van onderwijs had de gemeente Graauw en Langendam de beschikking over een eigen dorpsschool die in 1829 werd opgericht en bezocht door gemiddeld 43 leerlingen in de zomermaanden en 140 in de wintermaanden. In 1921 werd de openbare lagere school opgeheven en omgezet in bijzonder onderwijs met als uitgangspunt het Rooms-Katholieke geloof. De scholen voor lager onderwijs zijn gesitueerd geweest in de Dorpsstraat en de Schoolstraat. In 1970 is de naam Schoolstraat gewijzigd in Jacintastraat. De huidige R.K. basisschool St. Joseph staat nog steeds in de Jacintastraat.
1.1.6. Geraadpleegde boekwerken
2. Inventaris
Kenmerken
Datering:
1796-1970
Beschrijving:
Inventaris van de archieven der Gemeente Graauw en Langendam, 1796-1970
Categorie:
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS