Uw zoekacties: Marle, familie van
x866 Marle, familie van ( NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies )
Uitleg bij archieftoegang

Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief.

Een archieftoegang bestaat over het algemeen uit de navolgende onderdelen:

  • Kenmerken van het archief
  • Inleiding op het archief
  • Inventaris of plaatsingslijst
  • Eventueel bijlagen
  • De kenmerken van het archief zijn o.m. de omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid en andere.

    De inleiding op het archief bevat interessante informatie over de geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer en kan ook aanwijzingen voor het gebruik bevatten.

    De inventaris of plaatsingslijst is een hiërarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken. De beschrijvingen zijn formeel en globaal. Het lezen en begrijpen van een inventaris behoeft enige oefening en ervaring.

    Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiërarchie gevolgd. De rubrieken in de inventaris maken deel uit van de beschrijving op een lager niveau. Komt de zoekterm in een hoger niveau voor, dan voldoen onderliggende niveaus ook aan de zoekvraag.

    866 Marle, familie van ( NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies )
    Zoek in deze inventaris
    >
    Zoektermen
     
     
    Openbaarheid
    Het archief is grotendeels openbaar. Alleen inventarisnummer 124 is slechts raadpleegbaar na verkregen toestemming van de directeur van het NIOD. Voor bezoekers die deze toestemming willen hebben, ligt een formulier bij de balie van de studiezaal van het NIOD.
    Inleiding
    titel archief
    archiefvormer
    omvang
    citeer en aanvraaginstructie
    periode van ontstaan
    beheersgeschiedenis/overbrenging naar het NIOD
    aard van de archiefbestanddelen
    ordening van de archiefbestanddelen
    selectie, vernietiging en bewerking
    aanvullingen
    wettelijke status
    reproductiebeperkingen
    taal van de archiefbescheiden
    materiële staat
    bewerking
    Geschiedenis
    Voor de oorlog

    Johanna Margaretha (Greet) van Marle - van Nooten (Schoonhoven, 27-08-1900 - januari 1996), was de dochter van Sebastiaan Eliza van Nooten (Schoonhoven, 08-05-1869 - Schoonhoven, 08-06-1910) en Johanna Maria van Nooten – Zahn (’s-Hertogenbosch, 04-07-1865 - ’s-Gravenhage, 12-09-1956). Greet had op jonge leeftijd haar vader verloren. Sebastiaan was boekhandelaar en uitgever van o.a. ‘’De Schoonhovense Courant’’. Samen met zijn broer Willem Nicolaas had hij de boekhandel en de drukkerij van zijn vader overgenomen. Moeder en dochter verlieten het grote ouderlijk huis in Schoonhoven en vestigden zich in Utrecht. In Utrecht had Greet, Jan Pieter van Marle, leren kennen die bij een oom en tante in huis was. Greet zat in Utrecht op de H.B.S evenals Jan Pieter. Na de H.B.S haalde Greet haar onderwijsacte.

    Jan Pieter van Marle (Buitenzorg, 04-06-1900 - 's-Gravenhage, 26-04-1963) was de oudste zoon van luitenant-kolonel Vincent Jacob van Marle (Nobo, 27-03-1870 - Bandoeng, 17-06-1941) en Eugénie Françoise de Vries (Muntok, 26-12-1880 - Tjidengkamp, 25-12-1944). Na Jan Pieter zijn er nog drie kinderen geboren namelijk Dorine Elisabeth Johanna Schmidt - van Marle (Buitenzorg, 03-07-1902 - ’s-Gravenhage, 16-09-1980), Ingenieur Eug¿ne François van Marle ( Soerabaja, 03-07-1904 - 05-03-1984) en Aleide (Ida) Henriette Marie van Marle (Nijmegen, 14-06-1908 - datum overlijden onbekend).
    De vader van het gezin van Marle was officier in het Koninklijke Nederlandsch-Indische Leger en werd om de twee jaar overgeplaatst naar alle uithoeken van de archipel. Na de H.B.S studeerde Jan Pieter anderhalf jaar voor ingenieur te Delft. Hij was ook lid van het Nederlands Instituut van Accountants. In maart 1920 liet zijn vader hem naar Indië komen, omdat hij niet serieus genoeg zou studeren en meer tijd besteedde aan de roeivereniging Laga en zich met allerlei kunstuitingen bezig hield. Jan Pieter vervulde in Indië zijn militaire dienstplicht, en toen dat achter de rug was liet hij Greet overkomen. Ze trouwden op 4 maart 1922 te ‘s-Gravenhage.

    Ellen Maria van Marle (Soerabaja, 04-05-1923 - Zeist, 01-09-2009) was de eerstgeboren dochter. Het gezin werd nog uitgebreid met twee kinderen namelijk Robert Vincent van Marle ( Soerabaja, 13-01-1926 - Soerabaja, 16-03-1935) en Dorine Eugénie van Marle ( Soerabaja, 26-01-1928 - Dordrecht, 27-10-1999).

    Jan Pieter ging werken als employé bij de Koninklijke Pakketvaart Maatschappij. Greet werd onderwijzeres op een Hollands-Chinese school. Vanaf oktober 1925 was Jan Pieter werkzaam bij het accountantskantoor H.J. Voren in verschillende vestigingen namelijk te Soerabaja, Batavia en Semarang. Van januari 1928 tot november 1936 bekleedde hij bij H.J. Voren de functie van vertegenwoordigend accountant. Greet ging maatschappelijke werk doen. Zij werd secretaris van de Vereniging voor Vrouwen- en Kinderbescherming en was uit hoofde van die functie tevens lid van de Voogdijraad. Tweemaal is het gezin met verlof in Europa geweest. De eerste keer van 1930 tot 1932 voornamelijk in Duitsland en Zwitserland. In 1936 ging het gezin nog een keer op Europees verlof naar Nederland. Tijdens het tweede verlof werd Jan Pieter ontslagen. Van juli 1937 tot december 1941 had hij een eigen accountantskantoor te Soerabaja, gespecialiseerd in cultuurondernemingen en regentschappen.
    Tijdens de oorlog

    Op 7 december 1941 brak de oorlog met Japan uit. In Indië werd meteen de mobilisatie afgekondigd. Jan Pieter werd op 41-jarige leeftijd als sergeant ingedeeld bij de Landstorm.

    Ellen van Marle gaf zich samen met haar moeder Greet op bij het Rode Kruis. Bij het Rode Kruis kregen ze beide een verpleegkundige opleiding. Dorine meldde zich aan voor hulp bij de distributie Gaarkeukens. Jan Pieter van Marle werd na de capitulatie op 10 maart 1942 meteen krijgsgevangen gemaakt. Het gezin had hem maar eenmaal mogen bezoeken, daarna hoorden ze vele jaren niets van hem en wisten ze niet of hij nog in leven was. Zonder onderbreking was hij voornamelijk in Britse krijgsgevangenenkampen als Japans tolk werkzaam geweest. Jan Pieter had in de kampen Kanchanaburi, Tamuan en Nakon Patom gezeten aan de beruchte Burma-spoorweg. Gedurende zijn krijgsgevangenschap leerde hij Siamees, Sanskriet en Hebreeuws.

    In september 1943 raakten Greet, Ellen en Dorine geïnterneerd. Een maand zaten ze samen met anderen in een garage van een huis in een van de buitenwereld afgesloten Darmowijk in Soerabaja. Toen werden ze op transport gesteld. Na meer dan een dag reizen, bleek de eindbestemming Ambarawa 9 te zijn (op Midden Java) waar ze in een schoolgebouw werden ondergebracht. Ze verhuisden in mei 1945 naar een oude kazerne in Ambarawa kamp 6 waar ongeveer vierduizend mensen zaten. Tien dagen na de officiële capitulatie van Japan op 15 augustus 1945, werd hen medegedeeld, dat de oorlog voorbij was en dat ze vrij waren.
    Herenigd

    Op 17 augustus 1945 riep de nationalistische voorman ir. Ahmed Soekarno in Batavia de Republik Indonesia uit. Er volgde een chaotische periode waarin geplunderd en gemoord werd. Tijdens deze zogeheten Bersiap-periode werd er voortdurend gevochten.

    Greet en Ellen gingen meteen na de bevrijding werken op het inmiddels buiten het kamp geopende kantoor van het Rode Kruis. Daar verstrekten ze persoonsgegevens van familie, vrienden of kennissen, want iedereen was iedereen kwijt.

    In dit Rode Kruisgebouw overleefden ze een aanval van enige duizenden opgewonden Indonesiërs. "Ze waren gewapend met vlijmscherp geslepen bamboe-speren. Ze bestormden met angstaanjagend geschreeuw en gegil het kantoor en drongen binnen. Ze waren op zoek naar - wat later bleek - een Japanse militair. Ze hadden met hem nog een appeltje te schillen. Zijn lijk werd danig toegetakeld en afgeslacht op het terrein gevonden". Deze tekst komt uit de uitgetypte toespraak voor de crematie van Johanna Margaretha van Marle geschreven door Ellen Maria van Marle.

    Greet, Ellen en Dorine moesten uit hoofde van hun werk bij het Rode Kruis met een klein groepje tot het laatst in het kamp blijven tot begin december 1945. Ze werden opgenomen in een konvooi van Brits-Indische troepen en werden tijdens de tocht naar Semarang door aanvankelijk bergachtig gebied herhaaldelijk beschoten. Ze bereikten zonder al te veel gewonden het einddoel.

    Ze bleven een aantal dagen in Semarang en werden toen geëvacueerd naar Bangkok (Siam) met een Amerikaans troepentransportschip. In de binnenlanden van Siam werden ze herenigd met Jan Pieter. In Bangkok (Siam) kwamen ze in kamp prinses Irenekamp terecht. Het kamp was een doorgangskamp waar steeds mensen kwamen en gingen. Greet was in het kamp presidente van het bestuur. In het bestuur zaten twee dames en Greet.
    Aan het hoofd van het kamp stond een kapitein der artillerie, jonkheer ir. Roëll, met wie Greet samenwerkte. Roël deed het militaire gedeelte, de gebouwen, legering, aankopen en de bestuursleden deden het vrouwelijke deel van de huishouding. Verder had Greet het kamp vertegenwoordigd in de Nederlands Indische Bond van ex-geïnterneerden, waarbij ze elke week vergaderingen bijwoonde.
    Naoorlogse carrière

    Eind juli 1946 kwamen Ellen en Dorine aan in Nederland met de boot de Tabinta. Enkele weken later kwamen Jan Pieter en Greet ook in Nederland. Greet bleef na de oorlog in Nederland. Greet werd bestuurslid van Huize Royal (het bejaardenhuis waar de moeder van Greet al tientallen jaren woonde). Ze bleef daar tot haar 75e werken.

    Jan Pieter ging in Nederland werken als rijksaccountant bij het Ministerie van Financiën.

    In mei 1947 had hij in deze functie Dr A. Mey (de toenmalige Directeur der Rijksbegroting), vergezeld ter uitvoering van een begrotingsonderzoek te Batavia. Hij heeft de heer H. van der Wal (Secretaris van de Staat voor Binnenlandse Zaken) bijgestaan met veel begrotingswerk op de Recomba-kantoren (Regeringscommissariskantoren). In 1948 heeft hij samen met de heren van Waardenburg en van Eeckhout een aparte landschapsadministratie in Nieuw-Guinea ingevoerd.

    In september 1949 heeft hij in Batavia voorbereidend werk verricht voor de oprichting van het Hoge Commissariaat in Indonesië. Hij heeft de Staatssecretaris voor Economische zaken(de heer de Waal) bijgestaan met een efficiencyonderzoek bij de afdeling nijverheid en daarna bij de prijsbeheersing (namens het Departement van Financiën).

    Tegen eind december 1949 werd hij benoemd tot 'comptabele bij het Hoge Commissariaat voor de Nederlandse departementen van algemeen bestuur' om in deze functie de opzet van de comptabele organisatie tot stand te brengen. Deze taak, die door chronisch personeelsgebrek een zware is gebleken, liep eind juni 1950 ten einde. In augustus 1950 ging Jan Pieter terug naar Nederland.
    Begin januari 1951 is hij door de VN als financieel expert uitgezonden naar Korea. Hij is daar tot eind oktober 1952 adviseur geweest van de Koreaanse Minister van Financiën te Pusan (Zuid-Korea). In november 1952 kwam Jan Pieter naar Nederland en werd hij herplaatst bij de Centrale Accountantsdienst om daar een onderzoek te doen naar de personeelssterkte bij het hoofdkantoor van het Nederlandse Beheersinstituut.

    Ellen ging na de oorlog in Nederland naar de H.B.S. De opleiding die ze volgde was Steno-Correspondentie. Begin oktober 1947 ging Ellen bij Buitenlandse Zaken werken. Ze werkte daar hoofdzakelijk voor de correspondentie van de heer Pierson, het hoofd van de afdeling Verbindingen.

    In Juni 1949 werd Ellen secretaresse van de Hoge Vertegenwoordiger van de Kroon A.H.J. Lovink. Begin 1950 keerde Ellen weer terug in dienstverband bij het Departement van Buitenlandse Zaken en was werkzaam als tweede en later eerste secretaresse van de Hoge Commissaris H.M. Hirschfeld.

    In juli 1950 keert ze terug naar Nederland. In september 1950 ging ze werken bij de Nederlandse ambassade in Londen. Op 7 december 1950 trouwde Dorine met Dr. Jacob Reepmaker, heer van Strevelshoek (Noordwijk, 24-08-1922 – Dordrecht, 19-07-1996). Hij werkte als kinderarts en wetenschappelijk hoofdmedewerkers aan de Erasmus Universiteit te Rotterdam. Halverwege 1951 keerde Ellen terug naar Nederland, waar ze in 2009 overleed.
    Verwante collecties
    Voor vervolgonderzoek raadplege men de volgende archieven.
    Verwante collecties
    Inventaris
    aanvraaginstructie

    Archiefstukken uit dit archief kunnen in de studiezaal van het NIOD worden aangevraagd
    onder vermelding van: archief 866, inv.no. ...
    Het inventarisnummer is vermeld in numeriek oplopende volgorde,
    links naast de beschrijving van de stukken
    7. Familie-aangelegenheden
    Kenmerken
    Datering:
    [1899] 1942-1955 [1996]
    over het archief:
    Het gezin van Jan Pieter en Greet van Marle raakte tijdens de Japanse bezetting van elkaar gescheiden. Jan Pieter was als krijgsgevangene tewerkgesteld aan de Burma-Siam spoorweg. Greet was met hun dochters Ellen en Dorine geïnterneerd in Soerabaja en Ambarawa.

    Begin jaren vijftig werkte Jan Pieter als financieel expert bij de Verenigde Naties in Korea. Ellen werkte in die jaren als secretaresse voor de Hoge Vertegenwoordiger van de Kroon in Nederlands-Indië A.H.J. Lovink en de Hoge Commissaris H.M. Hirschfeld, die in bezet Nederland secretaris-generaal was geweest van het ministerie van Handel, Nijverheid en Scheepvaart.
    Openbaarheid:
    Enkele inventarisnummers van dit archief zijn beperkt openbaar. Details staan vermeld in de rubriek "openbaarheid".
    Omvang:
    1,3 meter (125 inventarisnummers)
    Categorie:
     
     
     
    MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
    meer informatie over MAIS-(M)DWS