Uw zoekacties: Onderzoek - Advocatuur in bezettingstijd
x860 Onderzoek - Advocatuur in bezettingstijd ( NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies )
Uitleg bij archieftoegang

Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief.

Een archieftoegang bestaat over het algemeen uit de navolgende onderdelen:

  • Kenmerken van het archief
  • Inleiding op het archief
  • Inventaris of plaatsingslijst
  • Eventueel bijlagen
  • De kenmerken van het archief zijn o.m. de omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid en andere.

    De inleiding op het archief bevat interessante informatie over de geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer en kan ook aanwijzingen voor het gebruik bevatten.

    De inventaris of plaatsingslijst is een hiërarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken. De beschrijvingen zijn formeel en globaal. Het lezen en begrijpen van een inventaris behoeft enige oefening en ervaring.

    Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiërarchie gevolgd. De rubrieken in de inventaris maken deel uit van de beschrijving op een lager niveau. Komt de zoekterm in een hoger niveau voor, dan voldoen onderliggende niveaus ook aan de zoekvraag.

    860 Onderzoek - Advocatuur in bezettingstijd ( NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies )
    Zoek in deze inventaris
    >
    Zoektermen
     
     
    Openbaarheid
    Het archief is in zijn geheel beperkt openbaar. Het is slechts raadpleegbaar na verkregen schriftelijke toestemming van de directeur van het NIOD. Onderzoekers kunnen zich daartoe schriftelijk wenden tot de directeur van het NIOD.
    Inleiding
    titel archief
    archiefvormer
    omvang
    citeer en aanvraaginstructie
    periode van ontstaan
    beheersgeschiedenis/overbrenging naar het RIOD
    aard van de archiefbestanddelen
    ordening van de archiefbestanddelen
    selectie, vernietiging en bewerking
    aanvullingen
    wettelijke status
    reproductiebeperkingen
    taal van de archiefbescheiden
    materiële staat
    bewerking
    Geschiedenis
    Het onderzoek dat dr. J.P. Meihuizen tussen 2005 en 2010 verrichtte naar de Nederlandse advocatuur in bezettingstijd verkent de spanning tussen recht en ethiek in donkere tijden.

    Zoals zoveel leidende ambtenaren bogen de rechterlijke macht en de balie van advocaten mee met de Nieuwe Orde. Illustratief is de reactie op het beroepsverbod voor Joodse advocaten in het voorjaar van 1941. De Nederlandse Advocaten Vereniging en de negentien Orden van Advocaten protesteerden niet. Men boog mee, omdat men meende niets te kunnen doen. Zo volgden advocaten de rechterlijke macht die reeds in het najaar van 1940 zonder teken van afkeuring het ontslag aanvaardde van Joodse rechters, onder wie de president van de Hoge Raad mr. L.E. Visser.
    De advocatuur als geheel heeft niet uitgeblonken in openlijk verzet tegen Duitse maatregelen: men voerde geen principiële verweren. Het karakter van de professie en de verantwoordelijkheden die daarmee samenhingen, lieten de advocatuur slechts smalle marges. Leidend beginsel voor advocaten is om voor iedere afzonderlijke cliënt - en niet in dienst van enig ander belang - het beste te bewerkstelligen. Dit cliëntenbelang vormde een belangrijke beperking om zich principieel op te stellen en zich tegen een totalitair en onverzoenlijk systeem teweer te stellen. In individuele gevallen was het niet de juridische bijstand maar buitenjudiciële hulp, zoals eten en rookwaar de gevangenis binnensmokkelen, die geboden kon werden. Oneigenlijke activiteiten voor een advocaat, zoals ook aangewend bij het ariseren van Joden, het zogenaamde “calmeyeren”. Met leugen en bedrog wisten advocaten als A.N. Kotting en J. van Proosdij honderden Joden te ‘ontjoodsen’ en het leven te redden. Ook bij de toewijzing van een plaats in het Joodse elitekamp Barneveld hebben niet-Joodse advocaten een actieve rol gespeeld.
    Een aantal advocaten was lid van de NSB. Sommigen van hen traden toe tot de rechterlijke macht en maakten snel carrière, werden op hoge posities benoemd en werkten er aan mee om de Duitse greep op het justitiële apparaat te verzekeren. De Utrechtse advocaat Van Genechten werd procureur-generaal in Den Haag, de Haarlemse advocaat De Rijke in Arnhem en de Alkmaarse advocaat Van Leeuwen in Den Bosch. De NSB-advocaten waren bijna allen lid van het nazistische Rechtsfront, dat in de balie echter geen voet aan de grond kreeg. De balie is niet genazificeerd via een landelijke, overkoepelende nazistische Advocatenkamer.
    De naoorlogse zuivering van de balie was een oncontroleerbare interne aangelegenheid van advocaten door advocaten. Men heeft het zich gemakkelijk gemaakt door discussies over uitgangspunten en normen te vermijden en slechts twee formele criteria te hanteren die met de beroepspraktijk van de advocaat weinig van doen hadden. Die criteria waren het lidmaatschap van de NSB of aanverwante organisatie dan wel een functie bij de liquidatie van een vereniging of stichting die de bezetter onwelgevallig was. Van hoor en wederhoor was nauwelijks sprake; de zaken werden als ‘hamergevallen’ afgedaan. Ondanks deze schrijnende tekorten van het onderzoek naar de advocatuur en van de procedure, gold de zuivering als geslaagd, omdat zij zeer snel is verlopen. Die snelheid mag bij zo’n gemankeerde procedure nauwelijks verrassend heten. Daarbij komt dat reeds in de jaren vijftig en zestig geschrapte, ‘foute’ advocaten mochten herintreden.
    Meer dan de helft van de ruim tweehonderd Joodse advocaten heeft de oorlog overleefd en dat kwam deels door de hulp van hun confrères, maar toch vooral doordat zij zelf de bui vroegtijdig zagen hangen en op tijd waren gevlucht of ondergedoken. Ongeveer veertig advocaten die daadwerkelijk verzet hebben gepleegd tegen de Duitse bezetter hebben dit met hun leven moeten bekopen. Van hen was een derde Joods.
    Omslag van het boek "Smalle marges".
    thumbnail
    Literatuur
    Inventaris
    aanvraaginstructie
    Archiefstukken uit dit archief kunnen in de studiezaal van het NIOD worden aangevraagd
    onder vermelding van: archief 860, inv.no. ...
    Het inventarisnummer is vermeld in numeriek oplopende volgorde,
    links naast de beschrijving van de stukken
    2. Nederlandse advocaten
    5. Joodse Nederlandse advocaten
    8. Gedenktekens voor advocaten
    Kenmerken
    Datering:
    [1940-1945] 2005-2010
    over het archief:
    Het archief bevat aantekeningen en kopieën die dr. J.P. Meihuizen maakte tijdens zijn onderzoek voor zijn in 2010 verschenen boek "Smalle marges: de Nederlandse advocatuur in de Tweede Wereldoorlog". Naast onderzoeksaantekeningen bevat het archief een groot aantal documenten die tijdens het onderzoek zijn vergaard en in de bezettingsperiode zijn ontstaan. het betreft onder meer pleitnota's, strafdossiers en aanvragen voor opname op de zogeheten Barneveld-lijsten. Ook bevat het archief naoorlogse documenten over de zuivering van de advocatuur.
    Openbaarheid:
    Deze stukken zijn beperkt openbaar. Zij zijn slechts raadpleegbaar na verkregen schriftelijke toestemming van de directeur van het NIOD. Onderzoekers kunnen zich daartoe schriftelijk wenden tot de directeur van het NIOD.
    Omvang:
    4,7 meter (222 inventarisnummers)
    Categorie:
     
     
     
    MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
    meer informatie over MAIS-(M)DWS