Uw zoekacties: Generalkommissariat zur besonderen Verwendung
x061 Generalkommissariat zur besonderen Verwendung ( NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies )
Uitleg bij archieftoegang

Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief.

Een archieftoegang bestaat over het algemeen uit de navolgende onderdelen:

  • Kenmerken van het archief
  • Inleiding op het archief
  • Inventaris of plaatsingslijst
  • Eventueel bijlagen
  • De kenmerken van het archief zijn o.m. de omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid en andere.

    De inleiding op het archief bevat interessante informatie over de geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer en kan ook aanwijzingen voor het gebruik bevatten.

    De inventaris of plaatsingslijst is een hiërarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken. De beschrijvingen zijn formeel en globaal. Het lezen en begrijpen van een inventaris behoeft enige oefening en ervaring.

    Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiërarchie gevolgd. De rubrieken in de inventaris maken deel uit van de beschrijving op een lager niveau. Komt de zoekterm in een hoger niveau voor, dan voldoen onderliggende niveaus ook aan de zoekvraag.

    061 Generalkommissariat zur besonderen Verwendung ( NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies )
    Zoek in deze inventaris
    >
    Zoektermen
     
     
    Openbaarheid
    Het archief is in zijn geheel beperkt openbaar. Het is slechts raadpleegbaar na verkregen toestemming van de directeur van het NIOD. Voor bezoekers die deze toestemming willen hebben, ligt een formulier bij de balie van de studiezaal van het NIOD.
    Het Generalkommissariat zur besonderen Verwendung
    Op 14 mei 1940 capituleerde het Nederlandse leger. In Nederland werd een Duits militair bestuur ingesteld. Op 29 mei 1940 werd dit vervangen door een burgerlijk bestuur, dat onder leiding kwam te staan van Reichskommissar dr. Arthur Seyss-Inquart. Hij was rechtstreeks ondergeschikt aan Hitler en daarmee de hoogste vertegenwoordiger van de bezettingsmacht in Nederland. Zijn bestuur kreeg een toezichthoudend karakter, een Aufsichtsverwaltung. Aangezien het kabinet in ballingschap in Londen verbleef, werd het Nederlandse bestuur geleid door de ambtelijke hoofden van de departementen, de secretarissen-generaal. Het toezichthoudend bestuur daarboven bestond uit vier Generalkommissariate. Dit waren het Generalkommissariat für Finanz und Wirtschaft (financiën en economie) van dr. Hans Fischböck, het Generalkommissariat für das Sicherheitswesen (openbare orde en veiligheid) van Hanns Albin Rauter, het Generalkommissariat für Verwaltung und Justiz (bestuur en justitie) onder leiding van dr. Friedrich Wimmer en het Generalkommissariat zur besonderen Verwendung (bijzondere aangelegenheden) van Fritz Schmidt. De departementen mochten niets van belang ondernemen zonder machtiging van de boven hen staande Generalkommissar. De bevoegdheden van de Generalommissariate waren in de praktijk veel uitgebreider dan alleen toezicht houden.
    Generalkommissar Fritz Schmidt
    Fritz Schmidt werd in 1903 geboren in Eisbergen bij Minden in Westfalen. Daarmee was hij de enige Generalkommissar die niet uit Oostenrijk maar uit Duitsland kwam. In 1922 trad hij vrijwillig toe tot de Reichswehr en hij diende ruim drie jaar bij het wapen van de genie. Daarna was hij straatfotograaf. In 1929 werd hij lid van de Nationalsozialistische Deutsche Arbeiterpartei (NSDAP) en in 1934 had hij het tot Gauleiter gebracht. Korte tijd daarna werd hij partijvertegenwoordiger bij het stadsbestuur van Münster. In september 1938 werd hij door de partijleiding naar München gehaald en in 1939 ging hij naar Berlijn, waar hij als vertegenwoordiger optrad van de partijleiding bij het Reichsministerium für Volksaufklärung und Propaganda van Goebbels.
    Generalkommissar zur besonderen Verwendung F. Schmidt.
    thumbnail
    Schmidt werd op verzoek van de Leiter der Parteikanzlei Martin Bormann aangewezen als vertegenwoordiger van de NSDAP in Nederland. Op de keuze van Schmidt en Rauter (Himmlers afgevaardigde) heeft Seyss-Inquart zelf geen enkele invloed gehad. Schmidt werd in zijn nieuwe functie propagandaleider van Nederland. Ook had hij tot taak de gelijkschakeling van het openbare leven te bewerkstelligen.
    Naast Generalkommissar zur besonderen Verwendung was Schmidt ook Hauptdienstleiter van het Arbeitsbereich der NSDAP. Dit was een nieuwe naam voor de Landesgruppe (regionale afdeling) van de Auslandsorganisation van de NSDAP waarin alle in Nederland woonachtige Duitse Parteigenossen verenigd waren. Schmidt kreeg nu de leiding over de politieke en ideologische begeleiding van alle in Nederland wonende Parteigenossen, inclusief Seyss-Inquart. Alleen als het om het politieke optreden van zijn Arbeitsbereich ging, was hij verantwoording schuldig aan Seyss-Inquart.
    In de geschiedschrijving werd het volgende beeld van Schmidt gevormd. Hij zou een intrigant zijn geweest die groepen en personen tegen elkaar uit probeerde te spelen om er zelf beter van te worden. Zo gebruikte hij Mussert bij zijn pogingen de Nederlanders voor het nationaal-socialisme te winnen. Het plan van Schmidt was Mussert enige tijd het land te laten besturen. Al snel zouden de Nederlanders dan inzien dat hij daarvoor ongeschikt was en dat het beter zou zijn onder Duits bestuur te staan. Nederland zou een Gau van Duitsland worden, met Schmidt zelf als Gauleiter aan het hoofd.
    Zijn 'steunverlening' aan de NSB viel niet goed bij Rauter. De tegenstelling tussen Schmidt en Rauter in deze kwestie was tekenend voor de tegenstelling tussen de NSDAP en de SS zoals die zich in het Derde Rijk was gaan voordoen. Vooral in de bezette gebieden probeerde de SS alle macht in handen te krijgen, dat zag Schmidt ook. Zijn politiek had geen succes. Zijn rivaal Rauter wist steeds meer macht naar zich toe te trekken en zijn baas Bormann had geen vertrouwen meer in hem. Daarbij kwam dat zijn protégé Mussert het conflict met de SS nog verder liet oplopen. Schmidts politieke rol leek uitgespeeld. Hij zag zijn politieke val aankomen en vermoedde ook dat er een proces (op grond van welke aanklacht is niet duidelijk) tegen hem gevoerd ging worden. Op 26 juni 1943 verdween Schmidt uit een rijdende trein waarmee hij met andere partijfunctionarissen een tocht maakte langs de Atlantikwal. In de buurt van Chartres werd zijn lijk langs de spoorweg gevonden. Een ongeval was de officiële verklaring, maar het is ook mogelijk dat hij zelfmoord heeft gepleegd of vermoord is. Toen Willi F. A. Ritterbusch hem opvolgde viel er eigenlijk geen politiek meer te maken. Seyss-Inquart hief zijn functie toen voor een deel op.
    Willi Ritterbusch (links) tijdens een éénpansmaaltijd van de Nederlandse Volksdienst.
    thumbnail
    Taak en organisatie van het Generalkommissariat zur besonderen Verwendung
    Plaats van vestiging van het Generalkommissariat zur besonderen Verwendung was Plein 23 in Den Haag. Het Generalkommissariat had naast het geven van leiding aan de politieke ontwikkeling in Nederland als belangrijkste taak de politieke meningsvorming van de Nederlanders in nationaal-socialistische richting te sturen. Het was opgezet volgens het model van het door Goebbels geleide Propagandaministerium en moest de verantwoordelijkheid dragen voor alle vraagstukken die betrekking hadden op de openbare meningsvorming en de niet-economische verenigingen. De belangrijkste hoofdafdeling van het Generalkommissariat was dan ook de Hauptabteilung für Volksaufklärung und Propaganda. Een vergelijkbare Nederlandse instantie voor controle op en leiding geven aan de binnenlandse media bestond niet. Er was dus geen Nederlands bestuursorgaan waar Volksaufklärung und Propaganda toezicht op kon houden. Dit probleem werd al snel opgelost, want in november 1940 werd het Departement voor Volksvoorlichting en Kunsten, geleid door dr. T. Goedewaagen, opgericht. Dit Departement stond onder het 'toezichthoudend' bestuur van het Generalkommissariat van Schmidt.
    Bij de beschrijving van de afdelingen kan de indruk gewekt worden dat het Duitse bestuursapparaat werkte als een goed lopend uurwerk, waarin alle functies precies omschreven en afgebakend waren. Dit is niet het geval. Het Reichskommissariat was een log en wijdvertakt apparaat, waarin functieomschrijvingen elkaar overlapten, afdelingen in de loop van de tijd verschoven of opgeheven werden en afdelingshoofden in competentiestrijd verwikkeld waren. Dit was het gevolg van het feit dat veel centrale instellingen van het Duitse Rijk (Auswärtige Amt, Ministerium für Volksaufklärung und Propaganda, de SS ) bemoeienis mochten hebben met het bestuur in bezet gebied en ook van de neiging van nationaal-socialisten (en zeker Hitler zelf) om ook intern het verdeel-en-heers-principe toe te passen.
    Het Kommissariat bestond uit drie Hauptabteilungen en vier Sonderreferate en nog enkele aparte Abteilungen en Referate. De exacte onderlinge verhoudingen tussen de afdelingen verschoven nogal eens. Zo is het bijvoorbeeld mogelijk dat het Referat Sport, dat hier afzonderlijk wordt vermeld, op een bepaald moment onder een Hauptabteilung ressorteerde. De volgende afdelingen en Sonderreferate hebben onder het Generalkommissariat zur besonderen Verwendung bestaan:
    *Stab und Geschäftsführung
    *Hauptabteilung Volksaufklärung und Propaganda
    *Hauptabteilung politischer Aufbau
    *Hauptabteilung Organisation
    *Hauptabteilung Soziale Verwaltung
    *Referat Arbeitseinsatz-Betreuung-Reich
    *Abteilung niederländischer Arbeitsdienst (NAD)
    *Referat Sport
    *Referat Sonderfragen
    *Abteilung Arbeitnehmer- und Unternehmer-Verbände, Gewerkschaften
    *Sonderreferat Auslandpresse
    *Sonderreferat Kulturaustausch
    *Sonderreferat Wirtschaftbeauftragter der Auslandorganisation
    *Sonderreferat Verlagwesen
    De Sonderreferate waren oorspronkelijk onderdeel van het Auswärtige Amt onder leiding van Otto Bene en ressorteerden na de oprichting van het Reichskommissariat onder zur besonderen Verwendung. De Hauptabteilung Soziale Verwaltung ressorteerde beurtelings onder de Generalkommissar für Finanz und Wirtschaft en de Generalkommissar zur besonderen Verwendung. Toen dit laatste twee jaar bestond, vond een groot aantal organisatorische veranderingen plaats. De Hauptabteilungen bleven bestaan, maar de Sonderreferate verdwenen, werden door andere vervangen of gingen op in Hauptabteilungen.
    Tot september 1944 (Dolle Dinsdag) bleef het Generalkommissariat gevestigd in Den Haag.
    Informatie over de organisatie en de taak van de Hauptabteilungen is te vinden op de desbetreffende plaats in de inventaris.
    De inventaris is in 2004 vervaardigd door de Centrale Archief en Selectiedienst. De inleiding is in 2002 vervaardigd door drs. Lieke Janssen.
    Geschiedenis van het archief
    Voor 1945
    Soms staan er aantekeningen op stukken in het archief. Daarom is het vermeldenswaardig, dat Fritz Schmidt een bruin potlood ("das Braun der Partei" ) gebruikte om aantekeningen op officiële stukken te maken.
    Na 1945
    Een van de eerste taken van het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie (RIOD), nu Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) was het verzamelen van materiaal. Het gevaar was groot dat zo vlak na de Duitse capitulatie veel belastende documenten vernietigd zouden worden. Het was dus zaak snel zoveel mogelijk documenten te verzamelen. In 1946 werd een brief aan Generalkommissar für Verwaltung und Justiz dr. F. Wimmer van dr. Vollmer, hoofd van de afdeling Archivwesen, van 30 september 1944 gevonden. Uit de brief blijkt dat op dat moment al delen van de administratie van de vier Generalkommissariate vernietigd waren. Hij stelde voor wat er nog over was op Duits grondgebied in veiligheid te brengen, bijvoorbeeld naar het Amtsgericht Ibbenbüren, of naar het staatsarchief van Münster. Dit leidde er toe dat veel archiefmateriaal door medewerkers van het RIOD getraceerd kon worden.
    In Nederland werd ook actief gezocht naar archiefmateriaal, wat leidde tot een reeks van aanwinsten. Rechercheurs van de Politieke Opsporingsdienst droegen na afronding van het eigen onderzoek documenten over aan het RIOD.
    11 februari 1948 ontving het RIOD via een afwikkelingsinstantie van het Bureau Nationale Veiligheid (de huidige BVD) aan Kneuterdijk 7 stukken uit de periode 1942-1944 betreffende maatregelen tegen joden en stukken betreffende de geldmiddelen van het Commissariaat voor niet-commerciële verenigingen en stichtingen.
    Begin maart 1948 volgde nog een zending stukken. Ook was het RIOD inmiddels in het bezit van de Stimmungsberichte van het Referat Sonderfragen. Hiermee was het aantal stukken van het archief dat boven water was gekomen nog altijd gering. Begin 1949 volgde weer een zending stukken en in het tweede kwartaal van 1957 ontving het RIOD zeven mappen met stukken.
    Uiteindelijk is van bijna alle Hauptabteilungen en hun Referate wel materiaal op het NIOD aanwezig. Van de Sonderreferate, de Abteilung Arbeitnehmer-und-Unternehmer-Verbände, Gewerkschaften, de Abteilung niederländischer Arbeitsdienst en de Hauptabteilung Soziale Verwaltung zijn geen stukken in het archief aanwezig. De stukken van de Hauptabteilung Soziale Verwaltung zijn te vinden in het archief van de Generalkommissar für Finanz und Wirtschaft.
    Meer gedetailleerde informatie over de archieven van de Hauptabteilungen is te vinden op de desbetreffende plaats in de inventaris.

    Informatie over de totstandkoming van de huidige inventaris is te lezen onder de rubriek "Verantwoording van de bewerking".
    Verantwoording van de bewerking
    Achtergronden van de bewerking
    Het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) bood in april 2000 het archief van de Generalkommissar zur besonderen Verwendung aan de Centrale Archief Selectiedienst (CAS) te Winschoten ter bewerking aan, die deze in de periode 2001-2004 uitvoerde.
    Verantwoording
    Ten aanzien van de bewerking vormden de bestaande beschrijvingen het uitgangspunt. Van dit principe werd alleen afgeweken wanneer oude omschrijvingen niet correspondeerden met de inhoud van het dossier of als stukken niet eerder beschreven waren. Daar waar mogelijk werden soortgelijke dossiers onder verzamelbeschrijvingen geplaatst. Wat de rubrieksindeling in de nieuwe inventaris betreft, werd met het NIOD afgesproken dat deze - daar waar nodig -in overeenstemming werd gebracht met de organisatie en de uitvoering van de taak van de Generalkommissar.

    Het institutionele onderzoek dat door het NIOD en de CAS werd gedaan, vindt zijn weerslag in de door het NIOD geschreven inleiding op de inventaris en in de aangepaste rubrieksindeling. Daarnaast werden bestaande rubrieken uit de oude inventaris soms in een andere volgorde geplaatst om zo een meer logische indeling in de nieuwe inventaris te bewerkstelligen. Ook komt het nu voor dat bijvoorbeeld bepaalde Abteilungen in de nieuwe inventaris in een andere hiërarchische volgorde zijn geplaatst omdat aanvullend onderzoek in het archief heeft aangetoond dat de keuze voor de onderverdeling kon worden verbeterd.

    In de nieuwe toegang is een concordantie opgenomen om te zorgen dat verwijzingen in bestaande publicaties, gebaseerd op de eerdere indeling van het archief, teruggezocht kunnen worden.
    Aanvullingen en vernietigingsbeleid
    Aangezien het archief ten tijde van de Duitse bezetting in Nederland in de periode 1940-1945 werd gevormd, geldt dit bestand volgens de door het Nationaal Archief opgestelde normen als oorlogsgerelateerd. Dat is ook de reden dat er tijdens de bewerking niets uit de archieven voor vernietiging is aangewezen. Tijdens de bewerking werd tussentijds een gering aantal archiefbescheiden, die in het kader van archievenruil van 2001 door het Bundesarchiv te Koblenz werden teruggegeven, aan het archief toegevoegd. De toegevoegde stukken zijn door middel van de concordantie op het archief terug te vinden.

    Van de oorspronkelijke 9,4 meter te bewerken archief van de Generalkommissar zur besonderen Verwendung werd uiteindelijk 7,0 meter archief aan het NIOD geretourneerd. Het verlies van 2,4 meter op de oorspronkelijk aangeboden hoeveelheid archief heeft te maken met het comprimeren van de archiefbescheiden in standaard archiefdozen tijdens het herordenen.

    Na beschrijving door de CAS omvatte het archief 291 inventarisnummers.
    Literatuur en verwante archieven en collecties
    Voor deze inleiding is dankbaar gebruik gemaakt van onderzoek dat is verricht ten behoeve van de voorgaande inventaris. Voor vervolgonderzoek naar het Generalkommissariat zur besonderen Verwendung raadplege men de volgende literatuur en bronnen:
    literatuur
    verwante archieven en collecties
    Inventaris
    aanvraaginstructie
    Archiefstukken uit dit archief kunnen in de studiezaal van het NIOD worden aangevraagd
    onder vermelding van: archief 061, inv.no. ...
    Het inventarisnummer is vermeld in numeriek oplopende volgorde,
    links naast de beschrijving van de stukken
    1. Stab und Geschäftsführung
    4. Hauptabteilung Organisation
    6. Referat Sonderfragen
    7. Referat Sport
    Kenmerken
    Datering:
    1940-1944
    over het archief:
    De belangrijkste taak van de Generalkommissar zur besonderen Verwendung was leiding geven aan de politieke ontwikkeling in Nederland. Het doel was de politieke meningsvorming van de Nederlanders in nationaal-socialistische richting te sturen. Daartoe hield hij toezicht op het Nederlandse ambtenarenapparaat en de Nederlandse binnenlandse politiek. De belangrijkste hoofdafdeling was de Hauptabteilung für Volksaufklärung und Propaganda. Het Nederlandse bestuursorgaan waar het Generalkommissariat toezicht op hield, was het in 1940 opgerichte Departement voor Volksvoorlichting en Kunsten (archief 102). Voorts kon de Generalkommissar opdrachten ontvangen die hem op grond van een bijzondere beslissing door de Reichskommissar waren gegeven.
    Het Generalkommissariat was onderverdeeld in hoofdafdelingen en afdelingen: Stab und Geschäftsführung, Hauptabteilung Politischer Aufbau (Referate Informationen, Ausbilding, Inspektion, Internationale Organisationen, Jugend en Agrarpolitik), Propaganda, Kultur, Presse, Rundfunkbetreuungsstelle (Abteilung Rundfunk), Hauptabteilung Organisation, Abteilung niederländischer Arbeitsdienst, Referatsonderfragen.
    In juni 1940 werd Fritz Schmidt benoemd tot Generalkommissar zur besonderen Verwendung. Schmidt bekleedde tevens de functie van Hauptdienstleiter van het Arbeitsbereich der NSDAP (archief 88). Na zijn overlijden in juni 1943 werd Schmidt opgevolgd door Willi Ritterbusch.
    Openbaarheid:
    Deze stukken zijn beperkt openbaar. Zij zijn slechts raadpleegbaar na verkregen toestemming van de directeur van het NIOD. Voor bezoekers die deze toestemming willen hebben, ligt een formulier bij de balie van de studiezaal van het NIOD.
    Omvang:
    7,0 meter (287 inventarisnummers)
    Categorie:
    Archiefvormer(s)::
     
     
     
    MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
    meer informatie over MAIS-(M)DWS