Uw zoekacties: Gereformeerde Kerk van Velsen (kerkgebouw te Velsen-Noord)
x1830 Gereformeerde Kerk van Velsen (kerkgebouw te Velsen-Noord) ( Noord-Hollands Archief )
Uitleg bij archieftoegang

Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief.

Een archieftoegang bestaat over het algemeen uit de navolgende onderdelen:

• Kenmerken van het archief
• Inleiding op het archief
• Inventaris of plaatsingslijst
• Eventueel bijlagen

De kenmerken van het archief zijn o.m. de omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid en andere.

De inleiding op het archief bevat interessante informatie over de geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer en kan ook aanwijzingen voor het gebruik bevatten.

De inventaris of plaatsingslijst is een hiërarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken. De beschrijvingen zijn formeel en globaal. Het lezen en begrijpen van een inventaris behoeft enige oefening en ervaring.

Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiërarchie gevolgd. De rubrieken in de inventaris maken deel uit van de beschrijving op een lager niveau. Komt de zoekterm in een hoger niveau voor, dan voldoen onderliggende niveaus ook aan de zoekvraag.

1830 Gereformeerde Kerk van Velsen (kerkgebouw te Velsen-Noord) ( Noord-Hollands Archief )
Zoek in deze inventaris
>
Zoektermen
 
 
Inleiding
De "Doleantie", de afscheidingsbeweging, die zou leiden tot de stichting van de Gereformeerde Kerken in Nederland, ging niet aan Velsen voorbij. Enkele leden van de Nederlandse Hervormde Kerk hier ter plaatse maakten bezwaar tegen de huns inziens steeds groter wordende pluriformiteit van - en daardoor sterker wordende vrijzinnigheid binnen - de Hervormde Kerk. Het loslaten van de formulieren en de belijdenisgeschriften, zoals die door de Synode van Dordrecht van 1618 waren vastgesteld, was hun een doorn in het oog. Toen zij zich met hun klachten tot de kerkenraad wendden, kregen zij echter geen gehoor. De kerkenraad kon het niet waarderen, dat één van de leden van de groep bezwaarden, Pieter Vermeulen, de onderwijzer van de Christelijke school op "De Heide", en tevens ouderling bij de Hervormde Gemeente, goede relaties onderhield met dr. Abraham Kuijper, de voorman van de "Dolerenden", ("klagenden"), die zich zo noemden omdat zij niet de beschikking kregen over kerkgebouwen. In 1887 werd van de groep in Velsen het lidmaatschap van de Nederlandse Hervormde Kerk als vervallen beschouwd. Zij traden allen toe tot de, in 1892 zo genoemde, Gereformeerde Kerk van Velsen.
Tot het grondgebied van de Gereformeerde Kerk Velsen behoorde bij de stichting in 1888 de Velser- en Spaarndammerpolder, Driehuis, Santpoort, "De Heide" (thans: IJmuiden-Oost), Velsen-dorp, Velserbeek, een deel van Wijkeroog (thans: Velsen-Noord) en IJmuiden. Men begon in 1888 met het houden van diensten in een voormalige stal bij de Kalverstraat op "De Heide". Reeds vijf jaar later, in 1893, kon een nieuw gebouwde kerk aan de IJmuiderstraatweg in gebruik worden genomen. De kerkelijke gemeente groeide, ook door het bezoek van grote aantallen Urker vissers, die de zondag in IJmuiden moesten doorbrengen.
Ook in Wijkeroog werd intussen de behoefte gevoeld om een kerkgebouw te stichten. Hoewel men in Beverwijk bezwaar maakte, begon men in 1899 met de bouw en binnen het jaar kon het kerkje in gebruik worden genomen. Alle leden hadden aangegeven, dat ze niet bij Beverwijk wilden horen. De grens met Beverwijk liep toen "langs een denkbeeldige lijn westwaarts van de tramremise af". In 1907 werd de grens gelijkgetrokken met die van de burgerlijke gemeenten. Het kerkgebouw stond aan de toenmalige Burgemeester Weertsstraat. In 1903 werd de Gereformeerde Kerk in IJmuiden zelfstandig; in 1917 zou de institutie van de kerk van Velseroord plaatsvinden en op die manier los van die van IJmuiden.
Van de stichting af, kende de kerk van Velsen een veelheid aan instructies, regelingen en reglementen, die men soms aan andersdenkenden trachtte op te leggen. Zo werd de gemeenteraad van Velsen in 1897 verzocht, maatregelen in te voeren die moesten voorkomen dat gereformeerde kerkgangers bij het naar en uit de kerk gaan, last hadden van voorbijgaande fietsers. De burgemeester zegde toe de zaak te zullen onderzoeken. Dat de verhouding met de plaatselijke overheid goed was, leert een verzoek aan de burgerlijke gemeente, om 's zondags een lokaal in de openbare lagere school te IJmuiden te mogen gebruiken voor het houden van zondagsschool, hetgeen werd toegestaan. Kosten waren daar niet aan verbonden. Een 'fooi' van fl. 10,- per jaar 'voor de dienstbode' - die het lokaal moest schoonhouden - was voldoende. Binnen de kerkenraad vroeg men zich af of het niet noodzakelijk werd de overheid te vragen om het beloodsen van schepen en het werken door brug- en sluiswachters op zondag te verbieden. Maar ook in eigen kring was men streng voor elkaar: het feit dat een predikant zich - op zondag! - per rijtuig van IJmuiden naar Wijkeroog had laten brengen, viel verkeerd; als het slecht weer was, had men dat maar te accepteren. Een broeder, die op de dansvloer was gesignaleerd - en dan nog dansend met een andere dan zijn eigen vrouw! - kreeg heel wat te horen. Het bezoek aan de kermis in Beverwijk werd letterlijk 'uit den boze' beschouwd.
Verder werd onderzocht of het mogelijk was een eigen - gereformeerd - kerkhof te stichten, maar dat bleek niet goed uitvoerbaar. Langzamerhand werd men toch makkelijker: de mogelijkheid om de kerk elektrisch te gaan verlichten, werd na enige aarzeling toch geaccepteerd, ook al kon je elektriciteit niet in het vooruit maken en moest er op zondag voor worden gewerkt. Het alternatief; olielampen te blijven gebruiken of de kerkdiensten om 14.00 uur te laten beginnen, was niet aantrekkelijk. Toen bleek - in 1910 - dat de woningen van enkele kerkleden al elektrische verlichting hadden, ging men overstag: tenslotte was de elektriciteit ook van 'boven' gegeven...
In 1923 werd, in samenspraak met de Gereformeerde Kerk in Bloemendaal, begonnen met het houden van aparte diensten in Santpoort; in 1926 zou de Gereformeerde Kerk van Santpoort worden geïnstitueerd. In 1923 werd besloten in Velsen-Noord een nieuw kerkgebouw te stichten aan de Grote Hout- of Koningsweg, op een terrein dat men van Hoogovens gekocht had, naast de villa die men al eerder had verworven om als pastorie te dienen. De kerk werd op 13 november 1924 in gebruik genomen. Dit gebouw dreigde later toch weer te klein te worden en vanaf 1941 werden er in Driehuis aparte diensten gehouden.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd gedurende enige tijd het kerkgebouw gastvrijheid verleend aan de leden van de Hervormde Gemeente van Velsen, die de Engelmunduskerk aan de bezetters hadden moeten afstaan. In 1944 volgde de evacuatie van Velsen-Noord, waarna nagenoeg het gehele dorp werd afgebroken. Door de diaconie werd getracht de geëvacueerde leden, die in de naaste omgeving waren blijven wonen, te voorzien van extra voedingsmiddelen. Zo werden in februari 1945 voor dat doel voor fl. 1.000 - een enorm bedrag in die tijd - bloembollen gekocht, bedoeld voor consumptie. Ook suikerbieten werden verstrekt. Het kerkgebouw - waarvan de inventaris elders was opgeslagen - bleef gespaard en op 22 juli 1945 kon de eerste kerkdienst na de bevrijding worden gehouden. Op 2 december 1946 werden door de kerkenraad van de Hervormde Gemeente van Velsen twee 'trouwstoelen' aangeboden, als dank voor de tijdens de bezetting verleende 'burenhulp'.
De eerste jaren na de Tweede Wereldoorlog stonden ook in Velsen-Noord in het teken van de wederopbouw. De uitbreiding van Hoogovens had gevolgen voor de samenstelling van de kerkelijke bevolking. Aanvankelijk kwamen er veel Nederlanders van elders naar de IJmond. Door de deelname aan de Stichting Evangelie en Industrie trachtte men de contacten met hen te verstevigen. Met het toenemen van de welvaart vertrokken echter veel gereformeerde gezinnen naar, met name, Heemskerk, Alkmaar en Heerhugowaard, waar het woningaanbod groter was en de woonomgeving aangenamer. De lege plaatsen in Velsen-Noord werden ingenomen door buitenlandse gastarbeiders, die veelal van katholieken huize waren. In 1952, werden de diensten in de koffiekamer van de begraafplaats Westerveld beëindigd, en na de ingebruikneming van de Bethelkerk aan de Zeeweg, werd Driehuis bij IJmuiden-Oost gevoegd, een jaar later gevolgd door Velserbeek. In 1959 werd de kerk in Velsen-Noord met enkele zalen uitgebreid, in het bijzonder bestemd voor het jeugdwerk. In 1964 werd het grondgebied van de Gereformeerde Kerk van Velsen verder beperkt door als zuidgrens het Noordzeekanaal aan te nemen. Door het westwaarts verleggen van de pontverbinding werd door de leden in Velsen-Zuid en in de polders de kerk in IJmuiden-Oost makkelijker te bereiken dan die in Velsen-Noord. Door het ook hierdoor steeds kleiner wordende aantal leden werd een teruggang ingezet, die het noodzakelijk maakte om zich nader op de toekomst te beraden. Samen met de Gereformeerde Kerk van Beverwijk en Heemskerk en/of met de Hervormde Gemeente van Velsen-Noord? Na het emeritaat van ds. Van Nood in 1973 waren er na elkaar twee kandidaat-predikanten werkzaam voor enkele dagen per week.
In 1979 werd tenslotte besloten, om een samenwerking aan te gaan met de Hervormde Gemeente van Velsen-Noord. Op 30 september 1979 werd de laatste dienst gehouden aan de Grote Hout- of Koningsweg. De (burgerlijke) gemeente Velsen wordt de nieuwe eigenaar van het kerkgebouw. Als in 1979 een brand het gebouw van het Buurthuis De Mel verwoest, worden kerk en pastorie geschikt gemaakt voor de nieuwe gebruikers. In 1981 kan het worden geopend. In 1998 blijkt dat het gebouw niet langer rendabel kan worden geëxploiteerd en betrekt De Mel een ander gebouw aan de Wijkermeerweg. In het daarop volgende jaar wordt de kerk het onderkomen van "In het donker gezien" een doorlopende tentoonstelling, waar men de effecten van het niet kunnen zien kan ervaren.
De Gereformeerden worden medegebruiker van het in 1951 gestichte kerkgebouw aan de Dijckmansstraat. In 1947 worden door de kerkenraad van de Hervormde Gemeente te Velsen plannen gemaakt om ook in Velsen-Noord een eigen kerkgebouw met accommodatie voor verenigingen te stichten. Men verwacht, dat er zich in dit gebied 3000 à 4000 hervormden zullen gaan vestigen. Ook is al bekend dat door de bouw van de Velsertunnel de pontverbinding in westelijke richting zal worden verlegd, waardoor de contacten tussen 'noord' en 'zuid' zullen worden bemoeilijkt.
De kerkruimte bevat aan de ene zijde een preekstoel, aan de tegenovergelegen wand bevindt zich een toneel waardoor het gebouw voor meerdere doeleinden geschikt is. Uit de af te breken Gereformeerde Bethelkerk in Santpoort-Noord kan het orgel worden aangekocht en in 2003 op het toneel worden opgesteld.
Ondanks het samengaan van twee kerkelijke groeperingen wordt de teruggang in ledenaantal niet gestuit, zodat een fulltime predikantsplaats niet meer kan worden opgebracht en men steeds met andere invalpredikanten te maken heeft. Aan dit systeem komt een eind, als in 2007 mevr. ds. S.P. Neuféglise-Vermeer wordt benoemd, die 40% van haar werktijd in Velsen-Noord doorbrengt, en de overige uren besteedt in de Protestantse gemeente rond de Ichtuskerk in IJmuiden.
De Gereformeerde Kerk van Velsen en de Hervormde Gemeente te Velsen-Noord zijn in 2006 verenigd in de Protestantse Gemeente te Velsen-Noord.
Inventaris
1. Kerkenraad
2. Diaconie
4. Overige commissies
5. Verenigingen
6. Documentatie
Kenmerken
Datering:
1887-1989
Periode documenten:
1887-1989 (2001)
Omvang:
6,50
Openbaarheid:
gedeeltelijk openbaar
Opheffing openbaarheidsbeperking:
toestemming archiefvormer
Vestiging voor raadplegen:
Haarlem, Jansstraat
Gebruiksinformatie:
Inventaris in band 709.13 inv. nrs. 1-288. Stukken jonger dan 50 jaar zijn niet openbaar. Lijst van predikanten, 1901-1983, in de inventaris.
Gemeente:
Velsen
Categorie:
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS