Uw zoekacties: Familie Merens te Hoorn
x137 Familie Merens te Hoorn ( Noord-Hollands Archief )
Uitleg bij archieftoegang

Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief.

Een archieftoegang bestaat over het algemeen uit de navolgende onderdelen:

• Kenmerken van het archief
• Inleiding op het archief
• Inventaris of plaatsingslijst
• Eventueel bijlagen

De kenmerken van het archief zijn o.m. de omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid en andere.

De inleiding op het archief bevat interessante informatie over de geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer en kan ook aanwijzingen voor het gebruik bevatten.

De inventaris of plaatsingslijst is een hiërarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken. De beschrijvingen zijn formeel en globaal. Het lezen en begrijpen van een inventaris behoeft enige oefening en ervaring.

Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiërarchie gevolgd. De rubrieken in de inventaris maken deel uit van de beschrijving op een lager niveau. Komt de zoekterm in een hoger niveau voor, dan voldoen onderliggende niveaus ook aan de zoekvraag.

137 Familie Merens te Hoorn ( Noord-Hollands Archief )
Zoek in deze inventaris
>
Zoektermen
 
 
Inleiding
Het familiearchief is een van de twee collecties gedenkstukken van het oud-Hoornse geslacht Merens; de andere wordt gevormd door de 34 geschilderde familieportretten en "het glas" (een glazen bokaal, waarin het jaartal 1674 en het familiewapen zijn gegraveerd), al welke voorwerpen, met uitzondering van een der schilderijen, afkomstig zijn uit de nalatenschap van de op 1 november 1851 overleden Heer Allard Merens (Gallis).
De stukken, waaruit het familiearchief is samengesteld, zijn deels (de oude kern, waartoe het "geslagtboek" en het eigenhandig geschreven reisverhaal van Jan Martsz Merens behoren) eveneens uit de genoemde nalatenschap afkomstig; overigens zijn het stukken van jongere datum, die er later aan zijn toegevoegd. Tot 12 december 1952, de sterfdag van Mr A. H. J. Merens, was het familiearchief achtereenvolgens in bewaring bij verschillende leden van het geslacht Merens, in tegenstelling tot de familieportretten en het glas, die reeds in 1881 in bruikleen gegeven waren aan het West-Fries Museum te Hoorn, waar zij thans nog zijn.
Er is gegronde reden te veronderstellen dat het oude archief niet meer geheel in de oorspronkelijke staat voorhanden is; waarschijnlijk zijn er na 1851 belangrijke stukken uit verdwenen. Uitgaande van een vermoeden waar deze stukken zich mogelijkerwijze nog konden bevinden, heeft de Heer M. J. D. Merens pogingen gedaan ze te achterhalen (zie nr 333 van het archief), hetgeen echter geen succes heeft opgeleverd. De bescheiden, die later aan het familiearchief werden toegevoegd, hebben deels betrekking op jongere generaties Merens en hun verwanten, deels op 16e, 17e en 18e eeuwse leden van het geslacht en gebeurtenissen uit hun leven, die door nasporingen in archieven zijn bekend geworden.
De Heer A. Merens (Burck), die van 1906 tot 1945 het familiearchief heeft beheerd, heeft zich veel moeite gegeven door genealogisch onderzoek de kennis van zijn voorgeslacht te vergroten. Hetgeen hij aan wetenswaardigs dienaangaande bijeenbracht werd in de vorm van aantekeningen, correspondentie en/of afschriften uit archiefstukken aan het familiearchief toegevoegd. Van zijn activiteit getuigen ondermeer de lijsten met nummers en data van Schepen- en Poortersrollen (nrs 13-19 en 38-42 van het archief), een lijst van op de familie Merens betrekking hebbende notariële akten (nr 9A), een lijst van huwelijken (nr 9B) en uittreksels uit de Schepenrol van Hoorn en andere archiefstukken (nrs 22 e.v., 46, 48, 51 e.v.).
Na het overlijden van Allard Merens op 18 oktober 1945 kwam het familiearchief onder het beheer van zijn broer Mr A. H. J. Merens die met toestemming van de Heer Rijksarchivaris in Noord-Holland de archivalia onderbracht in het Rijksarchief te Haarlem. Mr Merens was als menig ander lid zijner familie niet gerust over de toekomst der familiecollecties, wanneer zij aan de zorg van de familie of van een van haar leden toevertrouwd zou blijven. De collecties zouden wellicht niet de verzorging krijgen, die zij behoefden, en de taak van de beheerder zou bij toename van het aantal van degenen, die zich door erfopvolging gezamenlijk de eigenaars konden noemen, steeds moeilijker worden. Hij meende dat het in het belang van de beide collecties gedenkstukken zou zijn, wanneer zij in eigendom werden overgedragen aan een of twee openbare lichamen. Aanvankelijk had hij hierbij de Gemeente Hoorn en de Staat der Nederlanden op het oog, later alleen de Staat de Nederlanden.
In een boekje (nr 329), dat hij heeft doen drukken en in juni 1947 onder een aantal familieleden heeft verspreid, heeft hij zijn denkbeelden dienaangaande bekend gemaakt en de overdracht bepleit. In dit boekje heeft hij tevens uiteengezet -wie juridisch de eigenaars van de beide collecties waren en wat de oorzaak is dat een vroeger ondernomen poging om deze in eigendom over te dragen aan de "Vereeniging Familie Merens" geen rechtsgevolg heeft gehad.
In de volgende jaren was het streven van Mr Merens er op gericht zijn persoonlijk aandeel in het eigendom der familiebezittingen zoveel mogelijk te vergroten, met de bedoeling dit aandeel, wanneer het groot genoeg zou zijn, aan te bieden aan de Staat. Doordat vele leden der familie bereid waren hem hierin te steunen en hun eigendomsrechten tegen een theoretische vergoeding aan hem af te staan, slaagde hij er in het doel te bereiken. In juli 1952 richtte hij zich tot Z. Exc. de Minister van O., K. en W. met een schrijven, waarin hij aan de Staat der Nederlanden als geschenk of tegen de laagstdoenlijke prijs te koop aanbood zijn rechten, enz. op de beide collecties gedenkstukken.
Het aanbod werd aanvaard, doch doordat Mr Merens spoedig daarna overleed, heeft tijdens zijn leven geen eigendomsoverdracht plaats gehad. Deze geschiedde op 9 december 1953, toen bij akte, verleden voor Notaris J. P. F. Messer te Haarlem, aan de Staat der Nederlanden werd afgegeven het legaat dat Mr A. H. J. Merens aan haar had gemaakt betreffende de familieportretten en het glas in het West-Fries Museum te Hoorn en de archivalia, zich bevindende in het Rijksarchief te Haarlem.
Aan het familiearchief, zoals dit na het overlijden van Mr Merens door zijn executeur-testamentair (steller dezes) was aangetroffen, ontbrak een inhoudsopgave en deze was ook onder de nagelaten papieren van de overledene niet te vinden. De volgende inhoudsopgave is gemaakt, nadat door de ondergetekende nog enige stukken aan het familiearchief waren toegevoegd. In de toegevoegde stukken zijn de na te noemen groepen te onderscheiden:
1. Stukken gevonden in de nalatenschap van A. Merens (Burck), die zijn persoonlijk eigendom zijn geweest: de nummers 2 b, 108, 232 n, 235 E, 236 A en B, 332 A, 340, 345 en 346, dit archief.
2. Stukken gevonden in de nalatenschap van A. Merens (Burck), die hij als bestuurslid van de vereniging "Vereeniging Familie Merens" onder zich heeft gehad en die na zijn overlijden en nadat deze vereniging had opgehouden tekenen van levensvatbaarheid te geven, als door haar prijs gegeven door Mr A. H. J. Merens als zijn eigendom zijn in bezit genomen en bestemd om aan het familiearchief te worden toegevoegd: de nummers 216, 339 en 341.
3. Stukken gevonden in de nalatenschap van Mr A. H. J. Merens, die voor opname in het archief in aanmerking kwamen: de nummers 164, 166, 167, 168 a, 235 F en G, 261 b, 267 B, 306, 332 C, 336, 337 en 342.
4. Stukken verschenen na het overlijden van Mr Merens: de nummers 168 b en 338.
Van de genoemde stukken waren de nummers 2 b, 108, 232 n, 235 E, 236 A en B, 332 A, 340, 339 en 341 blijkens aantekeningen door Mr A. K. J. Merens voor opname in het familiearchief bestemd, terwijl de opname van nr 216 blijkbaar eveneens in zijn bedoeling lag, De opname der overige stukken geschiedde op mijn initiatief. Bij de ordening der archivalia heb ik van verschillende zijden veel steun ondervonden, waarvoor ik hierbij gaarne mijn erkentelijkheid betuig.
Haarlem, Juli 1956
H. D. M. Burck
Inventaris
De volgorde, welke bij het noemen der personen onder het hoofd Personalia-A is in acht genomen, is zoveel mogelijk aangepast aan die in M. J. D. Merens' "Genealogie".
In vele gevallen is, om de identificatie te vergemakkelijken, de familienaam van de moeder aan de persoonsnaam tussen haakjes toegevoegd.
Een jaartal tussen haakjes achter een persoonsnaam geplaatst geeft het jaar van geboorte van de betreffende persoon aan, tenzij het jaartal van een kruisteken is voorzien; in dat geval is het het jaar van overlijden. Twee jaartallen tussen haakjes achter de persoonsnaam geplaatst geven jaar van geboorte en overlijden aan.
1. Algemeen
2. Personalia-A
3. Personalia-B
5. Publicaties
6. Wapen en zegels
8. "Vereeniging familie Merens"
9. Diversen
Kenmerken
Periode documenten:
17e-20e eeuw
Omvang:
4,75
Openbaarheid:
openbaar
Vestiging voor raadplegen:
Haarlem, Kleine Houtweg
Gebruiksinformatie:
Inventaris in band 137 inv. nrs. 1-355. Inv. nrs. 20, 106, 151, 196, 213-214, 223, 235, 240, 242, 285 en 290 ontbreken. Een glazen bokaal, waarin het jaartal 1674 en het familiewapen zijn gegraveerd, alsmede 34 geschilderde familieportretten bevinden zich bij het Westfries Museum te Hoorn.
Categorie:
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS