Uw zoekacties: Heerlijkheid Warmenhuizen
x134 Heerlijkheid Warmenhuizen ( Noord-Hollands Archief )
Uitleg bij archieftoegang

Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief.

Een archieftoegang bestaat over het algemeen uit de navolgende onderdelen:

• Kenmerken van het archief
• Inleiding op het archief
• Inventaris of plaatsingslijst
• Eventueel bijlagen

De kenmerken van het archief zijn o.m. de omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid en andere.

De inleiding op het archief bevat interessante informatie over de geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer en kan ook aanwijzingen voor het gebruik bevatten.

De inventaris of plaatsingslijst is een hiërarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken. De beschrijvingen zijn formeel en globaal. Het lezen en begrijpen van een inventaris behoeft enige oefening en ervaring.

Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiërarchie gevolgd. De rubrieken in de inventaris maken deel uit van de beschrijving op een lager niveau. Komt de zoekterm in een hoger niveau voor, dan voldoen onderliggende niveaus ook aan de zoekvraag.

134 Heerlijkheid Warmenhuizen ( Noord-Hollands Archief )
Zoek in deze inventaris
>
Zoektermen
 
 
Inleiding
Warmenhuizen is een landelijke gemeente, ongeveer 2.15 uur. ten noorden van Alkmaar gelegen. Het wordt omringd door Enigenburg, Harenkarspel, Oudkarspel en Schoorl; Krabbendam, en Schoorldam ten dele, behoren er onder. De bevolking bedroeg op 31 december 1901, 1573 zielen. Een grote merkwaardigheid was voorheen, het door Joan van Scorel in 1525 beschilderde gewelf van de kerk, waarvan het gedeelte boven het koor, het enig overgeblevene, sinds 1803 geplaatst is in een bijgebouw van het Rijksmuseum te Amsterdam.
Het Archief van Warmenhuizen is in bewaring gegeven bij het Provinciaal Bestuur van Noord-Holland. Een afzonderlijk Archief van de heerlijkheid is niet gevonden. Doch een bepaald gedeelte van de stukken handelt uitsluitend of voornamelijk over de heerlijkheid en heerlijkheidsrechten, en de beschrijving van die documenten volgt het eerst. Terwijl de lotgevallen van vele gemeenten, en ook van Warmenhuizen, nauw samengeweven zijn, met die van de ambachtsheren, welke er gezag uitoefenden, mag het belangrijk gerekend worden te weten, wie met Warmenhuizen beleend werden of geweest moeten zijn. Doch vóór 1607, het jaar waarin de bezittingen van den Graaf van Egmond werden verkocht, is het moeilijk alle beleningen nauwkeurig op te geven. Waarschijnlijk is dit te wijten aan de omstandigheid, dat Warmenhuizen vroeger meestal tegelijk met de heerlijkheid of het graafschap Egmond in leen is uitgegeven, en dit laatste, als het voornaamste, alleen genoemd werd onder bijvoeging "met alzulke heerlijkheden en goederen als daartoe behooren". Soms werden de namen der lenen geheel weggelaten en is eenvoudig vermeld, dat de lenen van Egmond aan een ander lid van dat geslacht waren overgegaan. In 1200 is Warmenhuizen aan Egmond gekomen.
De volgende lijst bevat enige opgaven van de leenheren en vrouwen in de latere eeuwen. * 
Pinksteravond 1290.
Flora Graaf van Holland bevestigt de ruil die zijn oom Floris met Willem heer van Egmond gedaan heeft van de dorpen Oudkarspel, Oudorp, Wadwaij, Spanbroek en Oterleek, tegen het ambacht van Warmenhuizen met tienden, visserijen, sluizen, wateringen, vogelrijen, in hoghe, in laghe, in vervalle, hoe datter binnen vervallen mach, vrilike an hals en hoeft te rechten als wi over ons selves luden rechten, vrilike van ons te houden te lienne, ghelicke dat wij tselve houden.
Zonder datum.
Lijst van het goed dat Wouter van Egmond van de Graaf van Holland ontvangen heeft: "Inden eersten Wermenhusen, Item," enz.
Woensdag na Dertiendag 1316.
Willem Graaf van Holland, bevestigt de lijftucht van 200 Hollandse ponden 's jaars die Wouter van Egmond, 's graven knaap aan Beatricen (van den Doertoghe) zijne vrouw, gegeven heeft uit de tienden van Waermenhuysen en van Harinkerspel en uit de de visscherij van Warmenhuysen, die Wouter van den Graaf in leen heeft.
Woensdag na St. Nicolaasdag 1327.
Graaf Willem verklaart dat Jan Wouterszone van Egmond, die binnen kort zijne jaren hebbe zoude, niet verzuimen zal voor zekeren tijd, in het niet verzoeken van zijn goed dat hij van den Graaf schuldig is te houden.
Woensdag na Jaarsdag 1351.
Hertog Willem beleent Jan heer van Egmond met alzulk goed als hij en zijne voorouders "plagten" te houden.
18 juni 1355.
Hertog Willem bevestigt de lijftucht van 59 ponden 13 s. 7 d. die Jan van Egmond bij brief Sabbati post Odulphi 1355 gemaakt heeft aan Ghioten van IJsselsteyn, zijne echtgenoote, uit de visscherij binnen het ambacht van Weermenhusen en van Herningkerspel.
Paaschdag 1370.
Notitie dat Arent van Egmond van hertog Aelbrecht ontving alsulk goed, als hem aanbestorven is van den heer van Egmond.
11 augustus 1396.
Confirmatie door hertog Aelbrecht ten behoeve van heer Arent van Egmond, heer van IJsselsteyn, van zulke brieven en handvesten, als hij heeft rakende de heerlijkheid van Egmond en andere leengoederen.
17 februari 1404.
Notitie dat hertog Willem beleende den heer van Egmond en van IJsselsteyn met alsulk goed, als hij tot dezen dage toe van de graaflijkheid van Holland in leen gehouden heeft.
Zonder datum, doch volgt op een brief van 30 maart 1409.
Hertog Willem consenteert den heer van Egmond en van IJsselsteyn, dat hij door wanverzoek tusschen dit en St. Jacobsdag naastkomende, niet zal verzuimen nog verbeuren zulken slote, heerlijkheden, landen en goederen, als hem van heer Arent van Egmond, zijn vader, aangekomen waren.
5 mei 1416.
Hertog Willem doet aantasten de heerlijkheden en goederen van Egmond met alle heerlijkheden en goederen, welke heer Jan van Egmond had liggende in de landen van Noordholland en West-Friesland, en dat om groote en omstandelijke breuken, door voornoemden heer tegen den hertog-zelven begaan.
15 mei 1421.
Hertog Johan van Beieren beleent Jan Heer van Egmond en van IJsselsteyn in hoge ende lage met de heerlijkheden Wermenhuizen, Herenkerspel en het Noord-Ambacht van Petten c.a. voor een onversterfelijk leen.
3 juni 1421.
Hertog Johan van Beieren vergunt zijn neef den heere van Egmond en zijne erven, zijne heerlijkheden en goederen te regeeren en te gebruiken gelijk zijne voorvaders gedaan hebben, vóór den tijd dat hem zijne voorsz. goederen en heerlijkheden genomen werden.
4 augustus 1426.
Notitie dat Hertog Philips van Bourgondie beleende den heer van Egmond met al zijne goederen. (1901)
St. Pontiaensdag 1430.
Vrouwe Jacoba beleent Johan heer van Egmond, met alzulke heerlijkheden en goederen, als zijne voorouders en hij tot hiertoe van de graaflijkheid van Holland gehouden hebben, den hofsteden van Egmond en van IJsselsteyn toebehoorende.
4 april 1435.
Hertog Philips van Bourgondië beleent Johan heer van Egmond, de heerlijkheid en goed 't Egmond met toebehooren en met alzulke heerlijkheden en goederen als tot de hofstede van Egmond tot dezen tijd behooren.
19 april 1469.
Jacob van Poelgeest, Abt van Egmond, geeft de leenere van de heerlijkheid Egmond met al hetgeen daartoe behoort, aan Johan oudsten zoon van Willem, broeder tot Gelre, heer tot Egmond, IJsselsteyn, Baer etc. na opdracht door den vader.
12 november 1486.
Keizer Maximiliaan geeft Johan graaf van Egmond en zijne wettige erfgenamen, Egmond tot een graafschap en adelijk rijksleen, oock met de heerlijkheden van het steedken en slot van Purmerende met de plaatse genoemd Neck, Purmerland en Ilpendam met alle toebehooren van het voorsz. graafschap.
9 maart 1530.
Keizer Karel beleent Charles, graaf van Egmond, bij opdracht van Françoise van Luxemburg, gravin douairière van Egmond, als tutrice van haren oudsten zoon Charles voornoemd, met het slot en huis van Egmond, metter Vrijerhoeve ende anders zijnen toebehooren en appendentiën binnen de limiten, verklaard in de daarbij gemelde brieven, als principal stock ende stamme van de graaflijkheid van Egmond daer de steede van Purmerende, mitsgaders Purmerland, Neck, Ilpendam, Backum, Warmenhuysen, Harinccarspel, Oudecarspel, Petten ende Huisduinen aen geannexeert zijn.
15 december 1542.
Keizer Karel beleent Lamoraal graaf van Egmond, heer tot Baer, etc bij doode van Jhr. Charles, in leven graaf van Egmond, met het slot en huis van Egmond metter Vrijerhoeve ende anderen toebehooren etc. tot een onversterfelijk erfleen.
15 juni 1578.
Philips etc. beleent Philip van Egmond. prins van Gaveren, na opdracht door zijne moeder, prinses douairière van Gaveren, gravin van Egmond, etc. met het huis en slot van Egmond metter Vrijerhoeve ende andere steden ende dorpen met alle den toebehoerten en appendentiën, daer de Stede van Purrnereynde metten andere plaetse ende dorpen begrepen in de voorsz. graeffelicheyt te weten: Purmerlandt, Neck, Ilpendam, Baccum, Warmenhuysen, Harinckarspel, Oudkarspel, Petten ende Huys-duynen, geannexeert sijn, te houden in een eynckel onversterffelick erffleen ende graafschap.
7 juli 1595.
De Staten van Holland en West-Friesland verklaren dat volgens de rechten, ordonnantiën en gebruiken van den voorz. lande, de graafschap Egmond met ap- en dependentien, en andere heerlijkheden en goederen, toebehoord hebbende aan Philips, prins van Gaveren, graaf van Egmond, aan Holland vervallen zijn, doordien Philips de zijde van den Spanjaard genomen heeft, doch geven, op verzoek van Lamoraal, prins van Gaveren etc.. aan dezen het zuiver inkomen dier goederen, mits dat hij naar Frankrijk terugkeert en dat die goederen zullen blijven beheerd en geadministreerd door de officieren daartoe aangesteld, of nog aangesteld wordende.
Oktober 1607.
Decreet van het Hof van Holland, waarbij de goederen toebehoord hebbende aan Lamoraal, graaf van Egmond, ter instantie van zijne crediteuren zijn verkocht. De heerlijkheid Warmenhuizen met het baljuwschap, het schout-, secretaris-, en bodeambt, de bieraccijns, de turfmaat te Schoorldam, de visscherij van de Noorderbrugge en Santsloot, Swanendrift, enz., werd gekocht door Gonselo Gijbels en Frederik van der Elburch voor 10050 Car. guldens. Blijkens marginale aanteekening werd door de koopers deze koop "overgezet" aan Jhr. Willem Bardesius.
12 december 1609.
Beleend Joachim van Mierop, zoo van hemzelven als zijne broeders en zusters de heerlijkheid van Warmenhuysen, strekkende mitte Noordoosthoorne aan Herenkarspel, bij decreet van den Hove van Holland en bij opdracht van denzelve ten behoeve van Willem Bardesius.
17 april 1620.
Beleend Willem Bardesius, bij dode ende maeckinge van Willem voorsz., zijn vader.
9 december 1631.
Beleend Jhr. Arent van Bardens, na dode van Willem Bardens zijn broeder.
19 oktober 1643.
Beleend Constantijn Sohier, bij opdrachte gedaan in den name ende door gemachtigden van Jhr. Arent van Bardens.
13 juni 1671.
Beleend Nicolaas Sohier, bij dode ende overlijden van den voornoemden Constantijn Sohier, zijn vader.
15 maart 1691.
Beleend Antonia Constantia Sohier de Vermandois, minderjarig, bij dode van Nicolaes Sohier de Vermandois, haren vader.
19 april 1736.
Beleend Antonia Susanna de la Porte, wonende alhier in den Hage, bij dode ende makinge van Jonkvrouw Adriana Constantia Sohier de Vermandois.
9 februari 1747.
Beleend Christiaan Constantijn Rumpf en Anna Catharina de la Porte, zijne vrouw, bij dode ende makinge van Antonia Susanna de la Porte, in haar leven huisvrouw van Hendrik van Hoorn, ordinaris Gedeputeerde wegens de provintie van Zeeland ter vergadering van gemelde heeren Staten-Generaal.
16 december 1761.
Beleend Anna Catharina Rumpf, echtgenoote van Jacob Adriaen du Tour, bij dode en overlijden van haar moeder Anna Catharina de la Porte in leven weduwe van Christiaan Constantijn Rumpf.
1 mei 1797.
Beleend Hans Willem van Aylva bij doode van Anna Catharina Rumpf, zijne moeder.
Kenmerken
Datering:
1648-1780
Periode documenten:
1648-1780
Omvang:
0,60
Openbaarheid:
openbaar
Vestiging voor raadplegen:
Haarlem, Kleine Houtweg
Gebruiksinformatie:
Inventaris in band 134 inv. nrs. 1-14.
Categorie:
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS