Uw zoekacties: C.B. van Engelen van Strijen, 1795 - 1805
x352 C.B. van Engelen van Strijen, 1795 - 1805 ( Brabants Historisch Informatie Centrum (BHIC) )
Uitleg bij archieftoegang

Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief.

Een archieftoegang bestaat over het algemeen uit de navolgende onderdelen:

• Kenmerken van het archief
• Inleiding op het archief
• Inventaris of plaatsingslijst
• Eventueel bijlagen

De kenmerken van het archief zijn o.m. de omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid en andere.

De inleiding op het archief bevat interessante informatie over de geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer en kan ook aanwijzingen voor het gebruik bevatten.

De inventaris of plaatsingslijst is een hiërarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken. De beschrijvingen zijn formeel en globaal. Het lezen en begrijpen van een inventaris behoeft enige oefening en ervaring.

Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiërarchie gevolgd. De rubrieken in de inventaris maken deel uit van de beschrijving op een lager niveau. Komt de zoekterm in een hoger niveau voor, dan voldoen onderliggende niveaus ook aan de zoekvraag.

352 C.B. van Engelen van Strijen, 1795 - 1805 ( Brabants Historisch Informatie Centrum (BHIC) )
Zoek in deze inventaris
>
Zoektermen
 
 
Inleiding
Onder de stukken, die het Rijksarchief in 1960 (staat van aanwinsten 1961) van het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in bruikleen heeft verkregen, behoorden een aantal delen met afschriften van archivalia uit de Raad van Brabant, vervaardigd door mr. Carel Benjamin van Engelen van Strijen in de tijd, dat hij raad in het Hof van Justitie en de opvolgende gerechtshoven was geweest. Het waren de catalogusnummers 155-166 en 170-171 uit de Nieuwe Catalogus der Oorkonden en Handschriften van het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant, 1900, vervaardigd door jhr. mr. A.F.O. van Sasse van Ysselt.

Deze delen waren blijkens een aantekening van H. Palier in het eerste deel van catalogusnummer 158 (thans Inv.nr. 4) door mevrouw M.F. Brest van Kempen - van Engelen van Strijen, dochter van mr. C.B. van Engelen van Strijen, in november 1833 bij haar vertrek naar "de Oost-Indiën" tot "aandenkens-geschenk" gegeven, zeer waarschijnlijk aan H. Palier zelf, uit wiens bezit ze dan naderhand aan het Genootschap zullen zijn gekomen.
Mr. Carel Benjamin van Engelen van Strijen werd op 6 december 1752 in de Ned. Herv. Kerk te Bergen op Zoom gedoopt *  als zoon van mr. Frederik Nicolaus en Maria Elisabeth Tung en overleed te Goes 28 mei 1818; *  hij huwde 23 augustus 1786 *  te Bergen op Zoom Catharina van der Kreek, ged. aldaar Ned. Herv. op 13 januari 1761, overleden aldaar 21 september 1831, dochter van Cornelis en Maria Francina de Waal.
Hij was van 1789 - 1793 notaris te Bergen op Zoom, van 1793 -1795 luitenant-drossaard en schout aldaar en stadhouder van de lenen van het Markiezaat; zijn patriottische gezindheid bracht hem in februari 1795 in de municipaliteit; ook was hij tot augustus van dat jaar daar drossaard; hij was voorts afgevaardigde ter vergadering van de gecommitteerden van steden en landen van Bataafs Brabant in juni 1795. In augustus werd hij lid van het Hof van Justitie van Bataafs Brabant te 's-Hertogenbosch en in 1798 eerste presiderende raad in dat college. Bij de oprichting van het Departementaal Gerechtshof in het departement van de Dommel te 's-Hertogenbosch in 1799 werd hij wederom tot lid benoemd en hij ging mee naar Breda, toen dit hof onder de naam van Departementaal Gerechtshof van Brabant daar in 1802 werd gevestigd; *  hierbij bleef hij tot enige dagen vóór de opheffing op 10 juni 1811, omdat hij op 8 juni 1811 geïnstalleerd zou worden als president van het tribunal de première instance te Goes, *  later rechtbank van eerste aanleg, wat hij bleef tot zijn dood op 28 mei 1818. * 
Gedurende de jaren van zijn functies bij het Hof van Justitie en opvolgende colleges heeft hij zich beijverd talrijke afschriften te maken van en uit de registers van de Raad van Brabant. Voor meer dan de helft heeft hij deze afschriften gedateerd, zij vallen tussen de jaren 1805 en 1809. Omdat hij daarna, toen de opheffing van dit college en de invoering van nieuwe wetboeken reeds spoedig dreigde, wel niet veel meer zal hebben afgeschreven, is hier aangenomen, dat hij de meeste andere delen waarschijnlijk in de periode 1795 - 1805 heeft bewerkt; daarom is als gemiddelde datum voor alle andere delen ca. 1800 gesteld. Behalve van de beide formulierboeken en uiteraard van de "judiciële praktijk", waarvan geen voorbeelden in het archief van de Raad van Brabant aanwezig zijn, heeft hij steeds de originele registers gebruikt.

Hieruit heeft hij eensdeels uittreksels gemaakt, zoals uit de oudere dagelijkse notulen en uit de verschillende rollen en sententieregisters en soms ook, zoals in Inv.nr. 1, uit diverse series over één bepaald onderwerp. Anderdeels heeft hij de registers volledig afgeschreven, zoals de registers van resoluties met de indices, de latere dagelijkse notulen en de registers van adviezen en missives. Aan deze laatste activiteit danken wij thans de kennis van de inhoud van het verloren gegane register van de apart gehouden notulen van de Raad gedurende de berechting van de patriotten over de jaren 1788 - 1790 en nog eens in 1793, waarbij een aantal leden zich op bevel van hogerhand hadden moeten terugtrekken. Het origineel was derhalve in 1807, toen Van Engelen van Strijen dit overschreef, nog in het archief aanwezig.
Voor het afschrijven van de registers van resoluties heeft hij eerst als voorbeeld genomen het in het archief van de Raad van Brabant onder Inv.nrs. 143-154 berustende zogenaamde afschrift van het register van resoluties, dat echter minder bevat dan het daar onder Inv.nrs. 135-140 genoemde register van resoluties; daarom heeft hij zijn eigen kopie met deze laatste serie vergeleken en althans aan de delen 1, 2, 5 en 6 (hier Inv.nrs. 4, 5, 8 en 9) de niet -opgenomen resoluties als "omissa" achteraan toegevoegd. Deze werkwijze was na 4 augustus 1766 niet meer mogelijk, omdat de meest uitgebreide serie dan midden in een akte afbreekt en de andere, het zogenaamde afschrift, wel doorloopt tot 1795, maar in verhouding zeer weinig akten meer bevat, veel minder in ieder geval dan het afschrift van Van Engelen van Strijen thans heeft. Hij moet dus de beschikking over een ander register hebben gehad, waarin o.a. de volledige tekst van de in beide bovengenoemde series abrupt afgebroken tekst van 4 augustus 1766 moet hebben gestaan en bovendien over twee verschillende series, omdat hij over de jaren 1766 tot 1773 eveneens aanvullende "omissa" geeft. Een van deze series zal waarschijnlijk ook nog gebruikt zijn voor een tweede groep "omissa", die bij de jaren 1765 en 1766 voorkomen. Na 1773 heeft hij de serie dagelijkse notulen als voorbeeld gebruikt, waarbij hij de in margine staande trefwoorden in de tekst heeft verwerkt en slechts de notities "presentibus" en "commissarissen ter rolle" heeft weggelaten. Zo hij deze notulen soms als tweede voorbeeld voor 1766 - 1773 heeft gebruikt, dan moet hij wel een rigoreuze schifting hebben gemaakt, want er blijkt daaruit nog zeer veel weggelaten te zijn. * 
Uit het voorgaande blijkt wel, dat de in de inventaris van het archief van de Raad van Brabant aangenomen verhouding tussen de twee series resoluties, n.l. dat Inv.nrs. 143-154 een afschrift van Inv.nrs. 135 - 140 zou zijn, niet helemaal juist kan zijn, aangezien het afschrift niet alleen over het algemeen minder bevat dan Inv.nrs. 135 - 140, doch voor de eerste helft van 1766 zelfs akten heeft, die in het "origineel" niet voorkomen. Bovendien lijkt het mij toe, dat deze "originele" serie (R. v. Br. Inv.nrs. 135-140) althans na 1721 niet een dagelijks bijgehouden resolutieboek is, doch in later tijd achter elkaar is volgeschreven. Dit is uit de aard der zaak het geval met Deel IV (R. v. Br. Inv.nr. 143, Van E. v. Str. Inv.nr. 7), dat de bij elkaar geplaatste afschriften bevat van resoluties, vermeerderd met die van de correspondentie en andere stukken, over twee zeer belangrijke kwesties in 1721 en 1722, n.l. die van de oprichting door de Raad van State van een kantoor van de grote zwijgende landtol te Grave en die betreffende het gedrag van de drossaard van stad en baronie van Breda; het volgende deel bevat weer zuiver chronologisch de andere resoluties uit die periode en gaat daarmee voort.

Dezelfde kwesties zijn eveneens in de serie registers van adviezen van de Raad van Brabant afzonderlijk genomen, en wel in Inv.nr. 193, dat bij de inventarisatie uit de serie van Inv.nrs. 319 - 324 is gelicht en afzonderlijk is geplaatst. Dit is mijns inziens ten onrechte geschied, omdat dit deel na de bijeengeplaatste stukken over die twee belangrijke zaken op blz. 165 weer met het jaar 1722 begint en daarmee doorgaat waar Inv. nr. 319 was gebleven. Bovendien bevat het van blz. 258 tot 292 tussen brieven van 23 augustus en 1 oktober 1733 in, een aantal stukken van 1698 tot 1712 met verwijzingen naar plaatsen in het "1ste deel", die men dan ook in Inv.nr. 319 terugvindt met omgekeerd verwijzingen naar het "2de deel".
Bij het opmaken van deze registers, die dus althans ten dele niet eigentijds kunnen zijn, heeft men Inv.nr. 193 wel degelijk aangemerkt als een voortzetting van Inv.nr. 319. De verwijdering uit de serie is waarschijnlijk het gevolg geweest van het feit, dat de overgrote meerderheid van de ingeschreven stukken bestaat uit antwoorden op door de Staten-Generaal om advies en bericht toegezonden stukken, doch er komen ook andere missives aan dat college in voor en, ofschoon in geringe mate, eveneens stukken aan andere instanties, zodat deze beter registers van uitgaande brieven aan diverse instanties genoemd zou kunnen worden. Dit karakter viel in het "2de deel" veel meer direct in het oog, wat de verplaatsing zal hebben bevorderd.

De stukken uit deze collectie zijn geplaatst in de volgorde, die de voorbeelden in het archief van de Raad van Brabant innemen.
Enige nummers uit de Handschriftenverzameling van het Provinciaal Genootschap (cat. nrs. 563 en 571), die van de vader van mr. C.B. van Engelen van Strijen, mr. Frederik Nicolaus van Engelen van Strijen, afkomstig waren, zijn aan het gemeentearchief van Bergen op Zoom in bruikleen gegeven, omdat zich daar diens collectie nagelaten papieren bevindt.

Elis.H. Korvezee, 1975
Aanwijzingen voor de gebruiker
Inventaris
Kenmerken
Vindplaats origineel:
Locatie Den Bosch
Categorie:
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS