Uw zoekacties: Heerlijkheid Asten, 1337 - 1955
x274 Heerlijkheid Asten, 1337 - 1955 ( Brabants Historisch Informatie Centrum (BHIC) )
Uitleg bij archieftoegang

Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief.

Een archieftoegang bestaat over het algemeen uit de navolgende onderdelen:

• Kenmerken van het archief
• Inleiding op het archief
• Inventaris of plaatsingslijst
• Eventueel bijlagen

De kenmerken van het archief zijn o.m. de omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid en andere.

De inleiding op het archief bevat interessante informatie over de geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer en kan ook aanwijzingen voor het gebruik bevatten.

De inventaris of plaatsingslijst is een hiërarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken. De beschrijvingen zijn formeel en globaal. Het lezen en begrijpen van een inventaris behoeft enige oefening en ervaring.

Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiërarchie gevolgd. De rubrieken in de inventaris maken deel uit van de beschrijving op een lager niveau. Komt de zoekterm in een hoger niveau voor, dan voldoen onderliggende niveaus ook aan de zoekvraag.

274 Heerlijkheid Asten, 1337 - 1955 ( Brabants Historisch Informatie Centrum (BHIC) )
Zoek in deze inventaris
>
Zoektermen
 
 
Inleiding
De voormalige heerlijkheid Asten, waartoe ook het kerkdorp Ommel behoorde, is gelegen in het zuid-oosten van de provincie Noord-Brabant aan de westrand van de Peel. Even ten westen van Asten stroomt de Aa, waaraan de gemeente waarschijnlijk zijn naam dankt. Asten zou dan betekenen stenen huis aan of bij de Aa.

Dit stenen huis of kasteel van Asten, dat nu een ruïne is, heeft lange tijd tot woonverblijf gediend van de heren en vrouwen van Asten. In 1432 wordt er voor het eerst melding van gemaakt. * 
Na 1836, toen het niet meer werd bewoond, raakte het in een bouwvallige toestand. In de dertiger jaren van deze eeuw vond een algehele restauratie plaats. Het herstelde kasteel heeft niet lang in volle glorie mogen prijken; bij de oorlogshandelingen in het najaar van 1944 werd het vrijwel geheel verwoest. * 
Blijkens de archieven van de abdij van Postel behoorde de heerlijkheid in het begin van de 13e eeuw aan de heren van Kuijk. Albertus, heer van Kuijk, stond in 1221 zijn helft van het collatierecht van de kerk van Asten aan de abdij van Floreffe bij Namen af ten behoeve van de broeders en zusters van Postel. * 
In het midden van de 13e eeuw werd de heerlijkheid door het huwelijk van Beatrix van Kuijk in het geslacht van Stakenborch gebracht. * 
Toch bezaten ook de heren van Kuijk nog in 1358 rechten te Asten, hetgeen blijkt uit een charter, aanwezig in het archief van de Nassause Domeinraad, waarbij Johannes, heer van Kuijk een erfrente uit de villa Asten aan zijn zwager schenkt. * 
Een kleinzoon van Beatrix van Kuijk, Hendrik van Stakenborch werd monnik in de abdij van Floreffe en verkocht de heerlijkheid Asten aan Johanna, hertogin van Brabant. Deze en haar echtgenoot Wenceslas van Bohemen gaven op 4 september 1362 de heerlijkheid in leen aan Pieter Coutereel, schout in Leuven. * 
In de loop der eeuwen ging de heerlijkheid vele malen in andere handen over, hetzij door vererving, hetzij door koop. De heren van Asten bezaten vele rechten, zoals blijkt uit de akte van overdracht van de heerlijkheid van 10 juli 1754. *  Daarin worden genoemd hoge, middelbare en lage jurisdictie, recht van de jacht, visserij en houtschat, lenen, gruit, wind- en watermolen, tienden, cijnsboek, aanstelling van drost, secretaris, schepenen, burgemeester, kerk- en armmeesters, vorster en ondervorster, laatbank en griffier hiervan over het Dominiaal. Kort daarna werd de heerlijkheid gesplitst, waarbij aan Jacobus Losecaat, drossaard en secretaris van Asten de secretarie van Asten, enige landerijen en het Roomse kerkhuis werden toebedeeld, het overige gedeelte (5/6) ging naar Jan van Nievervaart en Cornelis van Hombroek te Dordrecht. * 
Bij de Staatsregeling van 1798 verviel het leenstelsel en werden de daaruit voorkomende rechten afgeschaft. Enkele rechten, zoals het recht van de jacht en de visserij, die men ten onrechte vervallen had verklaard als rechten uit het leenstelsel afkomstig, werden bij Souverein Besluit van 26 maart 1814 hersteld. *  Ook het recht van tiendheffing is na 1795 behouden gebleven. Pas bij de Tiendwet van 1907 zijn alle tienden met ingang van 1 januari 1909 opgeheven verklaard. Over deze rechten treft men dan ook in het heerlijkheidsarchief nog archivalia uit de 19e en 20e eeuw aan.

Het archief is op 11 februari 1957 door C.F.M. Baron van Hövell tot Westerflier, eigenaar van de heerlijkheid aan de Rijksarchivaris van Noord- Brabant in bewaring gegeven voor een periode van tien jaar met stilzwijgende verlenging. Reeds eerder, in het jaar 1948 en daarvoor, was een deel van het archief verkregen van de toenmalige eigenaar, Mr. C.E.A. Baron van Hövell tot Westerflier. Blijkens het proces-verbaal van de overdracht in 1957 bestond het archief toen uit 139 charters, 6 delen en 12 portefeuilles met losse stukken. Daarnaast waren op het Rijksarchief van Noord-Brabant enige archivalia aanwezig betreffende het Leen- en Laathof van Asten, in 1906 geschonken door Mr. D. van Houweninge te Alkmaar. Deze bescheiden zijn aan het heerlijkheidsarchief toegevoegd. * 
Bij de inventarisatie bleek het aantal charters niet overeen te stemmen met het in het proces-verbaal genoemde aantal; ook tussen de losse stukken werden er nog enkele aangetroffen. Een vroegere orde werd in het archief niet teruggevonden. Alle charters en een deel van de losse stukken zijn summier beschreven in een 19e eeuwse lijst van de papieren van de heerlijkheid Asten en Ommelen. *  De met fijn penneschrift op de stukken voorkomende nummers corresponderen met die op deze lijst. Het archief bevet, naast datgene, wat op de heerlijkheid zelf betrekking heeft, ook archivalia, die behoren tot archieven van families, die de heerlijkheid in bezit hadden. Dit gegeven leidde als vanzelf naar een indeling in twee hoofdafdelingen, namelijk het heerlijkheidsarchief en het archief van genoemde families. Getracht is de scheiding tussen beide afdelingen zo goed mogelijk door te voeren, al was dit vaak niet eenvoudig en zal zij op bepaalde punten aanvechtbaar blijven. Zo was het ondoenlijk de te Asten gelegen goederen te splitsen in goederen behorende tot de heerlijkheid, dan wel tot het familiebezit. Daarom is gekozen voor onderbrenging in het heerlijkheidsarchief, mede om de gebruiker het raadplegen te vergemakkelijken.
De onderverdeling van de beide hoofdafdelingen is geheel verschillend. In de eerste afdeling is getracht door indeling in een aantal rubrieken de onderwerpen, waarover zich archivalia hebben gevormd, naar voren te laten komen, terwijl in de tweede afdeling, na een indeling in stukken van persoonlijke en zakelijke aard, het accent meer op de namen is gelegd, zowel van de families van de heren en vrouwen van Asten als van de plaatsen, waar hun goederen waren gelegen.
Hoewel betreffende de heerlijkheid een aantal zeer oude stukken bewaard is gebleven, is het toch verre van volledig. Met name voor wat betreft de 16e eeuw gedurende de periode, dat leden van de geslachten Bacx en Van Brederode heren van Asten waren, zijn weinig stukken voorhanden. Ook de akten van leenverhef ontbreken voor wat betreft deze eeuw. Verder vertonen de rentmeestersrekeningen hiaten of zijn in het geheel niet aanwezig. Opmerkelijk is, dat zich in het archief van de abdij van Pastel nog enkele akten van verhuur van goederen van de heerlijkheid bevinden.

Het te inventariseren archief bevatte tenslotte nog een aantal archivalia, die betrekking hebben op de heerlijkheden Deurne, Liessel en Vlierden. Deze zijn waarschijnlijk in het heerlijkheidsarchief van Asten terechtgekomen via Everard van Doerne, die heer was van Deurne en Asten, terwijl oudere leden van het geslacht van Doerne tevens heer waren van Vlierden. Van een groot aantal akten en andere stukken kon het verband met het heerlijkheidsarchief van Asten niet worden achterhaald. Beide laatste archiefonderdelen zijn in twee aparte afdelingen opgenomen.
Tijdens het inventariseren raadpleegde ik "De geschiedenis van de heeren, de heerlijkheid en de dorpen van Asten en Ommel", een uit acht delen bestaand handschrift, samengesteld door Mr. C.E.A. Baron van Hövell tot Westerflier, dat de periode 1200 - 1808 omvat. Dit handschrift geeft de letterlijke teksten weer van een groot aantal brieven en akten, betrekking hebbend op de heerlijkheid. Deze teksten zijn onderling verbonden door mededelingen, verklaringen en uitweidingen van de schrijver. Wegens het ontbreken van een tafel of index is het handschrift echter moeilijk toegankelijk. Het bevindt zich momenteel in de archiefbewaarplaats van het streekarchivariaat Peelland.

V.A.M. de Kort, 1978
Aanwijzingen voor de gebruiker
Bijlagen
Inventaris
Heerlijkheid Asten, 1337 - 1955
Familie Van Merode, 1457 - 1634
Familie Van Doerne, 1579 - 1939
Familie Van Boecop, 1538 - 1955
Familie Valkenier, 1735 - 1947
Familie Vos, 1829 - 1831
Familie Duppe, 1921
Familie Guljé, 1800 - 1861
Kenmerken
Vindplaats origineel:
Locatie Den Bosch
Categorie:
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS