Uw zoekacties: Maurenbrecher (ML-KNIL)
x565 Maurenbrecher (ML-KNIL) ( NIMH / Nederlands Instituut voor Militaire Historie )
Uitleg bij archieftoegang

Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief.

Een archieftoegang bestaat over het algemeen uit de navolgende onderdelen:

• Kenmerken van het archief
• Inleiding op het archief
• Inventaris of plaatsingslijst
• Eventueel bijlagen

De kenmerken van het archief zijn o.m. de omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid en andere.

De inleiding op het archief bevat interessante informatie over de geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer en kan ook aanwijzingen voor het gebruik bevatten.

De inventaris of plaatsingslijst is een hiërarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken. De beschrijvingen zijn formeel en globaal. Het lezen en begrijpen van een inventaris behoeft enige oefening en ervaring.

Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiërarchie gevolgd. De rubrieken in de inventaris maken deel uit van de beschrijving op een lager niveau. Komt de zoekterm in een hoger niveau voor, dan voldoen onderliggende niveaus ook aan de zoekvraag.

565 Maurenbrecher (ML-KNIL) ( NIMH / Nederlands Instituut voor Militaire Historie )
Zoek in deze inventaris
>
Zoektermen
 
 
Aanvraag- en citeerinstructie
De collectie dient in de studiezaal van het NIMH als volgt te worden aangevraagd:
Collectie: Maurenbrecher (ML-KNIL)
Toegangsnummer: 565
Bij het citeren van stukken in publicaties dient men de vindplaats ten minste eenmaal volledig en zonder afkorting te vermelden, vervolgens kan volstaan worden met een verkorte titel.
Volledig: Nederlands Instituut voor Militaire Historie, Den Haag, Maurenbrecher (ML-KNIL), Toegang 565, inventarisnummer. ..
Verkort: NIMH, Maurenbrecher (ML-KNIL), 565, inv.nr. ..
Inleiding
Inleiding
Hans Anton Maurenbrecher (Magelang, Java, 3 oktober 1910 – Great Barrier Reef, Australie juni 1966 (vermist)) studeerde in 1932 af aan de Koninklijke Militaire Academie in Breda als tweede luitenant der artillerie bij het KNIL. In Indië haalde hij zijn vliegbrevet en vloog hij in de jaren ’30 als testpiloot op de Brewster F2A. In Indië was de Militaire Luchtvaart een onderdeel van het KNIL, de Luchtvaart Afdeling KNIL (LA-KNIL). In 1939 werd de LA-KNIL omgevormd tot een zelfstandig wapen - de Militaire Luchtvaart van het KNIL (ML-KNIL).

Het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Europa leidde er toe dat er een gecentraliseerd aankoopbeleid van de krijgsmachtdelen, zowel in Nederland als in Nederlands-Indië, noodzakelijk werd. Hiertoe werd in oktober 1940 de Netherlands Purchasing Commission (NPC) in New York opgericht, een samenvoeging van vier al eerder bestaande inkooporganisaties. Kapitein Maurenbrecher vertegenwoordigde Nederland, specifiek voor de ML-KNIL. Als testpiloot was hij betrokken bij de aanschaf van vliegtuigen.



De Tweede Wereldoorlog in de Oost

Met de Nederlandse oorlogsverklaring aan Japan op 8 december 1941 brak ook in Nederlands-Indië de Tweede Wereldoorlog uit. In de daarop volgende strijd werd in bondgenootschappelijke samenwerking door de ML-KNIL, de Koninklijke Marine (KM) en haar luchtmacht componenten, de Royal Air Force (RAF), Royal Australian Air Force (RAAF) en United States Army Air Force (USAAF) geprobeerd de Japanse opmars in de Pacific te stoppen. De geallieerde luchtstrijdkrachten hadden onder het gezamenlijke American-British-Dutch-Australian (ABDA)-commando de taak om de landingspogingen van de Japanse luchtmacht en invasievloot af te slaan. De materialen die aangekocht waren door de NPC in New York en al op transport stonden naar Java konden na de capitulatie van Nederlands-Indië in 1942 niet meer gestopt worden maar wel naar nieuwe posities gestuurd worden. Veel materiaal dat bestemd was voor de ML-KNIL kwam in Australië en Brits-Indië terecht.

Ondanks de geallieerde luchtoperaties boven Borneo, Ambon, Malakka, Singapore, Sumatra en Java landde de Japanse troepen op zowel Oost-, Midden- als West-Java in maart 1942. Een deel van het ML-KNIL personeel belandde na de capitulatie van Nederlands-Indië in Japans krijgsgevangenschap. Een ander deel wist echter tijdig naar Australië uit te wijken. Het ML-KNIL personeel in Australië viel onder het geallieerde opperbevel van de Amerikaanse generaal D. MacArthur , in het zogenaamde South West Pacific Area (SWPA)-gebied. In Australië waren vanaf 1942 tot aan de Japanse capitulatie in augustus 1945 in totaal vier Nederlandse Squadrons van het ML-KNIL actief.
Allereerst werd op 4 april 1942 het 18e Netherlands East Indies (NEI)-Squadron opgericht. Dit Squadron was uitgerust met B-25 Mitchell-bommenwerpers. Voor de opleiding van Nederlandse
vliegers van de ML-KNIL en de Marine Luchtvaart Dienst (MLD) kwam daarnaast in 1942 de Royal Netherlands Military Flying School (RNFMS) te Jackson, Mississippi in de Verenigde Staten (VS). Vanuit de VS vertrokken de eerste negentien jachtvliegers naar Australië, onder leiding van majoor Maurenbrecher. Zij waren de eerste bezetting van het eind 1943 opgerichte 120e NEI-Squadron. Dit squadron bestond uit Curtiss P-40N Kitty Hawk jachtvliegtuigen. Maurenbrecher kreeg het bevel over het squadron. Verder waren ook het 19e NEI Transport Squadron en het NEI Personnel & Equipment Pool (NEI-PEP) van het ML-KNIL operationeel in Australië.

Met het terugdringen van de Japanse strijdkrachten kon ook de geallieerde strategie gewijzigd worden. De ML-KNIL squadrons zouden niet langer vanuit Australië opereren maar zich vestigen in heroverd gebieden van het bezette Nederlands-Indië. Het gebied rond Merauke (Nederlands Nieuw-Guinea) was nooit bezet door Japan en werd een goede locatie geacht voor het 120e squadron. In april van 1944 vertrok het eerste personeel van het squadron naar Merauke, om daar het nr. 86 Squadron RAAF te vervangen. Op 15 juli 1944 nam Maurenbrecher het territoriale commando over van de Australische bevelhebber. Na maanden van afwachten op Merauke nam Maurenbrecher het initiatief om tot daadwerkelijke operationele inzet te komen. Dit werd mogelijk door een detachering van personeel op Noemfoer, waar RAAF operaties aan de gang waren.
Het squadron werd vanaf februari 1945 op de status non-operationeel gesteld in voorbereiding op een verhuizing. Hoewel deze verplaatsing in eerste instantie naar New Britain zou zijn werd de bestemming bijgesteld naar Biak. Dit kwam door het Nederlands protest bij generaal MacArthur, waarna hij instemde om de NEI-squadrons te laten opereren vanaf eigen grondgebied. Op 10 juni was de verhuisoperatie voltooid en was het 120e squadron weer operationeel inzetbaar onder leiding van Maurenbrecher. Op Biak was het squadron meteen betrokken in operaties tegen de Japanners.

De capitulatie

Op 15 augustus 1945 capituleerde Japan en kwam er een einde aan de vijandelijkheden . Dit betekende ook het einde van de activiteiten van het 120 Squadron NEI. Het squadron bleef in Biak in afwachting van toestemming van de geallieerde opperbevelhebber om naar Java te vertrekken.

Na de capitulatie viel Nederlands-Indië onder het Britse South East Asia Command (SEAC). Nederlandse grondtroepen werden door Groot-Brittannië in eerste instantie niet toegelaten in Nederlands-Indië. De ML-KNIL kwam daarentegen wel in actie voor operaties in Recovery of Allied Prisoners of War and Internees (RAPWI)-verband in de Indische archipel. Tijdens deze RAPWI-vluchten probeerde de ML-KNIL de acute nood te ledigen van de ongeveer achtduizend krijgsgevangenen en geïnterneerde burgers in Nederlands-Indië door middel van evacuaties en het afwerpen van voedsel en medicijnen.
Vanaf april 1946 werd het 120e Squadron gestationeerd te Soerabaja in Oost-Java. In mei van dat jaar werd het 121e Squadron opgericht dat werd uitgerust met P-51 Mustang- jachtvliegtuigen. Maurenbrecher was ook commandant van dit squadron. Hierna volgde geleidelijk de oprichting van meerdere squadrons-waaronder het 17e Verkennings en Artillerie- Waarnemings Afdeling (VARWA)-Squadron met Piper Cub L-4J verkenningsvliegtuigen, het 16e Squadron met B-25 Mitchell-bommenwerpers, het 122e Squadron met P-51 Mustang- jachtvliegtuigen en het 20e Squadron met tot transportvliegtuigen omgebouwde B-25 Mitchell-bommenwerpers. Tot slot werden gedurende de dekolonisatieperiode de 6e Artillerie Verkennings Afdeling (ARVA Squadron), het 322e Spitfire Squadron en vier compagnieën van het Commando Luchtvaarttroepen vanuit Nederland bij de ML-KNIL gedetacheerd.

De operationele bevelvoering van de ML-KNIL in de archipel was gezien de omvang van het gebied en de ontstane militaire situatie niet meer aan te sturen vanuit één commandopost. Een verdeling van de operatiegebieden was noodzakelijk en in de tweede helft van 1946 werden er dan ook drie regionale commando’s ingesteld. Het Regionaaal Luchtvaartcommando Sumatra (LUCOSU) in Medan kwam onder bevel van majoor Maurenbrecher. De regionale commando’s waren de schakels tussen de troepencommandanten en de luchtstrijdkrachten die ter ondersteuning ter beschikking van de grondtroepen waren gesteld. Ook fungeerden de Regionale Commando’s als de intermediair tussen het onderdeel en het hoofdkwartier. Maurenbrecher bleef in deze functie tot zijn overplaatsing naar het Hoofdkwartier van de Militaire Luchtvaart (HKML) in Batavia in 1949.
Na de soevereiniteitsoverdracht van Nederlands-Indië in december 1949 werd de ML-KNIL in juli 1950 opgeheven en ging het materieel over naar de luchtmacht van de Tentara Nasional Indonesia (TNI), de Ankatan Udara Republik Indonesia Serikat (AURIS). Een deel van het Indonesische ML-KNIL personeel ging eveneens over naar de AURIS. Het overige personeel van het ML-KNIL repatrieerde naar Nederland, ging in dienst bij de Koninklijke Luchtmacht (KLu) of demobiliseerde en emigreerde naar andere landen.

In de Ronde Tafel Conferentie (RTC) besloten de deelnemende landen tot het oprichten van een Nederlandse Militaire Missie (NMM) om de Indonesische strijdkrachten te assisteren bij het opleiden van personeel . Majoor Maurenbrecher werd hoofd van deze organisatie, tot de opheffing in 1953.

Maurenbrecher keerde terug naar Nederland om bij de Koninklijke Luchtmacht te werken. Van januari 1954 tot februari 1955 werkte hij als Chef Staf van het Commando Luchtverdediging van Nederland. Hierna volgde onder meer de post van directeur Materieel Luchtmacht. In deze functie was hij verantwoordelijk voor de aanschaf van de Starfighter straaljagers. Op 1 juni 1963 ging hij met pensioen.

Na beëindiging van zijn militaire loopbaan ging Maurenbrecher een nieuw avontuur aan: met zijn zeiljacht Take Bora de wereld rondzeilen. In 1964 vertrok hij uit Nederland richting Australië. In 1966 raakte hij vermist toen hij vanuit Australië verder zeilde langs de Great Barrrier Reef op weg naar Madagaskar en Zuid-Afrika.
Collectie
De collectie Maurenbrecher bevat documenten die door Hans Anton Maurenbrecher (1910 - 1966 - vermist) in zijn functies in Nederlands-Indië gebruikt zijn. De stukken omvatten de periode 1941 tot 1960. De collectie is volledig openbaar.
Inventaris
Organisatie AURI
Scholing personeel AURI
Overig
Foto's
Kenmerken
Categorie:
  • Zonder categorie
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS