Uw zoekacties: Gemeentebestuur, Oudheusden, Elshout en Hulten, 1845-1935
x0325 Gemeentebestuur, Oudheusden, Elshout en Hulten, 1845-1935 ( Streekarchief Langstraat Heusden Altena )
Uitleg bij archieftoegang

Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief.

Een archieftoegang bestaat over het algemeen uit de navolgende onderdelen:

• Kenmerken van het archief
• Inleiding op het archief
• Inventaris of plaatsingslijst
• Eventueel bijlagen

De kenmerken van het archief zijn o.m. de omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid en andere.

De inleiding op het archief bevat interessante informatie over de geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer en kan ook aanwijzingen voor het gebruik bevatten.

De inventaris of plaatsingslijst is een hiërarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken. De beschrijvingen zijn formeel en globaal. Het lezen en begrijpen van een inventaris behoeft enige oefening en ervaring.

Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiërarchie gevolgd. De rubrieken in de inventaris maken deel uit van de beschrijving op een lager niveau. Komt de zoekterm in een hoger niveau voor, dan voldoen onderliggende niveaus ook aan de zoekvraag.

0325 Gemeentebestuur, Oudheusden, Elshout en Hulten, 1845-1935 ( Streekarchief Langstraat Heusden Altena )
Zoek in deze inventaris
>
Zoektermen
 
 
Beschrijving van het archief
Inleiding
In de inleiding op deze archiefinventaris wil ik niet al te uitgebreid ingaan op de geschiedenis van Oudheusden en Elshout. Anderen hebben dit reeds vóór mij gedaan en/of zullen dit zeker nog doen met gebruikmaking van de door middel van deze inventaris toegankelijk gemaakte archiefbescheiden. Ik heb mij daarom beperkt tot het opsommen van enkele historische feiten en tot een korte beschrijving van de ontwikkeling van het gemeentebestuur in de 19e eeuw en van de lotgevallen van het archief, alsmede van de wijze waarop het archief is geordend.
1. Het dorp
Oudheusden en Elshout was een gemeente in het Land van Heusden. Aan de noordzijde grensde zij aan de gemeenten Heusden, Drongelen c.a. en Heesbeen c.a. Gelegen in het Land van Heusden en Altena, ressorteerde het tot 1795 onder het gewest Holland. In de Franse tijd hoorde het soms tot Holland, dan weer tot Brabant. In 1815 werd het Land van Heusden en Altena definitief bij de provincie Brabant ingedeeld.
Op 27 mei 1821 werden de grenzen van de gemeente vastgesteld. Bij Koninklijk Besluit van 13 maart 1821 werd Hulten, dat tot dan toe nog bij de gemeente hoorde, van Oudheusden en Elshout gescheiden en bij Drunen gevoegd.
Het aantal inwoners bedroeg:
In 1815: 572
1822: 658
1830: 769
1840: 793
1857: 830
1875: 884
1900: 882
1925: 1024
In 1900 waren er drie broodbakkers werkzaam, één smid, één kleermaker, één molenaar, twee klompenmakers, één rietdekker, één schoenmaker en één timmerman.
In 1865 had de gemeente de beschikking over een eigen raadhuis, dat in 1900 verbouwd werd.
De onderhoudstoestand van de Elshoutsestraat liet zozeer te wensen over dat de gemeenteraad in 1865 besloot deze van een klinkerbestrating te voorzien. De werkzaamheden werden uitgevoerd door J. Veltmans te Drunen voor een bedrag van fl. 3840,--. In de 70-er jaren werden er nog meer straten bestraat. Burgemeester Malingré nam hiertoe de nodige initiatieven. In 1871 nam burgemeester A. Muskens ontslag nadat hem door de raad verweten was dat hij uitgaven ten laste van de gemeente had gedaan zonder machtiging van de gemeenteraad. Hierin waren ook uitgaven begrepen welke in 1865 waren gedaan bij gelegenheid van zijn installatie als burgemeester.
In 1872 bestonden er plannen om een buurtspoorweg aan te leggen van Waalwijk, via Baardwijk, Drunen, Oudheusden, Heusden, Aalburg en Wijk naar Woudrichem. De gemeenteraad besloot een bijdrage te betalen in de onderzoekskosten.
Bij raadsbesluit van 13 augustus 1873 werd de openbare school in Oudheusden opgeheven. De 7 à 8 leerlingen konden vervolgens kiezen uit de school in Elshout, waar een hulponderwijzer werd aangesteld en uit de openbare school in Heusden. Met de gemeente Heusden werd een gemeenschappelijke regeling gesloten.
Ter voldoening aan een wettelijke verplichting ging de gemeente in 1873 over tot aanleg van een algemene begraafplaats.
De firma Otterbein en Zn. te Amsterdam leverde begin januari 1900 een nieuwe brandspuit à raison van fl. 698,75.
Toenemende klachten met betrekking tot de bouwkundige toestand van het gemeentehuis en de onderwijzerswoning leidden begin 1900 tot een plan voor een ingrijpende verbouwing van deze panden. Architect was J.H. van Abeelen uit Tilburg. Aannemer H. Kempenaar was met fl. 4900,-- de laagste inschrijver en kreeg de verbouwing gegund. De oplevering vond plaats op 1 maart 1901.
Het aantal leerlingen van de openbare school was in 1910 zodanig gestegen dat een extra onderwijzer werd aangesteld. Voorts werd de school verbouwd zodat er een extra klas gehuisvest kon worden. De kosten bedroegen fl. 337,--.
Op verzoek van de provincie besloot de gemeenteraad in 1913 aan te sluiten bij een op te richten provinciaal electriciteitsbedrijf. De aanleg van een electriciteitsnet zou echter tot 1921 op zich laten wachten. Ter exploitatie werd een electriciteitsbedrijf opgericht. Per 1 juli 1928 werd dit opgeheven en verkocht aan de NV P.N.E.M.
Bij raadsbesluit van 19 augustus 1918 werd besloten de openbare school in Elshout op te heffen "op grond dat al de kinderen die school hebben verlaten". In dezelfde vergadering wordt besloten het onderwijzend personeel van deze school ontslag te verlenen en het schoolgebouw te verhuren aan het Rooms-Katholieke Schoolbestuur te Elshout.
Gedeputeerde Staten polsten in 1920 de gemeente met betrekking tot een gemeenschappelijke herindeling. De raad antwoordde dat men dit niet in het belang van de gemeente vond. In 1924 was dit standpunt nog niet gewijzigd.
Bij raadsbesluit van 29 juni 1931 werd een krediet beschikbaar gesteld van fl. 750,-- voor de restauratie van het dak van het gemeentehuis.
In het najaar van 1931 werd in het kader van de werkverschaffing begonnen met het slechten van de wallen en het dempen van de gracht van het fort te Elshout.
Op 1 mei 1935 werd de gemeente opgeheven. Elshout werd bij Drunen gevoegd en Oudheusden bij Heusden.
2. Geschiedenis van het bestuur
Bij Keizerlijk Decreet van 9 juli 1810 werd het Koninkrijk Holland ingelijfd bij Frankrijk. In maart 1810 waren Zeeland en Brabant al voorgegaan. Bij Keizerlijk Decreet van 18 oktober 1810 verscheen het "Algemeen Reglement voor de organisatie der Hollandsche Departementen". Het Hollandse gebied was verdeeld in negen departementen, welke weer waren onderverdeeld in arrondissementen en deze weer in communes of gemeenten. Aan het hoofd van de departementen stond een prefect, aan het hoofd van een arrondissement de onderprefect of sous-prefect en aan het hoofd van de gemeente de maire. Deze werd benoemd door de prefect. Hij had naast zich een adjoint-du-maire. De maire was tevens ambtenaar van de burgerlijke stand. Tevens was hij voorzitter van de gemeenteraad. De benoeming van de leden van de gemeenteraad geschiedde door de prefect. De gemeenteraad verkoos uit haar midden bij meerderheid van stemmen een secretaris. De invloed van de raad was zeer beperkt. Zij werd alleen geraadpleegd over de begroting en oefende financiële controle uit op de rekening, die de maire aflegde aan de prefect. De inrichting van de begroting geschiedde conform het model, vastgesteld bij Keizerlijk Decreet van 12 augustus 1806.
In november 1813 werd de nationale zelfstandigheid herwonnen. Aanvankelijk veranderde er niets in de inrichting en samenstelling van de gemeentebesturen. In de Grondwetten van 1814 en 1815 werd het voornemen uitgesproken om reglementen vast te stellen voor de bestuurlijke inrichting van de gemeenten. Bij Koninklijk Besluit van 8 mei 1819 (Provinciaal Blad 1820, nummer 97) werd vastgesteld het "Reglement van het bestuur van het Platteland in de Provincie Noord-Braband". Het platteland van Noord-Brabant werd verdeeld in zeven districtsambten. Aan het hoofd hiervan stond een districtsschout. Oudheusden en Elshout ressorteerde onder het derde districtsambt, met Waalwijk als hoofdplaats. De gemeenteschout en de gemeenteraad waren belast met het bestuur van de gemeente. Zij werden daarbij bijgestaan door de secretaris. De gemeenteschout werd benoemd door de koning en maakte deel uit van de raad. De leden van de raad werden door Gedeputeerde Staten, op voordracht, benoemd voor een periode van zes jaar. Om de twee jaar trad eenderde gedeelte af volgens rooster. De schout en de raad stelden onder goedkeuring van Gedeputeerde Staten de gemeenteontvanger aan. De schout was belast met het toezicht op de ambtenaren, voerde wetten uit en maakte de akten van de burgerlijke stand. De raad was belast met het vaststellen van de begroting, het vaststellen van verordeningen etcetera en het nemen van rekening en verantwoording der plaatselijke financiën. Bij Koninklijk Besluit van 23 juli 1825 (bijvoegsel Staatsblad 1825) werd een "Algemeen reglement op het bestuur ten platte landen" vastgesteld. Op 25 augustus van dat jaar kwam de nieuwe raad voor het eerst bijeen. De gemeenteschout heette voortaan burgemeester. Bij Gouvernementsbesluit van 3 december 1839 kwam een nieuwe indeling van Noord-Brabant in districten tot stand. Oudheusden en Elshout kwam te behoren onder het district waarvan Boxtel de hoofdplaats werd.
Op 29 juni 1851 kwam de gemeentewet tot stand. De districten en het onderscheid tussen stadsgemeenten en plattelandsgemeenten werd opgeheven. De gemeenteraad zou voortaan worden gekozen uit en door de ingezetenen (voorlopig alleen de censuskiezers). De zittingsduur was zes jaar, ook die van de wethouders, welke uit en door de raad werden benoemd. Eenderde gedeelte van de raad trad elke twee jaar af en was weer herkiesbaar. Van de wethouders trad elke drie jaar de helft af en was weer herkiesbaar. De burgemeester werd voor zes jaar door de koning benoemd. De gemeentesecretaris en gemeenteontvanger werden door de raad benoemd, geschorst en ontslagen, op voordracht van burgemeester en wethouders. Het dagelijks bestuur werd gevormd door het college van burgemeester en wethouders. De gemeentewet van 1851 is, inclusief de vele wijzigingen, nog steeds de grondslag voor de huidige samenstelling en werkwijze van het gemeentebestuur. De belangrijkste wijzigingen betreffen: de invoering van algemeen mannenkiesrecht in 1917, in plaats van het censuskiesrecht, de invoering van algemeen vrouwenkiesrecht in 1922, de terugbrenging van de zittingsperiode van raadsleden en wethouders van zes naar vier jaar en de afschaffing van de periodieke aftreding.
3. Lotgevallen van het archief
In 1835 vond er in Elshout een brand plaats waarbij ook het huis waarin zich het gemeentearchief en het archief van de polder bevond, verloren ging. In de jaarverslagen stond steeds vermeld dat het archief zich in een goede staat bevond. In de raadsvergadering van 10 april 1872 werd op voorstel van de burgemeester en wethouders besloten om het archief te laten inventariseren. Het college benaderde daartoe de heer Middelaar, klerk ter secretarie van Nieuwkuijk. Deze werd bereid gevonden het archief te inventariseren voor een bedrag van fl 40,--. Bij de verbouwing van het gemeentehuis in 1900 werden ten behoeve van de berging van het archief nieuwe kasten aangeschaft. De kasten stonden waarschijnlijk in een aparte ruimte, want op 4 november 1901 declareerde H. Wolfs een bedrag van fl. 13,50 wegens reiniging van het gemeentehuis en het archief. Op 31 augustus 1901 kreeg de heer Rekkers uit Waalwijk opdracht het archief te ordenen voor een bedrag van fl. 1, 50 per dag. In 1925 kreeg het archief een plaats in een brandvrije kamer. Op 1 mei 1935 hield de gemeente op te bestaan. Het archief werd ondergebracht in het stadshuis te Heusden. Op 5 november 1944 ging het tengevolge van de stadshuisramp nagenoeg geheel verloren.
4. Verantwoording van de inventaris
Deze inventaris omvat het archief van het gemeentebestuur van 1845 - 1935, zoals dat is gevormd onder het beheer van de gemeentesecretaris. Van vóór 1845 resteren geen stukken meer. De inventaris eindigt in 1935. In dit jaar werd de gemeente opgeheven. Het kerkdorp Oudheusden werd bij Heusden gevoegd; het kerkdorp Elshout bij Drunen. De inventaris sluit aan op de inventaris van het oud archief van Oudheusden, Elshout en Hulten over de periode 1606 - 1814.
De materiële staat waarin het restant-archief werd aangetroffen is redelijk.
In het verleden is door de streekarchivaris een voorlopige inventaris opgemaakt, welke als basis heeft gediend voor de onderhavige.
Het archief is, zoals te doen gebruikelijk, verdeeld in twee hoofdafdelingen. De algemene stukken hebben een plaats gevonden onder het hoofd: "Stukken van algemene aard". De stukken die naar onderwerp gerubriceerd zijn vindt men terug onder het hoofd: "Stukken betreffende bijzondere onderwerpen". Deze laatste categorie is qua indeling zoveel mogelijk gerangschikt volgen de code VNG.
De hoofdmoot van het archief bestaat uit de series brievenboeken en de notulen van de vergaderingen van de gemeenteraad en van de burgemeester en wethouders.
De inventaris van het archief van het Burgerlijk Armbestuur (overigens bestaande uit slechts één stuk) is achter aan de inventaris toegevoegd.
Archiefvorming
Geschiedenis van de archiefvormer
Inhoud en structuur van het archief
Toegangscontrole
Aanwijzingen voor de gebruiker
Openbaarheidsbeperkingen
Citeerinstructie
Bijlagen
Lijst van burgemeesters en secretarissen van Oudheusden en Elshout
Beschrijving van de series en archiefbestanddelen
Kenmerken
Datering:
1845-1935
Titel:
Gemeentebestuur, Oudheusden, Elshout en Hulten
Beschrijving:
Inventaris van het archief van het gemeentebestuur van Oudheusden, Elshout en Hulten
Archieftitel:
Gemeentebestuur, Oudheusden, Elshout en Hulten
Auteur inventaris:
A.L. de Graaff, Streekarchief Langstraat Heusden Altena, Heusden
Auteur:
A.L. de Graaff, Streekarchief Langstraat Heusden Altena, Heusden
Omvang:
1,63 m
Geografische namen:
Categorie:
Archiefvormer(s)::
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS