Uw zoekacties: Oud-rechterlijk archief, Heusden, 1501-1813
x0322 Oud-rechterlijk archief, Heusden, 1501-1813 ( Streekarchief Langstraat Heusden Altena )
Uitleg bij archieftoegang

Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief.

Een archieftoegang bestaat over het algemeen uit de navolgende onderdelen:

• Kenmerken van het archief
• Inleiding op het archief
• Inventaris of plaatsingslijst
• Eventueel bijlagen

De kenmerken van het archief zijn o.m. de omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid en andere.

De inleiding op het archief bevat interessante informatie over de geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer en kan ook aanwijzingen voor het gebruik bevatten.

De inventaris of plaatsingslijst is een hiërarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken. De beschrijvingen zijn formeel en globaal. Het lezen en begrijpen van een inventaris behoeft enige oefening en ervaring.

Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiërarchie gevolgd. De rubrieken in de inventaris maken deel uit van de beschrijving op een lager niveau. Komt de zoekterm in een hoger niveau voor, dan voldoen onderliggende niveaus ook aan de zoekvraag.

0322 Oud-rechterlijk archief, Heusden, 1501-1813 ( Streekarchief Langstraat Heusden Altena )
Zoek in deze inventaris
>
Zoektermen
 
 
Beschrijving van het archief
Omvang van Stad en Land van Heusden
Stad en Land van Heusden wordt begrensd ten noorden door de Maas, waardoor het van de Bommelerwaard wordt gescheiden, ten oosten en zuiden door de Meierij van 's-Hertogenbosch en ten westen door het Land van Altena en is groot ruim 10.000 hectare.
De bevolking bedroeg in 1910 in de Stad 2.000 en in het overige deel van het Land ruim 13.000 inwoners.
Stad en Land van Heusden vormden oudtijds een leen van Kleef en achterleen van Brabant. Na sedert het einde van de dertiende eeuw een twistappel tussen Brabant en Holland geweest te zijn, zijn zij in 1350 aan laatstgenoemd rijk afgestaan, welk feit in het midden van de volgende eeuw zijn definitief beslag gekregen heeft.
In 1793 zijn Stad en Land bij het Departement van de Dommel gevoegd. Bij de Staatsregeling van 1801 keerden zij tot Holland terug om sedert het Koninkrijk Holland weder onder het Departement Brabant en in 1810 onder het Franse Deprtement van de Monden van de Rijn te ressorteren. Daarna is de landstreek bij de provincie Noord-Brabant gevoegd en gebleven.
Aantal en volgorde der banken
De dorpen of, gelijk zij vroeger ook genoemd worden, bannen van het Land van Heusden, werden onderscheiden in boven- en benedendorpen. De onderlinge volgorde is moeilijk vast te stellen. Het privilege van Albrecht van Beieren d.d. 1401 (Van Oudenhoven, Beschrijving der Stadt Heusden (1743), p. 238-), dat van 1412 (idem, p. 240) en de Tegenwoordige Staat geven telkens een andere. De index der transporten en obligaties van het Land van Heusden, voor het schepengerecht der stad Heusden verleden, is onvolledig. Van deze is de volgorde der akten van 1404 gekozen echter met tussenvoeging van Onsenoort, dat in de ban van Vlijmen lag, en waarvan bij resolutie van 18 juli 1644 de Staten van Holland verklaarden, dat het tot genoemd land behoorde (origineel in het rechterlijk archief van Onsenoort). Eethen en Meeuwen, waarvan Willem van Beieren zich de eigendom voorbehoudt, zijn het laatst geplaatst in de rij der boven-dorpen.
Boven-dorpen:
1. Heusden
2. Engelen
3. Vlijmen
4. Onsenoort
5. Baardwijk
6. Heesbeen
7. Oudheusden, Elshout en Hulten
8. Herpt en Bern
9. Hedikhuizen
10. Eethen
11. Meeuwen
Beneden-dorpen:
12. Veen
13. Wijk
14. Aalburg
15. Doeveren
16. Drongelen
17. Babyloniënbroek
18. Genderen
Rechterlijke ambtenaren
De eerste in rang was de drossaard, die de criminele zaken van Stad en Land, behoudens de te vermelden uitzonderingen, vervolgde. Verder waren er schouten of rechters, die voor de stads- en plattelandsgerechten civiel ageerden, welk ambt van schout voor de stad van Heusden met dat van drossaard is verenigd vanwege de wrijving, die zich op den duur voordeed (Van Oudenhoven, p. 60).
De schepenbank der stad telde, althans later, zeven leden, die op Dertiendag aftraden (privilege van 1404, Van Oudenhoven, p. 235). De plattelandsbanken zijn samengesteld uit heemraden, die successievelijk den naam van schepenen aannemen, doorgaans met een schuchtere overgang, waarin zij zich alleen als gerecht of als wethouders (Onsenoort) betitelen. Voor zover nawijsbaar, noemen deze personen zich reeds niet meer heemraden (zo reeds niet vroeger) in Baardwijk in 1575, in Oudheusden in 1602, in Engelen in 1611, in Onsenoort in 1640, in Eethen in 1649, in Meeuwen in 1653, in Drongelen in 1663 en in Herpt in 1694. Daarentegen verwisselen zij de naam te Wijk (waar zij in 1689 zich nog 'schepens off heemraeden' noemen) in 1694, te Aalburg in 1727, te Genderen tussen 1734 en 1737, te Veen in 1740, te Doeveren tussen 1744 en 1772 en het laatst te Babylonienbroek eerst in 1795.
Competentie der banken
De taak der schepenen kan worden onderscheiden in twee hoofdfuncties: handhaving der rechtsorde respectievelijk certificatie en registratie van rechtshandelingen.
De handhaving van rechtsorde had allereerst betrekking op de criminele rechtspraak, welke oudtijds onmiddellijk door den heer geschiedde, maar in 1318 door hemn, met reserve der ernstige feiten aan de schepenen der stad voor haar eigen rechtsgebied werd afgestaan (Van Oudenhoven, p. 222). Daarna is de criminele justitite door Albrecht van Beieren in 1404 aldus hervormd, dat een bank voor de bovendorpen en een andere voor de benedendorpen werd opgericht: de eerste zou te Hedikhuizen bijeenkomen, de tweede te Genderen, beide samengesteld uit een man van ieder der dorpen, dat is dus zeven schepenen tellende. De zaken zouden bij beide bedongen worden door de drossaard van Heusden. Destijds had Willem van Beieren de hoge justitie van de dorpen Eethen en Meeuwen, volgens genoemd privilege, zich reeds voorbehouden en was deze afzonderlijk geregeld.
In later tijd, althans sedert de zeventiende eeuw, wordt de volgende toestand aangetroffen:
Ten eerste worden de beide criminele banken van boven- en benedendorpen te Heusden gespannen (of beter) zijn zij met die van de stad verenigd;
Ten tweede plegen de schepenen van Engelen en Vlijmen zich tot een afzonderlijke zitting te Vlijmen te verenigen;
Ten derde is de criminele justitie van Oudheusden en Baardwijk met de (ambachts)heerlijkheid vervreemd;
Ten vierde blijkt Onsenoort een eigen criminele bank te bezitten;
Ten vijfde wordt de criminele justitie van Eethen en Meeuwen in eerstgenoemde plaats behandeld.
Op vonnissen in criminele zaken stond geen hoger beroep open.
Hoe de civiele rechtspraak en het boedelbeheer oudtijds geregeld waren, is bij gebrek aan voldoende gegevens moeilijk te bepalen.
De stad Heusden heeft waarschijnlijk sedert het begin der veertiende eeuw een geregelde rechtspraak bezeten en tevens door dit feit de ontwikkeling der plattelandsgerechten vertraagd. In dit laatste deel van het land worden de rechtspraak en boedelbeheer eerst drie eeuwen later van enig belang om een eeuw later in de algemeen intredende verslapping weer te delen. Bovendien bezit de stad de uisluitende judicature van de middelen te lande, dat is van (in het bijzonder directe) belastingzaken.
Nog sterker komt dit overwicht van de stad op het stuk van de certificatie van rechtshandelingen uit. Zij bezat namelijk blijkens de privileges het recht van verlij van akten uit transport, obligatie en scheiding en deling in het gehele Land van Heusden met andere waarden het recht van alle akten betreffende de grondeigendom voor schepenen te doen passeren en, gelijk hieruit volgt, alle hieruit vloeiende rechtsacties te doen beslechten. Weliswaar bezat zij dit recht in concurrentie met de plattelandsgerechten, maar deze laatste werden door de betere stedelijke administratie eeuwen lang belet hun activiteit te ontplooien. Enkele banken emancipeerden zich in de eerste helft der zeventiende eeuw verreweg de meeste echter eerst op het einde van de achttiende eeuw (zie verder de geschillen over het recht van executoriale verkoop met Babylonienbroek in 1764 en met Engelen en Vlijmen in 1791).
Behalve de hoge en lage jurisdictie, boven vermeld, bezit de heerlijkeid Heesbeen, volgens de inhoud van de leenbrieven, ook middelbare jurisdictie en, zo dit het recht inhoudt de berechting van kleine strafzaken (politierecht) aan zich te trekken, heeft ook de bank van Herpt, die de breuken boven 4,5 pond voor de helft aan de landsheer moet verantwoorden, een zelfde recht bezeten (zie leenregister van Heusden). Hoe cassatie en hoger beroep geregeld waren, is niet nader kunnen onderzocht worden (zie de akte van 1348, bij Van Oudenhoven, blijkens welke Empel en Meerwijk hun hoofdvonnis te Heusden haalden).
Verandering en afschaffing der oude rechterlijke organisatie (ex archiefverslag 1892).
Zoals geschreven, hebben Stad en Land van Heusden van 1798 tot 1801 en sinds 1806 bij Brabant behoord. Echter schijnt dit op de rechtspraak geen invloed uitgeoefend te hebben. De bepalingen van de Staatsregeling van 1798 zijn immers ook in de overige streken van het Departement buiten gevolg gebleven. Hoe art. 82 der Staatsregeling van 1801 in Holland is uitgevoerd, is vrij onbekend. Zeker is, dat met name de criminele justitie in Stad en Land tot 1811 op dezelfden voet geschoeid bleef, zodat onder andere de bank van Baardwijk tot genoemden datum strafzaken berecht heeft. Zie overigens het reglement voor de rechtbank van Meeuwen d.d. 1804 in de huishoudelijke afdeling van het gelijknamig archief.
De rechterlijke organisatie van het jaar 1811 is 20 mei in werking getreden; de 11e juni daaropvolgend is het 'Tribunal de première instance' te 's-Hertogenbosch en waarschijnlijk kort daarna het vredegerecht te Heusden geïnstalleerd, waardoor de oude rechterlijke colleges ophielden te bestaan.
Aanvang der archieven
Oorspronkelijk werden de zaken van rechtspraak mondeling afgedaan en werd van het verlijden van een rechtsakte een oorkonde aan belanghebbenden uitgegeven. Maar daarnaast begonnen de secretarissen rolaantekeningen te houden of bewaarden zij de conceptakten, om daarop de betaling der leges of de daaruit volgende administratieve handelingen aan te tekenen om later eventueel duplicaat grossen te kunnen uitgeven. Hieruit groeiden rol en protocol.
Wanneer met deze aantekeningen in Stad en Land begonnen werd, is niet meer vast te stellen. De rol der stad Heusden vangt in 1600, het protocol in 1574 aan, maar dit is geen maatstaf, omdat het oudere archief blijkbaar in de stadsbrand van 1572 verloren is gegaan (Van Oudenhoven, p. 9). Indien geoordeld mag worden naar de ondervinding, met de ordening van de rechterlijke archieven in Noord-Brabant, zij het met enige aarzeling, omdat de gegevens gering zijn, dan is de rol der stad Heusden omstreeks het begin der zestiende eeuw aangelegd. Die van de grotere plaatsen uithet Land dagtekent uit het begin van de zeventiende eeuw of zelfs iets vroeger, die der kleinere van een halve eeuw later.
Het begin van het protocol van de stad Heusden is op de zelfde grond op het begin der vijftiende of zelfs nog iets vroeger te stellen. De plattelandsgerechten daarentegen verlijden grotendeels nog lang op lose stukken, waaruit blijkt dat de administratie bij nog niet ver gevorderd is. Enkele grotere plaatsen hebben een oud protocol, dat wellciht reeds omstreeks het jaar 1600 aangevangen is.
Verreweg de meeste zijn echter eerst in de achttiende, sommige zelfs pas in het laatste kwart van de negentiende eeuw gevolgd. Dit laatste in verband met het vroeger besproken privilege der Stad.
Overbrenging en herkomst der stukken
Het Décret Imperial van 8 november 1810 schreef voor, dat na de installatie der nieuwe tribunaux de première instance de archieven van de oude rechtbanken verzegeld moesten worden door de prefecten en sous-prefecten en overgebracht naar de tribunaux de première instance, onder welke zij ressorteerden. Ingevolge hiervan benoemde de préfect van het Departement voor ieder kanton commissarissen als welke bij Decreet van 8 november juges de paix werden aangewezen. In het kanton Heusden zijn deze archieven daarop in het jaar 1811 bijeen en dus waarschijnlijk overgebracht. Vervolgens zijn de stukken in het jaar 1883 door den griffier der arrondissementsrechtbank aan den Rijksarchivaris overgegeven.
Verder stukken zijn in 1811 ter plaatse achtergebleven, op welk tijdstip zij door de gemeentebesturen aan de rijksarchivaris zijn overgegeven, kan gezien worden aan het hoofd der onderscheidene inventarissen.
Ordening der archieven
Oudtijds is er voor de ordening van de rechterlijke archieven op de een secretarie meer, op de andere minder gedaan, echter niet zo, dat iets hiervan opmerkelijk en bruikbaar is. Slechts oudtijds aangelegede en genummerde collecties lose stukken zijn thans bijeengelaten of opnieuw bijeengebracht. Het Besluit van het Uitvoerend Bewind der Bataafsche Republiek van 31 mei 1800 no. 6 gelastte de inventarisatie van alle archieven, ter secretarie berustende, en hun plaatsing op 3 lijsten, de justitie, de politie en de administratie betreffende. Of deze lijsten en eveneens die, welke de overbrenging in het jaar 1810 vorderde, in Stad en Land van Heusden gemaakt zijn, en zo ja bewaard gebleven, is mij onebekend. Overigens zie men aan het hoofd der onderscheidene inventarissen.
Omstreeks het jaar 1845 vervaardigde Hansse, een klerk van de arrondisementsgriffie, inventarissen der aldaar berustende oude rechterlijke archieven, onder andere van die Stad en Land van Heusden.
De tegenwoordige inventarisatie is in het jaar 1919 geschied door mr. Smit. De archieven zijn geplaatst in de rangorde van de banken.
Verdeling der archiefbescheiden
Een systematische scheiding van de archieven in afdelingen, overeenkomende met de verschillende functies van de gerechten, als boven verhaald, is nimmer beproefd, daargelaten, dat oudtijds de zaken van contentieuse justitie min of meer van die der voluntaire gescheiden werden gehouden. Ook thans levert dit bezwaren op, grotendeels wegens de geringe importantie van de gerechten, waardoor de secretarissen in verzoeking werden gebracht alles dooreen in een of weinige registers in te schrijven.
Bij het ontwerpen van een verdeling, om redenen van systematiek en ter wille van de gelijkvormigheid met de overige rechterlijke archieven, in dit depot berustende, is aansluting gezocht bij hetgeen hierboven over de verschillende taken van de schepenen is geschreven. De indeling is als volgt:
I. Algemeen gedeelte: Algemene Zaken.
II. Handhaving der rechtsorde: Zaken van criminele en civiele rechtspraak.
III. Zaken van boedelbeheer.
IV. Certificatie van rechtsakten: Zaken van registratie.
V. Medewerking bij inning van de landsbelastingen: Fiscale zaken.
VI. Beheer van de secretarie: Huishoudelijke zaken.
VII. Opname en bewaring van vreemde archieven: Zaken van depot.
Ad I. Algemene Zaken
De afdeling van Algemene Zaken, welke meer in het bijzonder de resoluties der banken, de inkomende en minuten van uitgaande brieven en de stukken betreffende de rechten der banken bevat, zijn alleen in het archief van de Stad Heusden voorhanden. De overige archieven zijn daarvoor niet belangrijk genoeg, zodat bij deze laatsten de betreffende stukken over de andere afdelingen zijn verspreid.
Ad II. Zaken van criminele en civiele rechtspraak
Tussen rechtspraak en boedelbeheer zou men de scheiding kunnen maken, dat de eerste in het openbaar, dat laatste ter raadkamer geschieden. In de praktijk blijken beide afdelingen echter vaak in elkaar over te lopen. De eerste wordt gekarakteriseerd door de rol, de tweede door het resolutieboek.
Ad IV. Zaken van registratie
Deze afdeling bevat de akten voor schepenen als publieke getuigen verleden.
Vergelijk omtrent de bevoegdheid der schepenen van de Stad ten opzichte van akten, het Land betreffende, hetgeen omtrent analoge verschijnselen gezegd is in de inleiding op de rechterlijke archieven van Stad en Land van Breda. De Heusdense rechtsterminologie onderscheidt erfbrieven, dat zijn akten van transport van onroerend goed, en thijnsbrieven, dat zijn akten van hypotheek. Echter maken Eethen, Meeuwen en Heesbeen een uitzondering, daar hier van 'opdrachten' en 'kustingen' gesproken wordt.
Wat de wijze van registratie van de onder deze afdeling te rekenen akten aangaat, kan worden vastgesteld, dat de stad Heusden oorspronkelijk een enkel register bevat, waarin voornamelijk akten betreffende trondeigendom, maar bij uitbreiding ook testatmenten 'ende anderssints' geregistreerd werden. Daarbuiten stonden de akten van cdertificatie, attestatie, procuratie en dergelijke, wier bijzonder karakter kan worden beredeneerd óf uit het feit, dat daarin de schepenen niet als lijdelijke getuigen optreden, maar zelf verklaringen afleggen (certificaties), óf uit het feit, dat deze akten in het bijzonder ten behoeve van de rechtspleging worden opgesteld (attestaties en procuraties ad lites). Hoe het ook zij, zeker is dat dergelijke minuutakten oudtijds op losse minuten geschreven, later geliasseerd werden en dat hieruit tenslotte een protocol van allerhande akten gegroeid is.
De plattelandsgerechten verlijden oudtijds geen transporten en obligaties en houden daarvan dus geen protocol, maar wel testamenten (waarmee doorgaans huwelijksvoorwaarden verenigd), welke op losse akten worden geschreven. Daarnaast verlijden zij nog andere akten, die min of meer in verband staan met rechtspleging of boedelbeheer. Deze akten zijn, voor zover dit oudtijds niet eerder geschied was, thans tot een serie bijeengevoegd. Hiermee is tevens in de lijn van ontwikkeling gebleven, omdat tegen het midden der achttiende eeuw of nog later in vele dorpen een streven tot dergelijke vereniging tot uiting komt en wel in een protocol van allerhande akten. Een uitzondering op de bovengeschetste ontwikkelingsgang is in enkele kleinere schepenbankarchieven, in het algemeen in die der benedendorpen, maar ook in Eethen en Meeuwen, te vinden. Bij deze laatste staat naast de rol het notulenboek der bank, dat normaal de zaken der raadkamer zou behoren te bevatten, maar waarin bovendien de registratie, later zelfs de akten van transport en obligatie zijn opgenomen.
Om deze redenen en de mindere belangrijkheid zijn bij de archieven der benedendorpen de afdelingen van rechtspraak, boedelbeheer en registratie bijeengevoegd. Hetzelfde bij enkele gerechten der bovendorpen (Hedikhuizen en Heesbeen) te doen, is om de wille der uniformiteit nagelaten. Van de bovenvermelde series moeten die van de akten betreffende verkoop en verhuur van onroerend en roerend goed onderscheiden worden.
Theoretisch is dit waarschijnlijk te verklaren uit het feit dat deze functie zal ontstaan zijn uit het toezicht dat door het gerecht gehoduen werd op executoriale verkopen van vast goed en verkoop van goed van de 'personae miserabiles'. De eerste wijze van verkoop was bovendien oudtijds in procesvorm gegoten. Praktisch zijn deze akten in de meeste gerechten ook afgescheiden gehouden van de overige series.
Achter de akten waartoe het verlijden de gerechten oudtijds bevoegd waren (tot de testamenten echter waarschijnlijk eerst in de zestiende eeuw) zijn de akten gerangschikt, die voortvloeien uit nieuwe functies, zoals het verlijden van huwelijksakten. Hierbij zouden ook de katen van taxatie teplaatsen zijn, maar er is de voorkeur aan gegeven deze te plaatsen bij de volgende afdeling. Opmerking verdient, dat te Vlijmen akten van visitatie akten van 'verbant' genoemd worden, terwijl de akten, waarbij men zich aan een scheiding-en-deling onderwerpt, akten van peencedule heten.
Ad V. Fiscale zaken
De benaming dezer afdeling behoeft geen nader verklaring. Zij bevat de taxatiën, vaak met de akten van beëdiging der erfgenamen gecombineerd. Darop volgt het velerlei lijstwerk, door de secretaris samengesteld en dat voornamelijk betreft de inning:
1) van het recht op de verkoping of verruiling van onroerend goed en vesting van los- en lijfrenten, bij resolutie der Staten van Holland en West-Friesland te beginnen met 1 januari 1600 verordend, waarbij later het recht op de verkoop van schepenen gevoegd.
2) van het recht op de collaterale successie (onder andere resolutie van Edele Groot Mogenden d.d. 29 juni en 27 september 1743. Zie Eethen.
3) van het recht op het trouwen en begraven.
4) van het recht op de ongefundeerde processen.
5) van het recht op de advertentiën in de nieuwspapieren, wegens geboorte, huwelijk en sterfgevallen (zie stad Heusden).
6) van de rechten verordend door de ordonnantie op het klein zegel d.d. 28 oktober 1800.
Uit deze laatste hoofde werd tevens een soort registratie van rechten van overgang en hypthecatie ingevoerd, die in de volgende registers werd gesplitst (zie inleiding Breda, p. 15a-c).
Een grote vlucht heeft deze registratie echter in Stad en Land van Heusden niet kunnen nemen. Zie overigens deze afdeling van het rechterlijk archief van Hedikhuizen.
Overigens wordt voor bijzonderheden van deze afdeling verwezen naar de inleiding der rechterlijke archieven van Stad en Land van Breda.
Ad VI. Huishoudelijke zaken
Deze afdeling bevat de stukken, die meer op den inwendigen dienst betrekking hebben, als benoemingen en beëdigingen van schepene, lijsten en memorialen van leges, kladden, concepten en formulieren, stukken omtrent het personeel, ingeleverde stukken en archiefinventarissen.
Ad VII. Zaken van depot
De secretarieën waren niet alleen plaatsen van administratie, maar ook archiefdepots. In de eerste plaats komen voor deze afdeling in aanmerking de notariële protocollen, die na de dood der functionarissen ter secretarie moesten worden overgebracht. Ook besloten testamenten en staten en inventarissen worden ter secretarie gedeponeerd en alsdan door schepenen van een akte van superscriptie voorzien. Meest zijn zij later bij dood der erflaters of meerderjarigheid der erfgenamen geopend en daarna, hoewel de reden der deponering opgeheven was, ter secretarie blijven liggen.
Als een derde soort van gedeponeerde stukken zijn de grossen van akten der betreffende schepenbank te beschouwen, soms heeft het alle schijn, dat zij voor het gemak van de gegadigde ter secretarie zijn bewaard. Misschien tekende deze gewoonte de achteruitgang in betekenis van de grossen, in vergelijking met het protocol, misschien ook werden zij tegen de zin van de partijen en alleen om de legesgelden geschreven.
Archiefvorming
Geschiedenis van de archiefvormer
Inhoud en structuur van het archief
Toegangscontrole
Verantwoording van de bewerking
Aanwijzingen voor de gebruiker
Openbaarheidsbeperkingen
Citeerinstructie
Bijlagen
Concordans
Beschrijving van de series en archiefbestanddelen
Kenmerken
Datering:
1501-1813
Titel:
Oud-rechterlijk archief, Heusden
Beschrijving:
Inventaris van het oud-rechterlijk archief van Heusden
Archieftitel:
Oud-rechterlijk archief, Heusden
Auteur inventaris:
Streekarchief Langstraat Heusden Altena, Heusden
Auteur:
Streekarchief Langstraat Heusden Altena, Heusden
Omvang:
50,00 m
Uitgever:
Streekarchief Langstraat Heusden Altena, Heusden
Geografische namen:
Categorie:
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS