Uw zoekacties: Oorlogsmonumentjes in Valkenburg

Artikelen ( Heemkundevereniging Houthem-St.Gerlach )

beacon
 
 
Artikel
Oorlogsmonumentjes in Valkenburg
Datering:
2013
Titel:
Oorlogsmonumentjes in Valkenburg
Auteur:
Jan Schurgers
Titel tijdschrift:
Kijk op Valkenburg
Afleveringsnummer:
Kijk op Valkenburg, 4 (2013) nr. 2 (mei, juni, juli), p. 4-7
Samenvatting:
In de gemeente Valkenburg aan de Geul zijn er heel wat monumentjes en gedenkstenen die herinneren aan de Tweede wereldoorlog. Bekend is de jaarlijkse herdenking van de Limburgse oorlogsslachtoffers bij de kapel aan de Cauberg. Kijk op Valkenburg neemt deze keer twee gedenktekens onder de loep die al heel lang op hun plek staan, maar vrijwel niet opvallen. Toch zijn ze het waard om het verhaal van hun achtergrond te vertellen.

Broekhem
Op het kerkhof in Broekhem ligt vlak bij de ingang op de eerste rij helemaal links een graf, waarin drie personen begraven liggen. Het zijn twee Broekhemse jongens Julius Claessens en Hub Triepels die op dezelfde dag het leven lieten door een noodlottig toeval en de uit Rotterdam afkomstige Wim van Hellemond, die bijna 5 maanden later per ongeluk werd doodgeschoten.

Julius Claessens
Julius Hubertus Cornelius Claessens werd geboren op 6 juni 1913 in Hulsberg. Hij was een zoon von Hubertus Leonardus Cloessens en Gertrud Hubertina Koussen. Hij was mijnwerker von beroep, was gehuwd met Geertruid van den Broeck uit Valkenburg en samen hadden ze twee kinderen. Het gezin woonde in de Kattebeek op nummer E 59, een straat die destijds tot de gemeente Hulsberg behoorde, nu de Napoleonstraat in Broekhem-Valkenburg. Tijdens de bevrijdingsdagen werd er tussen 14 en 17 september 1944 hard gevochten in en rondom Volkenburg. De opmars van de Amerikanen kwam vanuit Margraten en Sibbe, richting Valkenburg. Het centrum van het stadje bevond zich in de frontlinie, want de Duitsers trokken zich weliswaar terug, maar nestelden zich in de hellingen richting Klimmen, Hulsberg en Schimmert.
Samenvatting2:
Er speelden zich tientallen vuurgevechten af tussen de militairen op de heuvels en over de hoofden van de Valkenburgers heen. Veel bewoners zochten een veilig heenkomen en dat vonden ze in de mergelgrotten. In de Gemeentegrot verbleven toen zo'n 3000 mensen, in de Heidegroeve 1700, in de Fluwelengrot 300 en in de Sibbergroeve 200. Onder hen bevond zich Julius Claessens en zijn gezin. Op de fatale zaterdag 16 september besluit hij om samen met zijn broer Frans, voedsel te gaan halen. Ze begeven zich richting het centrum en vlak bij het Protestantse kerkje in de Plenkertstraaf worden ze getroffen door scherven van een granaat. Julius is er het ergste aan toe. In allerijl worden de broers overgebracht naar het ziekenhuis in Luik, waar Julius de volgende dag aan zijn verwondingen bezwijkt. Broer Frans wordt later overgebracht naar het ziekenhuis in Heerlen en herstelt van zijn verwondingen. Pas op 4 november verschijnt er in het Limburgs Dagblad een aankondiging van de zeswekendienst in de St. Josephkerk in Broekhem.
"Langs dezen weg betuigen wij onze hartelijken dank aan familie, vrienden, buren en parochianen van Broekhem voor de vele blijken van deelneming, alsook gebeden en H. Missen, ondervonden bij het zware verlies dat onze familie getroffen heeft bij het overlijden van mijn goeden man en vader, onzen lieven zoon, broer, zwager, oom en neef, den Heer Julius Cloessens." En dan volgt de aankondiging van de zeswekendienst op maandag 6 november om 8 uur en de ondertekening door de familie L. Claessens.

Hub Triepels
17 september wordt ook voor Gerardus Hubertus Triepels een fatale dag.
Hij is geboren op 4 december 1926. Ook hij woont in de Kattebeek, niet ver van het gezin Claessens vandaan, op nummer E 54. Hij is een zoon van Joseph Wilhelmus Triepels die in 1901 geboren is in Huisberg en van Anno Elisabeth Hubertina Elissen, in Houthem geboren in 1902.
Samenvatting3:
Zijn vader is mijnwerker en moeder verblijft in die roerige dagen met de jongere kinderen in de Heidegroeve bij de Katakomben. Hub heeft hen voedsel gebracht en is samen met zijn vrienden Jo Baadjou en Lambert Deliège op de terugweg naar huis, als ze in de Cremerstraat gepasseerd worden door een Amerikaanse legerwagen.

Op datzelfde moment klinken mitrailleurschoten vanaf de overkant van de spoorlijn, op de hoek van de latere Roevoetstraat. Tussen de woningen in de Cremerstroat waren toen open stukken en daar waar later Ton op 't Veld zijn fietsenzaak zal bouwen ontwaren de Duitsers de vijand en schieten. Juist daar lopen op dat moment Hub Triepels en zijn kameraden en Hub wordt dodelijk getroffen. De chauffeur van de Amerikaanse wagen bemerkt wat er gebeurd is, keert bij de overweg en rijdt terug. Hij stapt uit, overziet de situatie en bemerkt meteen het hopeloze van de situatie. "It's finished", zegt hij kortaf. Hub wordt bij de familie Spronck naar binnen gedragen en daar overlijdt hij, 17 jaar oud.
Jo Baadjou ziet op de gebeurtenissen terug met de volgende overdenking: "We beseften toen niet wat er gaande was. We zagen het gevaar niet. De Duitsers schoten niet op burgers, maar natuurlijk liepen we wel gevaar door verdwaalde kogels en granaatinslagen. Maar dat ben ik pos later gaan beseffen, dat ik ontzettend veel geluk heb gehad destijds en dit nu na kon vertellen."

Wim van Hellemond
Het derde slachtoffer in het Broekhemse graf is Wim van Hellemond. Hij werd op 14 april 1926 geboren in Rotterdam en had de oorlog doorgebracht in Duitsland. Hij was op de terugweg naar huis in Valkenburg blijven hangen in afwachting van de bevrijding van de rest van Nederland. Hij had onderdak gevonden bij de familie Bood jou aan de Parallelweg en had zich aangesloten bij de bewakingsdienst. Tijdens een instructieles in hotel Dupuis in de Lindenlaan wordt hij op 7 februari 1945 per ongeluk getroffen door een kogel uit het geweer van de instructeur.
Samenvatting4:
Drie dagen later bericht het Limburgs Dagblad het volgende:
"Valkenburg. Woensdagmiddag tegen 3 uur werd de 1 8-jonge v. H. afkomstig uit Rotterdam, doch thans lid van de bewakingstroepen, bij de theorieles, door onbekende oorzaak getroffen door een kogel uit een geweer. De ongelukkige kreeg de kogel door zijn linkeroog. IJlings ontboden geestelijke en geneeskundige hulp mocht niet meer baten. De dood trad bijna onmiddellijk in."

Jan Vrancken
Een ander onopvallend gedenkteken is aan te treffen op de gevel van het oude postkantoor in de Lindenlaan. De tekst daarop luidt: "In memoriam Jan Hubert Vrancken overleden 29 september 1944 te Maastricht. Frans Alexander Cobbenhagen overleden 20 december 1944 te Langenstein. Zij vielen als slachtoffer van de oorlog 1940-1945,"
Beiden waren PTT beambten, waardoor hun namen op deze steen terechtkwamen. Jan Hubert Vrancken was op 9 april 1 899 in Bunde geboren. Hij huwde Adèle Dreessen die op 25 mei van datzelfde jaar geboren was in het Belgische Rekem. Het echtpaar vestigde zich in Houthem waar het de woning boven de school aan de Rijksweg betrok, nu de oude school in Vroenhof. Jan was van oorsprong onderwijzer, maar toen hij een baan bil de PTT kreeg aangeboden waardoor hij meer ging verdienen, accepteerde hij die en werd kantoorhouder. Bovendien mocht hij in de onderwijzerswoning blijven wonen. Hij werd als beambte aangesteld in het postkantoor in Valkenburg, dat toen nog gelegen was in de Grotestraat naast het gemeentehuis, het huidige museum Land van Volkenburg.
Zondag 17 september blijkt later een dag te zijn geweest waarop veel over en weer geschoten is tussen de heuvels von Berg en Terblijt en Schimmert.
Samenvatting5:
Een dag die ook Jan Vrancken fataal wordt. In de middag wil hij zijn tuin achter de school inspecteren om te zien of de plantjes er nog goed bij staan. Hij wordt er in zijn rug geraakt door een granaatscherf. De familieleden vinden hem en hij wordt naar het ziekenhuis St. Annadal in Maastricht vervoerd. Daar wordt gepoogd zijn leven te redden, maar dat lukt niet. Op september overlijdt hij, 45 jaar oud. Hij laat een vrouw en zes kinderen achter variërend in leeftijd tussen 14 en 1 jaar.

Frans Cobbenhagen
Frans Alexander Cobbenhagen was eveneens PTT beambte in het postkantoor in Valkenburg. Hij was in Valkenburg geboren op 18 oktober 1921 en voerde zijn werkzaamheden uit in het nieuwe postkantoor in de Lindenlaan dat in 1942 in gebruik was genomen. Zijn vader was Jan Mathijs Cobbenhagen in 1 873 in Valkenburg geboren en zijn moeder was Wilhelmina Menris, in 1 881 geboren in Zutphen. Het gezin verhuisde in 1935 van Berg en Terblijt naar de Neerhem dat toen tot de gemeente Oud-Valkenburg behoorde. In 1943 werd Frans verplicht te werk gesteld in Duitsland. Hij werd in Keulen betrapt op het smokkelen von brieven naar Nederland en op transport gesteld naar het concentratiekamp Buchenwald bij Weimar. Daar overleed hij, volgens een bericht van het Informatiebureau van het Rode Kruis, op 20 december 1944, ook pas 23 jaar oud. Beide mannen hebben een gedenkteken gekregen op de gevel van het pand dat ooit hun werkplek was. Opdat ze niet vergeten worden.

Bronnen:
•Gesprek met Jo Boodjou op 7 januari 2013.
•Gesprek met Gerlachus Vrancken op 29 januari 2013.
•Bevolkingsregister gemeente Valkenburg aan de Geul. Brief burgemeester Hens aan het Rijksbureau van Oorlogsdocumentatie Provinciaal Bureau Limburg te Amstenrade, Valkenburg (L) d.d. 31 oktober 1946.
• Limburgs Dagblad, d.d. 4-11-1944.
•Limburgs Dagblad, d.d. 70-2-1945.


Samenvatting6:
Het graf van de drie jongemannen heeft lang een onopvallende plek gehad op het Broekhemse kerkhof. Er stond een grijs geworden steen op en de letters waren moeilijk leesbaar. Op initiatief van Hary Scheien is er zo'n acht jaar geleden een gloednieuwe steen geplaatst met duidelijke letters en jaartallen, een militair teken en de jaartallen 1940-1945. Toch is het geen oorlogsgraf. Er liggen geen militairen begraven, maar drie jongens die gewoon pech hebben gehad. Drie burgers in de krocht van hun leven, met een verwachtingsvolle toekomst voor zich en die net op het verkeerde moment op de verkeerde plaats waren. Het enige verwijt dat je de twee Broekhemse jongens zou kunnen maken is, dat ze onbewust te veel risico namen.
Geografische namen: