Uw zoekacties: Gemeente Klaaswaal, 1678 - 1939
x585 Gemeente Klaaswaal, 1678 - 1939 ( Regionaal Archief Dordrecht )
Uitleg bij archieftoegang

Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief.

Een archieftoegang bestaat over het algemeen uit de navolgende onderdelen:

• Kenmerken van het archief
• Inleiding op het archief
• Inventaris of plaatsingslijst
• Eventueel bijlagen

De kenmerken van het archief zijn o.m. de omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid en andere.

De inleiding op het archief bevat interessante informatie over de geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer en kan ook aanwijzingen voor het gebruik bevatten.

De inventaris of plaatsingslijst is een hiërarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken. De beschrijvingen zijn formeel en globaal. Het lezen en begrijpen van een inventaris behoeft enige oefening en ervaring.

Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiërarchie gevolgd. De rubrieken in de inventaris maken deel uit van de beschrijving op een lager niveau. Komt de zoekterm in een hoger niveau voor, dan voldoen onderliggende niveaus ook aan de zoekvraag.

585 Gemeente Klaaswaal, 1678 - 1939 ( Regionaal Archief Dordrecht )
Zoek in deze inventaris
>
Zoektermen
Zoektips!

Wildcards kunnen het zoeken vergemakkelijken:

  • Een ? (vraagteken) vervangt een letter
  • Een * (sterretje) vervangt een aantal letters
  • Door een $ (dollarteken) voor een zoekterm te zetten, zoekt u naar woorden die op elkaar lijken.

Meer zoektips vindt u hier.

 
 
Aanwijzingen voor de gebruiker
Openbaarheidsbeperkingen
Beperkingen aan het gebruik
Aanvraaginstructie
Citeerinstructie
Inleiding
1. Geschiedenis
585 Gemeente Klaaswaal, 1678 - 1939
Inleiding
1. Geschiedenis
De ambachtsheerlijke rechten van Cromstrijen werden in 1492 voor het eerste verleend, aan Gerard Numan. Hij begon met de landaanwinning en inpoldering in het gebied. * 
Klaaswaal en Numansdorp zijn de dorpen van de heerlijkheid Cromstrijen. Klaaswaal ontstond na de bedijking van de polder Het Westmaas Nieuwland in 1539 in de zuidwesthoek van die polder. De naam van het dorp is afgeleid van de waal bij de bezittingen die Claes Danckaertsz daar toentertijd had. Het dorp lag tot aan de nieuwe inpolderingen in 1602 aan het Haringvliet. De inwoners vonden hun bestaan door de eeuwen heen vooral in de land- en tuinbouw, de veeteelt en de vlasserij. * 
Vanaf 1568 had Klaaswaal een eigen schout en een schepenbank, waartoe na 1642 ook Numansdorp behoorde. De groei van dat dorp maakte het echter noodzakelijk dat het een eigen gerecht kreeg, wat in 1663 dan ook gebeurde. Onder het gerecht van Klaaswaal vielen Oud-, Nieuw- en Klein-Cromstrijen, onder dat van Numansdorp Groot Cromstrijen en de Numanspolder. Niettemin bleef er een grote verstrengeling van functies. In 1680 bepaalde de ambachtsheer dat de schout van de beide dorpen te Numansdorp en de secretaris te Klaaswaal moest wonen. Als contactpersonen tussen de schout, die de vertegenwoordiger van de heer was, en de bevolking fungeerden de buurmeesters, later burgemeesters genoemd. De schepenen en de buurmeesters werden benoemd door de ambachtsheer en moesten hun benoeming aanvaarden. * 
Naast het algemeen bestuur bestond de taak van het gerecht uit de lage rechtspraak. De schout had daarbij de functie van officier van justitie, de schepenen spraken recht. De secretaris was de griffier van deze rechtbank en daarnaast notaris voor de heerlijkheid en geheimschrijver van de ambachtsheer. De schout voerde samen met de buurmeesters de schouw over sloten, greppels en goten, paden, vuursteden, maten en gewichten en had bovendien met de schepenen de zorg voor de goederen van weduwen en wezen. Voor de criminele rechtspraak was men in Klaaswaal aangewezen op de baljuw en de vierschaar van Strijen. Het dorpsbestuur zetelde in het Rechthuis, tevens herberg, aan de Schans. * 
De Bataafse omwenteling bracht een wijziging in het bestuurssysteem: in 1795 werden de municipaliteiten ingesteld, waarmee het dorpsbestuur uit gekozen vertegenwoordigers kwam te bestaan. In april 1796 kregen zowel Klaaswaal als Numansdorp echter te maken met gekozen schepenen, die weigerden hun functie te aanvaarden. In Klaaswaal weigerde Dirk de Quartel. Het Provinciaal Comité van Holland adviseerde de municipaliteiten "(...) omme in deeze weijgeragtige Burgers voor zich te requireeren en hen op het serieusten hunne duure verpligting voor oogen te stellen om de hun opgedragen posten als scheepenen te aanvaarden en dezelve ingevalle van weigering onbevoegd te verklaaren tot het bekleeden van eenig ander voordeel geevende post, aangezien zij zich ter waarneeming der belangens hunner medeburgeren onttrekken, en waar door zij zich onder geen geringe verdenking van qualijk gezinde Burgers te zijn, gebragt hebben. (...)". De Quartel bleef echter bij zijn weigering, ook al betekende dat fl. 50,- boete. De bestuurscrisis bleef voortduren totdat het Comité op 15 maart 1797 besloot "(...) de Municipaliteit van Numansdorp en Claaswaal (te) authoriseeren (...) om aan het Committé over te zenden een nominatie van een dubbeltal van persoonen, welke zij het geschiktst zullen oordeelen ter vervulling der vacante Scheepensplaatsen, ten einde daar uit door ons zodanig een getal zal kunnen worden gekoosen, als vereijscht word tot het voltallig maaken dier respective municipaliteiten; terwijl de verleende acte aan de Burger Dirk de Quartel te Claaswaal, om sterken drank te mogen verkoopen, bij provisie word gehouden voor ingetrokken, latende het ter beslissing der municipaliteit om zijne overige actens als kleinkramer in zout en zeep meede buiten effect te stellen (...)". * 
Op 31 maart 1798 werden de leden van de municipaliteit weer vervangen, evenals de schout, maar deze laatste, Hendrik van Hees, werd op bevel van de Agent van Justitie van de Bataafse Republiek in augustus alweer in zijn functie hersteld. * 
In 1804 stelde het departementaal bestuur van Holland, naar aanleiding van de invoering van de Grondwet van 1801, een nieuw reglement vast voor het gemeentebestuur van Klaaswaal. Het gemeentebestuur, dat de municipaliteit verving, bestond uit zeven leden, waarvan er jaarlijks een aftrad en een schout. Het koos uit zijn midden jaarlijks een president. De schout had enkel een adviserende stem. De rekeningen moesten jaarlijks worden afgehoord ten overstaan van gecommitteerden uit de bevolking. De wijze van verkiezing van gecommitteerden werd overgelaten aan het gemeentebestuur, onder goedkeuring van het departementaal bestuur. * 
In 1805 werd echter opnieuw een nieuwe Constitutie ingevoerd. Het gemeentebestuur moest op grond hiervan een eigen bestuursreglement ontwerpen en laten goedkeuren door het departementale bestuur. Het jaar 1810 bracht de invoering van de Franse wetgeving. Het bestuur bestond nu uit een maire, een secretaris en de municipale raad. Maire en raad waren meer administratieve organen. Het eigenlijke bestuur werd door de prefect en de onderprefect van het departement uitgeoefend. De municipale raad stelde begrotingen en omslagen vast. * 
Na de val van het Franse Keizerrijk in 1813 werd in Klaaswaal een provisioneel gemeentebestuur ingesteld, in 1817 vervangen door een gemeentebestuur. De raadsleden werden gekozen door de koning, uit dubbeltallen die de ambachtsheer van Cromstrijen had voorgedragen. *  Ook nu was de schout het hoofd, maar de functie was van inhoud veranderd. Aangezien in de voorafgaande jaren de scheiding der staatsmachten was doorgevoerd, was de rechterlijke macht afgesplitst van de bestuurlijke. De schout die we in deze jaren zien optreden als opvolger van de maire, is dan ook de functionaris, die na de invoering van de regeling voor het bestuur ten plattelande in 1825 burgemeester is gaan heten. De burgemeester werd en wordt benoemd door de Koning. Samen met twee assessoren, na 1851 wethouders geheten, vormde hij het dagelijks bestuur. De assessoren werden benoemd door de gouverneur. De gemeenteraad bestond uit zeven leden. Deze werden door het provinciaal bestuur gekozen uit dubbeltallen, die de ambachtsheer voordroeg. De raadsleden werden voor zes jaar benoemd, waarbij elke twee jaar een derde van de leden aftrad. Op herbenoemingen bij de periodieke aftreding had de heer van Cromstrijen geen invloed. Voor de vergaderingen van de gemeenteraad werd in 1839 een kamer ingericht in de onderwijzerswoning bij de in 1830 gebouwde school. In 1880 werden school en woning verbouwd tot gemeentehuis. Dit werd in 1938 nogmaals verbouwd. * 
Sinds de invoering van de Gemeentewet van 1851 wordt de gemeenteraad gekozen. Aanvankelijk gebeurde dat door een beperkt aantal mannelijke kiezers, aangezien er een censuskiesrecht gold. Vanaf 1917 kon echter de gehele mannelijke en vanaf 1919 ook de vrouwelijke bevolking hun stem uitbrengen. Ook wordt de raad sindsdien elke vier jaar in zijn geheel vervangen.
Dat stemmen leverde aanvankelijk nog wat problemen op. In 1852 bleek L. Andeweg een stem te hebben uitgebracht, terwijl hij niet op de kiezerslijst voorkwam. Het stembureau vroeg hem daarop op wie hij had gestemd, aangezien twee gekozenen evenveel hadden, maar Gedeputeerde Staten gingen daarmee niet akkoord, en de stemming moest worden overgedaan. * 
In 1894 werd de gemeentesecretaris en -ontvanger ontslagen. De reden was, dat deze functionaris dezelfde positie bekleedde bij de gemeente Numansdorp, waar hij ook woonde. Dit laatste bleek de reden van ontslag te zijn, zeer tegen de zin van burgemeester D. Kluifhoofd. Joost Maaten werd tot opvolger benoemd. * 
Deze burgemeester kwam overigens vaker in aanvaring met de gemeenteraad en in 1897 ook met secretaris Lommelaars. Deze weigerde herhaaldelijk hem het notulenboek van de gemeenteraad af te staan, omdat dat in strijd met zijn instructies zou zijn. Op 2 augustus 1897 om zes uur 's morgens liet de burgemeester vervolgens de lessenaar waarin het boek zich bevond openbreken door een smid. Op een opmerking van de secretaris, dat de burgemeester zijn klachten maar tot de gemeenteraad moet richten antwoordde Kluifhoofd: "Dan zouden wij bij den duivel te biechten komen". Het conflict liep dermate hoog op, dat de gemeenteraad op 8 oktober het volgende besluit vaststelde: "De Raad der gemeente Klaaswaal, Overwegende dat de heer D. Kluifhoofd Burgemeester, het bewijs heeft geleverd, eigenhandig in te schrijven onware raadsnotulen en die verder te onderteekenen als ware die deugdelijk en wettig vastgesteld; Overwegende dat de Burgemeester tot het maken der notulen geheel en al onbevoegd is (...);
Overwegende dat de Burgemeester op geen enkelen grond kan vorderen, dat hem wordt gegeven het notulenboek van den Raad; Besluit: den Secretaris op te dragen den Burgemeester onder wat voorwendsel ook, niet meer af te staan het notulenboek van den Raad, met opdracht: wanneer de Burgemeester tot het uitoefenen van werkzaamheden genomen besluiten van den Raad mocht noodig hebben, deze dan bij extract of uittreksel uit de notulen van den Raad te verstrekken". Later beweerde de burgemeester dat de secretaris de secretarie nog sterker verwaarloosde dan zijn voorganger. Zijn bewering werd door hem echter niet onderbouwd. Hij weigerde ook met de raad samen de secretarie te inspecteren. De raad overwoog dat indien dit waar zou zijn, de gemeente benadeeld zou zijn. Als het niet waar zou zijn, zou de burgemeester de secretaris opzettelijk nadeel hebben berokkend. Maar deze zaak lijkt te zijn gesust. * 
2. Maatschappelijke zorg
3. Onderwijs
4. Verkeer
5. Gasfabriek
6. Geschiedenis van de archieven
7. Verantwoording van de inventarisatie
8. Aanwijzingen voor het gebruik
9. Literatuuropgave
10. Kaart van de gemeente: bestuurders van Klaaswaal
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS