Uw zoekacties: Huis Jaarsveld
x205 Huis Jaarsveld ( Het Utrechts Archief )
Uitleg bij archieftoegang

Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief.

Een archieftoegang bestaat over het algemeen uit de navolgende onderdelen:

• Kenmerken van het archief
• Inleiding op het archief
• Inventaris of plaatsingslijst
• Eventueel bijlagen

De kenmerken van het archief zijn o.m. de omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid en andere.

De inleiding op het archief bevat interessante informatie over de geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer en kan ook aanwijzingen voor het gebruik bevatten.

De inventaris of plaatsingslijst is een hiërarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken. De beschrijvingen zijn formeel en globaal. Het lezen en begrijpen van een inventaris behoeft enige oefening en ervaring.

Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiërarchie gevolgd. De rubrieken in de inventaris maken deel uit van de beschrijving op een lager niveau. Komt de zoekterm in een hoger niveau voor, dan voldoen onderliggende niveaus ook aan de zoekvraag.

205 Huis Jaarsveld ( Het Utrechts Archief )
Zoek in deze inventaris
>
Zoektermen
Zoektips!

Wildcards kunnen het zoeken vergemakkelijken:

  • Een ? (vraagteken) vervangt een letter
  • Een * (sterretje) vervangt een aantal letters
  • Door een $ (dollarteken) voor een zoekterm te zetten, zoekt u naar woorden die op elkaar lijken.

Meer zoektips vindt u hier.

 
 
Inleiding
Jaarsveld is van ouds een bezitting der Heeren van Vianen geweest. Toen in het jaar 1321 ernstige overstroomingen het gebied van de Lopikerwaard en omgeving teisterden, maakte Jan van Henegouwen, heer van Beaumont, een acte op, waarin hij met Sweder van Vianen overeenkwam, om het gebied van Jaarsveld en Wielerveld te ontlasten van het water. Het mag wel als vaststaand worden aangenomen, dat Sweder op grond van de omstandigheid, dat hij als grootgrondbezitter te Jaarsveld belang had bij de ontwatering van zijn gebied, tot het sluiten van deze overeenkomst is overgegaan. *  Intusschen moet al dadelijk worden opgemerkt, dat afgescheiden van dit vermoedelijk grondbezit beschouwd dient te worden de heerlijkheid met het gerecht van Jaarsveld; van het laatste wordt gewag gemaakt in 1322, toen Margriet Uten Goye door Otto, heer van Cuyck, met dat gerecht beleend werd. *  Korten tijd later, te weten in 1326, verkocht dezelfde Heer van Cuyck zijn goederen in het Sticht, Amstelland en Woerden aan graaf Willem van Henegouwen. *  Dat, hoewel niet met name genoemd, onder de Stichtsche goederen ook de heerlijkheid Jaarsveld moet worden gerekend, blijkt nader uit een acte van het jaar 1333, waarbij de Graaf van Henegouwen aan Sweder van Vianen en Hubert Schenck de heerlijkheden van der Goye en Hagestein verkoopt, waarbij nu inderdaad Jaarsveld genoemd wordt. * 
Hoewel deze heerlijkheid nu, zij het in onverdeelden eigendom met Hubert Schenck, aan de Heeren van Vianen kwam te behooren, is zij later toch weder uit hun handen geraakt en zien we eerst vier generaties later heerlijkheid, huis en land te Jaarsveld te samen in het bezit der Heeren van Vianen terugkeeren. De geschiedenis van de heerlijkheid Jaarsveld is uitvoerig beschreven door Dr. J. G. Avis in zijn in 1930 verschenen proefschrift, waarnaar hier verwezen wordt. *  Het zal mogelijk zijn hierna nog een enkele aanvulling te geven. Van een huis te Jaarsveld hooren we voor het eerst spreken in het jaar 1384, toen hertog Albrecht van Beieren Gijsbrecht, heer van Vianen en van der Goye, beleende met het huis te Jaarsveld, dat hem door Gijsbrecht was opgedragen. *  De Heer van Vianen gaf dit huis wederom in leen uit aan zijn broeder Hendrik van Vianen, hetgeen blijkt uit de bevestiging dezer beleening door hertog Albrecht van het jaar 1385. * 
In die acte wordt gesproken van "den huse die her Henric van Vianen voorscr. tot Jaersvelt selve getimmert heeft, dat Veldenstein gheheten is, mitten lande, daer dit voersz. huys op staet". Aangenomen kan dus worden, dat het huis niet lang vóór 1384 gebouwd is. Opmerking verdient nog het feit, dat toen reeds van het huis Veldenstein gesproken werd, welke naam tot op den huidigen dag in de herinnering is blijven voortbestaan. Op St. Willibrordsdag van het jaar 1413 droeg heer Jan van Vianen aan zijn broeder Hendrik, heer van Vianen en van der Goye, burggraaf van Utrecht en heer van Ameide enz., zoon van bovengenoemden Gijsbrecht, zijn rechten op de heerlijkheid en het gerecht van Jaarsveld op, waarmede hij in het jaar 1404 beleend was. *  Hendrik beleende daarmede toen zijn neef Jan van Vianen Hendriks zoon. *  Deze Jan moet
ook eigenaar van het huis zijn geweest, want op denzelfden dag beleende de leenheer bovengenoemd Jans vrouw Agnes met het huis en de hofstede Veldenstein met 13 morgen land, waar het huis op staat, gelegen in het gerecht van Jaarsveld, tot haar lijftocht, *  Sindsdien zijn huis en heerlijkheid in één hand geweest en in leenbrieven van lateren tijd zien we deze complexen dan ook steeds gemeenschappelijk genoemd, met dien verstande, dat de 13 morgen na 1384 aangegroeid zijn tot 14 morgen. Behoudens een enkele korte onderbreking is dit gecombineerde leen tot 1518 in het bezit der Heeren van Vianen gebleven.
Deze onderbreking dateert van het jaar 1489. Toen ter tijd was Jan van Vianen, ridder, heer van Jaarsveld. Hij komt voor onder de edelen, die Frans van Brederode steun verleenden in zijn strijd tegen den landsheer. Toen in dezen Jonker Fransenoorlog de kansen keerden en de Kabeljauwsche partij de overhand begon te krijgen, trachtte men het land van de oproerige Hoekschen te zuiveren en zoo gebeurde het, dat Floris, heer van IJsselstein, het beleg sloeg voor het huis te Jaarsveld. In de rekening van de stad Schoonhoven van de uitgaven, door haar gedaan tot de reductie van Rotterdam, het bolwerk der partij van Jonker Frans, komen verschillende bijzonderheden over het beleg van het huis te Jaarsveld voor. *  Behalve de landsknechten verleenden 100 poorters uit Schoonhoven assistentie. Met een ijzeren stuk geschut, de slange genaamd, en met kartouwen, met paard en wagen uit Schoonhoven aangevoerd
, werden 12 steenen en 24 looden kogels op en door het huis geschoten, met het resultaat, dat de bezetting zich na een beleg van vijf dagen overgaf. De steenen kogels, welke thans nog te Jaarsveld bewaard worden, zijn ongetwijfeld van deze belegering afkomstig. Nadat het huis min of meer verwoest was, volgde verbeurdverklaring en trok de grafelijkheid de bezitting aan zich, zoodat zoowel de toenmalige bezitter, als de Heer van Vianen hun rechten daarop verloren.
Den 23sten februari 1489 gaf aartshertog Maximiliaan de hofstede, waarop het huis placht te staan, met het dorp en de heerlijkheid Jaarsveld enz. in leen aan Floris van Egmond, heer van IJsselstein, als belooning voor zijn hulp. *  Uit een memorie, welke Jan van Vianen eenige jaren later opstelde, blijkt, dat Floris van Egmond gedurende vier Jaren Jaarsveld "gebruyct ende gepossedeert heeft gehadt uyt titele, dat mijn G. H. 't voirsseyde geconfisqueert hadde". *  Uit deze mededeeling en uit het feit, dat ook na 1489 de Heeren van Brederode-Vianen door de grafelijkheid van Holland met Jaarsveld beleend werden en de Heer van Vianen zijn neef Jan ermede beleende, blijkt wel, dat inderdaad Jan van Vianen vrij spoedig weder zijn vroegere eigendommen te Jaarsveld heeft teruggekregen. In 1511, toen genoemde Jan tijdelijk te
Schoonhoven vertoefde, trof een nieuwe ramp het weder opgebouwde huis. In dezen tijd waren tusschen de stad Utrecht en den Heer van IJsselstein vijandelijkheden ontstaan. Zekere kapitein Van Pomeren, die met zijn soldaten voor IJsselstein lag, trok naar Jaarsveld, waar dijkgraaf en heanraden van de Lopikerwaard met een aantal werklieden in het huis een veilig onderkomen hadden gemeend te vinden bij gelegenheid van noodzakelijke werkzaamheden aan den dijk. Van Pomeren eischte het huis op en gaf last tot plundering.
Zijn soldaten verbrandden de rieten daken van het huis, het bouwhuis, den hooiberg en den grooten rosmolen, hakten vele boomen om, namen de palen mede, welke moesten dienen voor een hoofd in de Lek, en stalen voorts bedgerei, etenswaren, huisraad en kleinodiën van de vrouwe van Jaarsveld. Een overzicht, van hetgeen geroofd werd, is te vinden in een nota van onkosten, welke heer Jan indiende bij de Gedeputeerden van de drie Staten van het Nedersticht. *  Niet. lang na dezen overval kwam er een einde aan het bezit der Heeren van Vianen van Jaarsveld. Immers, in 1518 verkocht heer Jan van Vianen, ridder, met zijn zoons Hendrik en Jan, het huis c.a. met 14 morgen land en de heerlijkheid met bijbehoorende rechten aan Floris van Egmond, heer van IJsselstein, die er vroeger reeds korten tijd mede was beleend, voor een som van 3000 guldens. *  Jaarsveld
vererfde nu op Anna, dochter van Maximiliaan van Egmond, heer van IJsselstein, graaf van Buren, eerste gemalin van Prins Willem I. Door haar kwam Jaarsveld aan haar oudsten zoon Prins Philips Willem; gedurende zijn uitlandigheid heeft zijn vader, de Prins van Oranje, en na. diens dood zijn zuster Maria het bestuur over zijn goederen gevoerd. Het is niet bekend, of Prins Philips Willem ooit in de gelegenheid is geweest zijn bezittingen te Jaarsveld in oogenschouw te nemen. In ieder geval zal hij er wel niet bijzonder aan gehecht zijn geweest en hij besloot dan ook in 1608 om het huis met de heerlijkheid en de landerijen te verkoopen aan den Amsterdamschen koopman Jan Michiels zoon van Vaerlaer. * 
Sindsdien is Jaarsveld vele malen van eigenaar verwisseld; men vergelijke het overzicht der opeenvolgende eigenaars op blz. 93 van den inventaris. In 1614 verkocht Van Vaerlaer, die gehuwd was met een dochter van Pieter Gerrits zoon van Ruytenburgh, de bezittingen aan zijn zwager Simon van Alteren, eveneens gehuwd net een dochter van Pieter van Ruytenburgh. Deze Van Alteren woonde oorspronkelijk te Middelburg, waar hij raad was, later raad ter Admiraliteit te Amsterdam wegens de provincie Zeeland. Hij verhuisde later naar Amsterdam, waar hij woonde op de O. Z. Ooster Achterburgwal "in Ruytenburgh". Door den koning van Frankrijk werd hij verheven tot ridder in de orde van St. Michiel. Van hem vererfde Jaarsveld waarschijnlijk eerst op zijn oudsten zoon Lodewijk, die in 1657 overleed, daarna op zijn tweeden zoon Pieter, raad en advocaat-fiscaal ter Admiraliteit te Amsterdam enz., gehuwd met Anna Boom. Pieter van Alteren overleed in 1667; Anna Boom in 1679. Gedurende haar weduwens
taat werd het slot te Jaarsveld verwoest. In 1672 werd het door de Fransche troepen geplunderd, doch overigens intact gelaten. Doch het volgend jaar keerden de troepen terug, nadat zij vernomen hadden, dat Staatsche soldaten in het slot gelegerd waren; de Franschen plunderden het ten tweeden male en staken het vervolgens in brand. Sedert dien is het slot niet weder opgebouwd; de ruine is nog tal van jaren blijven staan en is gedeeltelijk nog voor verschillende doeleinden gebruikt. De groote toren, op een kaart van 1685 nog duidelijk te onderscheiden, heeft langen tijd als gevangentoren dienst gedaan.
Immers, daar Jaarsveld een hooge heerlijkheid was, kwam den Heer het recht van crimineele jurisdictie toe en de rechterlijke protocollen wijzen dan ook uit, dat verschillende misdadigers in den gevangentoren zijn opgesloten geweest. Behoudens eenige brokstukken van fundamenten, die de plaats van dezen toren nog heden ten dage aangeven, zijn alleen nog de slotgrachten in wezen en is daardoor de juiste plaats te bepalen, waar het vroegere huis Veldenstein heeft gestaan. De nagelaten kinderen van Pieter van Alteren en Anna Boom verkochten in 1683 de "vermaerde hooge ende vrije heerlijckheyt van Jaersvelt bestaende uit vervallen sloth, leggende in sijne dubbelde grachten, den duyventoorn, thuynmanshuys nevens een huys aen den dijck (nu 't schoolhuys van Jaersvelt), cingels, hoven, thuynen, dreven, boomgaerd ende weylanden daer bij behoorende", te samen groot 14 morgen, met hooge, lage en middelbare jurisdictie, het recht van erf-heemraad van den Lekdijk-benedendams, het recht van n
akoop, van cijns, van dwangmolen, van bieraccijns, van aanstellen van verschillende functionarissen, van jacht, visscherij en zwanedrift, met 12 of 14 achterleenen enz., voor een som 33600 guldens. *  Kooper werd Transisulanus Adolphus van Voorst, ridder, heer van Hagevoerde, Bergentheim enz., hofmeester van Z. H. Prins Willem III, drost en kastelein van de stad Gorinchem en het land van Arkel, lid van den Raad van State enz. enz.; zijn zwager Diederik van Velthuysen, heer van Heemstede (bij Houten), die getrouwd was met zijns vrouws zuster Alida de Graaff, trad bij dezen koop voor hem als gemachtigde op.
Transisulanus van Voorst overleed kinderloos in 1707 en Jaarsveld vererfde toen op zijn neef Dirk Helmich van Voorst, heer van Overbergen, kolonel van een regiment Cavallerle. Het schijnt, dat over deze vererving moeilijkheden zijn gerezen tusschen de erfgenamen en de familie van de vrouw van den erflater. In 1716 echter werd een accoord gesloten tusschen de hierboven reeds genoemde Alida de Graaff, intusschen weduwe geworden van Dirk van Velthuysen, als fidëicommissair erfgename van haar overleden zuster Arnolda de Graaff, weduwe van Transisulanus van Voorst, ter eenre, en de erfgenamen onder benificie van inventaris van wijlen dezen Transisulanus, waarbij bepaald werd, dat Alida de Graaff de heerlijkheid Jaarsveld met het huis enz. zou krijgen. *  In 1733 overleed deze vrouwe van Jaarsveld. Bij testament had zij Jaarsveld vermaakt aan meester Cornelis de Witt, oud-raad en regeer
end schepen der stad Dordrecht. Deze Cornelis was een kleinzoon in de mannelijke linie van den raadpensionaris Johan de Witt en stamde in de vrouwelijke linie af van diens broeder Cornelis, den ruwaard van Putten. Door het geslacht Bicker-de raadpensionaris was gehuwd met Wendela Bicker-was het geslacht De Graaff verwant aan dat van De Witt en waarschijnlijk daarom heeft Alida de Graaff haar bezitting aan den verren neef De Witt vermaakt. * 
In den tijd, dat leden van het geslacht De Witt heeren van Jaarsveld waren, is het tegenwoordige huis, dat eenige honderden meters ten noorden van het voor: alige slot staat, gebouwd. In de rekening van den rentmeester van Jaarsveld over 1759/1760 toch staat aangeteekend, dat biljetten zijn gedrukt en gepubliceerd betreffende de aanbesteding van het timmerwerk van het nieuw te bouwen huis, en in de rekening van het volgend jaar komen extra-ordinaris uitgaven voor van het "setten van het nieuwe huys", zoodat mag worden aangenomen, dat dit huis omstreeks het jaar 1761 is voltooid. In 1867 is bij dit huis een nieuwe vleugel van twee verdiepingen gebouwd, en werd het inwendige van het oorspronkelijke gebouw aanmerkelijk gewijzigd en gebracht in den staat, waarin het zich thans bevindt. Meester Cornelis de Witt overleed in 1769 en Jaarsveld vererfde toen op zijn zoon Johan de Witt en van dezen na diens dood in 1783 op zijn zoon Cornelis de Witt, gehuwd net Eramerentia van Renten, we
duwe van Hendrik Bagh. Zij overleefde haar tweeden man na zijn dood in 1813 nog negen jaren en het bleek toen, dat zij, gelijk ook de begeerte van haar man was geweest, tot haar universeelen erfgenaam had benoemd haar aangehuwden kleinzoon uit haar eerste huwelijk Johan Hendrik van Wolf ramsdorf te Dordrecht. *  Deze verkocht in 1826 de heerlijkheid c. a, aan Warnardus Verhagen, die toen sedert een jaar burgemeester van Jaarsveld was en voor dien tijd verschillende openbare ambten te Ameide en te Tienhoven had bekleed.
Bovendien was de nieuwe kooper tot 1826 rentmeester van Jaarsveld geweest, welke functie de voorvaders zijner vrouw vroeger hadden vervuld. Na het overlijden van Warnardus Verhagen in 1832 kwam Jaarsveld aan zijn dochter, gehuwd met mr. P.L. Begram, die verschillende rechterlijke ambten te Gorinchem bekleedde, en van dozen aan zijn zoon W.C.M. Begram. Toen deze in 1890 overleed, vererfden zijn bezittingen aan zijn eenige zuster Johanna Begram, die gehuwd was met Dr. J. C. van Eeten, waardoor Jaarsveld tenslotte aan de familie van Eeton kwam. Het grondbezit te Jaarsveld was in den loop der eeuwen aanmerkelijk uitgebreid en bleef niet beperkt tot de 14 morgen land, waarvan in de oudste acten sprake was. Behalve goederen te Jaarsveld werden verschillende landerijen, vooral te Ameide en Tienhoven en grootendeels afkomstig van Warnardus Verhagen en de familie van zijn vrouw, aan het bezit der Heeren van Jaarsveld toegevoegd. Het heeft geen zin er hier verder over uit te weiden, aang
ezien de inventaris van het archief daarover voldoende aanwijzingen geeft. Een uitzondering echter moet gemaakt worden voor de heerlijkheid Ameide met het slot Herlaar en voor de heerlijkheid Tienhoven. Deze bezittingen behoorden oorspronkelijk aan het geslacht Van Herlaer, totdat zij, door het huwelijk van de oudste dochter van heer Jan van Herlaer met Hendrik van Vianen omstreeks 1380 aan hot geslacht Van Vianen kwamen; vervolgens vererfden zij aan de Brederode's en kwamen zij tenslotte aan Simon Hendrik, graaf van Lippe-Detmold, gehuwd met Amalia van Dohna. Deze was een dochter van de zuster van den laatsten Heer van Vianen uit het huis Brederode en op haar waren de Vianensche bezittingen vererfd.
Simon Hendrik Adolf, graaf van Lippe-Detmold, kleinzoon van Simon Hendrik, verkocht in 1725 de beide hooge heerlijkheden aan de Staten van Holland en West-Friesland, die op hun beurt in 1729 beide heerlijkheden verkochten aan Arnout van den Bergh, echter onder beding, dat aan de Staten het hooge rechtsgebied zou blijven; de nieuwe eigenaar zou zich dus slechts ambachtsheer kunnen noemen. Na afwisselend gecombineerd of gescheiden van eigenaar te zijn veranderd, kwam "de ambachtsheerlijkheid Herlaar onder Tienhoven met daarbij behoorende onroerende goederen" in 1876 door koop aan W.C.M. Begram, die toen Heer van Jaarsveld was, waardoor na een scheiding van ongeveer 5 eeuwen deze oud-Vianensche bezittingen. weder aan denzelfden heer kwamen te behooren. Het archief van het huis te Jaarsveld is van ouds in eenige kasten op het huis bewaard geweest„.In 1929 verzocht Ir. W.C.M. van Eeten, de toenmalige eigenaar van het huis en de heerlijkheid Jaarsveld, aan ondergeteekende, de stukken
te ordenen en te beschrijven, waartoe zij naar het Rijksarchief te Arnhem, later naar het Algemeen Rijksarchief te 's Graven-. hage werden overgebracht. Eenige stukken, welke nog bleken te berusten in het huis aan de Voorstraat te Ameide, waar eertijds Warnardus Verhagen had gewoond, en die kennelijk tot het archief van het huis te Jaarsveld behoorden, werden aan de collectie toegevoegd.
Hetzelfde was het geval met eenige stukken, die aangetroffen werden in het huis van wijlen Ir. W.C.M. van Eeten te Utrecht, overleden in het laatst van 1934. Voor zijn overlijden had de eigenaar van het archief bepaald. dat het, na te zijn geordend, in bruikleen zou worden gegeven aan het Rijksarchief in de provincie Utrecht, teneinde mogelijke versnippering te voorkomen en zoodoende de zekerheid te hebben, dat de stukken tegen brandgevaar zouden zijn beschermd. Aangezien het ondergeteekende niet mogelijk bleek in verband met zijn andere werkzaamheden om het archief in betrekkelijk korten tijd te ordenen en te beschrijven, verzocht hij in-november 1935 mejuffrouw M.C.G. Diemont, volontaire aan het Algemeen Rijksarchief, om onder zijn toezicht de inventarisatie van het tamelijk omvangrijke archief op zich te willen nemen. Met onverpoosden ijver heeft mejuffrouw Diemont zich geheel belangeloos aan haar taak gewijd; het resultaat van haar arbeid is hierachter te vinden. Bij de inv
entarisatie zijn de regels van de "Handleiding" zooveel mogelijk in acht genomen; teneinde de omvang van den inventaris niet noodeloos te vergrooten, zijn de series onder verzamelnummers vermeld. Wanneer charters aanwezig zijn, is zulks aan het einde van iedere beschrijving aangegeven; beschrijvingen zonder nadere aanduiding betreffen stukken in omslagen. De indeeling van den inventaris spreekt overigens wel voor zich zelf; zij is gemaakt in navolging van de inventarissen van huisarchieven, welke in de laatste tientallen van jaren zijn verschenen. Aan het einde van den inventaris zijn ter verduidelijking eenige genealogische staten ingevoegd; voorts treft men er een lijst van de opeenvolgende eigenaars van Jaarsveld aan alsmede een fragmentgenealogie der Heeren van Vianen.
Mei 1937
D.P.M. Graswinckel
Inventaris
3. Stukken, waarvan het verband met het archief niet gebleken is (Derde hoofdafdeling)
1049 Extract uit het leenregister van Gelre en Zutphen, waarbij Reynout van Brederode, heer van Vianen, beleend wordt met de heerlijkheid Odijk, het halve dorp en de heerlijkheid Lexmond, het huis Hardenbroek met 4 morgen land, huis en hofstede te Bloemendaal met 10 morgen land onder het gerecht van Lexmond, een hofstede op Lakerveld, genaamd Johans hofstad van Lakeveld, met een halve hoeve, alsmede met huis en hofstede te Killenstein onder Lexmond. Extract van gelijken tijd, 1532
205 Huis Jaarsveld
Inventaris
3. Stukken, waarvan het verband met het archief niet gebleken is (Derde hoofdafdeling)
1049 Extract uit het leenregister van Gelre en Zutphen, waarbij Reynout van Brederode, heer van Vianen, beleend wordt met de heerlijkheid Odijk, het halve dorp en de heerlijkheid Lexmond, het huis Hardenbroek met 4 morgen land, huis en hofstede te Bloemendaal met 10 morgen land onder het gerecht van Lexmond, een hofstede op Lakerveld, genaamd Johans hofstad van Lakeveld, met een halve hoeve, alsmede met huis en hofstede te Killenstein onder Lexmond. Extract van gelijken tijd, 1532
Datering:
1532
Omvang:
1 stuk
Organisatie: Het Utrechts Archief
Bijlage
Lijst van opeenvolgende eigenaars van Jaarsveld
N.B. Over de heerlijkheid is tot in de 16de eeuw herhaaldelijk geschil geweest. Verwezen wordt hiervoor naar het reeds genoemde werk van Dr. J. G. Avis (zie blz. VI)
Kenmerken
Datering:
1455-1890
Toegangstitel:
Inventaris van het archief van het huis te Jaarsveld
Auteur:
M.C.G. Diemont
Datering toegang:
1937
Openbaarheid:
Volledig openbaar
Rechtstitel:
Opneming in beheer van een particulier, niet in eigendom verkregen
Omvang:
6,88 m zuurvrije dozen
Rubrieken:
Thema trefwoorden:
Categorie:
Archiefvormer(s)::
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS