Uw zoekacties: Parochie St. Petrus te Berlicum met de kapellen te Kaathoven...

1575 Parochie St. Petrus te Berlicum met de kapellen te Kaathoven, Bedaf en Middelrode, 1401-1985 ( Brabants Historisch Informatie Centrum (BHIC) )

Uitleg bij archieftoegang

Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief.

Een archieftoegang bestaat over het algemeen uit de navolgende onderdelen:

• Kenmerken van het archief
• Inleiding op het archief
• Inventaris of plaatsingslijst
• Eventueel bijlagen

De kenmerken van het archief zijn o.m. de omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid en andere.

De inleiding op het archief bevat interessante informatie over de geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer en kan ook aanwijzingen voor het gebruik bevatten.

De inventaris of plaatsingslijst is een hiërarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken. De beschrijvingen zijn formeel en globaal. Het lezen en begrijpen van een inventaris behoeft enige oefening en ervaring.

Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiërarchie gevolgd. De rubrieken in de inventaris maken deel uit van de beschrijving op een lager niveau. Komt de zoekterm in een hoger niveau voor, dan voldoen onderliggende niveaus ook aan de zoekvraag.

beacon
 
 
Inleiding
Inleiding

Berlicum ligt te midden van Rosmalen en Nuland in het noorden, Heeswijk in het oosten, Schijndel in het zuid/zuidwesten en Sint-Michielsgestel en Den Dungen in het westen. Het grondgebied van Berlicum bestond behalve uit het dorp Berlicum uit de buurten Middelrode en Assendelft, de gehuchten Hasselt, Kampen, Loofaart, Motven en Veebeek, en een deel van Kaathoven. Dit gebied besloeg bijna 2.500 hectare.
Er werd al vroeg gewoond in Berlicum. Op de donken in het verder nogal natte landschap ontwikkelde zich een boerengemeenschap, die het vee op de weiden langs de regelmatig overstromende rivier liet grazen.
Er zijn geen geschreven bronnen bekend uit die tijd.
W.J.M. van der Heijden schrijft in zijn boek ‘Berlicum, zwerftocht door het verleden, deel I’ dat de nederzetting Berlicum is ontstaan in de periode 400 à 500 doordat een nomadische Frankische stam rond het huidige raadhuisplein zijn woonplaats vestigde, waar de leefomstandigheden daar gunstig genoeg werden geacht. Daar ontstond een combinatie van akkerdorp-domeindorp. Zij zullen dan nog heidens zijn geweest.
Gedurende de 8e eeuw dringt de geloofsverbreiding in het kielzog van de Merovingische en Karolingische veroveringen door ook in de meer afgelegen gebieden. Deze bekering ging gepaard met dwang en de heidense heilige plaatsen werden dan omgebouwd tot de eerste christelijke heilige plaatsen.
De plaatselijke landheer zal een vermoedelijk houten kerkje hebben laten bouwen als plek van samenkomst voor de bewoners van zijn landgoed.
Vanaf 8 mei 1237 als de overdracht en dan op 15 juni 1240 met de verkoop, is er een bijzondere band tussen Berlicum (toen nog inclusief Middelrode) en de Norbertijnen van de abdij van Berne ontstaan.
Het kapittel van Sint Salvator of Oudmunster in Utrecht verkoopt dan zijn “hof te Berlicum” aan het Convent van de H. Maria te Berne van de orde van Premonstreit (sinds 1134 was de abdij van Berne gevestigd in Heusden).
Een interessante vraag is dan natuurlijk weer van hoe dit kapittel aan deze bezitting, dit domein, is gekomen.
In elk geval werd voor het eerst formeel een Brabantse parochie aan regulieren toevertrouwd en verwierf de abt van Berne het patronaatsrecht van de kerk van Berlicum.
Als dan in 1243 de heer van Herlaer nog zijn bewindsrechten over dat Berlicums goed verkoopt aan de abdij dan is de zaak rond.
In 1252 heeft het kapittel te Utrecht ook de tienden en cijnzen te Berlicum overgedragen aan de abdij, met dien verstande dat de tienden van Middelrode zullen toebehoren aan de dienstdoende geestelijke van de kerk van Berlicum.
Er is in 1304 voor het eerst sprake van een pastoor Joannes.
Vermoedelijk is dus het kerkje van Berlicum in de loop van de 13e eeuw of omstreeks 1300 verheven tot parochiekerk van de parochie Berlicum.
Van ouds behoort de parochie Berlicum bij het bisdom Luik.
Eind 15e eeuw kreeg de Berlicumse kerk, dan inmiddels van steen, een kerktoren. Het bedehuis had destijds al een grote omvang: een schip met kleine zijbeuken en drie koren. De toren werd geflankeerd door twee aanbouwen: de rechtse diende als raadhuis, de linkse als woning (rond 1750 verdwenen de zijbeuken weer).

Het gaat soms niet al te best met de dorpskerken. Zo is rond 1550 de kerk van Berlicum in verval door de strooptochten der Geldersen.
En in de jaren 1585-1587 vindt een Beeldenstorm plaats in de Berlicumse kerk, die wordt geplunderd, ontheiligd en vernield. De schade wordt in de jaren daarna wel hersteld maar veel later, pas in 1613, wordt de kerk opnieuw ingezegend.

Na de vrede van Münster (1648) kwam deze kerk, zoals vele andere, in handen van de protestanten. In die toestand is geen verandering meer gekomen, ook niet in 1810, toen de katholieken de kerk konden terugkrijgen. Men maakte toen enige tijd gebruik van de kapel te Kaathoven.

Vanaf 1676 beschikten de parochianen van Berlicum over een eigen schuurkerk aan het Braakven. Zoals het woord al aangeeft, zag deze eruit als een boerderij. Het woongedeelte was pastorie en de stal was ingericht als kerkzaal.
(zie inv.no. 145)
Omdat de schuurkerk centraler lag dan de oude middeleeuwse dorpskerk, bleven de katholieken hem in 1810 gewoon gebruiken.
H. Corneliuskapel
Doordat Middelrode een behoorlijk eind verwijderd lag van de middeleeuwse kerk, kreeg het vanaf 1454 een eigen kapel, toegewijd aan de H. Cornelis.
De Marialuidklok in het torentje van de middeleeuwse kapel dateerde van 1483. In de kapel bevinden zich de altaren van H. Catharina, H. Maria, H. Johannes de Doper en H. Barbara.
Direct na de Vrede van Munster in 1648 wordt de kapel verbeurd verklaard en als school in gebruik genomen. Het beeld van de H. Cornelius brengt men onder in de kerk van Zeeland.
(Berne en Berlicum 1240-1990, door A. v.d. Hurk en W. v.d. Heijden b.g.v. viering 750 jaar, afb. p. 68)

H. Cunerakapel
Ook het gehucht Kaathoven kreeg een eigen kapel, gebouwd door de eigenaren van het landgoed de Boxhoeve, een leen van de hertog van Brabant. Deze Cunerakapel wordt al c. 1475 voor het eerst vermeld. Tot 1637 vonden er bedevaarten plaats. Men kreeg toen immers te maken met de hevige vervolging door de calvinisten. Daarom verhuisden de Cuneradevotie en de kapelinventaris naar Bedaf. Pastoor Keijsers van Berlicum moest de relieken uit de altaren verwijderen en zijn parochie verlaten. Hij vluchtte met zijn ‘kostbaarheden’ naar het Land van Ravenstein, waar zijn confrater, de pastoor Janssens van Heeswijk op Bedaf onder Uden, een schuur had gehuurd, waar al een zg. “grenskapel” was ontstaan voor de inwoners van Dinther en Heeswijk. Zie verder Antonius Abtkapel.
De Cunerakapel kwam na 1648 nog even ter beschikking van de protestantse gemeente Dinther. Het onteigende r.k. bedehuis staat vervolgens ruim 40 jaar ongebruikt en vervalt daardoor. Vanaf c. 1690 wordt de voormalige kerkruimte als school gebruikt; voor de protestantse schoolmeester werd er een woning aangebouwd.
In 1981 wordt het herstelde pand als woonhuis in gebruik genomen.
(Berne en Berlicum 1240-1990, door A. v.d. Hurk en W. v.d. Heijden b.g.v. viering 750 jaar, foto p. 70)
H. Antonius abtkapel
Veel parochies in de Meierij van 's-Hertogenbosch, die grensden aan het Land van Ravenstein, hebben in 1648 of kort nadien kerkhuizen opgericht in deze vrije heerlijkheid. Zo kregen de parochianen van Heeswijk en Dinther een kapel op Bedaf onder Uden. Na de Vrede van Munster werd de reliek van de H. Cunera uit de kapel van Kaathoven in de schuurkerk te Bedaf in veiligheid werd gebracht om ook vereerd te kunnen worden door de inwoners van de Meierij.
De kapel op Bedaf stond als grenskapel juist op het gebied met godsdienstvrijheid, het Land van Ravenstein.
Hoewel de kapel was gewijd aan de H. Antonius abt, bloeide hier de Cuneraverering weer op. Men mag aannemen dat de gelovigen van Berlicum jarenlang de meer dan twee uur durende voettocht naar Bedaf hebben gemaakt op zon- en feestdagen.
nb. zie ook: Berne en Berlicum, gedenkboek uitgegeven bgv de viering van 750 jaar pastorale zorg van Berne over Berlicum, door A.W. vd Hurk en W. vd Heijden. Berlicum 1990.
Om nu eens het maatschappelijk (katholieke) netwerk te demonstreren ten tijde van het Rijke Roomse leven, volgt hier een opsomming van (katholieke) organisaties, aangetroffen in inv.no. 413 van onderhavig archief (van de parochie Berlicum, blok 1575). Het betreft hier dus de situatie te Berlicum, een gewoon Brabants dorp anno c. 1920 met toen ongeveer 3.000 inwoners.

Kerkelijke verenigingen:
Congregatie
H. Familie
Retraite Penning
Kerkelijk Zangkoor
r.k. kerkbestuur
Conferentie
Kerkelijke Armen
Altaarwacht
H. Kindsheid
Processie
Derde Orde
Algemene Armen

Sociale Verenigingen
Werkliedenverbond
Tabaksbewerkersbond
Ziekenfonds
Doktersfonds
Concordia
Vakbond
Woningbouw
Ziekenkas
Spaarkas
Boerenbond
Paarden en veeverzekering
Zuivelbond
Geitenfokvereniging
Veefokvereniging
Eierbond
Boerenleenbank
Imkersbond
Pluimveehoudersbond
Stierenvereniging
Fok- en Controlevereniging
Boerinnenbond
Drankbestrijding
Kruisverbond
Jongensbond
Mariavereniging
Meisjesbond
St. Annavereniging
Witgele kruis
TBC – commissie
Polderbestuur
Schattingscommissie
r.k. Kiesvereniging
Gemeenteraad

Ontspanning
Volkszang
Harmonie
B.F.C.
O.N.A.
Kunst- en Vriendenkring
Nooit Volleerd
Handboog
Berlicums Toneel
Berlicums mannenkoor
Rose Marie
Schuttersgilde
Gildebond R.D.B.
De Jantjes
St. Soranus
Gemengd koor
Toneelclub Eensgezind
Dorpsverfraaiing
Leesbibliotheek
Berlicumse Burgerwacht
Bijzondere Vrijwillige Landstorm
Kinologenclub
Commissie schoolverzuim
Hermanus Josephus school
Theresiaschool
Norbertusschool









Het archief is in twee gedeelten bij het BHIC terechtgekomen.
Eerst arriveerde in 2008 het oudste gedeelte vanuit de abdij van Berne, betreffende de inventarisnummers 1 -147.
In 2009 kwam er een nieuw gedeelte vanuit het parochiebestuur Berlicum, betreffende inventarisnummers 148-412.
Vervolgens kwamen in 2009-2011 nog enkele kleine aanvullingen (inv.nos. 413-420,).
Bij het archief van het dorpsbestuur zitten nog enige stukken betreffende de Tafel van de H. Geest.
Maar er bestaat ook een apart archiefblok 5248 Tafel H. Geest Berlicum.
Pastoors van Berlicum (allen Norbertijnen), 1304 - 1835
Joannes 1304
Robertus van Doerne 1364-1375
Theodorus Gerirts de Raet 1375-1395
Ingramus Rompot Hendrikzn 1401-1435 jaar van aanstelling onzeker
Arnoldus Martinuszn 1436-1445
Lambertus Lambertuszn van den IJvelaer 1448-1485 jaar van aanstelling onzeker
Johannes van Orten 1485-1517
Conrardus van Malsen 1517-1528
Otto van den Boetselaer 1528-1549
Johannes de Greef 1549-1564
Heijmericus Joannes van Macharen 1564-1569
Joannes van Eijck 1569-1598
Everardus Walterus Vonck 1598-1604
Petrus Jacobus van den Meulenhof 1604-1613
Joannes Reinier Moors 1613-1624
Henricus Johannes Boulieu 1625-1628
Paulus van den Dael 1628-1640
Joachim Keijsers 1641-1668
Guilhelmus Quisthoudt 1668-1669
Johan Bulens 1669-1671
Johannes Baptist Bulens 1671-1674
Lucas Gerlachus Sjongers 1674-1678
Antonius van Lendt 1678-1679
Lucas Gerlachus Siongers 1680-1693
Carolus Robertus Baron van Ravenschot 1693-1719
Godefridus Hugo Loef 1719-1721
Augustinus van Rijswijk 1721-1745
Gerardus van Berckel 1745-1760 vanaf 1757 bediende zijn opvolger Verhoeven de parochie alleen, vanwege een beroerte van Van Berckel
Henricus Verhoeven 1760-1804
Nicolaas Hogers 1804-1835

Literatuur:
Berne en Berlicum 1240-1990, door A. v.d. Hurk en W. v.d. Heijden b.g.v. viering 750 jaar pastorale zorg
Het verborgen leven van de Abdij van Berne in haar parochies 1797-1857, door dr. W.J.C.C. v.d. Hurk o.praem. (stichting zuidelijk historisch contact, Tilburg 1977 deel 39)
Pastoors van Berlicum, 1835 - 2009
Lambertus Antonius Josephus Thionville 1835-1837
Gerardus Wilhelmus Neefs 1837-1856
Gerardus van Gerwen 1856-1884
Lambertus Burmanje 1884-1915
Wilhelmus van Oorschot 1915-1921
Johannes Franciscus Knaapen 1921-1929
Antonius Ludovicus van Gorkum 1929-1934
Dr. Johannes Ondersteijn 1935-1942
Wilhelmus van den Boom 1942-1958
Henricus van den Berg 1958-1959
Henricus Johannes Hoek 1959-1977
Waltherus Pulles 1977-1996
-- Vanaf 1996: pastorale eenheid Berlicum-Middelrode
E.Th.F.M. Cortvriendt 1996-2004
Drs. B. Jansen 2004-…
Inventaris
Inventaris van het parochiearchief, 1401-1985
De Kapellen
H. Antonius abtkapel op Bedaf (1648)
1575 Parochie St. Petrus te Berlicum met de kapellen te Kaathoven, Bedaf en Middelrode, 1401-1985
Inventaris
Inventaris van het parochiearchief, 1401-1985
De Kapellen
H. Antonius abtkapel op Bedaf (1648)
NB:
[n.b. Hoewel de kapel was gewijd aan de H. Antonius, werd er in de periode 1648-1784 vooral de reliek van de H. Cunera vereerd]
Bedaf, eertijds ook wel bekend als Zandberg, is een gehucht gelegen in de gemeente Uden op de grens met Nistelrode nabij Vorstenbosch. Veel parochies in de Meierij van 's-Hertogenbosch, die grensden aan het Land van Ravenstein, hebben in 1648 of kort nadien kerkhuizen opgericht in deze vrije heerlijkheid. Zo kregen de parochianen van Heeswijk en Dinther een kapel op Bedaf onder Uden, waar reeds in augustus 1648 Balthasar Janssen o. praem., de oprichter van deze schuurkerk, voor hen de eredienst behartigde.
- De (volgens de overlevering houten) kapel was gelegen langs de huidige Bedafseweg ter hoogte van het Lendersgat en de Derptweg, niet ver van de grens met Vorstenbosch (gemeente Bernheze) in het buurtschap De Brakke.
- De jurisdictie van deze aan Antonius Abt gewijde kapel behoorde tot het vicariaat van 's-Hertogenbosch en niet, zoals de rest van het Land van Ravenstein, tot het prinsbisdom Luik aangezien het bedehuis - afgezien van de lokale bevolking - uitsluitend diende voor katholieken uit het Meijerijse grensgebied. Vijf norbertijner pastoors van Heeswijk hebben de kapel of kerkschuur te Bedaf (of ook wel: 'op 't Bedaf') bediend, totdat hun orde na 1672 zelf te Heeswijk een schuurkerk kon betrekken. Na het vertrek van de norbertijner zielzorgers is een rectoraat opgericht dat werd bediend door seculieren. In 1802 is de kapel gerenoveerd.
De bezittingen bleven tot 1847 toebehoren aan de abdij.

[- In 1950 is een Mariakapel gebouwd nabij de plek waar oorspronkelijk de Antoniuskapel heeft gestaan. Volgens buurtbewoners stond de oude kapel ongeveer 25 meter verder naar achteren op het erf van de boerderij Bedafseweg 1.]
De verering betreft de dochter van Aurelius, koning van de Orkneyeilanden, die (volgens de ene overlevering in 337 en volgens een andere in 454) in gezelschap van de befaamde Ursula en de elfduizend maagden op de terugweg van hun bedevaart naar Rome, in Keulen door Hunnen werd verrast. Dankzij ingrijpen van de vorst Radbod wist zij te ontkomen aan het lot van de anderen, die allen werden gedood. In Radbods hoofdplaats Rhenen wekte Cunera de afgunst van diens echtgenote en werd zij terwijl Radbod en de zijnen op jacht waren - volgens een der overleveringen op 28 oktober 454 - door de koningin en haar kamenier geworgd met een 'dwele' (een doek), waarna zij in een stal werd begraven. Teruggekomen weigerden paarden die stal binnen te gaan, waarna Cunera's graf werd gevonden. Cunera kreeg Radbods paleis als grafplaats, de koningin stortte zich uitzinnig van de Grebbeberg af en de kamenier werd verbrand. Later 'verhief' Willibrord de heilige en stichtte zo het heiligdom in Rhenen. Het was met name de dag van deze 'verheffing' die werd gevierd, 12 juni. Op basis van verschillende elementen in haar legende werd en wordt Cunera vereerd wegens keelkwalen (de wurging) en als patrones van het vee (de paarden).

De verering van de heilige Cunera kwam dus oorspronkelijk van Rhenen, maar hieraan kwam een einde toen omstreeks 1600 de openlijke devotie verboden werd en de relieken uit de kerk werden gehaald. De Norbertijnen brachten relikwieën over naar hun klooster te Berne (bij Heusden) en sindsdien werd Cunera een geliefde heilige in het gebied tussen 's-Hertogenbosch, Veghel en Uden. Vanuit Berne kreeg in 1618 de kapel te Kaathoven een reliek die na de Vrede van Munster in 1648 in de schuurkerk te Bedaf in veiligheid werd gebracht om vereerd te kunnen worden door de inwoners van de Meierij.
- Hoewel de kapel was gewijd aan de H. Antonius, werd er in de periode 1648-1784 vooral de reliek van de H. Cunera vereerd, wier voorbede met name ingeroepen werd bij veeziekten.
- Omstreeks 1690 noteerde de Heeswijkse pastoor L. Siongers (in de weergave van Kronenburg) de volgende terugblik:

'Als ooggetuige heb ik duizenden menschen aanschouwd, die op den Zondag vóór het feest van den H. Joannes Baptist met groote devotie te zamen komen, niet zonder vrucht en verlichting der zieken, vooral van keellijders (...) overigens, de wassen exvoto's, die bij honderden en honderden te Bedaf zijn opgehangen, verklaren luide, hoevelen de H. Cunera aldaar geholpen heeft '.

- Op 17 juni 1784 werd de reliek 'ex ossibus' gesplitst en in Berlicum en te Heeswijk ondergebracht, alwaar ze tot op de dag van vandaag berusten. Het overbrengen van beide relieken betekende tevens het einde van de bedevaart in Bedaf. De splitsingsakte, waarop apostolisch vicaris Antonius van Alphen in 1815 de authenticiteit van de relieken nog eens bevestigde, wordt bewaard te Berlicum.
- Waarschijnlijk is na 1648 ook een eikenhouten beeld van Cunera vereerd in Bedaf, dat net als de reliek afkomstig was uit Kaathoven. Evenals een deel van de reliek werd dit beeld na 1784 naar de parochiekerk van Heeswijk gebracht; thans wordt het bewaard in de Abdij van Berne.





Bronnen en literatuur, archivalia:

Archief Abdij Berne, Heeswijk: kasboek L. Bosch (afd. I, V E).

Vorstenbosch, Archief Sint Lambertusparochie: registrum.

Literatuur:

L.H.C. Schutjes, Kerkelijke Geschiedenis van het bisdom ' s Hertogenbosch, dl. 3 (Sint-Michielsgestel: Instituut voor Doofstommen, 1872) p. 197-198, 826-828 (bijlage V);

Ed. Loffeld, 'O.L. Vrouw van Handel', in: Bossche Bijdragen 20 (1950-1951) p. 280, passage uit het journaal van rector Luijten;

A. Meuwese, 'Kerkhuizen van Veghel en Schijndel op Udens gebied', in: Brabants heem 6 (1954) p. 36-41;

D. de Jong, Grenskapellen voor de katholieke inwoners der Generaliteitslanden (Tilburg: Drukkerij Henri Bergmans, 1963);

W.H.Th. Knippenberg, Kultuurhistorische verkenningen in de Kempen III. Oude pelgrimages vanuit Noord-Brabant (Oisterwijk: Stichting Brabants Heem, 1968) p. 44-45;

W.J.C.C. van den Hurk, Het verborgen leven van de Abdij van Berne in haar parochies, 1797-1857 (Tilburg: Stichting Zuidelijk Historisch Contact, 1977);

P. Vermeulen, Langs 's-Heren Wegen. Veldkapellengids voor Noord-Brabant (Eindhoven: Kempen Uitgevers, 1996) p. 175;

Casper Staal & Marc Wingens, Bedevaarten in Nederland
(Zutphen: Walburg Pers, 1997) p. 61.
Overige bronnen:Meertens Instituut BiN-dossier Bedaf.
[www.meertens.knaw.nl/bedevaart]



N.B. Zie ook twee kasboeken van de kerk van Vorstenbosch op Bedaf, 1801-1858 in:
blok 1825 Archief van de H. Lambertusparochie te Vorstenbosch.

Kenmerken

Datering:
1401-1985
Vindplaats origineel:
BHIC 's-Hertogenbosch
Openbaarheid:
Deze toegang bevat een of meer stukken die tot 1 januari 2069 niet zonder meer openbaar zijn.
Het precieze jaar van openbaarheid kun je per inventarisnummer vinden.

Bij vragen kun je contact opnemen met het BHIC.