Uw zoekacties: Schepenbank Boxmeer, 1605-1810
x7042 Schepenbank Boxmeer, 1605-1810 ( Brabants Historisch Informatie Centrum (BHIC) )
Uitleg bij archieftoegang

Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief.

Een archieftoegang bestaat over het algemeen uit de navolgende onderdelen:

• Kenmerken van het archief
• Inleiding op het archief
• Inventaris of plaatsingslijst
• Eventueel bijlagen

De kenmerken van het archief zijn o.m. de omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid en andere.

De inleiding op het archief bevat interessante informatie over de geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer en kan ook aanwijzingen voor het gebruik bevatten.

De inventaris of plaatsingslijst is een hiërarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken. De beschrijvingen zijn formeel en globaal. Het lezen en begrijpen van een inventaris behoeft enige oefening en ervaring.

Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiërarchie gevolgd. De rubrieken in de inventaris maken deel uit van de beschrijving op een lager niveau. Komt de zoekterm in een hoger niveau voor, dan voldoen onderliggende niveaus ook aan de zoekvraag.

7042 Schepenbank Boxmeer, 1605-1810 ( Brabants Historisch Informatie Centrum (BHIC) )
Zoek in deze inventaris
>
Zoektermen
Zoektips!

Wildcards kunnen het zoeken vergemakkelijken:

  • Een ? (vraagteken) vervangt een letter
  • Een * (sterretje) vervangt een aantal letters
  • Door een $ (dollarteken) voor een zoekterm te zetten, zoekt u naar woorden die op elkaar lijken.

Meer zoektips vindt u hier.

 
 
Inleiding
Historisch overzicht
7042 Schepenbank Boxmeer, 1605-1810
Inleiding
Historisch overzicht
De baronie van Boxmeer, bestaande uit de plaatsen Boxmeer en Sint-Anthonis, maakte oorspronkelijk deel uit van het Land van Cuijk. In 1308 komt zij voor het eerst als afzonderlijke heerlijkheid voor. Waarom zij van Cuijk is afgescheiden is niet bekend. In het begin van de 16e eeuw kwam zij in het bezit van de graven Van den Bergh, in 1718 van de graven van Hohenzollern-Sigmaringen, die er tot aan de Franse bezetting in 1795 bezitters van zijn gebleven. De heerlijkheid is toen stilzwijgend opgeheven.
Tijdens de Republiek der Verenigde Nederlanden vervolgde de drossaard strafzaken voor de schepenbank van Boxmeer. De strafvonnissen van deze schepenbank moesten worden goedgekeurd door de heer. In burgerlijke zaken had men in Boxmeer revisie bij de hoofdbank van Cuijk en appèl bij de Raad van Brabant; in Sint Anthonis revisie bij de schepenbank van Boxmeer en appèl bij de Raad van Brabant. Bij de vrijwillige rechtspraak had men naast de schepenbank nog de zogenaamde hofkamer, voor welke de overdrachten van zogenaamd hofgoed (goed van de heer) gedaan moesten worden. Akten gepasseerd voor de schepenbank en de hofkamer zijn in hetzelfde register opgenomen. De laatste voor de hofkamer gepasseerde akte die in het register voorkomt dateert van 13 januari 1798. De "hoflaten" treden daarin tesamen met de schepenen op.
In 1795 werd Boxmeer krachtens tractaat van 16 mei 1795 overgedragen de Franse Republiek. Tot 1798 bleef de administratieve en rechterlijke organisatie in Boxmeer ongewijzigd. In dat jaar werd Boxmeer samen met Gemert één administratief kanton dat onder het arrondissement Kleef viel. Dat arrondissement kwam bij het departement van de Roer (hoofdplaats Aken). Tevens namen de Fransen de rechterlijke organisatie ter hand. De politieovertredingen werden voortaan behandeld door het tribunal de police van Gemert, later Goch (Duitsland) behandeld, de wanbedrijven door het tribunal correctionel in Kleef (Duitsland), de misdrijven door het tribinal criminel in Keulen (Duitsland). De kleine burgerlijke zaken werden door de vrederechter in Gemert, later Goch behandeld, de grotere door het tribunal civil of tribunal de commerce in Keulen.
Bij tractaat van 5 januari 1800 werden de landen van Ravenstein, Megen, Boxmeer, Gemert en Bokhoven door de Fransen overgedragen aan de Bataafse Republiek. De oude schepenbanken van Boxmeer en Sint Anthonis werden weer ingesteld en de situatie van voor 1795 werd opnieuw in het leven geroepen. Van vonnissen in strafzaken waarin een bekentenis was afgelegd kon men niet in hoger beroep komen. Alleen vernietiging door het Hof van Justitie voor Bataafs Brabant, later Departementaal Gerechtshof was in deze gevallen mogelijk. In strafzaken waarin geen bekentenis was afgelegd kon men wel in hoger beroep komen bij genoemd (Gerechts)hof. In burgerlijke zaken boven vijfentwintig gulden was eveneens beroep mogelijk bij het voornoemde (Gerechts)hof. In 1805, toen Boxmeer definitief bij het Departement Brabant gevoegd werd - tussen 1800 en 1805 werd Boxmeer als onderdeel van de zogenaamde "gecedeerde landen" bestuurd door een speciale regeringscommissaris - , werd de criminele rechtspraak gedaan door de Hoge Vierschaar in Grave.
In 1810 werd de Franse rechterlijke organisatie ingevoerd en werd de schepenbank opgeheven.

Brabants Historisch Informatie Centrum
Aanwijzingen voor de gebruiker
Kenmerken
Vindplaats origineel:
Locatie Den Bosch
Categorie:
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS