Uw zoekacties: Klooster Het Hollandse Huis bij Geertruidenberg, 1266 - 1593
x240 Klooster Het Hollandse Huis bij Geertruidenberg, 1266 - 1593 ( Brabants Historisch Informatie Centrum (BHIC) )
Uitleg bij archieftoegang

Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief.

Een archieftoegang bestaat over het algemeen uit de navolgende onderdelen:

• Kenmerken van het archief
• Inleiding op het archief
• Inventaris of plaatsingslijst
• Eventueel bijlagen

De kenmerken van het archief zijn o.m. de omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid en andere.

De inleiding op het archief bevat interessante informatie over de geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer en kan ook aanwijzingen voor het gebruik bevatten.

De inventaris of plaatsingslijst is een hiërarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken. De beschrijvingen zijn formeel en globaal. Het lezen en begrijpen van een inventaris behoeft enige oefening en ervaring.

Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiërarchie gevolgd. De rubrieken in de inventaris maken deel uit van de beschrijving op een lager niveau. Komt de zoekterm in een hoger niveau voor, dan voldoen onderliggende niveaus ook aan de zoekvraag.

240 Klooster Het Hollandse Huis bij Geertruidenberg, 1266 - 1593 ( Brabants Historisch Informatie Centrum (BHIC) )
Zoek in deze inventaris
>
Zoektermen
Zoektips!

Wildcards kunnen het zoeken vergemakkelijken:

  • Een ? (vraagteken) vervangt een letter
  • Een * (sterretje) vervangt een aantal letters
  • Door een $ (dollarteken) voor een zoekterm te zetten, zoekt u naar woorden die op elkaar lijken.

Meer zoektips vindt u hier.

beacon
 
 
Inleiding
Historisch overzicht
Erfgoedstuk
Archief
Verantwoording van de inventarisatie
240 Klooster Het Hollandse Huis bij Geertruidenberg, 1266 - 1593
Inleiding
Verantwoording van de inventarisatie
Inventaris

Het grootste deel van het archief bestaat uit eigendomsbewijzen en retroacta. De geografische indeling van het cartularium uit 1518 is voor de ordening hiervan als leidraad gekozen, zodat de laatste oude ordening van het archief die daarin weerspiegeld wordt, ook in de inventaris naar voren komt. Op drie belangrijke punten is hiervan afgeweken. De tweedeling van het cartularium is niet aangehouden, omdat ze in het archief niet doorgevoerd is. Bovendien is de alfabetische plaatsing van de locale onderverdelingen niet overgenomen. Ze zijn wel gehandhaafd, maar alfabetisch onder de hoofdplaats. Den Hout, in het cartularium te vinden onder de H, is in de inventaris als apart onderdeel geplaatst onder Oosterhout. De derde afwijking van de oude orde is de afzondering van de akten over de stichting en van de kerkelijke en wereldlijke privileges, die in het cartularium een plaats gekregen hebben bij het goederenbezit. Gezien de geringe hoeveelheid van deze privileges is besloten ze in één onderdeel te plaatsen.

De mogelijkheid de retroacta in hun oorspronkelijk verband te ordenen is bijna nooit aanwezig. Met behulp van de cartularia, met name dat van 1518, waarin alle retroacta volledig zijn opgenomen, kan de verhouding tussen aankomsttitels en retroacta hersteld worden. De door de cartularia verstrekte gegevens in deze zijn, voor zover nodig, dan ook in de inventaris verwerkt. Door de verspreiding van de archivalia over verschillende archiefbewaarplaatsen was het, om moeilijkheden met aanvragen te voorkomen, noodzakelijk de stukken afzonderlijk te beschrijven. Zo kon bij ieder stuk de plaats van bewaring worden aangegeven. De bij elkaar horende stukken worden verbonden door een verzamelnummer. De daarachter voorkomende beschrijving is erg algemeen gehouden, omdat elk stuk toch een afzonderlijke beschrijving krijgt.
Hoewel vaag is er toch een ordeningscriterium binnen de afgeschreven stukken van een plaats te bespeuren. In het algemeen zijn de stukken gerangschikt volgens het tijdstip van verwerven door het klooster. Dit criterium is in de inventaris gehandhaafd. Onder het verzamelnummer is eerst de aankomsttitel geplaatst, daarna volgen de retroacta. De stukken die dateren van na het tijdstip van verwerven sluiten de rij. Bij de retroacta is telkens het jongste stuk voorop geplaatst om de band tussen retroacta en aankomsttitel te laten uitkomen. Volgens dit systeem zijn ook de vidimussen en de afschriften behandeld, met als gevolg dat niet het tijdstip van hun ontstaan, maar de datum van het gevidimeerde of afgeschreven stuk plaatsbepalend is.

In de N.B.'s onder de beschrijvingen wordt telkens eerst vermeld in welke archiefbewaarplaats het stuk zich bevindt, indien het niet aanwezig is in het Rijksarchief in Noord-Brabant. Hierbij staat "Breda" voor Archief van het bisdom Breda en "Mechelen" voor Archief van het aartsbisdom Mechelen/Brussel. Vervolgens wordt aangegeven onder welk nummer het stuk in de regestenlijst opgenomen is.

De cartularia inv. nr. 1 en 2 bestrijken meer onderwerpen dan het goederenbezit en -beheer. Omwille van deze heterogene inhoud zijn deze twee lijvige delen in een aparte afdeling in de inventaris ondergebracht. De overige registers hebben uitsluitend betrekking op de goederen en hun beheer en zijn derhalve opgenomen in het algemeen gedeelte van "verwerving en beheer." Over de oude ordening van deze registers is weinig bekend. In het cartularium van 1518 zijn ze weliswaar in chronologische volgorde opgesomd, maar dit gegeven is toch onvoldoende om er een conclusie inzake hun plaatsing in het archief aan te verbinden.
Over de bezegeling zijn geen afzonderlijke mededelingen opgenomen. Als stelregel kan men hanteren dat van de charters in Mechelen en in Breda de zegels vrijwel ontbreken en dat van die in het rijksarchief de zegels grotendeels bewaard zijn.

Regestenlijst

Door middel van een regestenlijst zijn de cartularia in het archief toegankelijk gemaakt. Ook de in de inventaris beschreven charters en afschriften zijn erin opgenomen.. Gekozen is voor beknopte regesten, met als doel eerder de onderzoeker de weg te wijzen naar bepaalde informatie, dan de informatie zelf te verschaffen. De regesten is een vrij uniforme redaktie gegeven:
1. volgnummer
2. datum in omgerekende vorm
3. inhoud
a. oorkonden, alleen in kwaliteit uitzonderingen:
- notarissen
- oorkonders die tevens Urheber zijn
b partijen (Urheber en wederpartij)
c rechtshandeling
d object:
- land met vermelding van toponiem en plaats
- huis met vermelding van eigennaam, straat en plaats
- cijns, pacht en rente met vermelding van het onderpand
4. overleveringsvorm in de gebruikelijke volgorde:
- origineel
- vidimus
- autentiek afschrift
- afschrift
met daarbij de vindplaats
5. eventuele uitgave in druk
De oorkonders worden in de meeste gevallen zonder naam, dus alleen in kwaliteit vermeld. De titulatuur wordt beperkt tot de ter zake doende. De namen van de partijen worden voluit weergegeven, behalve als een samenvatting mogelijk en zinvol is (bijv. "erfgenamen van ..."). Niet opgenomen worden belendingen, oppervlakten, prijzen, hoeveelheden e.d. Namen zijn weergegeven volgens de spelling in inv. nr. 2, omdat dit cartularium vrijwel alle akten bevat. Namen in akten die niet in dit cartularium voorkomen, zijn opgenomen volgens de spelling in inv. nr. 1 of het origineel.
Jaarstijlen

Bij de inventarisatie van dit laat-middeleeuwse archief stootten wij onvermijdelijk op het probleem van de jaarstijlen, telkens wanneer een akte gedateerd was in de kritische periode 25 december - 25 april. Voor de (voormalig Hollandse gebieden bood R. Fruin: Handboek der chronologie. Alphen aan den Rijn, 1934 veelal uitkomst, hoewel hij niet alle plaatsen van voldoende bewijzen kon voorzien en zijn voorbeelden vaak relatief jong zijn. Daarnaast vonden wij een steun in H. van Bavel O. Praem.: Inventaris van het archief van de Heusdense Cisterciënzerkloosters Mariënkroon en Mariëndonk 1245-1631, 's-Hertogenbosch,1972 (inventarisreeks van het Rijksarchief in Noord-Brabant nr. 10). Zijn opwekking tot een systematisch onderzoek naar de jaarstijlen, met name van Brabant, is nog steeds aktueel.

Onderstaande lijst geeft de plaatsen waarvan akten in de probleemperiode in het archief zijn aangetroffen. Daarbij is aangegeven van welke jaarstijl we uitgegaan zijn. Vermelding van de plaats alleen betekent dat het college dat de bevoegdheid had oorkonden te verlijden, bedoeld is (schepenen, rechter en heemraden e.d.). De aanduiding "geen paasstijl" houdt in dat kerst- of nieuwjaarstijl aangenomen is, waarbij de vraag welke van deze twee stijlen dan gebezigd is, voor ons niet van belang was.
Erfgoedstuk
Een aantal jaarstijlen is uitgewerkt in: J. Sanders, Het jaarbegin en de kerststijl in het Hollands-Brabantse grensgebied tussen de 14e en de 16e eeuw, in Nederlands Archievenblad LXXXVII (1983). pp. 243-248.

J.G.M. Sanders, 1984
Aanwijzingen voor de gebruiker
Bijlagen
Regesten
Kenmerken
Datering:
1266-1593
Vindplaats origineel:
BHIC 's-Hertogenbosch
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS