Uw zoekacties: Archiefvormers

Archiefvormers ( Regionaal Archief Dordrecht )

beacon
1.319 archiefvormers
sorteren op:
 
 
Pagina: 3
 
 
Archiefvormende instantie
Schutterij
Naam archiefvormer:
Schutterij
Vestigingsplaats:
Oud-Beijerland
Onderdeel van:
gemeente Oud-Beijerland
Afdelingen:
n.v.t.
Opgericht:
in 1815. Bron: artikel 125 van de Grondwet van 1815
Opgeheven:
begin 20e eeuw? Bron: onbekend
Ontstaan uit:
n.v.t.
Opgegaan in:
n.v.t.
Taken:
Zo nodig handhaven van de openbare orde, en dienstdoen in tijden van oorlog en gevaar tegen aanvallen van de vijand.
Nadere informatie:
In 1815 werd door de rijksoverheid bepaald dat in gemeenten met meer dan 2.500 inwoners een ¿dienstdoende¿ schutterij en in gemeenten met minder dan 2.500 inwoners een ¿rustende¿ schutterij moest worden opgericht. Daarmee werden de oude schutterijen van vóór de Franse overheersing als het ware gereactiveerd.

Een rustende schutterij vervulde in tegenstelling tot een dienstdoende schutterij geen actieve rol, maar werd bewapend en geoefend achter de hand gehouden om in geval van nood te kunnen optreden.
De gemeente Oud-Beijerland hoorde tot de categorie dienstdoende schutterij en zorgde er dan ook voor dat de plaatselijke schutterij en haar uitrusting aan de vereisten voldeed.

De schutterijen zijn uiteindelijk in het begin van de 20e eeuw, eerst formeel bij wet en geleidelijk ook feitelijk, opgeheven.
Hoewel het Oud-Beijerlands archief hierover geen uitsluitsel geeft – het laatst bewaard gebleven archiefstuk dateert uit 1899 - mag worden aangenomen dat ook deze schutterij uiterlijk begin 20e eeuw aan haar eind is gekomen.
Literatuurverwijzing:
n.v.t.
 
 
 
 
 
Archiefvormende instantie
Vleeskeuringsbedrijf
Naam archiefvormer:
Vleeskeuringsbedrijf
Vestigingsplaats:
Oud-Beijerland
Onderdeel van:
gemeente Oud-Beijerland
Afdelingen:
n.v.t.
Opgericht:
in 1922. Bron: begroting van het Vleeskeuringsbedrijf over 1922
Opgeheven:
in 1932. Bron: gemeenteraadsbesluit d.d. 14 juli 1932
Ontstaan uit:
onbekend
Opgegaan in:
Keuringsdienst van Vee en Vlees te Oud-Beijerland
Taken:
Het keuren van slachtvee vóór en na de slacht.
Nadere informatie:
Het oudste van de spaarzaam bewaard gebleven archiefstukken van het Vleeskeuringsbedrijf van de gemeente Oud-Beijerland betreft de bedrijfsbegroting over 1922. Er mag worden aangenomen dat dit ook het oprichtingsjaar is.

Uit de begrotingsstukken van het bedrijf en het proces-verbaal van kasopneming uit 1932 blijkt dat de leiding van het bedrijf in handen was van de in Oud-Beijerland gevestigde keuringsveearts, die zo nodig werd waargenomen door de in Klaaswaal gevestigde dierenarts.

In 1931 stelde de gemeenteraad de Verordening op de Keuringsdienst van Vee en Vlees vast. Deze nieuwe dienst op grond van de Vleeskeuringswet en het Vleeskeuringsbesluit nam in 1932 de taken over van het Vleeskeuringsbedrijf van de gemeente, dat dan ook in dat jaar werd opgeheven.
Literatuurverwijzing:
n.v.t.
 
 
 
 
 
Archiefvormende instantie
Soepcommissie
Naam archiefvormer:
Soepcommissie
Vestigingsplaats:
Oud-Beijerland
Onderdeel van:
gemeente Oud-Beijerland
Afdelingen:
n.v.t.
Opgericht:
in 1894. Bron: schrijfboek van de Soepcommissie
Opgeheven:
onbekend, maar waarschijnlijk in 1898. Bron: laatste aantekeningen van de Soepcommissie uit 1898
Ontstaan uit:
n.v.t.
Opgegaan in:
onbekend
Taken:
- Inkopen van grondstoffen voor de soepbereiding en alles wat daarbij nodig is, en bijhouden van de administratie.
- Zorgen voor het bereiden van soep en het distribueren binnen de gemeente van soep én tarwebrood aan arme inwoners die daarvoor in aanmerking komen.
Nadere informatie:
Van de Soepcommissie te Oud-Beijerland zijn slechts archiefstukken bewaard gebleven uit de periode 1894-1898. Het betreft hoofdzakelijk een 'schrijfboek' met voornamelijk overzichten van inkomsten, uitgaven en aan individuele personen of gezinnen uitgedeelde soep en tarwebrood; alsmede correspondentie van leveranties van hulpmiddelen, brandstoffen en grondstoffen voor de soepbereiding.

In 1894 bestond de commissie uit 14 plaatselijke functionarissen: de burgemeester, de kantonrechter, de ontvanger der directe belastingen, de pastoor, de huisarts, het hoofd van de muloschool, het hoofd van de christelijke lagere school, een rustend landbouwer, een rentmeester tevens armmeester, nog een armmeester, een gemeenteraadslid, de directeur van de Waterleiding, een particulier, en nog een lid van wie de achtergrond niet is te lezen.

Het aantal personen c.q. gezinnen dat soep kreeg uitgedeeld, varieerde nogal, maar bedroeg nooit meer dan 25. Naast soep werd ook tarwebrood verstrekt. Voor het bereiden en uitdelen van de soep en tarwebrood werden inwoners ingeschakeld die daarvoor ook werkloon ontvingen.
De laatste aantekeningen van de Soepcommissie dateren uit 1898, maar daaruit blijkt niet dat de commissie in dat jaar is opgeheven dan wel is opgegaan in een andere instelling met ene dergelijk oogmerk.
Literatuurverwijzing:
n.v.t.
 
 
 
 
 
Archiefvormende instantie
Burgerlijk Armbestuur
(voorheen genaamd Algemeen Groot Armbestuur)
Naam archiefvormer:
Burgerlijk Armbestuur
(voorheen genaamd Algemeen Groot Armbestuur)
Vestigingsplaats:
Oud-Beijerland
Onderdeel van:
gemeente Oud-Beijerland
Afdelingen:
n.v.t.
Opgericht:
in 1846. Bron: notulenboek van de installatievergadering van het Algemeen Groot Armbestuur op 5 januari 1846
Opgeheven:
van rechtswege m.i.v. 1 januari 1965. Bron: Algemene Bijstandswet 1965
Ontstaan uit:
werkzaamheden van een individuele armmeester
Opgegaan in:
n.v.t.
Taken:
- Verlenen van financiële en/of materiële ondersteuning aan behoeftige inwoners die hiervoor op de gemeente zijn aangewezen.
- Adviseren en inlichten van het gemeentebestuur over alle zaken die de burgerlijke armenzorg betreffen.
Nadere informatie:
Eind december 1845 stelde de gemeenteraad van Oud-Beijerland het Reglement en de Instructie voor het Algemeen Groot Armbestuur vast. Vervolgens vond op 5 januari 1846 de installatievergadering plaats van het Algemeen Groot Armbestuur. Het Armbestuur bestond toen uit: twee vertegenwoordigers van het gemeentebestuur, de groot armmeester en de boekhouder, tevens secretaris. Het kwam niet vaak in vergadering bijeen, en dan ook nog onregelmatig.

Opmerkingen van de beschrijver van de archieven van de gemeente Oud-Beijerland in 1996: “Over het archief van het burgerlijk armbestuur zijn weinig gegevens aangetroffen. Het bestaat voornamelijk uit de financiële reeks, de notulen en verder een kleine verzameling overige documenten. Waar het archief heeft berust, is niet bekend. Het is bij de opheffing van de Gemeentelijke Instelling voor Sociale Zaken in 1965 overgenomen door de gemeente die immers haar rechtsopvolger is.”
Nadere informatie 2:
In 1938 werd een nieuw reglement van het (toen al zo geheten) Burgerlijk Armbestuur vastgesteld, ter vervanging van het reglement uit 1913. Aan het Armbestuur was de burgerlijke armenzorg in de gemeente opgedragen. Het bestond uit vijf door de gemeenteraad benoemde leden: twee leden rechtstreeks uit het midden van de raad en drie leden op voordracht van het college van B en W in overleg met het zittende Burgerlijk Armbestuur. Uit zijn midden werd een voorzitter benoemd. Het Armbestuur werd bijgestaan door een door de gemeenteraad aangestelde secretaris-boekhouder aan wie de dagelijkse leiding van zaken is opgedragen en verder benodigd personeel.

Met ingang van 1959 werd de naam Burgerlijk Armbestuur gewijzigd in Gemeentelijke Instelling voor Sociale Zaken (net als het Burgerlijk Armbestuur een instelling van weldadigheid op grond van de Armenwet).

De Gemeentelijke Instelling voor Sociale Zaken werd met ingang van 1965 opgeheven als gevolg van de inwerkingtreding van de Algemene Bijstandswet. Een ingesteld (bestuurlijk) college van bijstand op grond van artikel 72 van de ABW werd de opvolger van de Gemeentelijke Instelling voor Sociale Zaken, en moest zorgen voor een grotere spreiding en schakering van personen betrokken bij de uitvoering van de ABW.
Literatuurverwijzing:
n.v.t.