Uw zoekacties: Archiefvormers

Archiefvormers ( Regionaal Archief Dordrecht )

beacon
1.319 archiefvormers
sorteren op:
 
 
Pagina: 4
 
 
Archiefvormende instantie
Burgerwacht (niet doorgegaan)
Naam archiefvormer:
Burgerwacht (niet doorgegaan)
Vestigingsplaats:
Oud-Beijerland
Onderdeel van:
gemeente Oud-Beijerland
Afdelingen:
n.v.t.
Opgericht:
n.v.t. Bron: besluit van de commissaris der Koningin in Zuid-Holland tot benoeming van zes inwoners tot buitengewoon gemeenteveldwachter d.d. 6 december 1919
Opgeheven:
n.v.t.
Ontstaan uit:
n.v.t.
Opgegaan in:
n.v.t.
Taken:
Op afroep steunen van het wettig lokaal gezag in het bestrijden van (dreigende) verstoringen van de openbare orde en rust
Nadere informatie:
De aanleiding voor het oprichten van burgerwachten in veel gemeenten in ons land vormde de mislukte poging van de socialistische voorman Pieter Jelles Troelstra in november 1918 om net als in Duitsland de socialistische revolutie uit te roepen. Ze moesten fungeren als een soort hulppolitie, ter assistentie van het wettig gezag bij het handhaven van de openbare orde.

De commissaris van de Koningin in de provincie Zuid-Holland heeft in de loop van 1919 talrijke circulaires aan de burgemeesters in zijn provincie gezonden die betrekking hadden op de vorming van zogenaamde burgerwachten en de voorschriften en aanwijzingen die daarvoor golden. Desondanks is de gemeente Oud-Beijerland niet overgegaan tot de instelling van een burgerwacht.
Een in tal van gemeenten voorkomend probleem was dat het bezwaarlijk werd gevonden te komen tot een gereglementeerde burgerwacht, maar dat er wel voldoende betrouwbare inwoners bereid waren bij eventuele ordeverstoringen de burgemeester te steunen bij de handhaving van het gezag. Die zouden dan van hogerhand kunnen worden aangesteld tot (bewapend) buitengewoon gemeenteveldwachter.
De burgemeester van Oud-Beijerland stelde in augustus 1919, in plaats van een door de hogere instanties bepleite Burgerwacht, een zogenoemde 'vertrouwensraad' in met inwoners die dan de bevoegdheid van buitengewoon gemeenteveldwachter zouden dienen te ontvangen. De commissaris der Koningin besloot op 6 december 1919, op voordracht van de burgemeester, zes Oud-Beijerlanders te benoemen tot buitengewoon veldwachter van de gemeente. Dat is ook het laatste stuk in het bewaard gebleven dossier, zodat niet kan worden vastgesteld hoelang deze zes inwoners die bijzondere functie hebben vervuld.
Het inzetten van buitengewone ambtenaren van politie ter ondersteuning van de burgemeester en het reguliere politiepersoneel was overigens een in de gemeenten gangbare praktijk, ook in Oud-Beijerland.
Literatuurverwijzing:
n.v.t.
 
 
 
 
 
Archiefvormende instantie
Armenschool
Naam archiefvormer:
Armenschool
Vestigingsplaats:
Oud-Beijerland
Onderdeel van:
gemeente Oud-Beijerland
Afdelingen:
n.v.t.
Opgericht:
in 1834. Bron: Reglement voor de Provisionele Armschool d.d. 30 januari 1834
Opgeheven:
onbekend
Ontstaan uit:
n.v.t.
Opgegaan in:
onbekend
Taken:
Het geven van gratis lager onderwijs aan arme kinderen in de gemeente
Nadere informatie:
In veel gemeenten werden in de 18de en vooral in de 19de eeuw zogenaamde armenscholen gesticht voor het geven van onderwijs aan arme kinderen, die anders geen of weinig onderwijs zouden genieten. Veelal waren dit initiatieven van liefdadigheidsinstellingen als de diaconie of een parochiële instantie.

Ook in de gemeente Oud-Beijerland heeft een provisionele (voorlopige, tijdelijke) Armenschool bestaan, die in 1834 werd opgericht. Het 'gewone' onderwijs dat door de 'openbare onderwijzer' in de gemeente werd gegeven, was niet gratis. De ouders betaalden daarvoor schoolgeld. De kinderen van wie de ouders uit de armenfondsen (kerk of Armbestuur) bedeeld werden, kregen in dat geval toch onderwijs, op de Armenschool; ook een taak van de openbare onderwijzer.

De provisionele Armenschool was klaarblijkelijk inderdaad van tijdelijke duur, want de laatste stukken die bewaard zijn gebleven, dateren van 1838. Mogelijk zijn de arme leerlingen nadien onderdeel gaan uitmaken van de 'gewone' school.
Literatuurverwijzing:
internet: Wikipedia
 
 
 
 
 
Archiefvormende instantie
Commissie van plaatselijk toezicht op het lager onderwijs
Naam archiefvormer:
Commissie van plaatselijk toezicht op het lager onderwijs
Vestigingsplaats:
Oud-Beijerland
Onderdeel van:
gemeente Oud-Beijerland
Afdelingen:
n.v.t.
Opgericht:
in 1842. Bron: aantekeningen van de commissie van plaatselijk schooltoezicht over 1842-1844
Opgeheven:
m.i.v. 1 juli 1936. Bron: gemeenteraadsbesluit van 24 augustus 1936
Ontstaan uit:
n.v.t.
Opgegaan in:
n.v.t.
Taken:
Van 1847 tot 1858:
Het houden van toezicht op de plaatselijke lagere scholen en het bevorderen van alles wat op het onderwijs betrekking heeft.

Van 1858 tot 1921:
- Het dienen van bericht en raad aan het gemeentebestuur over alle stukken die inzake het onderwijs in haar handen is gesteld.
- Het doen aan de gemeenteraad van voorstellen die zij in het belang van het onderwijs acht.

Van 1921 tot 1938:
Het informeren en adviseren van de gemeenteraad, het college van B en W en de burgemeester over de tot haar werkkring behorende zaken in de ruimste zin van het woord.
Nadere informatie:
De Provinciale Commissie van onderwijs in Zuid-Holland bracht in 1842 een nota uit over de totstandkoming van commissies van plaatselijk schooltoezicht. De gemeenteraad van Oud-Beijerland besloot daarop een dergelijke commissie in het leven te roepen. Dat blijkt uit de bewaard gebleven aantekeningen van de commissie van plaatselijke schooltoezicht over de periode 1842-1844.

In 1857 kwam een wettelijke regeling tot stand die de instelling van een plaatselijke schoolcommissie verplicht stelde. Ter uitvoering van die wet stelde de gemeenteraad van Oud-Beijerland de verordening, houdende regeling van de plaatselijke schoolcommissie d.d. 18 december 1857 vast. De plaatselijke schoolcommissie uit 1858 kan worden beschouwd als de opvolger van de commissie van plaatselijk schooltoezicht uit 1842.

De plaatselijke schoolcommissie bestond uit zes door de gemeenteraad benoemde leden, die uit haar midden een voorzitter en een secretaris benoemde.

In 1878 kwam een nieuwe wet tot stand als wettelijk kader voor de plaatselijke schoolcommissies. De gemeenteraad van Oud-Beijerland besloot daarop in 1880 tot instelling van een plaatselijke schoolcommissie; in feite een voortzetting van de bestaande plaatselijke schoolcommissie.
Nadere informatie 2:
De Lager-onderwijswet 1920, die alle voorgaande wetgeving op dit gebied had vervangen, schreef een commissie van toezicht op het lager onderwijs voor. Op grond van deze wet is de gemeente Oud-Beijerland overgegaan tot de instelling van een dergelijke commissie, ingaande 1 januari 1921. Deze commissie kan worden beschouwd als de voortzetting van de plaatselijke schoolcommissie uit 1858.

De commissie van plaatselijk toezicht op het lager onderwijs bestond uit tien door de gemeenteraad benoemde leden. Uit het midden van de commissie werd de voorzitter en secretaris benoemd. De commissievergaderingen waren minstens eenmaal per maand.

In 1936 verviel de wettelijke verplichting uit 1920 van een commissie van plaatselijk toezicht op het lager onderwijs. De gemeenteraad besloot vervolgens in datzelfde jaar de Oud-Beijerlandse commissie van plaatselijk toezicht op het lager onderwijs op te heffen. Als argumentatie daarbij gold het geringe nut dat de commissie afwierp en de bezuiniging die door de opheffing werd verkregen.
Literatuurverwijzing:
n.v.t.
 
 
 
 
 
Archiefvormende instantie
Algemene begraafplaats
Naam archiefvormer:
Algemene begraafplaats
Vestigingsplaats:
Oud-Beijerland
Onderdeel van:
gemeente Oud-Beijerland
Afdelingen:
n.v.t.
Opgericht:
onbekend
Opgeheven:
n.v.t.
Ontstaan uit:
n.v.t.
Opgegaan in:
n.v.t.
Taken:
- Het aanleggen en beschikbaar stellen van grafruimten.
- Het beheren en onderhouden van grafruimten, grafzerken, grafstenen, grafvelden, een urnenmuur en een aula.
Nadere informatie:
Oud-Beijerland beschikt over één algemene begraafplaats, die gelegen is aan het Dievenpad (vorige adressering: H.B.S. laan). De datum van aanleg is niet achterhaald.
Er vonden uitbreidingen plaats in 1958, 1974, 1986 en 1994. In 1965 werd de op de begraafplaats gebouwde aula in gebruik genomen. Ook is op de algemene begraafplaats een zogenaamd columbarium (urnenmuur) aanwezig.

Naast de (gemeentelijke) algemene begraafplaats aan het Dievenpad is er de Joodse begraafplaats aan de Prinses Irenestraat (vorige adressering Ossenbil) die uit circa 1790 dateert en in 1972 door de gemeente Oud-Beijerland is overgenomen.
Ook is er een rooms-katholieke begraafplaats, aan de Karel Doormanstraat, die in 1866 is aangelegd, gelijk met de bouw van de r.-k. kerk aldaar.
Literatuurverwijzing:
n.v.t.