Uw zoekacties: Archiefvormers

Archiefvormers ( Regionaal Archief Dordrecht )

beacon
1.319 archiefvormers
sorteren op:
 
 
Pagina: 1
 
 
Archiefvormende instantie
Brandstoffencommissie
Naam archiefvormer:
Brandstoffencommissie
Vestigingsplaats:
Oud-Beijerland
Onderdeel van:
gemeente Oud-Beijerland
Afdelingen:
n.v.t.
Opgericht:
in 1918. Bron: rapport van Accountantskantoor E.C. Spiegel d.d. 25 april 1918
Opgeheven:
begin mei 1921. Bron: kasstaat van de liquidatie-commissie, opgemaakt eind april 1921
Ontstaan uit:
n.v.t.
Opgegaan in:
n.v.t.
Taken:
Het, vanwege de schaarste tijdens en kort na de Eerste Wereldoorlog, inkopen van brandstoffen en het (laten) distribueren ervan binnen de gemeente.
Nadere informatie:
De Brandstoffencommissie te Oud-Beijerland, waarbij ook Nieuw-Beijerland, Piershil en Goudswaard waren aangesloten, werd in 1918 ingesteld. De commissie was samengesteld uit: de burgemeester van Oud-Beijerland als voorzitter, de gemeentesecretaris en drie inwoners. Zij vergaderden wekelijks.
Zij kocht de nodige brandstoffen in en leverden die aan de handelaren af. De handelaren zorgden voor de distributie aan de ingezetenen die daarvoor een brandstoffenkaart waaruit het rantsoen per distributietijdvak bleek, een bonnenkaart met 20 halve eenheden en een turfkaart hadden gekregen. Aan de handelaren was een door de Brandstoffencommissie vastgestelde winstmarge toegestaan.

De Brandstoffencommissie hief begin mei 1921 zichzelf op. De situatie was kennelijk weer zodanig genormaliseerd dat rantsoenering en georganiseerde distributie van brandstoffen niet meer nodig was.
Literatuurverwijzing:
n.v.t.
 
 
 
 
 
Archiefvormende instantie
Commissie van Toezicht op het Middelbaar Onderwijs in de gemeente Oud-Beijerland
Naam archiefvormer:
Commissie van Toezicht op het Middelbaar Onderwijs in de gemeente Oud-Beijerland
Vestigingsplaats:
Oud-Beijerland
Onderdeel van:
gemeente Oud-Beijerland
Afdelingen:
n.v.t.
Opgericht:
in of vóór 1912. Bron: jaarverslag van de Avondtekenschool over 1912
Opgeheven:
in of na 1929. Bron: onbekend
Ontstaan uit:
n.v.t.
Opgegaan in:
onbekend
Taken:
Het houden van wettelijk toezicht op de in Oud-Beijerland gevestigde middelbare scholen en het adviseren van het gemeentebestuur over uiteenlopende zaken die de betreffende scholen aangaan.
Nadere informatie:
Het oudste archiefstuk van de aan het Regionaal Archief Dordrecht overgedragen verzameling archiefstukken die te maken hebben met de Commissie van Toezicht op het Middelbaar Onderwijs in de gemeente Oud-Beijerland dateert uit 1912. Het betreft een verslag over het schooljaar 1912 van de afdeling Avondtekenschool van de Ambachtsschool voor de Hoeksche Waard, die in Oud-Beijerland was gevestigd.
Vanaf 1918 zijn ook schooljaarverslagen aangetroffen van de per 1 september 1918 opgerichte Rijks Hogere Burgerschool te Oud-Beijerland.

Het eerste jaarverslag van de commissie van toezicht zelf dat bewaard is gebleven, is van 1919. Daaruit blijkt dat de commissie als gevolg van de oprichting van de Rijks HBS werd uitgebreid van drie naar zeven door de gemeenteraad te benoemen personen, en een toegevoegd (ambtelijk) secretaris. De commissie koos uit haar midden een voorzitter.
Het toezicht, zo blijkt uit genoemd jaarverslag, strekte zich in 1919 uit tot een drietal schoolinrichtingen te Oud-Beijerland: de Rijks Hogere Burgerschool met 5-jarige cursus, de Ambachtsschool voor de Hoeksche Waard en de Avondtekenschool van die Ambachtsschool.
Het toezicht op de Ambachtsschool (inclusief de Avondtekenschool) stoelde op de Wet tot regeling van het vakonderwijs uit 1915. De Ambachtsschool was een bijzondere school, uitgaande van een vereniging, en ontving ook een jaarlijks subsidiebedrag van de gemeente.

In 1921 is er om onduidelijke reden voor het laatst sprake van schriftelijk verkeer tussen de commissie van toezicht en de Ambachtsschool c.q. Avondtekenschool. Kennelijk is het toezicht op die (bijzondere) scholen toen op een andere manier vormgegeven.

De laatst bewaard gebleven archiefstukken betreffende de Commissie van Toezicht op het Middelbaar Onderwijs in de gemeente Oud-Beijerland zijn uit 1929. Het is onbekend wanneer de commissie is opgeheven en welk toezicht voor haar in de plaats is gekomen.
Literatuurverwijzing:
n.v.t.
 
 
 
 
 
Archiefvormende instantie
Commissie tot wering van schoolverzuim
Naam archiefvormer:
Commissie tot wering van schoolverzuim
Vestigingsplaats:
Oud-Beijerland
Onderdeel van:
gemeente Oud-Beijerland
Afdelingen:
n.v.t.
Opgericht:
in 1901. Bron: jaarverslag 1929 van de commissie tot wering van schoolverzuim
Opgeheven:
1 januari 1969. Bron: Leerplichtwet 1969
Ontstaan uit:
n.v.t.
Opgegaan in:
n.v.t.
Taken:
Het uitvoeren van de Leerplichtwet op het gebied van schoolverzuim.
Nadere informatie:
De Leerplichtwet uit 1900 schreef wettelijk voor dat er in elke gemeente een commissie tot wering van schoolverzuim moest worden ingesteld. Uit het oudst bewaard gebleven archiefstuk over de commissie tot wering van schoolverzuim van Oud-Beijerland, haar jaarverslag over 1929, valt af te leiden dat de commissie in 1901 haar werkzaamheden is begonnen.
De commissie bestond in 1929 uit negen door de gemeenteraad benoemde leden.

Door de inwerkingtreding van de nieuwe Leerplichtwet 1969 hield de Commissie tot wering van schoolverzuim van rechtswege op te bestaan. Het toezicht op de naleving van de wet werd toen geheel in handen van het college van B en W gelegd. Voor het feitelijke toezicht werd een leerplichtambtenaar aangewezen.
Literatuurverwijzing:
n.v.t.
 
 
 
 
 
Archiefvormende instantie
Distributiecommissie
Naam archiefvormer:
Distributiecommissie
Vestigingsplaats:
Oud-Beijerland
Onderdeel van:
gemeente Oud-Beijerland
Afdelingen:
n.v.t.
Opgericht:
in 1916. Bron: notulen van de installatievergadering op 8 december 1916
Opgeheven:
in 1920. Bron: financiële stukken boekjaar 1920
Ontstaan uit:
n.v.t.
Opgegaan in:
n.v.t.
Taken:
Het houden van toezicht op de distributie van de als gevolg van de Eerste Wereldoorlog schaars geworden voorraad levensmiddelen.
Nadere informatie:
In 1916 werd een Distributiewet aangenomen. Een dergelijke landelijke regeling was nodig, omdat ondanks het feit dat Nederland in de Wereldoorlog van 1914-1918 neutraal kon blijven ons land wel in economisch moeilijke omstandigheden kwam te verkeren. Er ontstond voor de bevolking in de loop van de oorlog schaarste aan met name levensmiddelen en brandstoffen.
De uitvoering van de meeste maatregelen op grond van de Distributiewet betreffende de levensmiddelenvoorziening gebeurde door de gemeentebesturen in opdracht van het Rijk. Te denken valt aan: vaststelling van maximumprijzen voor de verkoop in het klein, onteigening in geval van prijsopdrijving; inbezitneming van voorraden tarwe in de magazijnen of op schepen aangevoerd; aankoop van rogge ten behoeve der gecontroleerde verdeling, enz.
Hiernaast stonden maatregelen die de gemeentebesturen zelf aanvullend daarop namen.

De Distributiecommissie te Oud-Beijerland werd eind 1916 opgericht. Ze bestond uit: de burgemeester als voorzitter, drie leden en een ambtenaar van de secretarie als secretaris. Later werd ook nog een controleur-kassier aangewezen.
In 1917 werd door de gemeenteraad de Verordening tot distributie van levensmiddelen vastgesteld.
Niet alleen levensmiddelen werden gerantsoeneerd, maar ook brandstoffen, waarvoor een afzonderlijke Brandstoffencommissie in het leven werd geroepen.
De directe reden voor het in het leven roepen van de Distributiecommissie was het instellen van een Bureau tot distributie van levensmiddelen, later Distributiebedrijf genaamd, te Oud-Beijerland onder leiding van een directeur. Naast de directeur werd een directrice (?), magazijnmeester en later nog een kantoorbediende aangesteld. Als kantoor voor dit bureau werd gekozen voor lokalen in de timmerfabriek van P. Vink.
Nadere informatie 2:
De distributie van levensmiddelen verliep streng gereguleerd en onder strakke regie van eerdergenoemd bureau c.q. bedrijf. De Distributiecommissie hield toezicht op het totale gebeuren namens het gemeentebestuur.
Bij de distributie van brood werd gebruikgemaakt van zogenaamde broodkaarten. Ook nevenaspecten werden opgepakt, bijvoorbeeld de verstrekking van warm water op een centraal punt in de gemeente.
Het college van B en W stelde in september 1917 een (uitvoerende) commissie levensmiddelenvoorziening in, bestaande uit een dertiental inwoners.

De notulen betreffende de Distributiecommissie eindigen in de loop van 1919 abrupt en de financiële stukken aan het einde van het boekjaar 1920. Er mag van worden uitgegaan dat genormaliseerde naoorlogse omstandigheden de Distributiecommissie c.a. en het Distributiebedrijf overbodig hebben gemaakt, zodat zij in 1920 zijn opgeheven.
Literatuurverwijzing:
n.v.t.