Uw zoekacties: Notaris-, schepen- en andere akten

Notaris-, schepen- en andere akten ( Brabants Historisch Informatie Centrum (BHIC) )

Met "Notaris-, schepen- en andere akten" zoek je in een groeiend aantal samenvattingen van akten van notarissen en schepenbanken in het noordoosten van Brabant. En bovendien in de akten van diverse andere instellingen met betrekking tot Brabant (Raad en Rentmeester Generaal der Domeinen, Leen- en Tolkamer, Raad van State en Staten-Generaal). Alle akten betreffen de periode van de 15e t/m de 19e eeuw.

Van veel akten zijn scans beschikbaar. Als een akte nog niet is gescand, kun je meestal gebruik maken van onze gratis service scannen-op-verzoek. Meer info >

Wil je weten welke bronnen al beschikbaar zijn, nieuw of in bewerking? Bekijk dan het complete overzicht. Wat zit er in? >

Veel samenvattingen zijn gemaakt door onderzoekers en vrijwilligers, die hun bestanden ook aan ons hebben gegeven. Zo zijn deze voor veel mensen makkelijk te vinden. Heb je ook bestanden die je via onze website wilt delen? Leuk! Neem dan contact met ons op: info@bhic.nl

> Meer info over notariële archieven

> Algemene hulp en zoektips

beacon
66  zoekresultaten
sorteren op:
 
 
 
 
Schepenakte
21 MOLEN te OISTERWIJK. De geburen van Pieter de Gier te Oisterwijk verklaren zich niet te zullen verzetten tegen een paardenoliemolen achter diens huis. P.D. Lange, T. Hanewinckel, Ariaen Janssen van Ierssel, Willem Hendricx van Aelst, Cornelis Wouter Bogaerts, Jacobus Jacobus van Gorcum, Gerit van Overeem (?), Jan Lambert Vuchts, Adriaen Adriaen Poorters, Antony van Corven en Lambert Wouters van Baest – 6-1713. * Aanvraag door Pieter de Gier om de molen in Oisterwijk ‘aghter de groote kinde’ aldaer opde huysinge genoempt Weijenbergh’ te mogen verplaatsen naar ‘aghter de groote kercke’. 2 en 4-3-1714. * Klacht dat ‘de molder vanden wintcorenmoolen van Karckhoven onder Oysterwyck sigh niet ontsiet met sijn karre en paert met bellen alomme geheel Udenhout door te rijden en aldaer de graenen van de ingesetenen op te laden en als dan te brengen op sijne molen om te breecken en te maelen’. Dit gaat ten koste van de windmolen der domeinen aan de Zandkant te Udenhout en is bovendien strijdig met de placcaten. De deurwaarder wordt opdracht gegeven de mulder te arresteren als hij door Udenhout rijdt – 26-11-1701. * Gerardus van Asten en Jasper van den Boer uit Oisterwijk, verklaren ter instantie van Gijsbert van Iersel molenaar te Oisterwijk, dat ze zaterdag 11-2-1719 zijn geweest te Enschot bij een zekere Teunis Joosten, te Heukelom bij Jan Burgers, Wouter van Rijswijk, Ariaen Coymans en Jan Claessen, alsmede te Berkel bij Teunis van de Ven en zijn oudste zoon. Al deze personen zouden gezegd hebben: “Wij souden wel op andere meulens onse graenen laeten maelen als op die meulen van Ariaen van Dal, maer om sijn dreijgementen durven wij niet op een ander gaen, …, oock durven wij soo lange als van Dal rentmeester blijft met onse graenen niet op een ander gaen”. 13-2-1719. * Verklaring van Anthony Joosten uit Enschot, Jan Burgers, Wouter van Rijswijk, Adriaen Coymans en Jan Claessen, allen te Heukelom, en Theunis van de Ven uit Berkel. De verklaring betreft de korenwindmolen te
Vervolg:
Oisterwijk van weduwe Bartholmeus van Turnhout en de waterkorenmolen te Heukelem van Jonker Matthijs van Cannart. Adriaan van Dal, pachter van de houtschat te Oisterwijk en commies van de grote Brabantse Landtol, zou hen gezegd hebben: “ Soo gij lieden bij mij op de molens niet en cooren off granen te laten malen ofte te laten breecken en comt, soo sal ick ulieden als pachter vanden houtschat off anders als commies van thol, wel wat anders doen”, maer dat wij comparanten altijt ter molens onder de jurisdictie off gemael van Oisterwyk hebben gevaren ofte aen die respective molenaersknechten de granen hebben mede gegeven om gebroocken te worden daer en aen wie het ons heeft gelieft en oock dan wederom is thuys gebrocht, sonder oyt door den requirant daerin belet te zijn geworden, dit bijsonderlijck, dat den molenaer selffs van den coornwintmolen gestaen tot Carckhoven onder Oisterwijk ofte desselfs knecht met car en peert met bellen omhangen tot Berckel, Entschot en Huyckelum comt varen om granen van den ingesetenen naer den selveb Kerckhovensmolen te brengen om gebroocken te worden ende oock soo langhe ons geheught sijne voorsaten hebben gedaen en desen iegenwoirdige tot huyden deser dage noch doet”. 15-2-1719. * Corstiaen Janssen Timmermans [83], Andries Herberts de Cort oud schepen van Oisterwijk [73], Jan Willem Scheffers [70], Wouter Jan Emmen oud borgemeester en gewezen provisor van de armentafel [72], Jan Jorden van Beurden oud president en gewezen provisor [70], Simon Jan Emmen oud borgemeester [69], Dirck van den Wiel [70], Adriaen Thomas van Breda [65], Jacon Corthout regerend borgemeester [67], Adriaen Laurens Maes [57], Matheus van Hemert oud provisor der armentafel [60], Embert Wytmans provisor der armentafel [60], Adriaen Robbert Hendricx borgemeester [64], Jan Ariens van Rijswijck oud borgemeester [76], Embert Jan Emmen [57], Jan Janssen Roestenborgh [60], Thomas van Breda [[57], Pieter de Gier [58], Jan Janssen Berghmans [55], Anthony van Megen [54],
Vervolg 2:
Huybert Jacob Swaens oud borgemeester [53], Jan Janssen van Roessel [46]; leggen een gelijkluidende verklaring af. 16-2-1719. * Peter van de Sande, Marten Cornelis van de Voort, Adriaen van Someren, Joost van Thuyl, Cornelis van der Sterre, Carel Henrickx van den Hoove, Joost Janssen van de Voort, Jacob Huybert Covels, Goossen Peter Verhoeven, Gerrit Embertus van Leijten, Jan Ariens Ariens en Adriaen Peters van de Ven verklaren nagenoeg gelijkluidend over de Oisterwijkse molens te Kerkhoven, achter de Lind en de watermolen. 17-2-1719. * Verklaring van geërfden en ingezetenen van Haaren ter instantie van molenaar Pieter Staymans, aangaande de molen staande tussen Haaren en Helvoirt, die beweren dat onder hun dorp nooit karren hebben zien rijden afkomstig van de Kerkhovense molen of van de Oisterwijkse korenwindmolen. Zij gaan meestal naar de molen aan de Helvoirtse kant. Ze verklaren wel dat ze van Dal gesignaleerd hebben met zijn paard omhangen met bellen. Gerit Janssen Peijnenborgh, Wouter Janssen Peijnenborgh, Cornelis Vreyssen van Haaren, Arien Janssen Peijnenborgh, Hendrick Cornelis van Vucht, Hendrick Peijnenborgh, Hendrik Joost Lombarts, Jan vrijsse van den Bos, Seijmen Janssen van den Boomgart, Jacobus drabbe, Frans Vermeer, Aryen Maties van Kalst, Jacobus Lanen Verhoeven, Lourens Driessen, Wouter van de Ven, Huybert Cornelis van Balsvoort, Willem Claessen Verhoeven, Areyen Breeckels, Jan Peijnenborgh en Baltus Willems. 22 februari 1719. * Nicolaes Blankers [85], Aert Huybertse van Elshout [72], Cornelis Deckers [59], Peter Michiel Deckers [63], Dirck Mighielse van Iersel [45], Adam Smits [60], Hendrik Versteijnen [54] en Adriaen van der Loo [44] allen inwoners van d evrijheid Oisterwijk; leggen ten verzoeke van Baltus Versteijnen en Gijsbert van Ierssel, beiden molenaars, een verklaring dat er geen molenkarren getrokken door paarden met bellen hebben gereden.22-2-1719.
Persoon in schepenakte:
Ariaen Janssen van Ierssel  
Willem Hendricx van Aelst  
Jacobus Jacobus van Gorcum  
Lambert Wouters van Baest  
Jonker Matthijs van Cannart  
Andries Herberts de Cort  
Jan Jorden van Beurden  
Adriaen Thomas van Breda  
Jan Ariens van Rijswijck  
Jan Janssen van Roessel  
Marten Cornelis van de Voort  
Carel Henrickx van den Hoove  
Joost Janssen van de Voort  
Gerrit Embertus van Leijten  
Adriaen Peters van de Ven  
Cornelis van Haaren  
Hendrick Cornelis van Vucht  
Seijmen Janssen van den Boomgart  
Aryen van Kalst  
Huybert Cornelis van Balsvoort  
Aert Huybertse van Elshout  
Dirck Mighielse van Iersel  
Cornelis Wouter Bogaerts  
Jan Lambert Vuchts  
Adriaen Adriaen Poorters  
Corstiaen Janssen Timmermans  
Jan Willem Scheffers  
Wouter Jan Emmen  
Simon Jan Emmen  
Adriaen Laurens Maes  
Adriaen Robbert Hendricx  
Embert Jan Emmen  
Jan Janssen Roestenborgh  
Jan Janssen Berghmans  
Huybert Jacob Swaens  
Jacob Huybert Covels  
Goossen Peter Verhoeven  
Jan Ariens Ariens  
Gerit Janssen Peijnenborgh  
Wouter Janssen Peijnenborgh  
Arien Janssen Peijnenborgh  
Hendrik Joost Lombarts  
Jacobus Verhoeven  
Willem Claessen Verhoeven  
Peter Michiel Deckers  
Pieter de Gier  
Gerit van Overeem  
Antony van Corven  
Gerardus van Asten  
Jasper van den Boer  
Gijsbert van Iersel  
Wouter van Rijswijk  
Teunis van de Ven  
Ariaen van Dal  
Theunis van de Ven  
Bartholmeus van Turnhout  
Adriaan van Dal  
Dirck van den Wiel  
Matheus van Hemert  
Thomas van Breda  
Anthony van Megen  
Peter van de Sande  
Adriaen van Someren  
Joost van Thuyl  
Cornelis van der Sterre  
Wouter van de Ven  
Adriaen van der Loo  
Gijsbert van Ierssel  
Teunis Joosten  
Jan Burgers  
Ariaen Coymans  
Jan Claessen  
Anthony Joosten  
Adriaen Coymans  
Jacon Corthout  
Embert Wytmans  
Pieter Staymans  
Hendrick Peijnenborgh  
Frans Vermeer  
Lourens Driessen  
Jan Peijnenborgh  
Baltus Willems  
Nicolaes Blankers  
Cornelis Deckers  
Adam Smits  
Hendrik Versteijnen  
Baltus Versteijnen  
P.D. Lange  
T. Hanewinckel  
Datering:
1701, 1713, 1714, 1719
Plaats:
Oisterwijk
Toegangsnummer:
9
Inventarisnummer:
314
Bron:
Domeinen
Geografische namen:
 
 
 
 
 
Schepenakte
2 MOLEN te DRUNEN en ELSHOUT. Bericht aan de heren van de leen- en tolkamer nl. een remonstrantie van de Hoogedelgeboren Heer Philip Jacob van Borssele als raad en rentmeester generaal, die schrijft ‘dat geene molders de graenen der ingesetenen van andere plaetsen al wart een molen is staende en gelegen buijten deen byvanck van haren molen vermogen aff te halen om deselve op haire molens te breecken ende gebroocken sijnde alsdan wederom thuijs te brengen ofte wel hair eijgene gemaelen meel in andere plaetsen gelegen buijten den bijvanck van haren molen in te brengen, ten waere daer toe by speciaal octroij gerightigt zijn, doir dien anderssints het gemael van de molens der andere plaetsen dair door comen te verminderen en te ruineren, soo heeft het echter des niettegenstaende den molder vanden Elshoudtsen windtcoorenmolen gestaen inden lande van Heusden onder Hollandt onderstaen van tijdt tot tijdt de graenen van de ingesetenen van Druenen jurisdictie van Brabandt, en alwaer s’lants windtcoorenmolen staet aff te haelen, off wel die door de ingesetenen van Druenen op sijnen molen gebraght werden, te breecken en gebroken sijnde aen deselve wederom thuijs te brengen, wairop men oocq geduerigh heeft laeten passen, dogh den selven moijt connen achterhaelen als alleenlijck nu onlancx, wanneer desselffs kneght Adriaen Scheijven met desselfs paert en karre geladen met 9 à 10 quacken meel binnen den Elshoudt opgeladen des naghts tusschen den 11 en 12 deser is gecomen en gereden binnen ende onder de jurisdictie Druenen, al wair op de daet achterhaelt en want het voors. meel staet te bederven en het paert sigh staet op te eten en niemandt naer t’selve omsiet off reclameert, soo versoeckt den remonstrant dat U Ed: Achtb: hem gelieven te permitteren en te authoriseren om de voors. aengehaelde (?) quaken met meel met het paert en karre bij propositie te mogen vercoopen en de penningen dair van procederende soo lang onder hem houden, ge…teert een ijder sijn actie,
Vervolg:
die dair toe mochte vermeijnen gereghtigt te zijn t’welck doende etc.’- ongedateerd. * Het volgende document vermeldt de gijzeling van Adriaen Scheijven om getuigenis der waarheid te komen afleggen. De beschuldiging luidt dat ‘Adriaen Scheijven kneght van den molenaer in den Elshoudt in den lande van Heusden onder Hollandt sigh niet ontsien heefft verscheijde quacken met graenen toecomende aen ingesetenen van Druenen quartiere van Brabandt en die door den molder van den Elshoudt van de gemelte ingesetenen sijn affgehaelt off bij de voorz. ingesetenen selffs ter moolen van den Elshoudt sijn gebragt tussen den elffden en twaelffden der voorledene maendt november 1704 met kar en paerdt des naghts wederom te brengen binnen de voorz. heerlijcheijdt van Druenen’. Kar, paard en meel is in beslag genomen en Scheijven is naar de stad ‘sBosch overgebracht om óf dit bericht te bevestigen óf een andere verklaring af te geven tijdens de ondervraging. Hij weigert voorlopig de eed af te leggen. * Extract uit de resoluties van de Raad van State van zaterdag 12 februari 1707 waarin men reageert op een ontvangen brief van rentmeester Johan van Leefdael Heer van Deurne geschreven te ‘sBosch op 8 februari. Hij refereert hierin aan de pacht van de korenwindmolen van Drunen aan Francois Drabbe drossaard van de heerlijkheid. Hij stelt ‘dat veele vreemde persoonen en voornamentlijck den molder van Elshout geleegen in den lande van Heusden sig niet ontsien dagelijx meel met haere karren en peerden in de voors. plaatse te brengen gelijck onder anderen ook nog op den 11 september laastleede den voors. moolenaar door desselfs knegt met paerd en karre heeft gedaen; dat den pagter het selve paerd en karre heeft laaten stellen in bewaarender hand en daar aanstonds kennisse gegeeven aan de gemelde drossard welke schijnt te declineeren van tegens de contraventeurs ingevolge den placcaaten vanden lande te procedeeren
Vervolg 2:
onder pretext dat hij voormaels nog een calangie hebbende gedaan daarvan soude zijn ontset geweest; dat ondertusschen het gemaal van den voors. pagter geheel word te niet gebracht en niet in staat can blijven om sijne uijtgeloogde pagtpenningen te betaalen; dat den voors. moolen bij Johanna Hertogin van Braband inden jaere 1383 verklaert voor een dwangmoolen met speciaele last dat geen ingesetenen van Drunen sijn graenen op andere plaetsen sal vermoogen te laaten breeken nog gemaalen kooren vermag te koopen of uit te wisselen – waarop gedelibereert zijnde is goed gevonden en verstaan te ordonneren aan den gemelten drossard Francois Drabbe dat hij den voors. pagter van ‘slandskoorenwindmoolen te Drunen volgens verscheijde placaaten op het voors. subject geëmaneert en voornamentlijck het 3 art. van de ordonnantie op het gemaal in alles mainteneere en tegens de contraventeurs sonder eenige dissimulatie procedeere, ten waare hij drossard eenige redenen ter contrarie mogt hebben welke hij alsdan gelast word voor haar Ed: Mo: te allegueeren binnen den tijd van veertien dagen na de insinuatie deeser’. De deurwaarder Hendrik de Wit wordt gelast dit aan de drossaard te melden. * Relaas van de genoemde deurwaarder dat hij dit alles aan de drossaard heeft overgebracht inclusief een kopie van de resolutie. Gedateerd 22 februari 1707.
Persoon in schepenakte:
Philip Jacob van Borssele  
Johanna van Braband  
Johan van Leefdael  
van Deurne  
Hendrik de Wit  
Adriaen Scheijven  
Francois Drabbe  
U Ed  
Datering:
1704-1707
Plaats:
Drunen / Elshout
Toegangsnummer:
9
Inventarisnummer:
314
Bron:
Domeinen
Geografische namen:
 
 
 
 
 
Schepenakte
133 Bericht op een rekest van Mattijs Drabbe raad en rentmeester van zijn voogd de hertog van Zultsbach als markies van Bergen op Zoom die provisioneel het drossaardambt waarneemt die om vergoeding vraagt van zijn vacatiekosten i.v.m. de arrestatie van Gerrit Abbink een bedelaar, die veroordeeld is tot een geseling met roeden en vervolgens verbannen werd.
Persoon in schepenakte:
Mattijs Drabbe  
Gerrit Abbink  
Datering:
5 februari 1739
Pagina:
228v
Toegangsnummer:
9
Inventarisnummer:
30
Bron:
Domeinen
 
 
 
 
 
Schepenakte
9 Rekest van Hermanus Drabbe vorster en gerechtsbode te Geldrop over zijn gering traktement en de oude gewoonte van het ophalen van paaseieren, oogst etc. en verzoekt dus om aanpassing van zijn traktement zoals dat bij meerdere vorsters is gebeurd.
Persoon in schepenakte:
Hermanus Drabbe  
Datering:
4-2-1772
Soort akte:
Plakkaat / Resolutie
Plaats:
Geldrop
Toegangsnummer:
8
Inventarisnummer:
71
Bron:
Leen- en Tolkamer
Geografische namen: