Uw zoekacties:
x01.075 Landen van Overmaas ( Regionaal Historisch Centrum Limburg (RHCL) )
Uitleg bij archieftoegang

Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief.

Een archieftoegang bestaat over het algemeen uit de navolgende onderdelen:

• Kenmerken van het archief
• Inleiding op het archief
• Inventaris of plaatsingslijst
• Eventueel bijlagen

De kenmerken van het archief zijn o.m. de omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid en andere.

De inleiding op het archief bevat interessante informatie over de geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer en kan ook aanwijzingen voor het gebruik bevatten.

De inventaris of plaatsingslijst is een hiërarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken. De beschrijvingen zijn formeel en globaal. Het lezen en begrijpen van een inventaris behoeft enige oefening en ervaring.

Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiërarchie gevolgd. De rubrieken in de inventaris maken deel uit van de beschrijving op een lager niveau. Komt de zoekterm in een hoger niveau voor, dan voldoen onderliggende niveaus ook aan de zoekvraag.

01.075 Landen van Overmaas ( Regionaal Historisch Centrum Limburg (RHCL) )
Zoek in deze inventaris
>
Zoektermen
Zoektips!

Wildcards kunnen het zoeken vergemakkelijken:

  • Een ? (vraagteken) vervangt een letter
  • Een * (sterretje) vervangt een aantal letters
  • Door een $ (dollarteken) voor een zoekterm te zetten, zoekt u naar woorden die op elkaar lijken.

Meer zoektips vindt u hier.

Zoektermen: "ritzen"
 
 
Inleiding
De landen van Overmaas
Het land van Valkenburg
Het land van 's-Hertogenrade
De heren en de overgang aan Brabant
Het graafschap Daelhem
De heren en de overgang aan Brabant
De drie landen van Overmaas onder de hertogen van Brabant
01.075 Landen van Overmaas
Inleiding
De drie landen van Overmaas onder de hertogen van Brabant
Nadat de drie Landen van Overmaas aan Brabant gekomen waren; Daelhem in 1244, 's Hertogenrade in 1288 en Valkenburg in 1365-1378, werden zij territoriaal niet met Brabant verenigd, doch behielden ieder hun zelfstandigheid. De Brabantse hertog droeg het bestuur op aan de hogere instellingen van Brabant te Brussel zetelend en aan hem vertegenwoordigende ambtenaren ter plaatse die hun directieven eveneens uit Brussel ontvingen.
Territoriaal hebben de drie landen geen verandering ondergaan tot 1632-1661 op welk tijdvak wij naderhand terugkomen.
De band met Brabant wordt door historici als een persoonlijke unie beschouwd.
De Landen van Overmaas konden hun zelfstandigheid behouden maar werkten toch meermalen samen o.a. met Brabantse steden.
De beide zonen van hertog Jan III van Brabant waren resp. in 1349 en 1351 overleden, zodat er geen mannelijke opvolgers waren. Zijn drie dochters waren gehuwd nl. Joanna met Wenceslaus van Luxemburg, Margaretha met Louis van Male, graaf van Vlaanderen, Maria met Reinoud, hertog van Gelre. Om te voorkomen dat het hertogdom Brabant, Limburg en twee der Landen van Overmaas nl. Daelhem en 's Hertogenrade (Valkenburg was toen nog niet in het bezit van Brabant) na dood van Jan III zouden uiteenvallen, legden Brabantse en Overmase steden evenals Maastricht in een plechtige verklaring hun wens vast om onder het bestuur van één prins te blijven. Dit geschiedde te Leuven op 8 maart 1355 (1354), behalve de stad Maastricht namen uit de Landen van Overmaas aan deze verklaring deel, de plaatsten Limburg, Daelhem, 's Hertogenrade, Kerpen, Wassenberg en Sprimont. Ook de adel heeft toen een dergelijke wens te kennen gegeven.
Hertog Jan III heeft een testament gemaakt ten gunste van zijn oudste dochter Joanna en haar echtgenoot, Wenceslaus van Luxemburg, *  waarmee de wens van adel en steden in vervulling ging.
Na het overlijden van Jan III van Brabant volgt zijn dochter Joanna met haar man Wenceslaus hem op in Brabant en de Landen van Overmaas.
Evenals hun voorgangers wilden ook zij de handelsweg die Brabant via Maastricht met de Rijn (Keulen) verbond zoveel mogelijk beschermen. Wenceslaus trachtte dit doel te bereiken door zijn bezittingen in 't Overmaasse te vermeerderen o.a. door koop van verschillende heerlijkheden. Dit was zeer tegen de zin, niet alleen van de aartsbisschop van Keulen doch ook van de hertogen van Gulik en Gelre, deze laatste een zwager van Wenceslaus.
Het kwam op 22 augustus 1371 tot een treffen bij Baesweiler. Brabant leed hier een gevoelige nederlaag en zijn hertog raakte in gevangenschap.
Slechts na een bedreiging met geweld door Keizer Karel IV gaf de hertog van Gulik zijn hoge gevangene, vicaire van het Rijk en hoofd van de Landvredebond tussen Maas en Rijn, in 1372 te Aken aan genoemde keizer over. * 
Reeds gedurende het leven van Wenceslaus en Joanna zijn allerhande overeenkomsten gesloten tussen pretendenten voor de opvolging in Brabant en Limburg voor het geval het genoemd echtpaar kinderloos zou komen te overlijden.
Zo sloot Karel IV van Luxemburg, koning van het Duitse Rijk op 22 juni 1372 een overeenkomst met Albert van Beieren hieromtrent.
Deze laatste verplichtte zich om de keizer en zijn zoon Wenceslaus, koning van Bohemen te helpen teneinde het hertogdom Limburg, het graafschap Valkenburg, het deel van Maastricht, rechts van de Maas (Wyck) en in het algemeen alle domeinen, landen, steden, burchten, kastelen en andere goederen tussen de stad Limburg en de Maas na de dood van Wenceslaus en Joanna te verkrijgen. * 
Na de dood van hertog Wenceslaus in december 1383, bleef zijn echtgenote Joanna regeren. De toestand van Brabant was toen zeer onzeker vooral wat de financiën betrof. Niet alleen ten gevolge van oorlogen en uitgaven door de prachtlievende Wenceslaus en door het hof, doch ook door de achterstallige schadevergoedingen aan deelnemers van de slag van Baesweiler in 1371 waarvan slechts een vijfde betaald was en tengevolge van de achteruitgang van de belastingen. * 
Hertogin Joanna trachtte ondermeer door het verpanden van haar bezittingen het hoofd te bieden aan haar financiële moeilijkheden. Zo traden de ook financieel machtige plaatselijke heren Jan van Gronsveld en Reinoud van Schönau als geldschieters op, waardoor deze een zekere politieke macht kregen waarmee rekening moest gehouden worden. Het spreekt vanzelf dat hertogin Joanna steun zocht in haar benarde omstandigheden. Deze vond zij o.a. bij Philips de Stoute, hertog van Bourgondië, haar aangetrouwde neef. Immers hij was gehuwd met haar nicht Margaretha, dochter van Louis van Male, hertog van Vlaanderen en van Margaretha van Brabant, zuster van Joanna.
Philips de Stoute heeft de steun, die hij aan hertogin Joanna gaf met succes gebruikt om Limburg en de Landen van Overmaas in handen te krijgen.
Op 16 maart 1364 kwam hij met een gevolg van 350 ridders en een escorte van 50 man bereden troepen te Brussel aan, waar hij grote pracht en praal ten toon spreidde. Om de burgerij op zijn hand te krijgen deed hij grote bestellingen voor levering aan het hof van allerhande goederen. Om de adel aan zich te binden verleende hij deze jaarlijkse renten, waarvoor de begunstigde hem leenhulde bracht en zodoende min of meer aan hem verbonden was.
Onder deze begunstigden behoorden Jan II van Wittem, ridder, drossaard van Brabant en Philips' raadsheer, Reinoud van Valkenburg, heer van Born en ondermeer de twee geldschieters Jan, heer van Gronsveld en Reinoud van Schönau. Zij ontvingen een jaarrente van 300 francs. Veel van deze ridders hadden reeds een dergelijke rente ontvangen van Louis van Male, graaf van Vlaanderen, schoonvader van Philips. Jan heer van Gronsveld werd bovendien raadsheer. * 
De hertog van Gelre zag deze manipulaties wantrouwend aan en heeft zich ertegen verzet. Hij bedreigde de grenzen van Brabant en Limburg waardoor de toestand der toch al in moeilijkheden verkerende hertogin Joanna nog verergerd werd. Willem van Gelre eiste de dorpen Millen, Gangelt en Waldvucht op, ofschoon hij eigenlijk geen recht daartoe had. Millen werd door hem belegerd maar door Jan van Gronsveld met succes verdedigd. Daartegenover maakte Joanna aanspraak op de stad Grave. Op 14 september 1386 verklaarde Gelre de oorlog aan Brabant. Philips de Stoute was niet bij machte veel militaire hulp te verlenen, tengevolge van de voorbereidselen, die Frankrijk maakte in zijn strijd tegen Engeland. De troepen van Joanna die de steun had der Brabantse steden en later ook hulp kreeg van Philips, sloegen het beleg voor Grave, dat echter niet genomen werd.
In het najaar van 1386 werd een wapenstilstand gesloten.
Achter deze militaire operaties van Gelre zat Engeland, bij wie hertog Willem steun gezocht en gevonden had, en wel om de op handen zijnde invasie van Frankrijk in Engeland te verhinderen. * 
Het is niet onwaarschijnlijk dat dit conflict de dood van Jan van Gronsveld tengevolge had. Hij was vijand van Reinoud van Schönau en deze laatste heeft de Valkenburgse pandheer en vriend van Brabant in de nacht van 25 augustus 1386 gedood. Vermoedelijk is deze moord gepleegd op aanstichten van de hertog van Gelre. * 
Ondanks de wapenstilstand bleef de houding van de hertog van Gelre vijandig tegen Brabant.
In februari 1387 had hertogin Joanna een ontmoeting met Philips de Stoute, bij wie zij hulp zocht.
Op 15 februari 1387 stond Joanna het hertogdom Limburg, het Land van 's Hertogenrade, het graafschap Daelhem en de heerlijkheden Kerpen, Wassenberg en Sprimont in pandschap af aan Philips, onder verplichting dat deze de pandsommen zou terugbetalen. Hertogin Joanna behield zich het recht van aflossing aan Philips voor, van welk recht zij op 24 februari afzag. * 
De aflossing van Limburg, 's Hertogenrade, Wassenberg en Sprimont door Philips geschiedde tussen 12 en 26 mei 1387. Op 12 mei gaf Joanna kennis van dit nieuwe pandschap aan haar vazallen, officieren en onderdanen terwijl Hendrik van Gronsveld, de vorige pandheer, op 26 mei d.a.v. verklaart dat hij Limburg, Hertogenrade, Wassenberg en Sprimont in het bezit gesteld heeft van de vertegenwoordigers van Philips de Stoute. Hendrik van Gronsveld wordt op 22 juni 1387 tot drossaard van 's Hertogenrade benoemd. * 
Het land van Valkenburg met Millen, Gangelt en Waldvucht werden op 17 augustus 1389 aan Philips verpand voor 15000 oude schilden. Hertogin Joanna behield het recht van terugkoop alleen in het geval Philips de pandsom niet afbetaalde.
De aflossing aan de vorige pandheer, Hendrik van Gronsveld geschiedde op 24 oktober 1395. * 
Het graafschap Daelhem werd zoals wij zagen tegelijk met Limburg en 's Hertogenrade aan Philips verpand op 15 februari 1387.
Deze laatste loste de pandsom aan de pandheer Reinoud van Schönau af op 25 november 1393. * 
Hertog Philips had door al deze transacties vaste voet gekregen in de Landen van Overmaas, hoewel hertogin Joanna de soevereiniteit nog behield.
De hertog van Gelder bleef de grote tegenspeler tegen het opdringen van Brabant en Bourgondië naar het Oosten. Op 12 juli 1387 zond hij zijn 'defi' (uitdaging) aan de koning van Frankrijk en de hertogen van Brabant en Bourgondië. Philips de Stoute, die gedwongen was zijn bezittingen in 't Overmaasse te verdedigen, kreeg de steun van Frankrijk waar zijn oom Karel VI koning was. Het gevolg was dat een groot Frans leger in het volgend jaar tegen Gelre optrok en vergeefs Roermond belegerde. Hertog Willem van Gelre onderwierp zich op 12 oktober 1388 en hierna krijgen de Landen van Overmaas voorlopig rust. * 
Hertog Philips heeft nadien zo weten te manoeuvreren, dat hij, zijn echtgenote en hun erfgenamen op 19 juni 1396 van hertogin Joanna de soevereiniteit verkregen, o.a. over de Landen van Valkenburg met Heerlen, 's Hertogenrade en Daelhem. * 
Op 25 juli 1396 gaf hertog Philips aan Jean de Pouques, raadsheer en kastelein van Rijssel en aan Jan van Immerseele, drossaard van Limburg, opdracht de leenhulde van de heren van genoemde landen in ontvangst te nemen, over welke opdracht Jean de Pouques aan hertog Philips op 20 september 1396 rapport uitbracht. * 
Door deze transacties kreeg de hoop de Bourgondische expansie naar het Oosten tot stilstand te brengen, die de tegenstanders van de hertog van Bourgondië koesterden, de genadeslag. * 
Wij hebben gemeend iets langer te moeten stilstaan bij de gebeurtenissen van de tweede helft van de veertiende eeuw, omdat in dit tijdvak beslist is over het feit of het oude hertogdom Limburg met de andere landen van Overmaas onder Franse of beter Bourgondische dan wel Duitse of Gelders-Gulikse invloed zou komen.
Het zou in het bestek van deze inleiding te ver voeren om diep in te gaan op de geschiedenis der Landen van Overmaas onder het Bourgondische en Habsburgse huis.
Territoriaal veranderde er niets aan voor wat betreft de Landen van Valkenburg, 's Hertogenrade en Daelhem tot aan het Partagetractaat van 1661. Het oude hertogdom Limburg bleef in handen van Brabant.
Evenals in 1355/1354 werkten de Landen van Overmaas in 1415 samen met de Brabantse steden en de adel.
Alvorens nl. tot de inhuldiging van de ca. twaalf en een half jarige Jan IV over te gaan, tegen welke inhuldiging wegens de leeftijd van de hertog bezwaren gerezen waren, sloten de drie leden der Staten van Brabant een unie met de Landen van Overmaas, op 4 november 1415.
Namens de Landen van Overmaas werd de overeenkomst aangegaan door een groot aantal edelen en door de steden en plaatsen Limburg, Valkenburg, Daelhem, 's Hertogenrade, Wassenberg, Gangelt, Millen, Waltfeucht, Kempen, Lommershem en Sprimont. Er werd bepaald, dat:
1) zij eeuwig verenigd zouden blijven onder de hertog;
2) dat zij elkaar zouden helpen zo het land, of de leden, gezamenlijk of afzonderlijk zouden gemolesteerd worden;
3) dat wanneer een der verbondenen dit verbond zou schenden, de overigen hem zouden dwingen zijn verplichtingen na te komen;
4) dat zij wederkerig hun privilegiën zouden eerbiedigen en helpen handhaven.
De hertog werd daarna op 13 januari 1416 te Leuven en zijn gevolmachtigde op 26 maart 1419 in Limburg evenals vermoedelijk ook in de andere Landen van Overmaas ingehuldigd. * 
Het verbond in 1420 te Aken gesloten tussen deze plaats en o.a. verschillende schepenbanken uit de Landen van Overmaas had alleen betrekking op de rechtspraak en kan hier buiten beschouwing blijven. * 
Hertog Philips van Bourgondië die op 4 augustus 1430 ook Brabant, Limburg en de Landen van Overmaas in bezit kreeg, stond een deel dezer Landen op 28 april 1438 af aan zijn tweede echtgenote Isabella, dochter van Jan I koning van Portugal voor de duur van haar leven.
Dit geschiedde in een akte te Douai op bovengenoemde datum verleden en toen werden afgestaan de heerlijkheden Valkenburg, 's Hertogenrade, Wassenberg, Kerpen en Lommersum, Daelhem Sprimont, Millen, Gangelt, Vucht (Waldfeucht) Hitten (sic. Heerlen??) Gheulde (Geulle) doch slechts zo lang Isabella zou leven. Na de dood van de hertog op 15 juni 1467 heeft zijn weduwe tot aan haar overlijden op 17 december 1471 dus nog het feitelijke bezit der genoemde heerlijkheden gehad.
Verschillende malen zijn de Landen van Overmaas door de hertogen van Brabant gebruikt als weduwgift van hun echtgenoten. Zo verbond hertog Anton het Land van Valkenburg op 25 november 1409 voor een weduwgift van 1.000 franse kronen 's jaars, te lossen met 100.000 kronen, aan zijn tweede echtgenote, Elisabeth van Görlitz, en zulks tot de tijd dat hij aan haar het hertogdom Luxemburg als weduwgift kon verbinden. * 
Op de invallen door de Gelderse troepen in de Landen van Overmaas in het begin der 16e eeuw zullen wij hier niet verder ingaan, wij volstaan met te verwijzen naar de kroniek van Trekpoel en de archieven der Brabantse rekenkamer te Brussel. * 
De Tachtigjarige Oorlog ging ook de Landen van Overmaas niet ongemerkt voorbij.
Reeds in het begin daarvan nl. in 1568 trok Willem de Zwijger met zijn huurlegers door Zuid-Limburg, terwijl zijn broeder Lodewijk van Nassau in 1574 ongeveer een gelijke tocht maakte.
Voor het platteland waren deze legertochten vanzelfsprekend fnuikend. *  Ook het beleg en de inname van Maastricht door de Spaanse Veldheer Parma in 1579 heeft funeste gevolgen gehad voor de verre omgeving van die stad en dus ook voor de Landen van Overmaas. Ongemakken die vele jaren nadien nog te voelen waren in het dagelijks leven. * 
Gedurende het twaalfjarig bestand (1609-1621) kwamen ook deze streken weer wat op adem.
De landen van Overmaas van 1632 tot de uitvoering van het Partagetractaat in 1663
De landen van Overmaas
De landen van Overmaas na het tractaat van Fontainebleau van 8 november 1785
Het einder der landen van Overmaas en de inlijving bij de Franse Republiek
Het rechterlijk en administratie bestuur vóór 1365
Het bestuur onder de Brabantse hertogen tot 1632
1.14. Aantekeningen bij diverse deelarchieven
Archieven van de Landen van Overmaas
Bijlage: Korte beschrijving van de aktes van het archief van de Ridderleenhof Carsfeld te Gulpen LvO 9177-9184
Inventarisnummer 9177; Akten van overdracht en verbintenis over de jaren 1570-1612
Inventarisnummer 9178; Akten van overdracht en verbintenis over de jaren 1740-1767
Inventarisnummer 9179; Minuten van overdracht en verbintenis
Inventarisnummer 9181; Rollen der civiele processen
Inventarisnummer 9182; Civiele processen
Inventarisnummer 9183; Processtukken in civiele zaken
Inventarisnummer 9184
Kenmerken
Datering:
1411-1795
Auteur:
J.M. van de Venne
Inventaris:
Inventaris van de archieven van de Landen van Overmaas, 6 delen (Maastricht z.d.), aangepast in 2017-2018
Omvang m1:
221 meter - 105 charters
Omvang:
221 meter - 105 charters
Opmerking:
Verschillende archiefblokken zijn overgedragen aan diverse Limburgse archiefdiensten of zijn verplaatst naar andere archieffondsen binnen het RHCL.
Categorie:
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS