Uw zoekacties: Europese dagboeken en egodocumenten
x244 Europese dagboeken en egodocumenten ( NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies )
Uitleg bij archieftoegang

Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief.

Een archieftoegang bestaat over het algemeen uit de navolgende onderdelen:

  • Kenmerken van het archief
  • Inleiding op het archief
  • Inventaris of plaatsingslijst
  • Eventueel bijlagen
  • De kenmerken van het archief zijn o.m. de omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid en andere.

    De inleiding op het archief bevat interessante informatie over de geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer en kan ook aanwijzingen voor het gebruik bevatten.

    De inventaris of plaatsingslijst is een hiërarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken. De beschrijvingen zijn formeel en globaal. Het lezen en begrijpen van een inventaris behoeft enige oefening en ervaring.

    Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiërarchie gevolgd. De rubrieken in de inventaris maken deel uit van de beschrijving op een lager niveau. Komt de zoekterm in een hoger niveau voor, dan voldoen onderliggende niveaus ook aan de zoekvraag.

    244 Europese dagboeken en egodocumenten ( NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies )
    Zoek in deze inventaris
    >
    Zoektermen
    Zoektips!

    Wildcards kunnen het zoeken vergemakkelijken:

    • Een ? (vraagteken) vervangt een letter
    • Een * (sterretje) vervangt een aantal letters
    • Door een $ (dollarteken) voor een zoekterm te zetten, zoekt u naar woorden die op elkaar lijken.

    Meer zoektips vindt u hier.

     
     
    Openbaarheid
    De collectie is in grotendeels beperkt openbaar en is slechts raadpleegbaar na verkregen toestemming van de directeur van het NIOD. Voor bezoekers die deze toestemming willen hebben, is ter plekke bij balie van de studiezaal van het NIOD een archiefverklaring verkrijgbaar. Direct na ondertekening kunt u de stukken aanvragen en inzien.

    Een aantal dagboeken is volledig openbaar omdat de auteur of diens nabestaanden toestemming hebben gegeven voor publicatie. Dit is vermeld bij de betreffende dagboeken.

    Vanwege de bescherming van de privacy zijn van sommige dagboekauteurs alleen de initialen vermeld. Dagboekauteurs van wie de naam niet bekend is, zijn vermeld als "anoniem".
    Inleiding
    titel archief
    archiefvormer
    omvang
    citeer en aanvraaginstructie
    periode van ontstaan
    aard van de archiefbestanddelen
    ordening van de archiefbestanddelen
    selectie, vernietiging en bewerking
    aanvullingen
    wettelijke status
    reproductiebeperkingen
    taal van de archiefbescheiden
    materiële staat
    bewerking
    Geschiedenis
    "Wil het nageslacht ten volle beseffen wat wij als volk in deze jaren hebben doorstaan en zijn te boven gekomen, dan hebben wij juist de eenvoudige stukken nodig: een dagboek, brieven van een arbeider uit Duitsland, [...] toespraken van een predikant" *  .
    Met deze woorden riep G. Bolkestein, minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen van de Nederlandse regering in ballingschap, de luisteraars in bezet Nederland op hun alledaagse belevenissen op papier vast te leggen. In de avonduitzending van Radio Oranje van dinsdag 28 maart 1944 kondigde hij de samenstelling van een "groot, waarlijk nationaal werk" aan. Met zijn oproep legde Bolkestein de fundamenten voor de Collectie Dagboeken en Egodocumenten van het NIOD.
    Eén van de velen die Bolkestein's oproep hoorden, was een jong joods meisje dat op een zolder aan de Amsterdamse Prinsengracht ondergedoken zat. Het dagboek van Anne Frank zou onder de titel "Het Achterhuis" uitgroeien tot het bekendste egodocument uit de bezettingsperiode. Maar ook honderden anderen tekenden hun alledaagse belevenissen op: huisvrouwen, burgemeesters, winkeliers, artsen, NSB'ers, Oostfrontstrijders, gevangenen en scholieren.
    "...natuurlijk stormden ze allemaal meteen op mijn dagboek af".
    Daags na Bolkesteins radiotoespraak stelde Anne Frank zich al voor hoe het zou zijn als ze een roman over het Achterhuis kon schrijven, "aan de titel alleen zouden de mensen denken, dat het een detective-roman was". De scan is gemaakt uit het facsimile van het dagboek.
    thumbnail
    Meteen na haar oprichting begon het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie (RIOD) met het verzamelen van hun dagboeken. Vanaf december 1945 werd de Nederlandse bevolking via radio-uitzendingen opgeroepen dagboeken ter beschikking te stellen aan het RIOD. Het vergaren van deze geschriften was belangrijk omdat "de onopzettelijk door tallozen bijgehouden dagboeken bij uitstek het nageslacht een juiste indruk geven van wat de gewone burger in de oorlogs- en bezettingsjaren beleefde". Daarnaast hebben de dagboeken grote waarde omdat zij een uitvoerig beeld geven van belangwekkende plaatselijke gebeurtenissen.
    Aldus verwierf het RIOD honderden dagboeken. Elk dagboek waarvan verwacht werd dat het "voor het historisch onderzoek naar de jaren der Duitsche bezetting tot in de lengte van generaties van de grootste beteekenis zal zijn", werd gekopieerd waarna de eigenaar het origineel desgewenst weer terug kreeg. Ingezonden dagboeken waaruit een minder sterk historisch belang sprak, werden geretourneerd zonder te zijn vermenigvuldigd.
    In de tweede helft van 1947 kregen de dagboekauteurs een vragenformulier toegezonden waarin zij hun persoonlijke achtergrond konden schetsen. De toenmalige chef van het RIOD, drs. L. de Jong voorzag dat “de latere lezer der fotocopieën zeer zeker voor de persoon van de schrijver of schrijfster grote belangstelling zou hebben”.

    Het NIOD beschikt over 485 ingevulde vragenformulieren, die in archief 783 zijn ondergebracht.
    In 1949 werden de belangwekkendste dagboeken geanalyseerd zodat "systematisch al datgene zou worden opgetekend wat voor de verdere wetenschappelijke arbeid [...] van belang zou kunnen zijn". De analyses bevatten informatie over de auteur, locatie, periode en inhoud van de betreffende dagboeken. Analyses van niet-aanwezige dagboeken vermelden de reden waarom een dagboek niet is vermenigvuldigd. De in totaal 955 gestencilde dagboekanalyses bevinden zich in archief 784. In een aparte doos zijn enkele originele analyses bewaard gebleven. Met het oog op de uitgave van een bronnenpublicatie maakte een medewerkster van het Instituut, mevrouw dr. R.S. Zimmerman-Wolf, een selectie uit de dagboeken. Nadat zij zich uit het project had teruggetrokken, voltooide mevrouw drs. T.M. Sjenitzer-van Leening de werkzaamheden. Op 20 november 1954 verscheen een bloemlezing onder de titel "Dagboek-fragmenten 1940-1945". Een exemplaar hiervan bevindt zich in de studiezaal.
    Veel dagboekbeschrijvingen zijn gemaakt in de jaren vijftig en ademen de sfeer van de toen geldende maatschappelijke opvattingen over de oorlogsjaren.
    Literatuur en verwante collecties
    Inventaris
    Records 1 t/m 100
    Records 101 t/m 200
    Records 201 t/m 300
    Records 301 t/m 400
    Records 401 t/m 500
    Records 501 t/m 600
    Records 601 t/m 700
    Records 701 t/m 800
    Records 801 t/m 900
    Records 901 t/m 1000
    Records 1001 t/m 1100
    1622 Roos, J.A. de
    sluiten
    244 Europese dagboeken en egodocumenten
    Inventaris
    1622 Roos, J.A. de
    Auteur:
    Roos, J.A. de
    Titel:
    Mijn belevenissen gedurende de bezetting tot arrestatie (1) en Belevenissen in het concentratiekamp Neuengamme door J.A.de Roos, Med.Dentist, gevangene Nr.49670 in de jaren 1944 tot bevrijding (2)
    Openbaarheid:
    Deze stukken zijn beperkt openbaar. Zij zijn slechts raadpleegbaar na verkregen toestemming van de directeur van het NIOD. Voor bezoekers die deze toestemming willen hebben, ligt een formulier bij de balie van de studiezaal van het NIOD.
    Vorm:
    Verslag (handgeschreven tekst op vellen kladblokpapier)
    Omvang:
    11 pagina's (1) en 68 (2) pagina's
    Periodisering:
    augustus 1941 - mei 1945
    Periode van ontstaan:
    naoorlogs
    Localisering:
    Den Haag, Amersfoort, Neuengamme, Husum, Rottenburg, Groningen, Den Haag
    Taal:
    Nederlands
    Inhoud:
    De broer van de auteur wordt in 1941 opgepakt als Engelandvaarder en gevangen gezet in Scheveningen en Rheinbach. Hij komt juni-juli 1942 weer terug, duikt onder bij een boer in Brabant en gaat daarna naar Waspik. De auteur zelf verzorgt levensmiddelenpakketten voor gevangenen. Mei 1943 vertrekt hij als tandarts naar Kassel, waardoor hij vrijstelling voor krijgsgevangenschap krijgt. Daar steelt hij de stempels van de Duitse hoofdarts. Hij helpt gevangenen uit Kassel ontsnappen. Na een jaar vestigt hij z'n praktijk weer in Den Haag. Hij verzorgt levensmiddelenkaarten voor onderduikers en keurt als arts mensen af. Eind augustus 1944 wordt hij zelf door de SD gearresteerd. Bij verhoren ontkent hij. Per trein wordt hij als politiek gevangene naar kamp Amersfoort gebracht. Hij blijft ondanks mishandeling ontkennen. Er is geen strozak om op te slapen en hij krijgt water en brood als voedsel. De geallieerden zitten al in Brabant, de stemming in het kamp is opgewonden en het kamplied wordt gemaakt. Maar in de nacht van 8 op 9 september 1944 volgt transport per trein met 1500 man naar Neuengamme. Daar moeten ze hun bezittingen en burgerkleren weer inleveren. Hij wordt gedesinfecteerd, slaapt op een strozak en moet om half 5 opstaan. Zijn ontbijt is een snee brood. Na keuringen en inentingen krijgt hij een nummer. Als middageten is er koolsoep. Met helpen bij de kapper verdient hij kampgeld. Hij gaat op transport naar Husum, waar hij verpleger wordt. Als de werkcommando's na uren werken terugkomen, verzorgt hij wonden. Er zijn zelfs doden. Er is vervuiling en watergebrek. Als hij zelf ziek wordt, gaat hij na 14 dagen weer terug op transport naar de ziekenboeg van Neuengamme. Van Denen krijgt hij extra voedsel uit hun Rode Kruispakketten. Hij krijgt dysenterie en hongeroedeem. Hoop houdt hem op de been. Er zijn mensen die zich ophangen.
    Inhoud vervolg:
    Er zijn alleen Duitse kranten. Twee maal per week krijgt hij Pellkartoffelen. Zondag, de vrije dag, is er grote schoonmaak. De kantine is dan ook open. Tijdens het langdurig appèl 's avonds overlijden soms zieke of zwakke mensen. Bij het SS-Revier wordt hij tandarts. Hij krijgt beter te eten, betere kleding en meer bewegingsvrijheid, zelfs sigaretten. Hij beschrijft de goed ingerichte behandelkamers en het ziekenhuis en eet net als Russen knoflook tegen oedeem. Er is voor hem een eigen bed met opbergkastje. Door hem worden doden, bestemd voor het dag en nacht werkende crematorium, versleept. Hij hoort over joden die vergast worden en schrijft dat hij ook de transporten ziet. Voor andere mensen weet hij van alles te "ritselen" zoals voedsel en gunstige banen. De nieuwe Poolse tandarts ontslaat hem omdat hij weigert goud uit de monden van doden te halen. Hij moet weer lijken dragen naar het crematorium. Daarna is hij terug in het kamp, waar hij in één van de werkplaatsen van het "Industriehof" komt te werken. Hij heeft minder te eten. Door mishandeling sterven mensen. Tijdens zijn werk ziet hij het hele kamp. Als hij nieuw werk vraagt moet hij puin scheppen, daarna maakt hij camouflagenetten en wordt EHBO'er in de fabriek. Transporten blijven binnenkomen. Weer werkt hij bij het ziekenhuis. Er is steeds minder te eten en er is veel luchtalarm. Hij krijgt een dodenlijst in handen waar hijzelf op staat. Tussen de lijken wordt hij opgesloten, maar wordt er op tijd uitgered. Hij gaat ziek op transport naar Hamburg. Daar komt hij in het ziekenhuis terecht waar hij, als hij beter is, gaat werken. Het Nederlandse Rode Kruis redt hem, hij is bevrijd en komt bij in een ziekenhuis in Rottenburg met difterie. In juni 1945 gaat hij via een ziekenhuis in Groningen terug naar zijn vrouw in Den Haag.
    Datum beschrijving:
    januari 2009
    Illustratie:
    geen
    1758 Schiele, J.
    thumbnail
    Records 1201 t/m 1300
    Records 1301 t/m 1400
    Records 1401 t/m 1500
    Records 1501 t/m 1545
    Kenmerken
    Bijzonderheden:
    Direct na de bevrijding is het NIOD begonnen met het verzamelen van dagboeken en andere egodocumenten. Inmiddels bestaat de collectie uit ruim 1350 exemplaren, die óf in origineel óf in fotokopie aanwezig zijn.
    Beschrijving:
    Een deel van de collectie is gebruikt voor het samenstellen van de bloemlezing "Dagboekfragmenten 1940-1945".
    Openbaarheid:
    Enkele inventarisnummers van dit archief zijn beperkt openbaar. Details staan vermeld in de rubriek "openbaarheid".
    Omvang:
    37,4 meter (2015 inventarisnummers)
    Categorie:
     
     
     
    MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
    meer informatie over MAIS-(M)DWS