Uw zoekacties: Leeuwarder Commissie tot Viering der Unie van Utrecht, 1878-1883
x1536 Leeuwarder Commissie tot Viering der Unie van Utrecht, 1878-1883 ( Historisch Centrum Leeuwarden/ Histoarysk Sintrum Ljouwert Leeuwarden )
Uitleg bij archieftoegang

Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief.

Een archieftoegang bestaat over het algemeen uit de navolgende onderdelen:

• Kenmerken van het archief
• Inleiding op het archief
• Inventaris of plaatsingslijst
• Eventueel bijlagen

De kenmerken van het archief zijn o.m. de omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid en andere.

De inleiding op het archief bevat interessante informatie over de geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer en kan ook aanwijzingen voor het gebruik bevatten.

De inventaris of plaatsingslijst is een hiërarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken. De beschrijvingen zijn formeel en globaal. Het lezen en begrijpen van een inventaris behoeft enige oefening en ervaring.

Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiërarchie gevolgd. De rubrieken in de inventaris maken deel uit van de beschrijving op een lager niveau. Komt de zoekterm in een hoger niveau voor, dan voldoen onderliggende niveaus ook aan de zoekvraag.

1536 Leeuwarder Commissie tot Viering der Unie van Utrecht, 1878-1883 ( Historisch Centrum Leeuwarden/ Histoarysk Sintrum Ljouwert Leeuwarden )
Zoek in deze inventaris
>
Zoektermen
 
 
Inventaris
Wikipedia zegt over de Unie van Utrecht:
De Unie van Utrecht is een op 23 januari 1579 (dus tijdens de Tachtigjarige Oorlog) getekende overeenkomst tussen een aantal Nederlandse gewesten, waarin werd overeengekomen dat men zich gezamenlijk zou inzetten om de Spanjaarden het land uit te jagen en waarin daarnaast een aantal staatkundige zaken werden geregeld op het gebied van bijvoorbeeld defensie, belastingen en godsdienst, zodat het ook wel kan worden gezien als een eerste versie van een latere grondwet. De unie vormde een aanvulling op de zogeheten Generale Unie van 1576 (de Pacificatie van Gent).
De oorspronkelijke gewesten die de overeenkomst ondertekenden waren Gelre en Zutphen, Holland, Zeeland, Utrecht en de Ommelanden.
Later sloten ook Gent, Nijmegen, Arnhem, Friesland, Venlo, Amersfoort, Ieper, Antwerpen, Breda, Brugge en het Brugse Vrije, Lier en Drenthe zich aan. De twee Brabantse steden
‘s Hertogenbosch en Leuven sloten zich niet aan bij de Unie van Utrecht, omdat ze in Spaanse handen waren.
Het door zeven gewesten tekenen van de Unie van Utrecht wordt algemeen beschouwd als een zeer belangrijke stap in het ontstaan van een onafhankelijke Nederlandse staat.
Terwijl Holland en Zeeland in begin 1579 grotendeels verlost waren van Spaanse troepen en het Calvinistisch geloof er de overhand had gekregen, was dat in de omringende gewesten nog niet het geval. In het oosten en noorden trachtte graaf Johan (Jan) van Nassau, de oudste broer van Willem van Oranje en in 1578 stadhouder van Gelre geworden, de aansluiting van de gewesten bij Holland en Zeeland te bewerkstelligen. Dat ging niet bepaald niet zonder problemen, maar uiteindelijk vond de ondertekening van het verdrag plaats op 23 januari 1579 in de kapittelzaal van de Dom van Utrecht, thans de aula van de Universiteit Utrecht.
Er werd onder andere het volgende vastgelegd (overgenomen uit Wikipedia):
•Naar buiten toe zouden de aangesloten gewesten opereren alsof ze één gewest waren: in het binnenland hield ieder gewest zijn eigen privileges;
•Er kwam een gemeenschappelijk leger. Ook de dienstplicht werd geregeld;
•De gewesten zouden elkaar bijstaan in de strijd;
•De kosten voor de verdediging van de grenssteden zouden voor de helft door alle gewesten gezamenlijk worden gedragen, hiervoor werd een speciale belasting in het leven geroepen;
•Steden waren verplicht garnizoenen te herbergen. De kosten hiervan werden door de gezamenlijke gewesten gedragen;
•Er werd in Holland en Zeeland persoonlijke vrijheid van godsdienst ingesteld. De overige steden en gewesten kregen de vrijheid om een eigen beleid op het gebied van godsdienst te voeren. In een op 1 februari 1579 aangenomen nadere ‘Verclaringhe’ werd aangegeven dat goedwillende steden en gewesten die katholiek wensten te blijven, niet van deelname aan de Unie waren uitgesloten.
Verder bevatte de overeenkomst bepalingen over welke besluiten unaniem en welke bij meerderheid genomen moesten worden, de positie van de stadhouder en hoe met potentiële meningsverschillen omgegaan moest worden.
In de jaren voorafgaande aan 1879 is in het land een beweging ontstaan die de totstandkoming van de Unie, 300 jaar eerder, wil herdenken. Tal van hoogwaardigheidsbekleders steunen dit plan. Naast de hoofdcommissie in Utrecht worden er plaatselijke herdenkingscomités gevormd om geld bijeen te brengen voor de landelijke viering. Zo ook in Leeuwarden, waar jhr. mr. F.J.J. van Eijsinga (president), lid van het Gerechtshof, dr. L. Proes, predikant, jhr. Mr. W.E. Engelen en J. van Loon Jz., beiden leden der Gedeputeerde Staten van Friesland, E. Bloembergen, wethouder te Leeuwarden, mr. U.H. Huber, rijksadvocaat en H. Kuipers (secretaris), boekhandelaar, het comité comité bemannen.


De Utrechtse architect F.J. Nieuwenhuis heeft naar ideeën van professor Nicolaas Beets (de schrijver Hildebrand) voor deze gelegenheid een prachtig ontwerp gemaakt: een grote kolom, samengesteld uit zeven kleinere kolommen, die de zeven Provinciën die tot de Unie toetraden, moeten verbeelden. Het zou 31 meter hoog worden. Aan de voet van het monument vier Nassause leeuwen die de wacht houden. Bovenop de zuilen de vrijheidsmaagd, op de sokkel de namen van de deelnemende gewesten. Het geheel zou in gietijzer worden uitgevoerd.

De belangstelling voor de herdenking blijkt echter overal in het land erg tegen te vallen en de opbrengst van de inzamelingsactie voor het herdenkingsmonument is dan ook bij lange na niet voldoende om het monument te kunnen realiseren. En daarbij komt tot overmaat van ramp het op 13 januari 1879 plotseling overlijden van prins Hendrik, de derde zoon van koning Willem II en voorzitter van het erecomité. Degenen die wel geld hadden geschonken voor het beoogde monument krijgen hun geld terug.
De Leeuwarder commissie blijkt slechts 249,50 gulden bijeengebracht te hebben. De ook in Leeuwarden beoogde herdenking blijft geheel uit.

Toch wordt er op 20 september 1879 in Utrecht nog een sobere herdenking gehouden, waarbij een borstbeeld van Jan van Nassau wordt onthuld, dat uiteindelijk, vier jaar later, op 15 oktober 1883 vervangen wordt door een heus standbeeld, dat een plaats krijgt op het plein voor het kapittelhuis van de Dom in Utrecht.

Het archief ziet er goed verzorgd en volledig uit. De voor de commissie teleurstellende gang van zaken komt er duidelijk uit naar voren.
De archiefstukken zijn door het Fries Genootschap in 1965 aan de Leeuwarder gemeentearchivaris geschonken onder de voorwaarde “dat ze niet mogen worden vervreemd of buiten Friesland gebracht”.
Een mooi overzicht van herdenkingen van de Unie van Utrecht in de loop der eeuwen vindt men in een artikel van D.P. Snoep: “De vieringen van de Unie van Utrecht, 1579-1929”.
Een mooi overzicht van herdenkingen van de Unie van Utrecht in de loop der eeuwen vindt men in een artikel van D.P. Snoep: “De vieringen van de Unie van Utrecht, 1579-1929”. Het is te downloaden van de Utrecht University Repository site.

ES aug. 2016
Plaatsingslijst
Kenmerken
Datering:
1878-1883
Omvang:
0,05 m1
Soort toegang:
plaatsingslijst
Citeerinstructie:
Bij het citeren in annotatie en verantwoording dient het archief tenminste eenmaal volledig en zonder afkortingen te worden vermeld. Daarna kan worden volstaan met verkorte aanhaling.
VOLLEDIG:
Historisch Centrum Leeuwarden. Toegang 1536 Leeuwarder Commissie tot Viering der Unie van Utrecht, 1878-1883
VERKORT:
NL-LwnHCL 1536
Categorie:
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS