Uw zoekacties: Ambtenaar van de Burgerlijke Stand Doorn
x165 Ambtenaar van de Burgerlijke Stand Doorn ( Regionaal Historisch Centrum Zuidoost Utrecht )
Uitleg bij archieftoegang

Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief.

Een archieftoegang bestaat over het algemeen uit de navolgende onderdelen:

• Kenmerken van het archief
• Inleiding op het archief
• Inventaris of plaatsingslijst
• Eventueel bijlagen

De kenmerken van het archief zijn o.m. de omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid en andere.

De inleiding op het archief bevat interessante informatie over de geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer en kan ook aanwijzingen voor het gebruik bevatten.

De inventaris of plaatsingslijst is een hiërarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken. De beschrijvingen zijn formeel en globaal. Het lezen en begrijpen van een inventaris behoeft enige oefening en ervaring.

Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiërarchie gevolgd. De rubrieken in de inventaris maken deel uit van de beschrijving op een lager niveau. Komt de zoekterm in een hoger niveau voor, dan voldoen onderliggende niveaus ook aan de zoekvraag.

165 Ambtenaar van de Burgerlijke Stand Doorn ( Regionaal Historisch Centrum Zuidoost Utrecht )
Zoek in deze inventaris
>
Zoektermen
 
 
Inleiding
NB Deze inleiding is geschreven door Brita Pilger voor de verzamelinventaris uit 1991 waarin de Doornse archieven met de beheersnummers 163 tot en met 196 waren opgenomen
Doorn kwam tot ontwikkeling op de Utrechtse Heuvelrug in het noorden en in het Kromme Rijngebied in het zuiden.
In de vroege middeleeuwen was de Heuvelrug, een stuwwal uit de ijstijd, bebost.
Ook in die tijd al erkende men het belang van bossen, getuige het bestaan van organisaties die van de "gemene bossen" gebruik maakten en die deze tevens in stand probeerden te houden. Deze maalschappen of bosmarken zijn daar niet in geslaagd; aan het eind van de vijftiende eeuw werden de laatste bomen gekapt en ontstonden er uitgestrekte heidevelden waar schapen op graasden.
In de negentiende eeuw werd begonnen met het bebossen van de heidegronden. Gemeenten en domeinen verkochten voor weinig geld de grond aan particulieren die een goede investering zagen in productiebossen van dennen, beuken en eiken. Rondom de buitenplaatsen die ook in deze periode gesticht werden, verschenen parkachtige landschappen zoals Hydepark en Aardenburg, aangelegd door de tuinarchitect H. Copijn.
De formele tuinen uit de zeventiende en achttiende eeuw waren inmiddels te kostbaar in het onderhoud geworden en bovendien waren de rijke stedelingen de stad ontvlucht om tot rust te komen te midden van de "vrije" natuur. De boeren van het agrarische Doorn waren niet blij met het verdwijnen van de hei. Zij hielden er schapen omwille van de mest, die verkocht werd aan de tabakstelers in Amerongen en omgeving. Ook het houden van bijen was een bron van inkomsten. Daar tegenover stond dat de vestiging van buitenplaatsen een uitbreiding van de werkgelegenheid met zich meebracht: er was immers bedienend personeel nodig, zoals tuinlieden, dienstbodes en ambtelijk geschoolden.
Deze vraag komt tot uitdrukking in een sterke groei van het aantal inwoners. Bestond de bevolking in 1632 nog uit 267 zielen, in 1808 was dit aantal al gestegen tot 555 en in 1880 woonden er maar liefst 1327 mensen in Doorn, 682 mannen en 645 vrouwen.
Langzaam maar zeker werd het dorp ook ontsloten voor de buitenwereld. In het begin van de negentiende eeuw was Doorn slechts te bereiken via twee zandwegen, die in de zomer haast niet te bereiden waren. De ene liep van Utrecht naar Amerongen en de andere langs de Kromme Rijn. Later werden de wegen verhard en zorgde de diligence voor het openbaar vervoer.
Een Kromme Rijnse schuit onderhield een verbinding naar Utrecht en terug, alleen op zaterdag en dan nog hoofdzakelijk voor goederenvervoer.
In 1880 stelde E. Melchior een omnibus in tussen Doorn en Driebergen. 's Morgens om één minuut voor negen vertrok de bus, die om drie voor elf diezelfde ochtend weer terugkeerde. De komst van de Ooster Stoomtram Maatschappij maakte permanent forensisme mogelijk; de tram vertrok twee maal per dag, 's morgens en 's middags en kwam 's middags en 's avonds weer terug. De vertrektijden sloten aan op die van de nieuwe omnibuslijn naar Wijk bij Duurstede en op die van de trein in Driebergen.
Behalve met de goede verbindingen adverteerde de gemeente met de lage plaatselijke belastingen, de landelijke rust en het natuurschoon. Zij noemde zichzelf de "Parel van de Stichtse Lustwarande".
In het begin van deze eeuw werd Doorn een bekend vakantieoord en iedereen die voor langere tijd zijn intrek nam in hotel of pension werd gesignaleerd in de Doornse Courant "De Kaap".
1. Bestuur
2. De ex-keizer
3. De archieven
4. Aanwijzingen voor de gebruiker
5. Literatuur
Kenmerken
Datering:
1811-1932
Plaatsnaam:
Doorn
Omvang:
1.12
Toegang:
ja
Nadere toegangen:
ja
Openbaarheid:
beperkt
Soort archief:
Archieven van gemeentelijke organen
Herkomst:
Wet
Auteur:
Brita Pilger; met wijzigingen door Eddy Hinders 2012
Citeerinstructie:
Bij het citeren in annotatie en verantwoording dient het archief tenminste eenmaal volledig en zonder afkortingen te worden vermeld.Daarna kan worden volstaan met verkorte aanhaling.
VOLLEDIG:
RHC Zuidoost Utrecht, Wijk bij Duurstede. Toegang 165 Ambtenaar van de Burgerlijke Stand Doorn 1811-1932
VERKORT:
NL-WbdRHCZOU. 165
Categorie:
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS