Uw zoekacties: Wegenmeesters
Zoek in deze inventaris
>
Zoektermen
 
 
Inleiding
Naast de 2 straatmeesters werden telken jare 2 leden der stedelijke regeering als wegenmeesters aangewezen. Aan hen was de zorg opgedragen voor het onderhoud der buiten de vestingmuren gelegen wegen en dijken met hunne sluizen en voor het schoonhouden der weteringen. Met name hadden zij oudtijds de zorg voor de zoogenaamde landweren met de daarin gelegen afsluitboomen. En bij resolutie van Schepenen en Raad van 9 mei 1646 werd hun nog in zonderheid opgedragen te letten op alle zonder toestemming gemaakte getimmerten en op de heggen in de straten der hoven over den IJssel, "die buyten aen ende te veer sijn uytgesett".
Tot hunne uitgaven werden de wegenmeesters gedurende de 15e en 16e eeuw in staat gesteld door bijdragen van den cameraar en van de Achtenkamer, enkele malen vermeederd met de opbrengst van verkocht, dat op de landweren gekapt was. Na 1598 genoten zij uit de opbrengst van den bieraccijns eene vaste wekelijksche inkomst van 4 g gld, van 1642 af omgerekend in 291 gld en 4 st. En evenals de straatmeesters verkregen de wegenmeesters na 1744 wegens de geringere opbrengst der accijnsen allengs minder totdat zij van 1750 af wederom het vroegere bedrag ad 145 gld 12 st jaarlijks van het cameraarschap ontvingen.
Werden hunne rekeningen in den aanvang afgelegd door beide wegenmeesters, reeds in de 15e eeuw en later geschiedde dit alleen door den oudste hunner * 
Oorspronkelijk werden zij opgenomen door het geheele college van Schepenen en Raad, sedert den aanvang der 17e eeuw door de toen opgerichte Rekenkamer. In de vergadering van 30 augustus 1597 waren plannen beraamd tot instelling van een rekenkamer, die de rekeningen der stadsrendanten vooraf meer nauwkeurig zou kunnen nagaan. Immers het lezen in pleno senatu leverde feitelijk geen genoegzame controle op. Het heeft echter nog enkele jaren geduurd alvorens de instelling van een rekenkamer definitief haar beslag kreeg.
Voor het eerst hoorde deze commissie in 1606 de rekening van den wegenmeester Adolph Donckel over 1595 af.
Aanvankelijk werd telken jare op St Petersoctaaf 1 wegenmeester door de schepenen uit hun midden gekozen. En evenals dit bij straatmeesters het geval was, wezen sinds de inkrimping van het aantal raden in 1592 de schepenen uit de 8 oudsten hunner en de raden uit de 4 jongste schepenen of uit hun eigen midden 1 wegenmeester aan. Met deze regel, die in het stadsrecht van 1642 is opgenomen, is de keur zelf van St Peters-octaaf 1668 af voor goed in overeenstemming gebracht: sedert kozen de 8 oudste schepenen en de 4 jongste met de 4 raden een wegenmeester uit hun midden aan.
Inventaris
Rekeningen van de wegenmeester
Kenmerken
Datering:
1487-1794
Omvang:
1 m
Voorwaarden voor reproductie:
De voorwaarden voor reproductie bij Stadsarchief Deventer zijn van toepassing.
Opmerkingen:
Zie ook ID 690 en 691
Citeerinstructie:
Bij het citeren in annotatie en verantwoording dient het archief tenminste eenmaal volledig en zonder afkortingen te worden vermeld. Daarna kan worden volstaan met verkorte aanhaling.
VOLLEDIG:
NL-DvHCO, HCO Stadsarchief Deventer, ID 1401, Wegenmeesters, inv.nr. …
VERKORT:
NL-DvHCO, ID 1401, inv.nr. ….
Categorie:
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS