Uw zoekacties: Collectie C. Bakker-van Rheenen, 20e eeuw
x3016 Collectie C. Bakker-van Rheenen, 20e eeuw ( Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe )
Uitleg bij archieftoegang

Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief.

Een archieftoegang bestaat over het algemeen uit de navolgende onderdelen:

• Kenmerken van het archief
• Inleiding op het archief
• Inventaris of plaatsingslijst
• Eventueel bijlagen

De kenmerken van het archief zijn o.m. de omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid en andere.

De inleiding op het archief bevat interessante informatie over de geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer en kan ook aanwijzingen voor het gebruik bevatten.

De inventaris of plaatsingslijst is een hiërarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken. De beschrijvingen zijn formeel en globaal. Het lezen en begrijpen van een inventaris behoeft enige oefening en ervaring.

Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiërarchie gevolgd. De rubrieken in de inventaris maken deel uit van de beschrijving op een lager niveau. Komt de zoekterm in een hoger niveau voor, dan voldoen onderliggende niveaus ook aan de zoekvraag.

3016 Collectie C. Bakker-van Rheenen, 20e eeuw ( Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe )
Zoek in deze inventaris
>
Zoektermen
 
 
Inleiding
De twee archiefvormers van de hier beschreven collectie zijn Dionisius Dirk Bakker (1879-1945) en Cornelia Johanna Bakker-van Rheenen (1900-1989). Alvorens iets te vertellen over de activiteiten van het echtpaar Bakker allereerst wat genealogische informatie.
Dionisius Dirk Bakker werd geboren te Dubbeldam (ZH) op 1 oktober 1879 als zoon van Adrianus Bakker en Maria Leenheer. Met ingang van 1 september 1903 werd hij benoemd tot conducteur 2e klasse bij de Hollandsche IJzeren Spoorweg Maatschappij met lokatie Rotterdam en per 23 oktober 1919 volgde de promotie tot hoofdconducteur te Amsterdam. Na zijn huwelijk in 1938 verhuisde hij met zijn vrouw op 5 september 1938 naar Nunspeet en ging wonen aan de Albertlaan 14. Hij was inmiddels gepensioneerd en werd in de oorlogsperiode op zijn persoonsbewijs aangegeven als pluimveehouder. Op 13 februari 1945 werd hij door de Duitsers gearresteerd en als repressaillemaatregel op 2 maart 1945 te Wisch (gemeente Varsseveld) gefusilleerd. Na beëindiging van de oorlog werd hij op 9 mei 1945 herbegraven te Nunspeet. In 1947 werd hem postuum de Medal of Freedom toegekend en in 1981 werd hij postuum begiftigd met het Verzetsherdenkingskruis.
Op 9 juni 1938 trouwde hij te Amsterdam met Cornelia Johanna van Rheenen. Zij was geboren te Haarlem op 29 oktober 1900 als dochter van Cornelis Johannes van Rheenen en Sijtske Huitema. In 1913 was ze woonachtig te Etten Leur. Op 20 maart 1918 behaalde zij haar akte van bekwaamheid voor het Lager Onderwijs. In 1926 verhuisde zij van Driebergen naar Amsterdam. In 1936 haalde zij in Utrecht haar diploma voor kraamverzorgster. Na haar huwelijk vertrok zij met haar man naar Nunspeet. Na het overlijden van haar echtgenoot werd zij in 1945 huisbezoekster voor de Veluwe van de Stichting 1940-1945. Vanwege haar activiteiten voor de onderduikers kreeg zij in 1966 de medaille van Yad Vashem.
Op 5 februari 1970 verhuisde ze van de Albertlaan naar Vlierweg 103 in Nunspeet en op 3 juli 1978 naar de Van Hallstraat 1. Op 8 april 1989 overleed mevrouw Bakker-van Rheenen op 88-jarige leeftijd te Nunspeet, alwaar zij op 12 april werd begraven.
Dionisius Dirk Bakker, in oorlogstijd beter bekend onder de naam Opa Bakker en zijn vrouw, Tante Cor genaamd, speelden een belangrijke rol in het verbergen en verzorgen van onderduikers in Nunspeet. Zij stonden aan het begin van het onderduikerskamp in de Soerelse bossen waar in de periode april 1943 tot november 1944 velen hun toevlucht vonden. Hoe raakte de familie Bakker nu met dit onderduikerswerk in aanraking?
In 1941 kregen zij via bekenden 2 joodse jongens, die een onderduikadres nodig hadden, in huis. In de zomer van 1942 kwam er een 12-jarig joods meisje uit Rotterdam in huis, die doorging voor een dochter van de familie Bakker en op deze manier ook naar school ging. Toen een vriendinnetje van haar in Rotterdam werd opgepakt, moest zij weer vertrekken. In 1943 vond de joods familie Härz uit Harderwijk een toevlucht in het tuinhuisje van de familie Bakker aan de Albertlaan. Nadat op een nacht de schuilplaats bijna was ontdekt; onmiddellijk moesten de onderduikers verhuizen en kwamen uiteindelijk in de bossen terecht. Dit was het begin van het zogenaamde Geheime Dorp (ook wel het Verscholen Dorp of het Pas-op-kamp genoemd).
De van oorsprong uit Duitsland afkomstige advocaat Von Baumhauer te Nunspeet was ook actief betrokken bij het onderduikers-werk. Na eerste thuis joodse onderduikers verborgen te hebben, bracht ook hij ze onder in de bossen nabij het huis "De Pas Op". Allengs kwam een samenwerking tot stand met de familie Bakker en zodoende groeide beider initiatief uit tot het gezamenlijk verzorgde onderduikerskamp, uiteindelijk een unieke nederzetting in ons land. Niet alleen Joden vonden hier een schuilplaats, maar ook studenten en verzetsmensen. Men leefde in hutten onder en boven de grond, uiteindelijk in 9 onderkomens. Vlak voor de ontdekking van het kamp woonden er een kleine honderd mensen.
Opa Bakker en Tante Cor vormden voor vele onderduikers een belangrijke geestelijke steun. Ook zorgden zij mede voor de bevoorrading. Via het verzet werden de benodigde bonkaarten ontvangen en de inkopen werden door Tante Cor in Nunspeet gedaan. Vrijwel alles werd per fiets naar het kamp gebracht.
Op zondag 29 oktober 1944 gingen twee Duitse SS-ers op jacht in het bewuste bosgebied. Bij toeval werden enkele onderduikers ontdekt. Enkele uren later wemelde het van de mensen, het kamp werd omsingeld en bestookt met handgranaten. Gelukkig was bijna iedereen in die korte tijd al gevlucht; van de 87 onderduikers op dat moment wisten er 78 te ontkomen. Negen onderduikers, allen Joden, werden gearresteerd. Door ziekte overleed een van hen nog diezelfde nacht. De acht anderen werden gefusilleerd. Dit was het einde van het kamp. De voormalige onderduikers werden op diverse andere adressen ondergebracht en velen hebben de oorlog overleefd.
Na de spoorwegstaking in het najaar van 1944 was Opa Bakker ook nog betrokken bij de hulp aan ondergedoken spoorwegmensen. Hij zorgde onder andere voor de uitbetaling van hun salarissen. Op 13 februari 1945 werd Opa Bakker eigenlijk bij toeval gearresteerd. Op 2 maart 1945 werd hij door de Duitsers te Wisch bij Varsseveld samen met 47 anderen gefusilleerd als represaille-maatregel.
Gelijk na de bevrijding vertrok Tante Cor naar Varsseveld, op zoek naar hetgeen er met haar man was gebeurd. Onder zijn schuilnaam Hendrik van Rooijen werd zijn stoffelijk overschot aangetroffen. De verklaring die door de ambtenaar van de Burgerlijke Stand is opgemaakt is hierbij als illustratie opgenomen. Op 7 mei werd zijn stoffelijk overschot overgebracht naar Nunspeet, samen met dat van 4 andere Nunspeters. Op 9 mei 1945 vond te Nunspeet onder overgrote belangstelling de herbegrafenis plaats.
Ter herdenking van de gevallenen werd in de jaren na de oorlog zowel te Wisch als te Nunspeet een monument onthuld.
Op 4 mei 1970 werd in de nabijheid van het voormalige onderduikerskamp een gedenksteen onthuld, waarop een plaat met de tekst "Ter herinnering aan het onderduikerskamp en zijn oprichters, in het bijzonder Tante Cor en Opa Bakker, aangeboden door de velen, die in deze veilige haven mochten ankeren vanaf april 1943 tot november 1944". Tante Cor hield bij deze gelegenheid nog een toespraak.
Zowel Opa Bakker als Tante Cor werden na de oorlog onderscheiden voor hun hulp aan (Joodse) onderduikers.
1. Handleiding voor de gebruiker
2. Bronvermelding
Inventaris
1. Dionisius Dirk Bakker
3. Documentatie
Kenmerken
Datering:
20e eeuw
Inventaristitel:
Inventaris van de collectie C. Bakker-van Rheenen, 20e eeuw
Omvang:
minder dan 0,5 m
Vestiging:
Nunspeet
Thema trefwoorden:
Categorie:
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS