Uw zoekacties: Ambtsjonkers en municipaliteit Ambt Ermelo, 1660-1810
x3001 Ambtsjonkers en municipaliteit Ambt Ermelo, 1660-1810 ( Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe )
Uitleg bij archieftoegang

Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief.

Een archieftoegang bestaat over het algemeen uit de navolgende onderdelen:

• Kenmerken van het archief
• Inleiding op het archief
• Inventaris of plaatsingslijst
• Eventueel bijlagen

De kenmerken van het archief zijn o.m. de omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid en andere.

De inleiding op het archief bevat interessante informatie over de geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer en kan ook aanwijzingen voor het gebruik bevatten.

De inventaris of plaatsingslijst is een hiërarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken. De beschrijvingen zijn formeel en globaal. Het lezen en begrijpen van een inventaris behoeft enige oefening en ervaring.

Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiërarchie gevolgd. De rubrieken in de inventaris maken deel uit van de beschrijving op een lager niveau. Komt de zoekterm in een hoger niveau voor, dan voldoen onderliggende niveaus ook aan de zoekvraag.

3001 Ambtsjonkers en municipaliteit Ambt Ermelo, 1660-1810 ( Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe )
Zoek in deze inventaris
>
Zoektermen
 
 
Inleiding
Naar wordt aangenomen dateert de indeling van de Veluwse Scholtambten van na het jaar 1000. Bij deze indeling werd rekening gehouden met de grenzen van de eeuwenoude kerspelen. Zo komt het dat het scholtambt Ermelo is ontstaan, waaronder Nunspeet ressorteerde en ook gedurende de beginjaren Harderwijk.
Aan het hoofd van een scholtambt stond een scholt (schout), benoemd door het gewestelijk bestuur (voorheen door de Graven en Hertogen van Gelre). Deze scholt was niet alleen hoofd van politie en hulpofficier van justitie, maar ook deurwaarder en ambtssecretaris. Tevens had hij de zorg voor wegen en bruggen en voor hem werden transportacten, boedelscheidingen en testamenten verleden (taken die later door de notaris werden overgenomen).
Toen de benoeming tot scholt nog door de Graven van Gelre werden verricht, verkeerden deze laatsten vanwege de vele te voeren oorlogen voortdurend in geldnood. Voor een particuliere geldlening kon in die tijd bijvoorbeeld een scholtambt in pand worden gegeven. Omdat de geldnood bleef, betekende dit in de praktijk dat de positie van de scholt bijna erfelijk te noemen was en zelfs verkoopbaar was. Een bekende scholtendynastie was de familie Van Coot gedurende de 16e en 17e eeuw.
Door permanente geldnood van de landsheer had deze zich inmiddels ook afhankelijk gemaakt van de adel. De edelen hebben deze situatie benut om invloed op het bestuur te krijgen. Dit gold met name in het ambt waarin zij woonachtig waren of wel eigendom bezaten.
Geleidelijk wisten deze edelen, ambtsjonkers genaamd, het gezag van de scholt terug te dringen. Het bestuurlijke gezag werd gezamenlijk door scholt en ambtsjonkers uitgeoefend. Waar de scholt zijn eigen bevoegdheid in zake politie behield, bemoeiden de jonkers zich hoofdzakelijk met de bestuurlijke en financiële zaken.
Naast de ene scholt was er een wisselend aantal ambtsjonkers, vaak twee of drie. Iedere jonker kon ambtsjonker worden, mits hij ten minste 22 jaar oud was, in het ambt woonachtig was (hoewel hier nogal eens de hand mee werd gelicht) en hier onroerende goederen bezat voor een behoorlijke waarde.
Ook moest men kunnen bewijzen dat zijn voorouders reeds in 1500 tot de adelstand behoorden.
Vanaf 1660 is bekend dat de ambtsjonkers, aanvankelijk samen met de scholt, vergaderden en hun besluiten in een resolutieboek optekenden. Er werd gesproken over zaken die zowel ambt als kerk aangingen. Zoals al opgemerkt hielden de ambtsjonkers zich met name bezig met financiële zaken, zoals de verponding (grondbelasting) en de kosten van het ambtsbestuur en de ambtsfunctionarissen (scholt, onderscholten, "zetters", dienaren van justitie en kosters). De vergaderingen werden meestal gehouden te Ermelo, maar soms ook te Nunspeet.
De oudste ambtsjonker fungeerde meestal tevens als ambtsontvanger, of hij liet een ander deze taak waarnemen.
In de periode 1764-1770 en 1793-1795 waren er geen ambtsjonkers en werden de bevoegdheden uitgeoefend door de Drost van Veluwen, die zich hiertoe liet bijstaan door een jonker uit een van de omringende ambten.
De ambtsjonkers namen ook deel aan het jaarlijks te Ermelo te houden Hoogadelijk Landgericht. Hier kwamen alle zaken aan de orde, die vaak gedurende een jaar waren opgespaard.
Een aantal ambtsjonkers is bekend. Het genoemde jaartal is dat waarin de naam van de betreffende jonker wordt vermeld.
Paul van Arnhem (1593)
Zeger van Arnhem (1622)
Paul van Arnhem (1663-1673)
Johan van Wijnbergen (1663)
Ditmar van Wijnbergen (1663)
Rudolph van de Clooster tot Rhebruggen (1675-c.1700)
Wilhelm van Haersolte (1690)
Wolter Joseph van Wijnbergen (1697)
Johan van Wijnbergen (1700-1710)
Wichman Joost van Wijnbergen (1711-1725)
Frederik Willem baron Van Spaen (1714-1735)
Sijwert Johan van Wijnbergen (1720)
Alexander Diderik baron Van Spaen (1734-1764)
P.H. van Goldstein (1764-1770, waarnemend namens de Drost)
Adolph Pieter Carel baron Van Spaen (1770-1793)
Anthony Frederik Robert Evert baron van Haersolte (1777-1790)
Anthony Frederik Robert Evert baron van Haersolte (1793-1795, waarnemend namens de Drost)
Na de Franse Revolutie werd het bestaande bestuur der ambtsjonkers omver geworpen. Op 3 september 1795 werd te Nunspeet door de bevolking een richter en een municipaliteit (gemeenteraad) gekozen. De benoemde burgers vormden samen met die van Ermelo het nieuwe bestuur van het ambt Ermelo.
In deze Franse tijd verandert er veel en de ontwikkelingen volgen elkaar snel op. In april 1798 wordt het ambtsbestuur ontbonden en wordt een gemeentebestuur van Nunspeet ingesteld. Dit bestuur heeft als werkgebied de voormalige ambten Ermelo, Doornspijk en Oldebroek). Nog geen tien maanden later wordt deze nieuwe situatie weer teruggedraaid en is het weer zo als vóór april 1798.
In 1802 verandert de inrichting van het bestuur opnieuw. De Drost of Baljuw van de West-Veluwe woont vanaf dan de vergaderingen van de municipaliteit bij.
Door de inlijving in 1810 van de Nederlanden bij het Franse Keizerrijk verandert de situatie nogmaals, waarbij een zelfstandige Mairie Nunspeet ontstaat. Met deze ontwikkeling eindigt de hier behandelde periode.
Handleiding en wetenswaardigheden voor de gebruiker
De schriftelijke neerslag van de hierboven vermelde activiteiten van de ambtsjonkers en vanaf 1795 van de municipaliteit is terug te vinden in het enig overgebleven resolutieboek over de periode 1660-1810. Vaak werd slechts een enkele maal per jaar vergaderd en werd niet al te veel genoteerd. Bij raadpleging is een praktisch probleem dat hele gedeelten van de tekst niet of nauwelijks leesbaar zijn door vochtschade.
Het resolutieboek is in 1938 door de binder van het rijksarchief in Gelderland gerestaureerd. Het boek is van een nieuwe band voorzien en de pagina's zijn verstevigd met Japans papier.
In 1938 wordt het resolutieboek door Burgemeester en Wethouders van de gemeente Ermelo voor onbepaalde tijd in bewaring gegeven aan de rijksarchivaris in Gelderland te Arnhem. Het College behoudt zich wel het recht voor het resolutieboek te eniger tijd terug te nemen.
In 1992, vijf jaar na de benoeming van de heer J. Tabak tot streekarchivaris, zeggen Burgemeester en Wethouders van de gemeente Nunspeet de overeenkomst met de rijksarchivaris op. Kort daarna wordt het resolutieboek overgebracht naar de openbare archiefbewaarplaats van de gemeente Nunspeet.
Inventaris
Kenmerken
Datering:
1660-1810
Inventaristitel:
Inventaris van het resolutieboek van de ambtsjonkers, 1660-1795, en van de municipaliteit van het ambt Ermelo, 1795-1810
Omvang:
minder dan 0,5 m
Auteur inventaris:
P. van Beek
Inventarisatiedatum:
1994
Vestiging:
Nunspeet
Categorie:
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS