Uw zoekacties: Commissarissen-deciseurs van beide Heren (bestuurlijk), 1580-1792
x20.002 Commissarissen-deciseurs van beide Heren (bestuurlijk), 1580-1792 ( Regionaal Historisch Centrum Limburg (RHCL) )
Uitleg bij archieftoegang

Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief.

Een archieftoegang bestaat over het algemeen uit de navolgende onderdelen:

• Kenmerken van het archief
• Inleiding op het archief
• Inventaris of plaatsingslijst
• Eventueel bijlagen

De kenmerken van het archief zijn o.m. de omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid en andere.

De inleiding op het archief bevat interessante informatie over de geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer en kan ook aanwijzingen voor het gebruik bevatten.

De inventaris of plaatsingslijst is een hiërarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken. De beschrijvingen zijn formeel en globaal. Het lezen en begrijpen van een inventaris behoeft enige oefening en ervaring.

Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiërarchie gevolgd. De rubrieken in de inventaris maken deel uit van de beschrijving op een lager niveau. Komt de zoekterm in een hoger niveau voor, dan voldoen onderliggende niveaus ook aan de zoekvraag.

20.002 Commissarissen-deciseurs van beide Heren (bestuurlijk), 1580-1792 ( Regionaal Historisch Centrum Limburg (RHCL) )
Zoek in deze inventaris
>
Zoektermen
Zoektips!

Wildcards kunnen het zoeken vergemakkelijken:

  • Een ? (vraagteken) vervangt een letter
  • Een * (sterretje) vervangt een aantal letters
  • Door een $ (dollarteken) voor een zoekterm te zetten, zoekt u naar woorden die op elkaar lijken.

Meer zoektips vindt u hier.

 
 
Inleiding
Bij de bevestiging in 1530 van de Gouden Bul voor Brabant uit 1349 schafte de hertog - op dat moment keizer Karel V - het appel van Maastricht en de Vroenhof op de Rijksgerechten af en verbood buitenlandse instanties zich hiermee in te laten. De Maastrichtenaren beschouwden dit als een inbreuk op hun privileges. In 1545 kwamen de beide heren van de stad - de hertog van Brabant en de bisschop van Luik - aan de bezwaren tegemoet en regelden het hoger beroep in de Forme ende instructie van appellatie. In 1549 zorgde Karel V voor een aanvulling hierop: de Instructie voor die commissarissen. Hierin kwamen vooral de procesrechtelijke consequenties aan de orde. Zo kreeg Maastricht een geheel eigen regeling van het hoger beroep. Twee afgevaardigden van de hertog en twee van de bisschop, de zogenaamde commissarissen-deciseurs, behandelden voortaan gezamenlijk het hoger beroep van vonnissen van het indivies laaggerecht. Appellen van vonnissen van de afzonderlijke hooggerechten werd gescheiden behandeld: van de Brabantse schepenbank door de twee Brabantse commissarissen-deciseurs, van de Luikse schepenbank door de twee Luikse commissarissen-deciseurs. Zaken die in eerste instantie door de beide hooggerechten gezamenlijk werden behandeld, dienden in appel voor de vier commissarissen-deciseurs tezamen. Twee Brabantse en twee Luikse commissarissen-instructeurs instrueerden de appellen. De commissarissen-deciseurs spraken in hoogste instantie recht. Verder hoger beroep was niet mogelijk.
Na de verovering van de stad door Parma kregen de commissarissen-deciseurs in 1580 een uitbreiding van hun bevoegdheden. Voortaan benoemden zij ook schepenen, burgemeesters en gezworen raden. Verder vaardigden zij wetten en verordeningen uit die in zogenaamde recessen werden vastgelegd, en oefenden het oppertoezicht (ook financieel) uit op alle stedelijke instellingen. De rol van de Luikse commissarissen-deciseurs als appelinstantie bleef beperkt tot het laaggerecht en het Luiks hooggerecht. Daarentegen fungeerden de Brabantse commissarissen-deciseurs - behalve voor het laaggerecht en het Brabants hooggerecht - tevens als hof voor de Vroenhof, de dorpen van Redemptie, de banken van Sint Servaas, de Maastrichtse kapittels en de officiaal van de aartsdiaken. Verder traden zij als rechtbank in eerste aanleg op bij geestelijke corporaties en in processen tegen gemeenten. Hun ambt verschafte de commissarissen-deciseurs veel invloed. Zij voerden de titel Edelmogenden. Meestal waren zij rechtsgeleerden, na 1632 aan de Brabantse kant vooral leden van de Staten-Generaal. Vóór 1632 kwamen de commissarissen-deciseurs jaarlijks, daarna eens in de twee jaar naar Maastricht.
Behalve dit bestuurlijke archiefje van de commissarissen-deciseurs van beide heren zijn er ook nog de volgende archiefblokken:
- Brabantse CD bestuurlijk: 20.003 en 20.004; rechterlijk 20.091A en B.
- Luikse CD rechterlijk: 20.092A.
- CD beide heren rechterlijk: 20.093A en B.
Inventaris
Kenmerken
Datering:
1580-1792
Omvang:
0,9 meter
Categorie:
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS