Uw zoekacties: Klooster Maria Weide te Venlo, 1405-1798
x14.D063 Klooster Maria Weide te Venlo, 1405-1798 ( Regionaal Historisch Centrum Limburg (RHCL) )
Uitleg bij archieftoegang

Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief.

Een archieftoegang bestaat over het algemeen uit de navolgende onderdelen:

• Kenmerken van het archief
• Inleiding op het archief
• Inventaris of plaatsingslijst
• Eventueel bijlagen

De kenmerken van het archief zijn o.m. de omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid en andere.

De inleiding op het archief bevat interessante informatie over de geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer en kan ook aanwijzingen voor het gebruik bevatten.

De inventaris of plaatsingslijst is een hiërarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken. De beschrijvingen zijn formeel en globaal. Het lezen en begrijpen van een inventaris behoeft enige oefening en ervaring.

Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiërarchie gevolgd. De rubrieken in de inventaris maken deel uit van de beschrijving op een lager niveau. Komt de zoekterm in een hoger niveau voor, dan voldoen onderliggende niveaus ook aan de zoekvraag.

14.D063 Klooster Maria Weide te Venlo, 1405-1798 ( Regionaal Historisch Centrum Limburg (RHCL) )
Zoek in deze inventaris
>
Zoektermen
 
 
Inleiding
Inventaris
Regesten
107 1425 juli 7 "Int jair ons Heren dusent vierhondert ende vyff ende twintich op den sevenden dach des maents geheyten julius"

Petrus van der Masen de oude, priester en donaatbroeder van het klooster Maria Weide, verklaart zijn testament te hebben gemaakt ten overstaan van heer Heinrich, rector van het klooster Maria Weide, en in aanwezigheid van Johannes, prior van de Kruisheren te Venlo. Hij vermaakt aan het klooster de hof gelegen te Rykel, twee bunder akkerland gelegen in der Schuylt,het goed genaamd van Eertzersbach, namelijk vier morgen akkerland gelegen in het Oirbroickervelde3 en de rechten daarop zoals hij dat heeft gekocht van Derick Baken, viereneenhalve morgen akkerland gelegen in den Rodervelde, de kamp genaamd die Kromsteghe en het huis gelegen in het dorp Beesel. Met toestemming van de rector van het klooster vermaakt hij een legaat aan het kapittel van Sint Lambertus te Luik en aan de kerk te Beesel. Voorts moet het klooster aan zijn zuster Katharina onderdak verschaffen voor de rest van haar leven. Gaedschalken van Assel krijgt zijn leven lang jaarlijks twee malder rogge. Peter van der Masen, pastoor te Beesel,krijgt zijn brevier, zijn kamp gelegen bij de Maas en zijn kamp gelegen bij Obrouck, welke laatste kamp na zijn dood aan de kerk van Beesel zal toebehoren. De zoon van zijn broer Gobbel krijgt viereneenhalve morgen in het Wijlreveld met de last om aan Peter van Assel, pastoor te Repel, jaarlijks twee malder rogge te leveren. Heer Peter, Gobbel, Mathijs, Sijbken, Jenyken en Leonard, broers, kinderen van zijn broer Gobbel,Kristken Strick en zijn echtgenote Lysbeth, Katrijnen, zijn zuster, en haar kleinkinderen Mathijs, Johannes en Peter van Scheilbergh krijgen elk een legaat. Peter van der Masen de oude verklaart niets schuldig te zijn aan Mathijs, Gobbelszoon, wegens de hof 't Ghen Vleut gelegen te Kessel. Medebezegelaars:Johan, prior van de kruisheren, Arnt van Lomm en Johan Vyncken, schepenen te Venlo,en het klooster Maria Weide
127 1428 juni 11 "Int jair ons Heren dusent vierhondert ende acht ende twyntich in junio op sunte Barnabasdach apostoli"

Voor Peter van der Masen, priester en profesbroeder van het klooster Maria Weide, de schout, de burgemeester, schepenen en raad van Venlo verschenen Peter, pastoor te Beesel, Gobbel, Tys, Jenniken en Lenard, broers en kinderen van wijlen zijn broer Gobbel. Voorts verschenen Segher van der Horst, Heinrich van Esshoven, Tys van Reye, Tys van der Birck, Johan Tijlmanssoen en Tys Hertenstruyck, om hun klachten naar voren te brengen.
Op de klacht dat Peter van der Masen de hof Tghen Vlont had verkocht, waarop hun vader Gobbel recht had evenals op vier morgen land in het Obroker velde, antwoordt Peter van der Masen dat hij de hof Tghen Vlont en de vier morgen land in het Obroker velde met zijn eigen middelen heeft verworven, en dat hij hun vader de hof Ymmeloe heeft gegeven. Op de klacht dat hun vader recht had op Vauwesgoed gelegen te Rykel in het kerspel van Beesel, verklaart Peter van der Masen dat hij Vauwesgoed een rente van zes malder rogge ontving. Voor dat zijn vader een pelgrimstocht naar Sint Jacob ondernam, verdeelde hij zijn goederen onder zijn kinderen, waarbij de zes malder rogge aan Peper van der Masen toevielen. Op de erfenis van Eva, tante van Peter van der Masen, beweren de kinderen van Gobbel recht te hebben, waarop Peter van der Masen antwoordt dat hij deze goederen bij testament heeft verkregen zonder dat zijn broer en zusters er ooit aanspraak op hebben gemaakt. Op de klacht dat hij een huis heeft gebouwd op het land van Gobbel, antwoordt hij dat hem het betreffende perceel is afgestaan. Peter van der Masen verzoekt de magistraat van Roermond zijn neven te weerhouden van verdere aanspraken.
Bezegelaars: Heinrich Drab, scholtis, Arnt van Lomm, bertolt Mertenssoen, Johan Vinck, Sybrecht van Kriekenbeik, Jacob van Kanne en Jacop Dries, schepenen te Venlo
151 1437 februari 27 " Anno Domini millesimo quadringentesimo tricesimo septimo mensis februarii die perultimo"

Theodoricus Wijman, burger van de stad Kempen, maakt in aanwezigheid van notaris Henricus de Via de Kempen en de getuigen pater Hermannus in der Mausen, boetepriester der predikheren van Wesel te Kempen, Johannes Wijman, rector van het Sint Johannes-altaar in de kerk te Kempen, en Jacob Welinch, magister in de artes, rector van de school te Kempen, zijn testament. Hij schenkt legaten aan de kerk van de Heilige petrus te Keulen en aan de aartsbisschop van Keulen. Hij vermaakt aan de kerkfabriek van de Maagd Maria te Kempen enige percelen te Kempen en een grondrente. Hij legateert aan de vier bedelorden en aan het armen hospitaal te Kempen. Aan zijn dochter Katherina vermaakt hij acht morgen akkerland buiten de Smalenpoort en een gedeelte van een kamp waarvan de andere gedeelten aan zijn zonen Fredericus en Johannes toevallen. Aan zijn dochterBarbara vermaakt hij eveneens acht morgen akkerland te zelfder plaatse gelegen. Aan zijn zoon Conradus vermaakt hij percelen akkerland onder andere gelegen bij de Haverkule. Aan zijn zoon Johannes vermaakt hij percelen land onder andere gelegen aan het Kierbroick en aan de weg naar Bockdorp.Aan zijn zoon Fredericus vermaakt hij een perceel genaamd die Haestart, percelen bij de hoeve Raethave en bij de Boskule. Aan zijn zoon Theodoricus vermaakt hij percelen bij de hoeve des Raven, bij de Molenweg.Aan zijn dochter Bela, zuster in het klooster der reguliere Augustinessen te Venlo, vermaakt hij 100 mark ten laste van zijn goederen. Zijn dochters Maria en Greta hebben hun aandeel reeds bij hun huwelijk verkregen. Aan Barbara, Fredericus, Johannes en Theodoricus laat hij de kamer naast zijn woonhuis na. Zijn woonhuis zal in twee helften worden gedeeld tussen zijn dochterr Katherina enerzijds en de overige kinderen anderzijds. Zijn dochters Greta en Barbara zullen de hoeve buiten de Eindpoert erven. Vorts verdeelt hij allerlei roerende goederen
Kenmerken
Datering:
1405-1798
Inventaris:
14.D063 - Buytendijk, S.F.G. En A.M.T. Peeters, Inventaris Vanhet Archief van het Klooster Mariaweide te Venlo,(1339) 1405-1798
Omvang:
1,8 meter - 298 charters
Categorie:
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS