Uw zoekacties: De bisschop van Roermond, met stukken van de voormalige biss...
x14.A002A De bisschop van Roermond, met stukken van de voormalige bisschop van Roermond en apostolisch vicaris-generaal te Grave en van het Begijnhof te Roermond , (1279) 1294-1773, (1561-) 1665-1802, 1794-1840 ( Regionaal Historisch Centrum Limburg (RHCL) )
Uitleg bij archieftoegang

Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief.

Een archieftoegang bestaat over het algemeen uit de navolgende onderdelen:

• Kenmerken van het archief
• Inleiding op het archief
• Inventaris of plaatsingslijst
• Eventueel bijlagen

De kenmerken van het archief zijn o.m. de omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid en andere.

De inleiding op het archief bevat interessante informatie over de geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer en kan ook aanwijzingen voor het gebruik bevatten.

De inventaris of plaatsingslijst is een hiërarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken. De beschrijvingen zijn formeel en globaal. Het lezen en begrijpen van een inventaris behoeft enige oefening en ervaring.

Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiërarchie gevolgd. De rubrieken in de inventaris maken deel uit van de beschrijving op een lager niveau. Komt de zoekterm in een hoger niveau voor, dan voldoen onderliggende niveaus ook aan de zoekvraag.

14.A002A De bisschop van Roermond, met stukken van de voormalige bisschop van Roermond en apostolisch vicaris-generaal te Grave en van het Begijnhof te Roermond , (1279) 1294-1773, (1561-) 1665-1802, 1794-1840 ( Regionaal Historisch Centrum Limburg (RHCL) )
Zoek in deze inventaris
>
Zoektermen
 
 
Inventaris in PDF-formaat
U treft hieronder de volledige inventaris in PDF-formaat aan. U kunt het bestand gratis downloaden.

thumbnail
Verantwoording van de inventarisatie
Regestenlijst en bijlagen I t/m III
Inleiding
Beknopte geschiedenis van het eerste bisdom Roermond
Geschiedenis van het archief
Verantwoording van de inventarisatie
Inventaris
Regestenlijst
2 1219 vóór oktober 18 “Anno incarnationis Domini nostri Jesu Christi 1219 indictione 14a regnante glorioso rege Romanorum Frederico venerabili archiepiscopo Engelberto sacrae Coloniensis ecclesiae praesidente”
Henricus, graaf van Kessel, verklaart dat hij aan het klooster Mariënweerd ten geschenke heeft overgedragen de hof te Baarlo en te Kovesdonck, een hoeve in het bos te Baarlo en een boomgaard bij de kerk te Kessel. Zijn echtgenote Othelende en zijn kinderen deden afstand van hun rechten. Hij draagt ook de hof te Oije over die de echtgenote en kinderen mogen terugkopen. Hij draagt de voogdij over deze goederen over aan Engelbertus, aartsbisschop van Keulen. Met Arnoldus, abt van Mariënweerd, is hij overeengekomen dat deze een priester zal aanwijzen om in de kapel en de begraafplaats van de (klooster?)zusters te Kessel de H. Mis op te dragen.
Getuigen: Gerardus, abt van Gladbach, Godefridus de Reyde, magister Petrus, Hermannus, heer Albertus de Kuyck, Gerardus de Horne, Henricus de Kessenich, Rutgerus de Brempt, zijn mannen, Godefridus de Eycke, Wilhelmus Holme, Gerardus de Baerlo, Godefridus schenker, Heistachius en Henricus de Sutersbeche.
Eenvoudige afschriften op papier, inv.nrs. 200, 1425.
De tekst is gedrukt in: L.A.J.W. Sloet, Oorkondenboek der graafschappen Gelre en Zutfen tot op den slag van Woeringen, 5 juni 1288, ’s-Gravenhage 1872-1876, nr. 457; J. de Fremery, Cartularium der abdij Mariënweerd, ’s-Gravenhage 1890, nr. 37; E. Slanghen, Bijdragen tot de geschiedenis van het land van Kessel, in: PSHAL 16 (1879), 141-142.
16 1236 november 10 “anno a nativitate Domini millesimo ducentesimo trigesimo sexto in vigilia Martini episcopi et confessoris”
Henricus, graaf van Kessel, sticht samen met Petrus, rector van de kerk te Kessel, Henricus, zijn secretaris, Godefridus, zoon van Godefridus, en heer Bert, ridder te Baarlo, in de parochiekerk van zijn dorp Kessel een altaar gewijd aan de H. Catharina, waaraan wekelijks twee missen gelezen zullen worden. Hij draagt daartoe over een hof te Kessel bij het moeras tussen de hoeve Haddenray en de goederen geheten op den Parick, een rente van een malder rogge te Baarlo ten laste van de goederen van wijlen Gerardus de molenaar, en een rente van vier vaten rogge en twee hoenders te Kessel ten laste van een kamp bij de hof van Sint-Catharina en de goederen de Penick. Heer Henricus droeg over een rente van tien deniers ten laste van Kremersguet, Tilmannus de Raede een rente van zes deniers, Gerardus Horck een rente van zes deniers die Gerardus de Ulent betaalde, Arnoldus, rector, een rente van zes deniers ten laste van het huis geheten Coenen tot genen Hout, Mabilia de Staede een rente van een denier, Arnoldus Philippi een rente van een denier en Winandus Segrator (“dienaar”) een rente van zes denier.
Eenvoudig afschrift op papier, inv.nr. 1412.
De tekst is gedrukt in: L.A.J.W. Sloet, Oorkondenboek der graafschappen Gelre en Zutfen tot op den slag van Woeringen, 5 juni 1288, ’s-Gravenhage 1872-1876, nr. 591, met afwijkende namen!; E. Slangen, Bijdragen tot de geschiedenis van het land van Kessel, in: PSHAL 16 (1879), 144.
34 1361 mei 12 “anno Dominice nativitatis 1361 mensis maii die duodecima”
Engelbertus, bisschop van Luik, verklaart dat de kanunniken van het kapittel van de H. Petrus te Odiliënberg hem verhaald hebben dat zij hun leven en goed niet zeker zijn op deze verlaten plaats en hem hebben verzocht het kapittel over te brengen naar de stad Roermond die van de Luikse kerk in leen wordt gehouden, en wel naar de kapel van de H. Geest die dan tot kapittelkerk verheven moet worden. Aangezien de proost van het kapittel van Odiliënberg die het vergevingsrecht van de prebenden bezit, de bisschop van Utrecht die het vergevingsrecht van de proost bezit, Reynaldus, hertog van Gelder, en zijn broer Eduardus, evenals Godefridus de Elmpt, pastoor van de parochiekerk te Roermond die het vergevingsrecht van de kapel bezit, en Reinaldus de Ursinis, diaken-kardinaal en aartsdiaken van Kempenland, hun goedkeuring hebben gegeven, brengt Engelbertus het kapittel over naar Roermond en verheft de kapel van de H. Geest tot kapittelkerk.
Het kapittel krijgt de toestemming om alle (roerende) goederen over te brengen naar Roermond. De bisschop van Utrecht behoudt het vergevingsrecht van de proosdij, de proost het vergevingsrecht van de prebenden. De Utrechtse kerk behoudt haar rechten, met name de schenking van de plaats Odiliënberg door Lotharius, rooms-keizer.
In de kerk van de H. Petrus te Odiliënberg en de kapel van de H. Maria zullen drie priesters blijven, te weten de pastoor, de kapelaan van de altaren van de H. Catharina en de H. Maria Magdalena, en de koster.
De vice-deken, aartsdiaken en kapittel van Luik verklaren dat het bovenstaande met hun goedkeuring geschiedt.
Eenvoudig afschrift op papier, inv.nr. 2274.
De tekst is gedrukt in: M. Willemsen, Oorkonden en bescheiden aangaande de kerk en het kapittel van St. Odiliënberg, in: PSHAL 23 (1886), 226-232.
36 1376 juli 25 “Anno a nativitate eiusdem millesimo trecentesimo septuagesimo sexto indictione quarta decima die vicesima quinta mensis julii”
In aanwezigheid van notaris Joannes genoemd Colgart de Geldria en Joannes en Ricoldus, respectievelijk priors van de Kartuizerkloosters te Keulen en Koblenz, schenken Wernernus de Swalmen, ridder, Berta de Gelenkircken, zijn echtgenote, en Robinus de Swalmen, kanunnik van het kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, aan het Kartuizerklooster bij die Stege te Roermond, dat reeds gesticht is, geheel hun terrein, gedeelteijk van gebouwen voorzien en omgeven door een muur, gelegen bij de Steeghe, met de kapel, het hospitaal, de poort en hun huis onder voorbehoud van het vruchtgebruik van het huis en de poort. De eveneens aanwezige Joannes de Wessem, rechter, en Gerardus Bake en Gerardus de Tegelen, schepenen te Roermond, verstrekken aangaande deze rechtshandeling een akte.
Verder schenken zij de oude hof te Swalmen. De eveneens aanwezige Christianus Breydel, rechter, Joannes de Wijnaerden, Conradus Godscalci de Assel, Henricus de Smyt en Gerardus Godenhoy, schepenen te Swalmen, verstrekken aangaande deze rechtshandeling een akte.
Vervolgens schenken zij een eiland in de Maas bij Ool, de hen toekomende pachten en cijnzen op den Schrouven genoemd den kleenen Swalmen, en alle pachten en cijnzen die men hen in de heerlijkheid Herten en Merum schuldig is. De eveneens aanwezige Arnoldus de Osen, rechter, en Gerardus Breydel en Gerardus Gelensoen, schepenen te Herten, verstrekken aangaande deze rechtshandeling een akte.
Tenslotte schenken Wernerus en Berta hun hoeve geheten ten Hamme in de parochie Herkenbosch in het land van Wassenberg. De eveneens aanwezige Johannes genoemd Bonte, rechter, en Symon en Rolandus genoemd de Herckenbosch, schepenen aldaar, verstrekken aangaande deze rechtshandeling een akte.
Bezegelaars: Wernerus de Swalmen en Robinus de Swalmen.
Eenvoudig afschrift op papier, inv.nr. 2205.
De tekst is gedrukt in: J. Knippenbergh, Historia ecclesiastica ducatus Geldriae, Brussel 1719, 103-106.
78 Roermond 1432 juli 10 “Datum et actum in dicto opido Ruremundensi…anno nativitatis Domini millesimo quadringentesimo tricesimo secundo die vero decima mensis julii”
Emondus de Griend, deken van het kapittel van de H. Geest te Roermond en enige uitvoerder van wegen de apostolische stoel, verklaart dat Wilhelmus Hardevuyst, rector van de kapel van de H. Catharina in Roermond, namens de meestersen en begijnen de akte van 25 maart 1431 heeft getoond, waarvan de deken een vidimus verstrekt.
Emondus heeft vervolgens Petrus van den Grave de Stralen, pastoor de Roermond, en andere belanghebbenden gedaagd, waarop enkel Henricus Roberti de Eyck, perpetuus vicarius, Nycolaus de Kipshoven en Sybertus Herckenbosch, kapelanen van de parochiekerk, verschenen die niets tegen de overbrenging inbrachten. Daarop zijn in aanwezigheid van Theodericus Pistoris, rector van het altaar van Sint Jan de Doper, en van Henricus de Dulken, convers van de Munsterabdij, de akten getoond van juli 1279 en 2 maart 1325, waarvan de deken een vidimus verstrekt.
Aangezien de feiten, vermeld in de akte van de paus, op waarheid berusten, bekrachtigt de deken deze akte alsmede de inhoud van de andere akten.
Getuigen: Theodericus Pollart, kanunnik, Johannes de Kessel, Lovinus de Duvelandia, vicaris in de H. Geestkerk, Wilhelmus Vlodorpp, voogd, Theodericus Hillen, schepen, Johannes Hillen, burger van Roermond, en Paulus Bart de Boemell, notaris.
Origineel op perkament, inv.nr. 2120, het zegel is verdwenen; authentiek afschrift op perkament, inv.nr. 2121, f. 4v.-9.
De tekst is gedrukt in: J.B. Sivré, Geschiedkundige schets van het oud begijnhof te Roermond, in: PSHAL 11 (1874), 195-199.
Zie regestnrs. 27, 30, 76.
88 1443 juni 26 “anno a nativitate Eiusdem millesimo quadringentesimo quadragesimo tercio indictione sexta die vero vicesima sexta mensis junii”
Cristianus de Erpell, doctor in de rechten, proost van het kapittel van Maria ad Gradus te Keulen, en Johannes Pollart, licentiaat in de beide (rechten), proost van het kapittel van de H. Walburgis te Arnhem en kanunnik van het kapittel van Sint-Andreas te Keulen, executeurs-testamentair van Johannes de Lovania van Roermond, doctor in de beide rechten, proost van het kapittel van de H. Victor te Xanten en kanunnik van de kerk te Keulen, stellen met toestemming van de afwezige executeurs-testamentair Johannes Tollener, kanunnik te Spiers, en Jordanus de Baest, kanunnik te Luik, statuten vast voor het door Johannes de Lovania gestichte Sint-Hieronymuscollege voor studenten van de universiteit te Keulen.
In het huis zullen acht studenten zijn die artes, medicijnen, kanoniek en civiel recht en theologie studeren. Zes van hen zijn geboortig van Roermond, waarbij de nakomelingen van Johannes broer Henricus de voorkeur genieten. Een van de acht is rector geboortig van dezelfde plaats en één is afkomstig uit de stad Erpel. Bij de laatstbedoelde hebben de nakomelingen van de broers en zusters van de proost Cristianus de voorkeur en vervolgens die van de broers en zusters van Henricus de Erpell, proost van het kapittel van Sint-Severinus te Keulen.
De executeurs-testamentair hebben overeenkomstig het testament eerst Johannes de Lovania, de zoon van de broer van de testateur, gepresenteerd, maar die wilde daar niet gaan wonen. Bij gebrek aan nakomelingen hebben de executeurs-testamentair vervolgens Godefridus Milter, kanunnik van het kapittel van de H. Geest, meester in de artes, Thomas Fabri de Elmt, baccalaureus in de beide rechten, Johannes Bruwer de Erpell, kanunnik van het kapittel van Maria ad Gradus te Keulen, Theodericus Huyshaven, Hugo Tollener, Conradus Dalen, Johannes Bruwer en Petrus Symonis, allen geboren te Roermond, gepresenteerd.
95 Keulen 1447 januari 9 “Colonia in curia habitationis nostrae quam infra immunitatis ecclesiae sancti Cuniberti inhabitamus sub anno a nativitate Domini 1447 indictione decima die vero lunae 9a mensis januarii”
Christianus de Erpel, doctor in de rechten, proost van het kapittel van Maria ad Gradus te Keulen, verklaart dat in aanwezigheid van de notaris Joannes de Vrelenberg en de getuigen Henricus Kemmerbruck, altarist in de parochiekerk te Straelen, Theodoricus de Stralen, vicaris in het kapittel van de H. Victor te Xanten, en de clericus Sander Neve de Straelen, namens Sophia, weduwe van Engelbertus de Orsbeck de oude, ridder, de akte van 7 januari 1447 werd overhandigd, waarvan hij een vidimus verstrekt.
Uit het onderzoek is gebleken dat de hof ter Steghen waarvan melding wordt gemaakt in de onder beschreven akten, bezegeld door Wilhelmus Spies de Bullesheim, abt van Siegburg, de weduwe Sophia, Arnoldus de Homberg, erfkameraar van het bisdom Keulen, en Engelbertus de Brempt, respectievelijk door Wernerus Dasweilere, schout, Petrus in gen Haeve en Wilhelmus Gerard, schepenen te Straelen, geheel bevrijd is van lasten en aan genoemde Sophia als allodiaal goed toebehoort. Zij heeft deze hof aan het altaar, gewijd aan het H. Sacrament en aan de heiligen Jacobus apostel, Nicolaus, Georgius en Erasmus, Agnes, Caecilia en de Elfduizend maagden geschonken, waardoor het altaar van voldoende inkomsten is voorzien.
Christianus de Erpel keurt derhalve de schenking goed en verheft het altaar tot een kerkelijk beneficie. Het recht van voordracht van de beneficiant berust beurtelings bij de abt van Siegburg en de bezitter van het kasteel Flasrath.
Tenslotte wordt een vidimus verstrekt van de akten van 14 februari 1446 en 26 december 1446.
Medebezegelaar: Wilhelmus Neersdum alias François, rector van de parochiekerk te Straelen.
Eenvoudig afschrift op papier, inv.nr. 1289.
Zie regestnrs. 91, 93, 94.
104 1453 oktober 10? “in den jahr nae der gebourt ons Heeren als men schreeff duysendt vyerhondertinddreyindvijefftich in der sesten edictiën des donredaichs op sinte Victoriusdach” * 
Voor Gadert van Huckulum, pastoor te Nieukerk in de Voogdij, de notaris en de getuigen Herman Gruiter en Rutger Bucx, clerici van het bisdom Keulen, hebben Telman Jacob, Hens Schwager, Loiff in gen Siep en Telman Halman, kerkmeesters, en de nog te noemen kerspellieden in aanwezigheid van Wolter van Steynhoirst en Johan Daim, mannen van wapen, Ludolff Voirstmann, Rutger oppe Graeff, Johan Maes, Hannes Boennick, Telman Loer, schepenen, en voorts de belangrijksten van het kerspel een overeenkomst gesloten met Rutger Rooffs, vicaris van het H. Kruisaltaar, Gerrit ten Neuenhave, vicaris van het Onze-Lieve-Vrouwe-altaar, Johan van Repelen, hun procurator, Gaidert Reinkens genaamd ter Kercken, vicaris van het Sint-Jacobsaltaar, aangaande de taken van de vicarissen.
Vervolgens hebben de kerspellieden en stichters van de beneficies, te weten twee gekozenen uit elk gilde van het kerspel, namelijk Hein Awes en Telman Treeck, Rutger Bussman en Tyell Benn, Johan ter Hoirst en Johan ter Hoen, Johan Groenwaelt en Hein in gen Winckell, Hein Doen en Jacob Haffman, Henrick Voerenhaff en Luiff Bull, Gerrit in gen Haeff en Telman in gen Schuire, Johan Kindt en Jacob Pegel, Hannes ter Kercken en Loiff Momm, notaris Nicolaus Borrick verzocht een akte op te stellen.
Bezegelaars: Gadert van Huckulum, pastoor, Sander van der Egeren, rechter en voogd, en de gemene schepenen van de Voogdij.
Authentiek afschrift op papier, inv.nr. 1272.
107 1455 maart 7 “Anno a nativitate Domini 1455 indictione tertia die vero veneris septimo mensis martii”
In aanwezigheid van de notaris Henricus Lyndeman de Goch en de getuigen Jacobus van der Straete en Marcelis Koten, parochianen te Sambeek, stelt Johannes Gijsberti alias Van den Velde, pastoor te Sambeek, zijn testament op. Hij legateert aan zijn opvolger, de beneficianten van de altaren van de H. Drieeenheid, Onze-Lieve-Vrouw en Catharina, de koster en de schoolmeester een grondrente van een malder rogge ten laste van de goederen van Johannes Beckeren ten einde zijn jaargetijde te houden. Bij die gelegenheid wordt een malder rogge voor de armen beschikbaar gesteld te leveren door Jacobus Textoris. Hij bestemt twee malder rogge voor de priesters die dagelijks zijn graf bezoeken, ten laste van Vendelmodus Batenborch. Hij legateert een grondrente van vijftien vaten rogge aan de pastoor voor het zingen van de mis van Johannes de Doper, wekelijks op donderdag op het hoofdaltaar, ten laste van de goederen van Henricus Hugger. Hij legateert een grondrente van twintig malder rogge voor het stichten van een altaar in de kerk van Sambeek ter ere van het H. Kruis en de Gedaanteverwisseling, waaraan wekelijks vier missen gelezen zullen worden. De twintig malder rogge worden geleverd door Henricus Boirt te Groeningen, Johannes Hack en Johannes Cuyper van Herselair, onder Vierlingsbeek. Hij legateert ten behoeve van het altaar nog eens een grondrente van tien malder rogge, die evenwel eerst in vruchtgebruik genoten zullen worden door zijn zoon Johannes de Velde. Zij worden geleverd ten laste van de goederen van Johannes Stimpel, Johannes de Heggen en Godefridus Biscops.
119 1464 maart 31 “anno a nativitate Domini millesimo quadringentesimo sexagesimo quarto indictione duodecima mense diebus hora et loco praescriptis pontificatus sanctissimi in Christo patris et domini nostril domini Pii divina provindentia papae secundi anno cepto”, te weten “anno Domini millesimo quadringentesimo quinquagesimo quarto die decima tertia mensis martii” * 
Wimmarus de Wachtendonck, doctor in de rechten, officiaal van het hof te Keulen, verklaart dat de pastoor, zekere edelen en schepenen van het dorp Wankum hem de akte van volmacht van de aartsbisschop van Keulen van 31 januari 1454 hebben getoond, waarvan hij een vidimus verstrekt, alsmede de akte van dotatie, getransfigeerd door de eerste akte, van het altaar van de heiligen Nicolaus en Catharina, waaraan wekelijks vier missen worden opgedragen. Hij verheft het altaar en de inkomsten tot een kerkelijk beneficie.
Geïnsereerd zijn tevens de akten betreffende de dotatie van 14 februari 1454 en 7 maart 1456.
Getuigen: Bernardus de Orsoy, notaris, Johannes de Goch, Everhardus de Wesalia, Hunnericus de Orsoy en Henricus Borst, notarissen.
Authentiek afschrift op papier, inv.nr. 1582.
Zie regestnrs. 105, 106, 109.
Bijlagen
Bijlage I; Specificatie van de testamenten in inventarisnummers 2174-2175
Bijlage II; Specificatie van de testamenten in inventarisnummer 2176
Bijlage III; Specificatie van de testamenten in inventarisnummer 2177
Kenmerken
Datering:
(1279) 1294-1773, (1561-) 1665-1802, 1794-1840
Auteur:
G.H.A. Venner
Uitgave:
Publicaties van het Regionaal Historisch Centrum Limburg nr. 6
Inventaris:
Inventaris van het archief van de bisschop van Roermond (1561-) 1665-1802, van stukken van de voormalige bisschop van Roermond en apostolisch vicaris-generaal te Grave 1794-1840, en van het Begijnhof te Roermond (1279) 1294-1773
Categorie:
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS