Uw zoekacties: Boellaard, W.A.H.C.
x297 Boellaard, W.A.H.C. ( NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies )
Uitleg bij archieftoegang

Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief.

Een archieftoegang bestaat over het algemeen uit de navolgende onderdelen:

  • Kenmerken van het archief
  • Inleiding op het archief
  • Inventaris of plaatsingslijst
  • Eventueel bijlagen
  • De kenmerken van het archief zijn o.m. de omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid en andere.

    De inleiding op het archief bevat interessante informatie over de geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer en kan ook aanwijzingen voor het gebruik bevatten.

    De inventaris of plaatsingslijst is een hiërarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken. De beschrijvingen zijn formeel en globaal. Het lezen en begrijpen van een inventaris behoeft enige oefening en ervaring.

    Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiërarchie gevolgd. De rubrieken in de inventaris maken deel uit van de beschrijving op een lager niveau. Komt de zoekterm in een hoger niveau voor, dan voldoen onderliggende niveaus ook aan de zoekvraag.

    297 Boellaard, W.A.H.C. ( NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies )
    Zoek in deze inventaris
    >
    Zoektermen
     
     
    Openbaarheid
    Tot 1 januari 2042 zijn de archiefstukken uitsluitend raadpleegbaar na schriftelijke toestemming van de directeur van het NIOD. De onderzoeker dient hiertoe een schriftelijk verzoek in waarbij hij verklaart:
    a. dat hij de uit de archiefbescheiden verkregen gegevens alleen voor wetenschappelijk onderzoek zal gebruiken,
    b. dat hij geen kopieën van de archiefbescheiden zal maken, geen archiefbescheiden buiten het gebouw van het NIOD zal brengen en archiefbescheiden uitsluitend zal raadplegen in de studiezaal van het NIOD of een andere door de directeur van het NIOD aan te wijzen passende ruimte,
    c. dat hij niets zal publiceren of op andere wijze openbaar maken waardoor de belangen van nog levende personen onevenredig geschaad kunnen worden. In geval van onduidelijkheid of geschil wordt het oordeel van de familie Boellaard gevraagd,
    d. dat hij met het oog op deze belangen niet zal overgaan tot publicatie van gegevens uit deze archiefbescheiden dan na schriftelijke toestemming van de directeur van het NIOD en met inachtneming van het onder c. gestelde,
    e. dat hij de overige gegevens uit de archiefbescheiden die hem ter kennis zullen komen en waarvoor geen toestemming voor publicatie is verkregen, niet aan derden zal meedelen.
    Inleiding
    titel archief
    archiefvormer
    omvang
    citeer en aanvraaginstructie
    periode van ontstaan
    beheersgeschiedenis/overbrenging naar het NIOD
    aard van de archiefbestanddelen
    ordening van de archiefbestanddelen
    selectie, vernietiging en bewerking
    aanvullingen
    wettelijke status
    reproductiebeperkingen
    taal van de archiefbescheiden
    materiële staat
    plaatsing originelen/bestaan van kopieën
    bewerking
    Levensloop
    Levensloop
    Willem Anton Hendrik Cornelius (Pim) Boellaard werd op 16 augustus 1903 geboren in een Nederlands Hervormd gezin te Delft als zoon van Willem Hendrik Cornelius Boellaard en Margaretha Antoinetta Römer. Op 3 juni 1929 trouwde hij in Den Haag met Anna Louisa (An), Barones van Heeckeren. Ze kregen één zoon, W.H.C. (Willem) Boellaard (1930). Na afronding van zijn studie ging hij werken bij een verzekeringskantoor.

    Boellaard raakte in augustus 1940 betrokken bij de verzetsorganisatie Ordedienst (OD) in Utrecht en groeide al gauw uit tot Gewestelijk Commandant van de provincie Utrecht. In die hoedanigheid werd hij in 1942 gearresteerd. Na achttien maanden in de gevangenissen van Scheveningen en Haaren en uiteindelijk in het Polizeiliches Durchgangslager Amersfoort gezeten te hebben, werd hij op 26 oktober 1943 als Nacht-und-Nebel-gevangene naar het concentratiekamp Natzweiler getransporteerd. Bij de ontruiming van dit kamp ging Boellaard in september 1944 naar het concentratiekamp Dachau, waar hij op 29 april 1945 de bevrijding door de Amerikanen meemaakte.
    Na de oorlog heeft Boellaard zijn werk in het verzekeringswezen weer opgepakt en heeft hij een uiterst succesvolle carrière weten op te bouwen. Daarnaast heeft hij talrijke nevenfuncties vervuld, onder andere bij diverse belangengroepen voor oorlogsslachtoffers. Tevens heeft hij zich zijn verdere leven beziggehouden met het documenteren en reconstrueren van oorlogsgerelateerde zaken.

    Boellaards vrouw An, kunstschilderes en vanaf 1983 draagster van het Verzetsherdenkingskruis, overleed in 1991. Boellaard overleed op 27 januari 2001 op 97-jarige leeftijd in zijn huis 'Kloosterend' in De Bilt, waar hij sinds 1938 had gewoond. Boellaard heeft tijdens zijn leven een aantal onderscheidingen ontvangen, waaronder de Bronzen Penning van de Stichting 1940-1945, het Verzetsherdenkingskruis en het Kruis van Verdienste van het Nederlandse Rode Kruis. Tevens was hij Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, Officier in de Orde van Oranje Nassau en drager van het Erekruis in de Huisorde van Oranje *  .
    Carrière
    Na het volgen van de Rijks HBS te Bergen op Zoom ging Boellaard studeren aan de Nederlandse Economische School te Rotterdam (thans de Erasmus Universiteit), alwaar hij in 1925 zijn diploma handelseconomie behaalde. Hij heeft zijn leven lang contacten onderhouden met zijn studentenvereniging het Rotterdams Studenten Corps (RSC), waar hij tot erelid werd benoemd.

    In 1926 koos Boellaard voor een carrière in het verzekeringswezen toen hij in dienst kwam bij de Assurantie Maatschappij "De Nederlanden" van 1845. Hij was van 1933 tot 1949 directeur van het kantoor Utrecht. In 1949 werd hij benoemd tot adjunct directeur van de Levensverzekeringmaatschappij "De Nederlanden" van 1845 en in 1952 tot directeur. In 1954 maakte hij de overstap naar het Onderling Levensverzekering Genootschap "De Olveh van 1897" alwaar hij Oudste Directeur werd *  . Hier bleef hij werken tot zijn pensionering in 1968. In 1969 werd Boellaard lid van de Raad van Bestuur van AGO-verzekeringen (het huidige Aegon) en van 1970 tot 1975 was hij lid van de Raad van Commissarissen van de AGO.
    Mobilisatie en militaire loopbaan
    Als telg uit een vooraanstaande militaire familie, van zowel vaders als moeders kant, was hij de eerste zoon die, op aanraden van zijn vader generaal Willem Boellaard, voor een burgerlijke carrière koos. Boellaards militaire loopbaan beperkte zich dientengevolge tot die van reserve-officier. Boellaard behaalde de rang van kornet aan de School voor Reserve-Officieren der Bereden Artillerie te Ede in 1926, waarna hij opklom van reserve-2e luitenant tot reserve-kapitein in 1939. Tijdens de mobilisatie was hij reserve-kapitein bij de artillerie en gedurende de meidagen had hij in de rang van kapitein het bevel over de derde batterij van het Tweede Regiment Veldartillerie (3-I-2 RA) *  . In die hoedanigheid heeft hij gevochten rond Den Haag, bij Poeldijk en Monster, en heeft hij zich ingezet bij de verdediging van vliegveld Ockenburgh tegen de Duitsers; zie Boellaards relaas De derde batterij in gevecht.
    Na de oorlog werd Boellaard benoemd tot reserve-majoor bij de Staf van de Bevelhebber der Nederlandse Strijdkrachten (Staf Prins Bernhard). Deze functie heeft hij vervuld van 19 mei 1945 tot 1 november 1945, toen hij toetrad tot de Commissie Beoordeling Officieren Bezet Gebied. In deze commissie is hij tot 1 februari 1947 actief geweest.

    Op 1 juli 1954 werd Boellaard, op eigen verzoek, eervol ontslagen uit de militaire dienst *  .
    Ordedienst
    De Ordedienst (OD) werd in juli/augustus 1940 opgericht door de gepensioneerde luitenant-kolonel der Bereden Artillerie J.H. Westerveld. Op 6 augustus 1940 vroeg Westerveld Boellaards medewerking aan de in oprichting zijnde OD. Een week later werd afgesproken dat Boellaard majoor jhr. J. Twiss Quarles van Ufford zou assisteren bij de organisatie van de OD in Utrecht. Boellaard werd als stadscommandant van Utrecht aangesteld, terwijl Twiss Quarles van Ufford de leiding over het gewest Utrecht West kreeg. Boellaard ging voortvarend aan het werk, hij "…verdeelde de stad in wijken, stelde zes reserveofficieren als kwartiercommandant aan, en benoemde vervolgens mr. H.E. Vermeulen tot zijn chef-staf en reserve-eerste luitenant der Cavalerie jhr. M.C. Calkoen tot zijn adjudant" *  . Op 6 september 1941, een week na de arrestatie van Twiss Quarles van Ufford, werd Boellaard door luitenant-kolonel P.M.R. Versteegh, de opvolger van de eveneens gearresteerde kolonel Westerveld, aangesteld tot gewestelijk Commandant Utrecht.

    Boellaard heeft zich altijd verzet tegen de notie dat de Ordedienst een organisatie was die pas actief zou worden na de bevrijding van Nederland. Hij heeft zich na de oorlog actief beziggehouden met de geschiedschrijving van de OD. In zijn autobiografisch oorlogsdagboek uit 1997 De angst voor Lafheid beschrijft hij de OD in Utrecht als volgt: "…de grote voorbereider van iedere vorm van verzet, een organisatie waarvan de leden zich actief bezig gehouden hebben met sabotage, wapensmokkel, spionage, vervalsing van papieren, overvallen, illegale telefoonverbindingen, een organisatie waarvan meer dan 100 Utrechtse leden hun leven hebben gegeven in de verzetsstrijd" *  .
    In augustus/september 1941 werd een groot aantal OD-leden door de SD gearresteerd. Boellaard zag kans zijn arrestatie te ontlopen door via de achterdeur van zijn kantoor te vluchten. Daarna leefde hij ondergedoken. Zijn eerste onderduikadres werd "Klein Beerschoten" in De Bilt bij de familie Steengracht van Oostcapelle *  . Een week later dook hij onder in het buitenhuis van mr. E. von Baumhauer in Vierhouten op de Veluwe *  . Dit was het begin van een lange tocht langs allerlei onderduikadressen, negen in acht maanden *  . Boellaard maakte tijdens zijn onderduiktijd, vanaf eind oktober 1941, gebruik van een vervalst persoonsbewijs onder de naam R.R. Brandsma v. Soetendal, publicist. Op 5 mei 1942 werd hij gearresteerd door de SD.
    Verraad en arrestatie
    Boellaard zocht begin mei 1942 contact met mede-OD'er cadet-sergeant W. Pasdeloup (schuilnaam Wolf), van wie hij gehoord had dat deze uit de strafgevangenis in Scheveningen, het "Oranjehotel", was ontsnapt. Aangezien Boellaard uit veiligheidsoverwegingen niet naar Den Haag wilde gaan, werd hij op 5 mei 1942 door een afgezant van Pasdeloup, M. Brandon Bravo, op zijn onderduikadres Zwanenburgwal te Amsterdam, opgezocht *  . Nadat Bravo vertrokken was, werd Boellaard, samen met Cor Gootjes, door SD Untersturmfürher Walter Bartels en de Nederlandse politieagenten L.A. Poos en M. Slagter gearresteerd en verhoord in de Euterpestraat. Vervolgens werd hij naar het "Oranjehotel" overgeplaatst. Boellaard werd gearresteerd op verdenking van "Hochverrat, Spionage, Sabotage en verbotener Waffenbesitz" *  .
    Gevangenschap
    In het "Oranjehotel" werd Boellaard vanaf 6 mei verder verhoord door Walter Bartels, die hem als "Sachbearbeiter" was toegewezen. Op 11 mei werd Boellaard op het Binnenhof verhoord door Gestapo-chef Obergruppenführer Reinhardt Heydrich *  . Drie dagen later, op 14 mei 1942, werd hij overgebracht naar Clingendael, waar het hoofdkwartier van Seyss-Inquart gevestigd was. Hier werd hij ondervraagd door Reichsführer SS Heinrich Himmler in aanwezigheid van Seyss-Inquart, Rauter, Schumann, Harster en Kriminalrat H.B. Wolff *  . Boellaard heeft naderhand uitgebreid verslag gedaan van zijn ontmoeting met beide heren in diverse artikelen en zijn oorlogsdagboek en memoires.
    Proces en uitspraak
    Tijdens het zogenaamde eerste OD-proces op 3 mei 1942 in Amersfoort werden 72 OD'ers ter dood veroordeeld en later in Sachsenhausen met een nekschot gedood. Boellaard verwachtte dat hem eenzelfde lot beschoren zou zijn toen hij samen met honderd andere "Todeskandidaten" werd berecht in het "tweede OD-proces". Op 27 april 1943 luidde de uitspraak echter 'Abgetrennt bis auf weiteres verfahren'. Volgens het zogeheten Keitel-arrest van 12 december 1941, dat in Nederland in een aangepaste vorm werd toegepast, werden verzetsstrijders die eigenlijk ter dood veroordeeld moesten worden als Nacht-und-Nebel-gevangenen afgevoerd naar een concentratiekamp *  . De "NN-häftlinge" waren in de concentratiekampen een achtergestelde groep, ze mochten geen brieven schrijven of ontvangen en kregen ook geen voedselpakketten. Voor hun families bleef het lot van de gevangenen ongewis; zij gingen schuil in nacht en nevel. De Nederlandse Nacht-und-Nebel-gevangenen waren in de kampen te herkennen aan een rode driehoek met een H in het midden en daaronder de letters NN. Veel Nacht-und-Nebel-gevangenen kwamen in concentratiekamp Natzweiler-Struthof in de Elzas terecht, zo ook Boellaard.
    De kampen
    Op 26 oktober 1943 werd Boellaard vanuit het Polizeiliches Durchgangslager Amersfoort naar concentratiekamp Natzweiler-Struthof getransporteerd. Het kamp was gelegen op de top van een berg in de Vogezen en kende een onbarmhartig klimaat. Als gevangene NN 5561 heeft hij daar achtereenvolgens in de steengroeve gewerkt, bij de waterleiding, in het commando "Strassenbau", vervolgens bij de bouw van een compressor, daarna in de hallen bij de demontage van defecte vliegtuigmotoren en tenslotte wederom bij het steengroevewerk in de strafcompagnie. * 

    Omdat de Amerikanen in aantocht waren, is Natzweiler in september 1944 ontruimd. De gevangenen werden gedurende een driedaagse reis overgebracht naar concentratiekamp Dachau nabij München. In dit kamp werden de gevangenen ingezet voor de oorlogsindustrie. Voedsel was schaars in dit inmiddels overvolle kamp en de hygiëne slecht. Infectieziekten als tuberculose en vlektyfus maakten er veel slachtoffers.

    Boellaard werd na aankomst eerst in het buitencommando Allach geplaatst, maar werd vervolgens weer naar Dachau overgeplaatst. Als gevangene NN 100649 werkte hij als verpleger in het revier en overleefde daarbij een vlektyfusbesmetting. Ook raakte hij nog gewond tijdens de bevrijding van het kamp door de Amerikanen op 29 april 1945, toen hij een schampschot aan zijn hoofd opliep.
    Boellaard was vertrouwensman van de Nederlanders in het kamp en lid van het International Prisoners' Committee, onder leiding van de Belg Albert Guérisse (in het kamp bekend onder zijn schuilnaam Patrick O'Leary), in die hoedanigheid werd hij na de bevrijding op 6 mei 1945 door de BBC in Dachau geïnterviewd.

    Op 11 mei arriveerden twee luitenant-aalmoezeniers, W. van Helden en C.M.A.W. Schellekens, met hun chauffeur Th.H. van der Krabben in Dachau om hun deken J. Teulings op te halen. Omdat de toestand van de gevangenen schrijnend was en er vanuit Nederland geen actie werd ondernomen om de gevangenen te repatriëren, reisde Boellaard nog op dezelfde dag met hen mee naar Nederland. Op 19 mei 1945 ontmoette Boellaard prins Bernhard, bevelhebber van de Binnenlandse Strijdkrachten, op Paleis Het Loo en werd direct als reserve-majoor in diens staf opgenomen. Met behulp van onder andere Prins Bernhard, die een volmacht (ge-antedateerd op 18 mei) voor hem schreef, heeft Boellaard kans gezien een vrachtwagentransport te regelen om de gevangenen uit Dachau te repatriëren. Bij dit transport werden tevens militaire krijgsgevangenen uit Tittmoning gerepatrieerd *  .
    Chronologisch overzicht kampleven:
    *7 oktober 1943: naar Polizeiliches Durchgangslager Amersfoort
    *26 oktober1943: naar Natzweiler
    *5-7 september 1944: drie dagen transport van Natzweiler naar Dachau
    *7-9 september 1944: in Dachau
    *9 september 1944: naar Allach, aldaar Blockschreiber
    *20 oktober 1944: Lagerläufer
    *26 december 1944: ontslagen wegens "Befehlsverweigerüng"
    *27 december 1944: blokoudste van Block 20
    *22 januari 1945: alle NN'ers terug naar Dachau
    *27 januari 1945: Stübenaltester 25-II Dachau
    Chronologisch overzicht oorlogstijd
    *10 mei 1940 tot de capitulatie op dinsdag 14 mei: batterijcommandant bij het Tweede Regiment Veldartillerie in de rang van kapitein
    *augustus 1940: oprichting van de OD in Utrecht
    *voorjaar 1940: eerste OD-arrestaties
    *september 1941: ondergedoken onder de naam R.R. Brandsma v. Soetendal, publicist
    *6 september 1941: gewestelijk Commandant Utrecht
    *augustus en september 1941: tweede arrestatiegolf
    *3 mei 1942: eerste OD-proces in Amersfoort
    *5 mei 1942: Boellaard gearresteerd, verhoord in de Euterpestraat door Leutnant Bartels en overgebracht naar het "Oranjehotel" te Scheveningen
    *11 mei 1942: verhoord door Heydrich op het Binnenhof
    *14 mei 1942: verhoord door Himmler te Clingendael, de residentie van de rijkscommissaris Seyss-Inquart
    *30 augustus 1942: in de gevangenis op wc-papiertjes beschreven hoe naar zijn idee het verraad van Pasdeloup (Wolf) verlopen is * 
    *29 september 1942: naar Strafgevangenis Haaren, alwaar negen maanden "Einzelhaft" in cel 99 I
    *15 maart 1943: Boellaard is één van de honderd aangeklaagde "Todeskandidaten" tijdens het tweede OD-proces te Haaren voor het "Luftgaugericht Holland"
    *26, 29 en 30 maart 1943: verhoren
    *27 april 1943: uitspraak 'Abgetrennt bis auf weiteres verfahren' (het vonnis werd door de SS omgezet in een veroordeling tot Nacht-und-Nebel-gevangene)
    *7 oktober 1943: naar Politzeiliches Durchgangslager Amersfoort
    *26 oktober 1943: transport naar Natzweiler.
    *6 september 1944: overgebracht naar Dachau
    *29 april 1945: bevrijd door de Amerikaanse Rainbow Division
    *11 mei 1945: als voorzitter van het Nederlandsch Comité, dat begin april gevormd was, met een transport naar Nederland meegereisd om hulp te halen en repatriëring te organiseren
    *19 mei 1945: in dienst bij de staf van prins Bernhard (volmacht geantedateerd op 18 mei) * 
    *25 mei 1945: repatriëring Dachau- en Tittmoning-gevangenen naar Nederland * 
    Maatschappelijke functies na de oorlog
    Na de oorlog pakte Boellaard zijn werk in het verzekeringswezen weer op. Daarnaast bekleedde hij verschillende maatschappelijke functies. In 1945 werd hij Voorzitter van het Nederlandse Rode Kruis, afdeling Utrecht en bestuurslid van de Hulp Actie Rode Kruis (H.A.R.K.) te Utrecht. Vervolgens werd hij Kringcommissaris in de kring Utrecht. In 1946 werd Boellaard lid van de Provinciale Staten van de provincie Utrecht voor de Volkspartij voor Vrijheid en Democratie. Na vier jaar is hij hiermee gestopt, met opgave van reden: "Door het beleid van het partijbestuur en Kamerfracties inzake het Indische vraagstuk, heb ik mij in april 1950 teruggetrokken uit de Staten en het politieke leven" *  .

    Na zijn pensionering in 1968 werd Boellaard voorzitter van de Koninklijke Nederlandse Jaarbeurs in Utrecht, deze functie heeft hij tot 1974 bekleed.
    Oorlogsgerelateerde nevenfuncties
    Na de oorlog heeft Boellaard zich beziggehouden met de berechting van oorlogsmisdadigers. In juli 1947 is hij op uitnodiging van de Prosecutor General Telford Taylor en de medische ondervrager Dr. Leo Alexander, samen met Dr. Sillevis Smit en Dr. L. Hulst naar Neurenberg gegaan om de berechting van de verschillende artsenoorlogsmisdadigers te volgen en aanwezig te zijn bij de ondervraging van Dr. Eugene Haagen, kamparts in Natzweiler. Hiervan heeft hij in een reisdagboek verslag gedaan *  .
    Ook heeft hij zich na de oorlog ingezet voor zijn lotgenoten. Op 10 februari 1961 werd op initiatief van Boellaard het Nederlands Dachau Comité opgericht. Het comité stelde zich als onderdeel van het Internationaal Dachau Comité te Brussel ten doel een groot monument en museum op te richten in Dachau. Boellaard werd voorzitter van het comité tot hij in januari 1964 aftrad en werd opgevolgd door Carel Steensma. Hij is tot 1998 erevoorzitter gebleven. Het archief van het Nederlands Dachau Comité 1961-1967 is door Boellaard aan het NIOD geschonken *  .

    In 1945 werd Boellaard lid van het hoofdbestuur van de Nederlandse Vereniging van ex-Politieke Gevangenen, Expogé. Hij is dit tot 1948 gebleven. In 1949 nam Prins Bernhard het beschermheerschap van de vereniging op zich *  . Verder is Boellaard voorzitter van de Stichting Oranjehotel geweest en voorzitter van de Stichting Informatiecentrum voor door de oorlog getroffenen. Ook was hij lid van de Commissie Militaire Onderscheidingen, subcommissie Utrecht.
    Relaties met het koningshuis
    Een aanzienlijk deel van Boellaards archief betreft de koninklijke familie. Hij heeft veel artikelen over het Koninklijk Huis uit de pers verzameld, maar ook zijn persoonlijke banden met de familie worden in het archief weerspiegeld, onder andere in vele foto's.

    In 1937 behoore hij tot het ere-escorte bij het huwelijk van Juliana en Bernhard en was hij aanwezig bij de huwelijksinzegening in de Grote Kerk in Den Haag. Hij was drager van de Huwelijksmedaille. In mei 1945 trad Boellaard in dienst van de Staf van Prins Bernhard. In 1970 werd hij bestuurslid van het Comité "Prins Bernhard 60 jaar", vervolgens was hij eerst penningmeester en daarna voorzitter van de Stichting "Verjaardag Prins Bernhard". Dit is hij gebleven tot 1 januari 1987.

    Boellaard was van 1968 tot 1974 Voorzitter van de Koninklijke Nederlandse Jaarbeurs. Via hem is Bernhard Commissaris van de Jaarbeurs geworden. Tevens hebben beiden zich ingezet voor de Actie Natuur van de Stichting Nationale Actie voor Natuurbehoud en Natuurbeschermingseducatie. In 1993 ontving Boellaard het Erekruis in de Huisorde van Oranje.
    Literatuur en verwante archieven
    Voor vervolgonderzoek raadplege men de volgende archieven en literatuur.
    Archieven
    Literatuur
    Inventaris
    2. Oorlog en gevangenschap
    3. Huiselijk leven
    4. Verzekeringswezen
    5. Nevenfuncties
    7. Documentatiemateriaal
    Kenmerken
    Datering:
    [1917] 1939-2001
    over het archief:
    W.A.H.C. Boellaard (16 augustus 1903) maakte als reserve-officier der Veldartillerie de Meidagen van 1940 mee. Hij was een van de mede-oprichters van de Ordedienst in Utrecht. Na de massale arrestaties van augustus en september 1941 dook hij onder maar zette het verzetswerk met volle kracht voort, nu als gewestelijk commandant van de provincie Utrecht. Door verraad werd hij in mei 1942 gearresteerd en enkele maanden later als Nacht-und-Nebel-gevangene naar Natzweiler overgebracht. Bij de ontruiming van dit kamp ging Boellaard in september 1944 naar concentratiekamp Dachau waar hij op 29 april 1945 de bevrijding door de Amerikanen meemaakte. Hij trad op als vertrouwenspersoon van de Nederlandse gevangenen en zorgde voor hun repatriëring.
    Openbaarheid:
    Deze stukken zijn beperkt openbaar. Zij zijn slechts raadpleegbaar na verkregen schriftelijke toestemming van de directeur van het NIOD. Onderzoekers kunnen zich daartoe schriftelijk wenden tot de directeur van het NIOD.
    Omvang:
    7,5 meter (425 inventarisnummers)
    Categorie:
    Archiefvormer(s)::
     
     
     
    MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
    meer informatie over MAIS-(M)DWS