Uw zoekacties: Centrale Inlichtingendienst
x190 Centrale Inlichtingendienst ( NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies )
Uitleg bij archieftoegang

Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief.

Een archieftoegang bestaat over het algemeen uit de navolgende onderdelen:

  • Kenmerken van het archief
  • Inleiding op het archief
  • Inventaris of plaatsingslijst
  • Eventueel bijlagen
  • De kenmerken van het archief zijn o.m. de omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid en andere.

    De inleiding op het archief bevat interessante informatie over de geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer en kan ook aanwijzingen voor het gebruik bevatten.

    De inventaris of plaatsingslijst is een hiërarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken. De beschrijvingen zijn formeel en globaal. Het lezen en begrijpen van een inventaris behoeft enige oefening en ervaring.

    Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiërarchie gevolgd. De rubrieken in de inventaris maken deel uit van de beschrijving op een lager niveau. Komt de zoekterm in een hoger niveau voor, dan voldoen onderliggende niveaus ook aan de zoekvraag.

    190 Centrale Inlichtingendienst ( NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies )
    Zoek in deze inventaris
    >
    Zoektermen
     
     
    Openbaarheid
    Het archief is in zijn geheel openbaar.
    Inleiding
    Het plan om te komen tot de oprichting van een Centrale Inlichtingendienst ontstond in de tweede helft van 1943 in het brein van de op Duits bevel ontslagen politie-inspecteur W.E. Sanders. Oorspronkelijk was de opzet van deze, toen nog zonder meer "Inlichtingendienst" geheten organisatie; het verrichten van contra-spionage bij de SD, het verzamelen en centraliseren van gegevens over "Gestapo-agenten'', verraders en provocateurs, teneinde de illegaliteit inlichtingen te kunnen verstrekken en hen, voor wie gevaar dreigde, te kunnen waarschuwen. De noodzaak van een snelle communicatie leidde tot contact met een aantal PTT-ambtenaren, teneinde het telefoonapparaat in te kunnen schakelen. Ook zocht men contact met een aantal verzetsgroepen voor het verkrijgen van de inlichtingen. Dit leidde in het voorjaar van 1944 reeds tot een vrij enge samenwerking met voornamelijk de LO. Tevens werd het afluisteren van Duitse telefoonverbindingen ter hand genomen. Een kaartsysteem van "Gestapo"-medewerkers werd aangelegd, dat op den duur ca. 6000 personen omvatte.
    September 1944 bracht door de Duitse maatregelen op telefonie-gebied grote stagnatie in de contacten van de verschillende groeperingen. Slechts de Inlichtingendienst wist zijn telefooncontacten, praktisch over het gehele bezette gebied, in stand te houden en stelde zich al spoedig ter beschikking voor het doorgeven van berichten van verschillende illegale groepen, zowel voor het interne contact van die groepen (in die periode met name de LKP), alsook voor het onderlinge contact tussen de groepen. Zo ook ontstond, naast de "inlichtingendienst", de "berichtendienst" als belangrijke - en na korte tijd zelfs als de belangrijkste - taak van de ID, die ook in deze maand september zijn naam wijzigde tot "Centrale Inlichtingen Dienst" (CID). Sedertdien trad de CID op als centrale voor het doorgeven van berichten van velerlei aard, betreffende zowel het oud"inlichtingen"-werk als ook berichten betreffende militaire en andere spionage, berichten van en bestemd voor bevrijd gebied, het onderlinge contact van en tussen de verschillende verzetsgroepen, etc. Contacten met de illegale pers leidden tot het samenstellen van communiqué's, die meerdere malen per week over de illegale lijnen werden doorgegeven aan de "pers" en aan belanghebbende groepen. Na de vorming van de NBS trad de CID, nadat enkele strubbelingen met de inlichtingendienst van de OD waren overwonnen, op als het officieuze verbindingsapparaat voor de NBS, hoewel steeds de onafhankelijke positie van de CID werd gehandhaafd.
    Onder de inlichtingentaak viel later ook de enquête, ingesteld in samenwerking met PBS en LO, naar de houding van de Nederlandse bestuursambtenaren tijdans de bezetting, waarvoor een uitgebreid enquêteformulier werd opgesteld, dat in grote aantallen werd verzonden en ingevuld terug ontvangen.
    Het hieronder geïnventariseerde archiefmateriaal bestaat uit twee delen. Het eerste gedeelte (inventarisnummers 1-88) werd in oktober 1956 via de Stichting 1940-1945 ontvangen van de LO-LKP-Stichting, tezamen met het materiaal, dat gediend heeft voor de samenstelling van "Het Grote Gebod". Voor het korte hoofdstukje (15 pag.) dat in "Het Grote Gebod" aan de CID werd gewijd kan, gezien ook de aard van de onderhavige archivalia, nauwelijks van dit materiaal gebruik zijn gemaakte Het archief omvat nl. de - vrijwel volledige - dossiers met ontvangen en verzenden berichten - zowel de "inlichtingendienst" als de "berichtendienst", die niet formeel werden gescheiden, omvattend - van de CID-Kantoren 's-Gravenhage, Amsterdam, Rotterdam en Utrecht, alsmede een groot aantal telexberichten en een volledige verzameling CID-communiqué's. Dit alles vanaf ongeveer half september 1944 tot de bevrijding. Het betreft hier ettelijke duizenden berichten over zeer uiteenlopende onderwerpen, per kantoor doorlopend genummerd onafhankelijk van datum of onderwerp, met vermelding van de beginletter van de plaats van vestiging van hot CID-kantoor. Over een vrij korte periode zijn de berichten in origineel of afschrift aanwezig. Vermoedelijk met het oog op uniformiteit en duidelijkheid werden al spoedig gestencilde formulieren ingevoerd, waarop gegevens betreffende ontvangst en doorgeving van de berichten werden vermeld, en de berichten zelf veelal werden getikt of opgeplakte. Echter is gedurende de laatste maanden der bezetting weer een groot aantal berichten niet op deze wijze verwerkt.
    Het tweede gedeelte van de verzameling, enkele duizenden stukken van dezelfde aard bevattend, werd in 1946 ontvangen als onderdeel van een zending andere archiefstukken van illegale groepen en was sindsdien opgeborgen in de verzameling Nederlandse Oorlogscollectie. Door mejuffrouw L.E. Winkel waren de stukken systematisch gerangschikt. Tevens werd door haar een zeer gedetailleerde voorlopige inventaris opgesteld, die zo goed als alle stukken afzonderlijk vermeldt. De betreffende dossiers zijn thans uit de Nederlandse Oorlogscollectie gelicht en gevoegd achter het eerste gedeelte van het CID-archief, waarbij de door mejuffrouw Winkel aangebrachte indeling en volgorde volledig werd gehandhaafd.
    Onderstaande beschrijving bleef beperkt tot een summiere inventaris, die slechts de aanduiding van de vindplaats van het materiaal en de datering omvat. Regesten werden van geen enkel stuk gemaakt, terwijl eveneens geen verwijzingstrefwoorden werden opgenomen. Ter verklaring hiervan moge dienen, dat na een iets intensiever beschouwing van een aantal mappen bleek dat slechts een zeer gering aantal stukken aanwezig is, dat - als afzonderlijk document - belangrijk genoemd kan worden. Gezien de grote omvang van het materiaal en de beschikbare tijd leek het niet dienstig de dossiers minutieus door te werken op zoek naar de eventuele aanwezigheid van enkele stukken van iets groter importantie.
    De voornaamste indruk die het archief geeft, is er een van bewondering voor het ingewikkelde en goed functionerende apparaat, waarmee gedurende de hongerwinter dagelijks honderden berichten werden ontvangen, verwerkt en doorgegeven naar een groot aantal verschillende contactpunten, bewondering ook voor de spitsvondigheid van de technische dienst van de CID, die steeds weer de verbindingen "open" wist te houden en zelfs voortdurend voor nieuwe mogelijkheden zorgde. Deze "algemene" indruk van het CID-archief is wellicht belangrijker dan een detailstudie van de afzonderlijke berichten, die tegen het perspectief van wat reeds over dit werk en de gebeurtenissen in de betreffende periode bekend is, wel zeer verbleken.
    De toegang is in maart 1957 vervaardigd door de heer A.H. Paape, pol. soc. drs., die ook deze inleiding schreef.
    Inventaris
    aanvraaginstructie

    Archiefstukken uit dit archief kunnen in de studiezaal van het NIOD worden aangevraagd
    onder vermelding van: archief 190, inv.no. ...
    Het inventarisnummer is vermeld in oplopende volgorde,
    links naast de beschrijving van de stukken
    87-121 CID-berichten
    Concordans
    Klik op het icoon voor de concordans.
    thumbnail
    Kenmerken
    Datering:
    1944-1945
    Openbaarheid:
    Volledig openbaar
    Omvang:
    3,8 meter (122 inventarisnummers)
    Categorie:
    Archiefvormer(s)::
     
     
     
    MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
    meer informatie over MAIS-(M)DWS