Uw zoekacties: Rechterlijk Archief van de Stad en Heerlijkheid Borculo, 1483-1811
x3018 Rechterlijk Archief van de Stad en Heerlijkheid Borculo, 1483-1811 ( Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers )

Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief.

Een archieftoegang bestaat over het algemeen uit de navolgende onderdelen:

• Kenmerken van het archief
• Inleiding op het archief
• Inventaris of plaatsingslijst
• Eventueel bijlagen

De kenmerken van het archief zijn o.m. de datering, omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid en andere. Als de datering jaartallen tussen haakjes bevat, betekent dat dat er zich stukken in het archief bevinden die buiten de datering van het 'archiefblok' vallen.

De inleiding op het archief bevat interessante informatie over de geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer en kan ook aanwijzingen voor het gebruik bevatten.

De inventaris of plaatsingslijst is een hiërarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken. De beschrijvingen zijn formeel en globaal. Het lezen en begrijpen van een inventaris behoeft enige oefening en ervaring.

Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiërarchie gevolgd. De rubrieken in de inventaris maken deel uit van de beschrijving op een lager niveau. Komt de zoekterm in een hoger niveau voor, dan voldoen onderliggende niveaus ook aan de zoekvraag.

3018 Rechterlijk Archief van de Stad en Heerlijkheid Borculo, 1483-1811 ( Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers )
Zoek in deze inventaris
>
Zoektermen
 
 
Inleiding
De oud-rechterlijke archieven van Borculo bevatten de protocollen, registers en overige bescheiden der gerechten van stad en heerlijkheid. Gelijk zij thans in het depot van het Rijksarchief in Gelderland zijn opgenomen, vangen zij in de geregelde orde eerst in het tweede kwart der 17e eeuw aan, hoewel daarnaast ook oudere stukken zijn bewaard gebleven, die evenwel nimmer tot de 16e eeuw reiken. De grens tussen oud- en nieuw rechterlijk archief is die der opheffing van de oude locale gerechten door de instelling der tribunaux de premiere instance na de inlijving bij Frankrijk en in overeenstemming hiermede zijn geen jongere stukken dan van het jaar 1811 aanwezig. De ongegrondheid van het verhaal, reeds door Staats Evers: "De voormalige steden van Gelderland", pag. 57 bestreden, als zou de Munsterse bisschop Christoffel Bernard van Galen bij zijn invallen in Borculo in de jaren 1665 en 1672 de archieven dier plaats naar Munster hebben doen vervoeren, wordt, wat het rechterlijk archief aangaat, door het bovenstaande voldoende weerlegd. Op 17 Mei 1672 werd de toenmalige secretaris-landschrijver Dr. Engelbert Hoevel toegestaan de "protocollen" buiten Borculo mits binnen de graafschap Zutphen tijdelijk in verzekerde bewaring te brengen en er is geen reden om aan te nemen, dat dit niet aldus geschied is. (Acte in het ordinair signaat van het landgericht d.d. 17 Mei 1672.) In de laatste jaren der 17de eeuw werd dit archief reeds geordend door de toenmalige secretaris-landschrijver Petrus Sybille, maar deze inventaris was vrij systeemloos en is bovendien later geheel verstoord.
Inderdaad hield zij doorgaans geen rekening met de verschillende attributiën der gerechten en onderscheidde zij niet tussen de verschillende gerechten; het was waarschijnlijk gewoonte om de losse stukken, behalve de dossiers der processen, dooreen van jaar tot jaar te bewaren.
Omstreeks het jaar 1733 werd door de secretaris-landschrijver G. Vatebender een nieuwe regeling getroffen. De meeste stukken, ouder dan die datum en de oudere protocollen werden uit de secretarie verwijderd en blijkbaar in een zeer ongeschikte plaats, naar vermeld een kamer in de kerk, opgeborgen (verslagen omtrent 's Rijks oude archieven 1884 pag. 20). Vandaar, dat men later opsomde: papieren, die zodanig vergaan waren, dat nog slechts gedeelten van regels zichtbaar waren en die zelfs niet konden lijden, dat men ze ter hand nam; andere, die zodanig door de wormen vernield waren, dat de inhoud onleesbaar was, terwijl de bladen van vele acten reeds hun verband verloren hadden (eenvoudige notitie in een rekenboekje bij de boedelpapieren).
Dit oude gedeelte van het archief werd in het jaar 1884 door de rijksarchivaris op de zolder van het toenmalige stadhuis in onbeschrijflijke toestand gevonden en door hem naar het depot te Arnhem overgebracht. (Verslagen omtrent 's Rijks oude archieven, ibid).
De archieven, die na 1733 werden gevormd, bleven met enkele oudere stukken ter secretarie bewaard, ingevolge besluit van de gouverneur der provincie van den 13en April 1817 No. 2865/7, 1e afdeling in dat jaar van 1 tot 4 Juli een inventaris werd opgemaakt. Eerst later zijn zij naar de arrondissementsrechtbank te Zutphen overgebracht, vanwaar zij, in het jaar 1888 door de rijksarchivaris in Gelderland zijn overgenomen. (Verslagen omtrent 's Rijks oude archieven 1888 pag. 80.)
In overeenstemming met de lotgevallen van beide gedeelten was ook de staat van conservatie verschillend. Het oudste gedeelte heeft zwaar van vocht en ongedierte geleden en de volgorde was tot op de enkele stukken volledig verstoord, maar bovendien waren ook fragmenten van vele stukken door het gehele archief verspreid. Naar schatting is van dit archief ruim de helft verloren gegaan.
De stukken van het nieuwere gedeelte hadden niets geleden en zijn in 1817 in aansluiting met de vroegere regeling tegen verder verval behoed.
In het jaar 1891 maakte de toenmalige rijksarchivaris een summiere inventaris der delen en losse papieren van het nieuwere gedeelte, terwijl tevens omstreeks die tijd uit de oudere papieren zodanige gelicht werden, die betrekking hadden op het geslacht van der Feltz en aanverwante familiën. Deze laatste stukken zijn thans met aantekening hunner vindplaats weder in het organisch verband teruggebracht.
De rechtspraak was te Borculo oudtijds in eerste aanleg over twee colleges verdeeld, het stadsgericht had competentie over de stad, het landgericht over de vier voogdijen der heerlijkheid: Geesteren, Eibergen, Neede en Beltrum. Van vonnissen van het stadsgericht in civiele zaken ging men in appel bij het stadsappellationsgericht en daarna eerst bij het appellationsgericht van de graafschap Zutphen. Van het landgericht ging men aanstonds bij het laatste in hoger beroep.
Ook werden te Borculo nog een leenkamer die in leenzaken, en een hofgericht dat in zaken van hofhorige goederen rechtte, gevonden, wier archieven echter niet ter secretarie bewaard werden. De enkele stukken die hiervan in het depot te Arnhem worden aangetroffen zijn waarschijnlijk reeds van ouds door toeval tussen de andere geraakt.
Daar gelijk gezegd oudtijds een scheiding tussen de bescheiden van stadgericht en landgericht niet steeds sterk op de voorgrond trad en in criminele zaken en in de laatste helft der 18de eeuw ook in kleine civiele zaken en in wezenzaken in de registratie zelfs geheel verdween, scheen het rationeel het archief in de eerste plaats in een crimineel, een civiel, een vrijwillig en een huishoudelijk gedeelte te onderscheiden, en eerst binnen deze afdelingen de splitsing tussen stad- en landgericht tot haar recht te doen komen. Maar ook hier vormden de uiterst slechte conservatie en meer nog de onnauwkeurigheid der vroegere secretarissen een beletsel tot strenge doorvoering dezer onderscheiding. De tijdrovende arbeid die dit vorderde bleef in vele gevallen zonder gunstig gevolg, zodat alle reden aanwezig was om een nieuwe onderafdeling te vormen, die der stukken, wier plaats of bestemming niet meer of niet dan met grote moeite te bepalen was.
Het scheen onnodig de akten, uitgegaan van de gerechten die volgens de oude rechtsbedeling functioneerden, af te scheiden van die, welke afkomstig zijn van de gerechten, ingesteld na het jaar 1795, omdat de feitelijke toestand niet veranderde en de oude registers regelmatig vervolgd werden.
Vaak was het moeilijk de kladexemplaren der registers te scheiden van de netexemplaren. De secretarissen volgden niet allen dezelfde gedragslijn en netregisters werden soms niet vervaardigd indien het kladregister duidelijk genoeg scheen. Daarom zijn beide seriën, voor zover zij elkander aanvulden, tot een samengevoegd.
Ten slotte is het mij een aangename plicht mijn hartelijke dank te betuigen aan de rijksarchivaris in Gelderland Mr. A.C. Bondam, die mij niet alleen de gastvrijheid van het rijksarchief als volontair aanbood, maar op wiens voorlichting en hulp in raad en daad ik nimmer vergeefs een beroep deed, terwijl niet onvermeld mag blijven de bijstand die de volontair mejuffrouw L. Sormani mij de laatste weken verleende.
Criminele rechtspraak
Rechtspraak in civiele zaken
Stadsappellationsgericht
Vrijwillige rechtspraak
Inventaris
Kenmerken
Datering:
1483-1811
Auteur:
J.P.W.A. Smit
Raadpleegbaarheid:
Een groot deel van de stukken is in een dermate slechte materiële staat, dat raadpleging niet mogelijk is! Dit is (meestal) aangegeven bij het inventarisnummer, maar het kan handig zijn om vóór een bezoek aan de studiezaal telefonisch of per mail te informeren of een stuk geraadpleegd mag worden.
Toegang:
Inventaris
Gemeente:
Berkelland
Omvang:
53,00
Citeerinstructie:
Bij het citeren in annotatie en verantwoording dient het archief tenminste eenmaal volledig en zonder afkortingen te worden vermeld. Daarna kan worden volstaan met verkorte aanhaling.
Information obtained from our archives can not be used without crediting the source and our archive must be mentioned at least once in full without abbreviations.
VOLLEDIG/Full:
Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers, Doetinchem. Toegang 3018 Rechterlijk Archief van de Stad en Heerlijkheid Borculo, 1483-1811
VERKORT/Thereafter:
NL-DtcSARA 3018
Trefwoorden:
Categorie:
Archiefvormer(s)::
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS