Uw zoekacties: Catharinapolder, (1788) 1846-1965
x3754 Catharinapolder, (1788) 1846-1965 ( Zeeuws Archief )

Hulp bij uw onderzoek.
De informatie in deze website is zeer divers en bedoeld voor mensen met een belangstelling voor historisch of genealogisch onderzoek.
Wij trachten de informatie zo eenvoudig mogelijk te houden, maar beseffen ook dat de aard van de informatie soms wel enige studie of historische inzicht vereist.

Zoeken en bladeren

  • Bladeren
    De meest eenvoudige manier van werken is het zoeken te starten zonder zoekterm. U kunt dan bladeren door alle aanwezige toegangen.
  • Eenvoudig zoeken
    Wilt u een specifieker resultaat dan adviseren wij u te starten met één zoekterm. Het resultaat dat u krijgt voldoet aan de zoekterm. U kunt het resultaat verder verkleinen door meerdere zoektermen op te geven.
  • Uitgebreid zoeken
    Kiest u voor uitgebreid zoeken dan kunt u afhankelijk van de situatie meerdere zoekvelden invullen, waarna het resultaat zal voldoen aan de specifieke zoekactie. In iedere veld kunnen meerdere zoektermen worden ingevuld.
  • Zoektermen combineren
    Zoektermen worden gecombineerd De zoekfunctie voegt automatisch "en" toe tussen de verschillende zoekmogelijkheden die worden gebruikt. Zo kunnen 'zoeken met alle woorden' en 'zoeken met één van de woorden' worden gecombineerd.
  • Booleaanse operatoren
    Normaal worden meerdere zoektermen altijd gecombineerd met AND. U kunt bij het zoeken in een zoekveld ook gebruik maken van de Booleaanse operatoren: NOT en OR. De zoekacties met NOT beperken het zoekresultaat, terwijl OR veel meer resultaten oplevert.
    OR wordt vooral geadviseerd bij een bekende variatie op de schrijfwijze, bijvoorbeeld:
    - Den Haag OR ’s-Gravenhage
    - Vereeniging OR Vereniging
  • Woordcombinatie
    Wilt u zoeken met een woordcombinatie in een vaste volgorde (bijv. Vereniging tot behoud van natuurmonumenten), zet deze woorden dan "tussen aanhalingstekens".

Verfijnen
In de meeste gevallen zal naast het zoekresultaat een mogelijkheid tot verfijnen worden aangeboden. Verfijnen kan bijvoorbeeld op materiaalsoort, maar in andere gevallen op plaats en straat. Dit is afhankelijk van het archiefmateriaal dat geselecteerd is.

Sorteren
De resultaten staan gesorteerd in een standaard sortering. Dit kan per toegang verschillend zijn. In de meeste gevallen kan voor een andere sortering worden gekozen.

Digitaliseren op verzoek
Zie http://www.zeeuwsarchief.nl/over-ons/tarieven

3754 Catharinapolder, (1788) 1846-1965 ( Zeeuws Archief )
Zoek in deze inventaris
>
Zoektermen
 
 
Inleiding
Ligging : Gemeenten Axel en Terneuzen (tot de herindeling
in 1970 in de voormalige gemeenten Boschkapelle, vanaf 1936 Vogelwaarde, Axel en Terneuzen).
Kadastrale grootte : 415.17.99 ha.
Belastbare oppervlakte : 406.21.24 ha.
Hoogteligging : 0,1 M. + N.A.P. tot 2,1 M. + N.A.P.
Bedijkt : 1846.
In 1595 en 1597 werd octrooi verleend voor de bedijking van het land van Beoosten Blij. Pas in 1652 werd met de bedijking begonnen. Het gebied dat toen werd ingedijkt, de polder Beoosten Blij Benoorden, was kleiner dan in het octrooi was aangegeven. Aan de oostzijde van het ingedijkte gebied bleef een schorrengebied over. De schorren lagen in de vaargeul naar Hulst, het Hellegat. Deze Scheldearm was ontstaan na de militaire inundaties van 1584/85.
De schorren van Beoosten Blij, ook wel Moncado en Reijgersbosch genoemd, slibten in de loop der tijd meer en meer op. De namen van de schorren zijn als volgt te verklaren. Op een gedeelte van de schorren in de vaart naar Hulst hadden de Spanjaarden een redoute (kleine schans) opgeworpen. Deze was genoemd naar Franciscus de Moncado, opperbevelhebber van de Spaanse legers in de Nederlanden *  . In het zuidoostelijke gedeelte van de polder Beoosten Blij Benoorden lag het fort Reijgersbosch. In 1789 werd op deze plaats bij de bedijking van de polder Riet- en Wulfsdijk een sluis aangelegd.
Al in de achttiende eeuw traden de eigenaren van deze schorren zelfstandig op. Een rentmeester zorgde voor de financiële belangen. In 1789 waren er al plannen voor een eventuele bedijking. Door de bedijking van de polder Riet- en Wulfsdijk was de vaart op Hulst via het Hellegat niet meer mogelijk, zodat deze Scheldearm niet meer door de scheepvaart kon worden gebruikt. Rentmeester Josias Paulus werd opgedragen om naar Den Haag te gaan en bij de Raad van State het verzoek in te dienen "om de schorren te mogen breesten en zaayen". Voorts werd besloten om alle papieren, documenten, kaarten etc. in een houten kist op te bergen en een inventaris te maken. Josias Paulus is echter niet naar Den Haag afgereisd. * 
Op 17 augustus 1804 werd door de Préfecture van het Departement van de Schelde aan de Compagnie Blémont te Gent alle schorren tussen de Braakman en het Vlaamse Hoofd verpacht voor de periode van 32 jaar. De bedoeling van deze verpachting was dat deze Compagnie, een groep welgestelde burgers met veel geld, de bedijking van deze schorren zo spoedig mogelijk ter hand zou nemen. *  Dat was echter niet het geval en in 1828 besloten de eigenaren van de schorren in het Hellegat de bedijking maar zelf ter hand te nemen *  . De rentmeester van de schorren, Marinus Geene, had zelf al aardige zaken gedaan. Op 13 november 1817 had de familie Geene van de Domeinen het eigendomsrecht van 270 gemeten 230% roeden schorren in het Hellegat gekregen *  . Bij de resolutie van de president, raden en rekenmeesters van de Domeinen werd dit eigendomsrecht van de familie Geene nog eens benadrukt door toepassing van artikel 538 van het Burgerlijke Wetboek *  .
In 1830 dienden de eigenaren van de schorren bij koning Willem I een verzoek in tot bedijking van de schorren in het Hellegat. Bijgevoegd had men het door de hoofdingenieur van de Waterstaat provincie Zeeland, Van Diggelen, ontworpen plan en een lijst van motieven. Niet alleen op historische gronden meende men recht te hebben om de schorren in het Hellegat te mogen bedijken, maar ook op praktische en economische. Historisch gezien greep men terug naar de octrooien van 1595 en 1597, die vergunning verleenden voor de bedijking van het land van Beoosten Blij. Praktisch gezien was het een noodzaak dat de schorren in het Hellegat werden bedijkt. Het zou niet alleen een betere verbinding zijn tussen het land van Hulst en het land van Axel, maar de schorren leverden ook problemen op voor de scheepvaart en voor de afwatering van de langs het Hellegat gelegen polders. Economisch gezien leverden de bedijkte schorren grond op voor landbouw en veeteelt. * 
In 1835 herinnerde de rentmeester W. Seydlitz nog eens aan het in 1830 aangevraagde octrooi tot bedijking. In Den Haag had men ongeveer acht jaar nodig om tot een besluit te komen. Deze lange tijd kwam mede door de Belgische Opstand in het begin van de jaren '30 en de tegenwerking van de polders langs het Hellegat in verband met hun afwatering. Bij beschikking van 17 februari 1838 van de Ministers van Binnenlandse Zaken en Financiën werd het verzoek afgewezen bij gebrek aan voldoende bewijzen aan eigendomsrechten. Een punt dat bezwaren opleverde bij de vaststelling van de eigendomsrechten was een bepaling in een notariële akte van 7 maart 1652. Daarin stond "dat de geoctroyeerden nopende de landen van Beoosten Blie niet vallende binnen de eerste dijckagie ongeprejudiceert zullen blijven en haar recht behouden als vooren volgens de respective octroyen" *  .
In 1836 werd aan de Compagnie Benteyn te IJzendijke de schorren in het Hellegat overgedragen. De 32 jaar die de Compagnie Blémont in 1804 had gekregen was voorbij. Wat de firma van Johannes en Isaak Benteyn voor de schorren van het Hellegat hebben betekend is niet duidelijk. * 
In 1842 begon men aan de plannen die uiteindelijk tot de bedijking hebben geleid. Eerst moest echter nog eens slepend eigendomsgeschil worden opgelost. In 1843 werd drievierde deel van de grond die de familie Geene in 1817 had verkregen door de Staat aan de andere grondeigenaren gegeven om zo de bedijking ter hand te kunnen nemen. De Staat besliste zich ook met de bedijking te bemoeien en regelde dat zowel de familie Geene als de Burgerlijke Godshuizen te Gent, die ook veel grondbezit hadden, grond afstonden aan de Domeinen. Van de geplande 1000 gemeten in te dijken schorren participeerde de familie Geene en de andere grondeigenaren voor 396 gemeten, de Godshuizen voor 324 gemeten en de Domeinen voor ruim eenvierde deel, 280 gemeten. De Staat had het eigendomsrecht van de Burgerlijke Godshuizen be-streden en wilde deze gronden in eerste instantie ook in bezit nemen, maar een gerechtelijk proces wees uit dat de kloostergoederen van de Godshuizen niet in beslag genomen mochten worden *  .
Op 30 december 1843 werd er tussen de particuliere grondeigenaren en de Domeinen een overeenkomst voor de bedijking gesloten. In eerste instantie was er van de kant van de particuliere grondeigenaren verzet tegen het sluiten van deze overeenkomst. Het wachten was nog op de overeenkomst tussen de Domeinen en de Godshuizen. Bij Koninklijk Besluit van 22 mei 1845 nr. 17 werd deze overeenkomst goedgekeurd. Als bedijkers traden op T.W. Baron van Zuylen van Nievelt, ontvanger van de Domeinen te Sas van Gent, W. Seydlitz, notaris te Hulst voor de particuliere grondeigenaren en J.E. Risseeuw, advocaat te Oostburg voor het bestuur van de Burgerlijke Godshuizen te Gent *  .
De vroegere bezwaren van de polders aan het Hellegat inzake de afwatering waren deels opgeheven. De polders in het land van Axel gingen meedoen aan de nieuwe Oostelijke Rijkswaterleiding. Voor de polders in het land van Hulst was de oplossing complexer. Er werd dan ook een plan ontwikkeld om via een leiding naar de Westerschelde nabij Walzoorden de afwatering van deze polders te garanderen *  .
Bij Koninklijk Besluit van 7 september 1845 nr. 27 werd toestemming gegeven tot de bedijking van de schorren in het zuidelijke gedeelte van het Hellegat door de hoofdingenieur van de Waterstaat, A. Caland, volgens het in 1830 ontworpen plan. De afwatering van de in te dijken polder zou plaatsvinden op het zijkanaal van Axel naar Hulst via de sluis van Reijgersbos *  . Door het bij Koninklijk Besluit van 6 juni 1840 nr. 17 bepaalde kreeg de in te dijken polder vrijdom van grondbelasting *  .
De bedijkers waren echter niet zo gelukkig met het bepaalde in het Koninklijk Besluit van 7 september 1845 omtrent de afwatering. Men wilde meedoen aan de afwatering via de Oostelijke Rijkswaterleiding. Bij de beschikking van de Minister van Binnenlandse Zaken werd op 16 oktober 1845 hiervoor toestemming verleend *  .
Op 22 oktober 1845 vond de aanbesteding plaats van de bedijking. Eigenlijk vond men het te laat in het seizoen om de bedijking ter hand te nemen, maar in het belang van "de arbeidende klasse" besloten de bedijkers dit toch te doen. De aannemingssom was fl. 19.500,--; veel lager dan de begroting van het plan uit 1830 dat een raming van fl. 100.000,-- bedroeg *  . Op 10 november begon aannemer P. Zwets aan de bedijking. Het zuidelijke deel van de schorren van het Hellegat werd drooggelegd door de aanleg van een rechte dijk vanaf het Zaamslagse Veer in de Zaamslagpolder tot aan het Stoppeldijkse Veer in de Stoppeldijkpolder. De dijk kreeg een lengte van 770 ellen *  .
"Aanvankelijk mogten de ondergetekenden (de drie bedijkers) zich verheugen met het beste succes op hunne onderneming en de dijk was zo goed als voltooid, toen de stormvloed van 11/12 december het grootste gedeelte van het werk kwam verwoesten". De dijk was op drie plaatsen doorgebroken. Er werd terstond een nieuwe, hogere dijk opgeworpen, die op 13 maart 1846 was voltooid. Dit stuitte echter achteraf toch op bezwaren vanuit Den Haag, want in de haast hadden de bedijkers geen toestemming gevraagd voor de aanleg van deze nieuwe dijk achter de doorgebroken dijk. Het herstel kostte fl. 7000,-- *  .
De nieuwe polder kreeg de naam Catharina, naar de dochter van W. Seydlitz. Tevreden over de bedijking was men echter niet. De aannemer was nogal slordig geweest en de grondeigenaren eisten dat hij zijn fouten zou herstellen. Dit is niet gebeurd. In de jaren zestig van de vorige eeuw kwam in de poldervergaderingen aan de orde dat de ontvanger-griffier de aannemer geld had onthouden. Het ging om een bedrag van fl. 1622,—. De ontvanger-griffier weigerde de aannemer als nog te betalen, omdat hij van mening was dat de aannemer niet aan zijn verplichtingen had voldaan *  .
Op 24 oktober 1846 kwamen de grondeigenaren bijeen om een organisatie in het leven te roepen om hun belangen te behartigen *  . De voormalige rentmeester van de schorren, W. Seydlitz, bleef de financiële zaken behartigen, zij het nu als ontvanger-griffier *  .
Tot 1860/61 had de dijk van de polder een waterkerende functie. In 1861 werd de bedijking van de polder Willem III voltooid. In 1866 werden in samenwerking met deze polder op- en afritten aangelegd *  . Met ingang van 1 mei 1874 ging de polder het geschot heffen volgens de kadastrale grootte van de percelen *  .
De aard van de polder is vrij, niet-waterkerend.
In het archief van deze polder bevinden zich een groot aantal stukken van de periode voor de bedijking. Deze zijn afzonderlijk beschreven onder de titel: "Archief van de eigenaren van de schorren Moncado en Reijgersbosch in het land van Beoosten Blij, later aangeduid als schorren in het Hellegat".
In 1789 werd aan de toenmalige rentmeester, Josias Paulus, opgedragen om een inventaris te maken van het archief. Dit vanwege de plannen om toestemming te vragen voor de bedijking van de schorren. Naast de financiële belangen behartigde de rentmeester ook de administratieve belangen *  . In de jaren dat de rentmeester W. Seydlitz druk bezig was met de voorbereiding van de bedijking was de particuliere grondeigenaar D. Buijze met de archiefzorg belast *  .
Bestudering van de twee inventarissen maakt duidelijk dat het archief redelijk compleet is. Het archief van de eigenaren van de schorren in het Hellegat geeft ons een goed beeld van de plannen, de voorbereiding en de uitvoering van een bedijking *  .
Voor de inventarisatie besloeg het archief een lengte van 2,8 M. Na inventarisatie en selectie tot vernietiging bleef er 1,3 M. over.
Kenmerken
Andere namen:
Polder Catharina
Regio:
Midden Zeeuws-Vlaanderen
Toegankelijk:
Inventaris
Openbaarheid:
Geen beperkingen
Inzage:
Waterschap Scheldestromen, kantoor Terneuzen (op afspraak)
Jaar bewerking:
1989
Titel publicatie:
L.M. Hollestelle, ‘Inventaris van het archief van de polder Catharina, (1788) 1846-1965’, in: Gebundelde inventarissen van de archieven van de polders en waterschappen van het voormalige Waterschap Axeler Ambacht, 1595-1965 (Terneuzen : Waterschap De Drie Ambachten, 1989) 447-464
Collectie:
Waterschap Scheldestromen
Let op:
Dit archief is niet ter inzage bij het Zeeuws Archief maar bij Waterschap Scheldestromen, kantoor Terneuzen (op afspraak).
Categorie:
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS