Uw zoekacties: Waterschap Goessche c.a., 1570-1958
x3124 Waterschap Goessche c.a., 1570-1958 ( Zeeuws Archief )

Hulp bij uw onderzoek.
De informatie in deze website is zeer divers en bedoeld voor mensen met een belangstelling voor historisch of genealogisch onderzoek.
Wij trachten de informatie zo eenvoudig mogelijk te houden, maar beseffen ook dat de aard van de informatie soms wel enige studie of historische inzicht vereist.

Zoeken en bladeren

  • Bladeren
    De meest eenvoudige manier van werken is het zoeken te starten zonder zoekterm. U kunt dan bladeren door alle aanwezige toegangen.
  • Eenvoudig zoeken
    Wilt u een specifieker resultaat dan adviseren wij u te starten met één zoekterm. Het resultaat dat u krijgt voldoet aan de zoekterm. U kunt het resultaat verder verkleinen door meerdere zoektermen op te geven.
  • Uitgebreid zoeken
    Kiest u voor uitgebreid zoeken dan kunt u afhankelijk van de situatie meerdere zoekvelden invullen, waarna het resultaat zal voldoen aan de specifieke zoekactie. In iedere veld kunnen meerdere zoektermen worden ingevuld.
  • Zoektermen combineren
    Zoektermen worden gecombineerd De zoekfunctie voegt automatisch "en" toe tussen de verschillende zoekmogelijkheden die worden gebruikt. Zo kunnen 'zoeken met alle woorden' en 'zoeken met één van de woorden' worden gecombineerd.
  • Booleaanse operatoren
    Normaal worden meerdere zoektermen altijd gecombineerd met AND. U kunt bij het zoeken in een zoekveld ook gebruik maken van de Booleaanse operatoren: NOT en OR. De zoekacties met NOT beperken het zoekresultaat, terwijl OR veel meer resultaten oplevert.
    OR wordt vooral geadviseerd bij een bekende variatie op de schrijfwijze, bijvoorbeeld:
    - Den Haag OR ’s-Gravenhage
    - Vereeniging OR Vereniging
  • Woordcombinatie
    Wilt u zoeken met een woordcombinatie in een vaste volgorde (bijv. Vereniging tot behoud van natuurmonumenten), zet deze woorden dan "tussen aanhalingstekens".

Verfijnen
In de meeste gevallen zal naast het zoekresultaat een mogelijkheid tot verfijnen worden aangeboden. Verfijnen kan bijvoorbeeld op materiaalsoort, maar in andere gevallen op plaats en straat. Dit is afhankelijk van het archiefmateriaal dat geselecteerd is.

Sorteren
De resultaten staan gesorteerd in een standaard sortering. Dit kan per toegang verschillend zijn. In de meeste gevallen kan voor een andere sortering worden gekozen.

Digitaliseren op verzoek
Zie http://www.zeeuwsarchief.nl/over-ons/tarieven

3124 Waterschap Goessche c.a., 1570-1958 ( Zeeuws Archief )
Zoek in deze inventaris
>
Zoektermen
 
 
Inleiding
Het voormalig waterschap Goessche c.a. groot 387.29.60 ha met 339.82.07 ha belastbare oppervlakte, omvat de polders Goessche en de Jan Pier-en-Pinks *  . In 1560 wordt als grootte van "den Goeschen poldre" opgegeven 900 gemeten (=353.16 ha), welke "jaerlijx onderhout de lengte van 1400 roeden dijks" *  . De polder Goessche wordt voor het eerst vermeld in een akte d,d. 4 mei 1331 als de oudste zoon van graaf Willem III, de latere graaf Willem IV van Henegouwen-Holland, die toendertijd burggraaf van Zeeland was, uitspraak doet tussen Floris van Borsselen, Jan van der Maelstede en die van Goes ter ene en de vrouwe van Wissekerke, haar zoon Wolfaert en die van Wissekerke ter andere zijde omtrent de bedijking van de "Goespolre" *  . Dat de bedijking nog in hetzelfde jaar heeft plaatsgevonden, blijkt uit een post in de 7e rekening van Jan Heinricx, rentmeester van Bewesten-Schelde over 1331/32: "Item, Gilles ser Pieters s., den dijcgrave in Zuutbeveland bewesten Yeerzicke, ghegheven in den Strijcdijc in den Goespolre te legghene, dat mijn here die grave verdraghen hevet up twiscatte ghelt, ende hiervoren int ontfanc gherekent es 20 sc. gr., facit 16 L" *  .
De oudste ons bekende dijkgraaf is Cornelis Cornelisz., die na sedert 19 februari 1534 in functie te zijn geweest, in 1541 door Keizer Karel V wegens ouderdom ontslagen wordt om zijn plaats af te staan aan Jan Cornelisz. Valcke als dijkgraaf over het stadsambacht van Goes en de ambachten 's-Heer Hendrikskinderen en Wissekerke en over de Jan Pierspolder, daaraan gelegen *  . Op dit laatstgenoemde poldertje duidt waarschijnlijk de volgende uit 1535 stammende beschrijving: "een cleyn polderkin, dat die van de voors. stede (n.l. Goes) in den jare 1481 bedijkt hebben oft doen bedijcken, strockende van de hoofde ende be-ghinsel van der havene van de voors. stede an de westzijde ter stedewairt inne". Volgens deze opgave is de grootte 27 gemeten *  . In een akte uit 1591 schijnen twee kleine poldortjes genoemd te worden, n.l. de "Cooman Huijgens of Jan Piersens-polder ende Pinxpolder, met haren aancleven" *  .
Vóór de inpoldering van de Goessche polder moeten het stadsambacht van Goes en de ambachten van 's-Heer Hendrikskinderen en Wissekerke een gemeenschappelijke uitwatering gehad hebben door de zeesluis in de 's-Heer Hendrikskinderendijk, die na de inpoldering als heul bestaan blijft onder de naam van Broer Doens heule of Zwarte Sluisje; van hier loost het water van de genoemde drie ambachten dan verder door de Goessche polder heen naar de Goessche polder-zeesluis. De kosten dezer suatie worden door de magistraat der stad Goes "naar ouder coustume" omgeslagen "over de gemeten van het oude Goeschambacht, Ser Heynskinderen, Wiskerke ende den Goeschen polder gemet-gemetsgelijke" *  . In verband hiermee is de sluismeester gehouden "die costen aentebrengen voor bailiu, scout burgemeesteren ende schepenen van der Goes" *  . De aanspraken op een onbelemmerde uitwatering van de oorspronkelijke oudere delen van genoemde drie ambachten door het grondgebied van de Goessche polder hebben gedurende de jaren 1564-1571 voor deze laatste een proces tengevolge met de Watering bewesten Yerseko, waarin deze delen gelegen zijn *  .
Dit proces betrof het neerlaten van de schoftdeuren van het Zwarte Sluisje door het bestuur van de Goessche polder, "waarbij zijlyer jegen alle recht ende redene keeren het hemelwater van het oude Goesschambacht ende de twee prochien van Sheereynskinderen ende Wissekerke, twelck den Goesschen polder sculdigh ende gehouden es in allen ouden tydon, overmits de jaerlijxe contributie daerin betalende, over haren gront te essuweren duer den zeesluys van den voorsz. Goesschen polder,..." *  . Van zelfstandig polderbestuur is echter een eeuw na de inpoldering in 1425, wanneer hertog Jan van Beieren het verbeteren van de middeldijk van de "Goespolre" opdraagt aan Wolfairt van der Maelsteden, dijkgraaf van Zuid-Beveland-bewesten-Yerseke, nog geen sprake *  . Het is wel
zeker dat vóór de 16e eeuw het bestuur gezamenlijk uitgeoefend wordt door de ambachtsheren van 's-Heer Hendrikskinderen en Wissekerke en door de magistraat van Goes, welke laatste verre de boventoon voert. De oudste ons bekende dijkgraaf Cornelis Cornelisz., verschijnt eerst in 1534 (5). Deze situatie blijkt uit het feit dat graaf Willem VI zich in verband met een inlage in de Goesschepolder richt tot de baljuw van Goes; was er in die tijd een dijkgraaf geweest dan zou dit nooit gebeurd zijn *  .
Duidelijk blijkt het gemeenschappelijk beheer uit het volgende: in 1470 reist Jan van der Werve, baljuw van Goes, naar de heer van Vere, die tevens ambachtsheer van Wissekerke was, met het verzoek "dat hem ghelieven wilde sijn porcie ende deel te ghevene van der gorssingc van de Goesse polderdijk om die selve gorssinge jaerlicx te verhuren ende tgelt te beteren tot profijte van den ghemenen polder" *  . De eerste aantekeningen betreffende de verhuur van dijkgorzen in dit archief beginnen in 1585, dan verrichten dijkgraaf en gezworenen deze handeling *  . Ook later als Goes de beide ambachtsheren heeft overvleugeld blijft de macht, die de stad als enig overgebleven ambachtsheer in de Goessche polder heeft, niet zonder mededinging: in 1690 wordt uit naam van dijkgraaf en gezworenen aan de magistraat bericht dat Isack de Perponcher Sedlnitsky, heer va
n Ellewoutsdijk, in zijn qualiteit van ambachtsheer van het buitenambacht van Wissekerke, dat in de Goessche polder ligt, reeds drie jaren achtereen aanspraak maakt om het sluiten van de rekening van deze polder bij te wonen en deze mede te ondertekenen. Het stadsbestuur besluit "den heer van Ellewoutsdijk in sijn pretensiën (noyt en bij sijn predecesseurs gesustineert en buyten exempel) tegen te gaen, deselven te prohiberen de voorn. rekening bij te wonen, veel min op te nomen en teykenen" *  .
De rekeningen, waarvan de bewaarde serie aanvangt in 1595, worden tot 1811 mede afgehoord door vertegenwoordigers van het stadsbestuur, die als ambachtsheren van het stadsambacht tevens superintendanten van de Goessche polder zijn, die ook als de plaats van één van de zeven gezworenen komt open te vallen uit een door het polderbestuur voorgedragen dubbeltal één gezworene eligeren en deze in de eed nemen *  . Ook de secretaris en de dijkgraaf worden op deze wijze verkozen *  ; alleen verkrijgt de dijkgraaf op verzoek van stad- en polderbestuur dan nog een commissie vanwege de landsheer of-na de landsheerlijke tijd -door de Gecommitteerde Raden van de Staten van Zeeland *  . Dat dit niet altijd zonder onenigheid is gegaan blijkt in het jaar 1606 als de
gezworenen zich bij het stadsbestuur beklagen dat dit zonder voorweten en advies van gezworenen en brede geërfden een nieuwe dijkgraaf, Pieter Claesz. Ovesant, heeft aangesteld, die bovendien nog tegelijk gezworene is van De Breede Watering bewesten Yerseke, en het stadsbestuur verzoeken dat zij in "in der voorz. qualiteit in de oude possessie ofte gebruik van electie of nominatie niet verstoort, verongelijkt ofte verkort en worden" en tevens mededelen dat zij geen bezwaar hebben tegen de nieuwverkozene, "hoewel nochtans hun dunckt, onder correctie, dat hij alvorens behoorde te verlaeten 't ambt als gesworen van de wateringe bewes-ten Ierseke, mits er somwijlen differenten ofte questiën tussen beide vallen", waarbij verwezen wordt naar het identieke geval bij de vorige dijkgraaf, die ook zijn ambt als gezworen bij De Breede Watering moest opgeven alvorens dijkgraaf van de Goessche polder te kunnen worden *  .
Daartegenover meent het stadsbestuur "dat de stadt is competerende van allen ouden tijden het stellen van enen dijckgrave over den Goeschen polder, die dairnaer commissie ontfanckt van den grave, sonder dat van noode is het advys van gezworens offe gelande daerop te versoecken en dat men daerom commissie sal versoecken van de heeren van de Rade voor Pieter Niclaesz. Ovesant" *  . Een halve maand later verklaren de gezworenen desgevraagd aan het stadsbestuur op de oude eed te willen dienen "midts daer eenen ongemack quame doordat Pieter Claesz. geswooren es in de Westwateringhe, dat Pieter Claesz. alsdan het een oft ander sal verlaten, vant welke men henluyden sal geven acte" *  .
Na een jaar proberen verklaren de brede geërfden aan het stadsbestuur dat de nieuwe dijkgraaf Pieter Claesz. Ovesant niet heeft voldaan, zoals reeds tijdens de grote storm in de Paasdagen van 1606 bleek: "...in welke noot der herder ofte dijckgraaf die daer (n.l. op de bedreigde dijken) meest behoorde met zijn authoriteit present te zijne (...), nooit eens naer den dijck was ziende, maer gezworen der Westwateringe zijnde, was ook 't selve behartigende...", en zich beroepend op de vorig jaar gedane toezegging verzoeken zij de dijkgraaf te bevelen zijn ambt van gezworen van De Breede Watering te verlaten "ende indien hij 't zelve niet en begeert te quiteren, gelijk wij verhopen jae, te willen daennne ordre stellen van enen anderen dijckgrave" *  . Het stadsbestuur verklaart deze redenen voor onvoldoende en de dijkgraaf wordt nog een jaar gecontinueerd *  . Als tenslotte de gelanden van de Goessche polder in 1609 het stadsbestuur nogmaals in kennis stellen van hun bezwaren tegen dijkgraaf Ovesant en niettemin besloten wordt deze laatste nog een jaar te continueren, treedt deze uit eigen beweging af *  .
De magistraat kiest dan Leyn Jansz. tot dijkgraaf *  . De dijkgraaf oefent eigenlijk in naam der stad zijn gezag uit, dat blijkt b.v. in 1612 als de dijkgraaf overleden is en de magistraat de gezworenen van de Goessche polder autoriseert om "tot de tijd van de rekeninge toe" vierschare te bannen, register te houden, ordonnantiën te teykenen ende voorts alles te doen dat tgehele collegio int leven van de dijckgrave vermocht te doen" *  . Dat het bestuur van de Goessche polder ook van haar kant probeert de stad in haar rechten te passeren blijkt als in 1677 dijkgraaf en gezworenen eigenmachtig een nieuwe secretaris aanstellen. Het stadsbestuur doet hun dan weten dat zij "niet verder bevoegd zijn als tot het maken van een nominatie van 3 personen, blijkende de notulen van de jaren 1622, 1643 en 1646", en zich
dienovereenkomstig hebben te gedragen *  . Betreffende de maaltijden van de Goessche polder bepaalt de magistraat in 1627, dat buiten het polderbestuur zelf, niet meer genodigd zullen worden dan twee commissarissen ter auditie, die bij de rekening gedeputeerd geweest zijn, om al te grote onkosten te vermijden *  .
Het polderbestuur besluit in 1709 de doodmalen ter gelegenheid van het overlijden van één van hen af te schaffen onder gelijktijdige instelling van boete voor afwezigheid op eikaars begrafenis. De blijdmalen, die ieder van hen op toerbeurt moet geven, blijven gehandhaafd *  . Dat dit laatste een dure plicht was, die wel eens zwaar drukte, blijkt in 1761 wanneer de secretaris Jasper Adriaanse wegens 20 jaar trouwe dienst van deze plicht vrijgesteld wordt *  . In 1796 beklagen de ingelanden zich bij de Vertegenwoordigers van het Volk van Zeeland over de door de municipaliteit van Goes aangestelde dijkgraaf Adriaan van Thoorn als hebbende in geenen dele de vereischten requisiten tot dien post, ja zelfs geen land in dien polder bezittende, nog met enige kennis van dijkwerken of wateringen begaaft, en zijnde mitsdien de voorzeide aanstelling strijdig
met de Rechten van de mens, het 31e artikel der Keure van Zeeland en andere grondwetten, verzoekende daarom dat de voorzeide aanstelling door deze vergadering niet worde geapprobeerd..." *  . Blijkbaar heeft dit request succes gehad, maar het enige resultaat is dat de post van dijkgraaf voorlopig vacant blijft. In 1797 worden niet minder dan 6 gezworenen van de Goessche polder, waaronder de secretaris Nicolaas van der Hagen Nz., uit hun ambt ontzet, omdat zij weigerden de eed van trouw op de nieuwe constitutie af te leggen; drie nieuwe worden in hun plaats gesteld *  .
In 1803 wordt de nog steeds vacant zijnde post van dijkgraaf weer bezet als bovengenoemde Nicolaas van de Hagen Nz. als zodanig oommissie verkrijgt *  . Tevoren, op 21 november 1801, is hij reeds tot president-gezworen benoemd *  , waarschijnlijk tengevolge van de gematigder grondwet van 1801. Het verzoek om de Goessche polder met de Westwatering te uniëren dat c. 1582 door het dijkbestuur aan prins Willem gedaan wordt, heeft een lange voorgeschiedenis welke in 1570 aanvangt. Met de allerheiligenvloed op 1 november van laatst genoemd jaar breekt n.l. de zeedijk zowel van de Goessche als van de Jan Piers-sens polder door *  . Tot herstel hiervan zullen behalve de stad Goes ook de tienden, vronen en vrijlanden, binnen de Goessche polder en de aangrenzende ambachten gelegen, gedurende een bepaald aantal jar
en een gedeelte van hun jaarlijkse opbrengst contribueren *  .
Om de begroting voor de kosten der djjksverzwaring sluitend te maken, wordt een jaar later, in 1571, aan de landsheer het verzoek gedaan 1000 ponden van de eerstkomende sohotheffing over het land van Zuid-Beveland voor dit doel ter beschikking te stellen, hetgeen echter niet wordt toegestaan *  . Bovendien is er ook oppositie bij de geestelijkheid met betrekking tot de bijdragen, over haar tienden geheven *  . Als in 1572 de opstand uitbreekt komt van de praktische uitvoering van deze contributie in de polderlasten niets terecht *  . Nu verzoeken dijkgraaf, gezworenen en ingelanden c. 1582 aan prins Willem "den voors. Goeschen polder met de Westwateringe te uniëren ende denzelven in eenen contributie te brengen (..
.) ofte emmers, ingevalle 't zelfde verder inzicht zoude vereisschen, die van de Westwateringe mitsgaders ook dengeenen profiterende van de tienden, vroonen ende vrije landen in de voors. Goeschen polder, 't oude Goesche ambacht, 's-Heer Heindrixkinderen ende Wissekerke gelegen, t'ordonneeren bij provisie dat sij de vertogers helpen ende adsisteren met sulke merckelijke contributie als men bevinden zal van noden te wezen, tot preservatie van den voors. polder, stadt van der Goes ende Westwateringe, ende bovendien (...) denzelven Staeten (n.l. de Staten van Zeeland) van gelijcken te ordonneeren dat zij den voors. polder adsisteren..." *  . C.1584 volgt een verzoek van gelijke strekking *  .
Het archief van de Goessche polder werd eertijds op het stadhuis van Goes bewaard, hetgeen gezien de nauwe band van stadsbestuur en polder niet kan verwonderen. Van de oudere stukken uit de 16e eeuw is veel niet meer aanwezig. Dit blijkt uit een register met afschriften uit de 18e eeuw (waarschijnlijk van de hand van mr. Cornelis Keetlaer (1690-1764), vanaf 1732 gezworen van De Breede Watering) dat zich in het archief van De Breede Watering bew. Yerseke bevindt en waarin ook afschriften van een aantal van deze oudere stukken zijn opgenomen met de begeleidende aantekening in margina: "leggende in het kastje van den Goesschenpolder" *  .
In 1942 wordt het statische gedeelte van de kluis ten kantore van de ontvangergriffier naar de archiefbewaarplaats van De Breede Watering overgebracht *  . De indeling van deze inventaris spreekt voor zichzelf. Van 1878/79-1918/19 zijn de bij het bestuur ingekomen stukken niet onder de "stukken van algemene aard" te vinden, maar met de rekeningen over die jaren, die in die tijd de kern van het archief vormen tot één geheel verenigd *  .
Deze inventaris wordt in dank opgedragen aan mijn voorganger mr L.E. de Brakke voor de door hem verschafte lijst van dijkgraven en aan drs C. Dekker, chartermeester aan het Rijksarchief te Utrecht, voor de door hem verstrekte historische gegevens betreffende de middeleeuwen.
Inventaris
1. Stukken van algemene aard
2. Functionarissen
3. Geldmiddelen
6. Aankoop van gronden
7. Varia
Kaartenlijst
Kenmerken
Eiland:
Zuid-Beveland
Opheffing:
31-12-1958, opgegaan in Waterschap De Brede Watering van Zuid-Beveland (toegang 3100)
Toegankelijk:
Inventaris
Openbaarheid:
Geen beperkingen
Inzage:
Studiezaal, in origineel
Jaar bewerking:
1959?
Titel publicatie:
W.L.A. Roessingh, Inventaris van het archief van het waterschap Goessche c.a. 1570-1958 ([Goes 1959?])
Collectie:
Waterschap Scheldestromen
Categorie:
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS