Uw zoekacties: Collectie Offermans te Heesch
x7594 Collectie Offermans te Heesch ( Brabants Historisch Informatie Centrum (BHIC) )
Uitleg bij archieftoegang

Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief.

Een archieftoegang bestaat over het algemeen uit de navolgende onderdelen:

• Kenmerken van het archief
• Inleiding op het archief
• Inventaris of plaatsingslijst
• Eventueel bijlagen

De kenmerken van het archief zijn o.m. de omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid en andere.

De inleiding op het archief bevat interessante informatie over de geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer en kan ook aanwijzingen voor het gebruik bevatten.

De inventaris of plaatsingslijst is een hiërarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken. De beschrijvingen zijn formeel en globaal. Het lezen en begrijpen van een inventaris behoeft enige oefening en ervaring.

Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiërarchie gevolgd. De rubrieken in de inventaris maken deel uit van de beschrijving op een lager niveau. Komt de zoekterm in een hoger niveau voor, dan voldoen onderliggende niveaus ook aan de zoekvraag.

7594 Collectie Offermans te Heesch ( Brabants Historisch Informatie Centrum (BHIC) )
Zoek in deze inventaris
>
Zoektermen
 
 
INLEIDING
Johannes Wilhelmus Offermans werd op 9-9-1888 geboren te Limmen, vlakbij Meerssen in Zuid-Limburg. Zijn moeder was Maria Aldegonda Niesten, vroegtijdig overleden op 18-2-1904 en zijn vader was Jacob Offermans, werkzaam als ambtenaar der Nederlandsche Spoorwegen. Deze overleed in 1920 .
Johannes groeide op in een klein katholiek gezin -zijn zusje geboren in 1894 overleed al in 1896.
Na de openbare lagere school in Limmel ging hij in 1900 naar de Rijksleerschool te Maastricht en bleef daar tot 1903. Daarna kreeg hij privé lessen van de pastoor teneinde de franse taal te leren. Vanaf september 1903 tot september 1907 verbleef hij in Schimmert op het College Royal Ste Marie.
Op 19 mei 1908 ging hij in dienst als milicien-soldaat in Maastricht bij het 2e regiment. Na enkele bevorderingen verliet hij in juli 1909 de militaire dienst. Na zijn militaire dienstplicht kreeg hij een aanstelling bij het Openbaar Ministerie te Maastricht. In 1909 werd hij inspecteur titulair van politie te Sittard. In 1911 volgde een benoeming tot adjunct inspecteur van politie te 's-Hertogenbosch. In 1912 maakte hij kennis met zijn latere vrouw, Adriana Wilhelmina Maria de Jong.Tijdens Wereldoorlog I (1914-1918) was hij gelegen als reserve 2e luitenant bij de krijgsraad in het garnizoen te Maastricht. Hij werd belast met de functie van secretaris der gerechtelijke Informatie van de Krijgsraad.
Op 4-9-1917 trad hij in het huwelijk met Adriana Wilhelmina Maria de Jong, geboren Vught 25-4-1886. Na hun huwelijk betrekken ze een huis in Vught.
Op 15 januari 1919 keert hij terug naar het hoofdbureau van politie in Den Bosch. In 1921 volgde een bevordering tot inspecteur van politie te 's Hertogenbosch. De toenmalige commissaris van politie P. van Dam stelde hem op non-actief ingaande 1 februari 1921 i.v.m. een vermeende onregelmatigheid betreffende zijn declaratiegedrag. Vanaf 1922 is hij als ambtenaar in dienst van de Provinciale Griffie te 's-Hertogenbosch. In 1926 slaagde hij voor het examen in de gemeenteadministratie. 's Avonds is hij dan actief met militaire oefeningen te Boxtel, Vught en St. Michielsgestel bij de plaatselijke vrijwillige landstormafdeling In 1928 solliciteert hij naar de functie van burgemeester te Gemert. Daar wordt hij echter niet benoemd.
Bij KB van 5 januari 1931 wordt hij als burgemeester van Heesch benoemd, hetgeen vanaf aanvang al omstreden is geweest. (Zie ook zijn persoonsdossier inv.nr. 2602 van toegang 7825 Gemeentebestuur Heesch, 1930-1993). Er wordt hem geen ambtswoning toegekend waardoor hij besluit om een huis te laten bouwen. Op 11 mei 1933 betrekt hij en zijn vrouw die woning (Wijk B 116) aan de Rijksweg in Heesch. Het boekje "J.W. Offermans Omstreden burgemeester in crisis- en bezettingstijd te Heesch (1931-1944)" van Maricus van der Stappen geeft een goed beeld van het omstreden burgemeesterschap in die periode te Heesch. Vanaf 8 april 1939 tot aan 20 september 1944 houdt J.W. Offermans persoonlijk een dagboekje van de oorlogshandelingen te Heesch en omgeving bij (zie inv.nr. 61).
Door zijn weerbarstige houding voor de oorlog waardoor hij bij nogal wat personen in en buiten de gemeente kwaad bloed had gezet, en zijn dubieuze houding (lidmaatschap NVD etc.) tijdens de Duitse bezetting wordt op 21 september 1944 J.W. Offermans omstreeks 14.00 uur in de Vinkelsestraat aangehouden door leden van de knokploeg uit Oss.

Daarmee wordt hij -nog vóórdat Heesch bevrijd is- gearresteerd en komt hij te vallen onder de regels van de Bijzondere Rechtspleging. Vanaf 14 september isvoor de uitvoering hiervoor het Militair Gezag ingesteld. Na zijn verhoor te Oss wordt hij door H. Holtkamp, militaire Commissaris van het Militair Gezag, dan ook geschorst uit zijn functie van burgemeester.
Nadat hij tijdelijk in een kamp te Nijmegen en Grave geïnterneerd is, wordt hij op 16 december 1944 overgebracht naar kamp Vught, het voormalige concentratiekamp.
Na een advies van een commissie, bedoeld in artikel 5, lid 4, van het Zuiveringsbesluit 1945, besluit de minister van Binnenlandse Zaken op 11 december 1945, Offermans per 31 oktober 1944 ontslag te verlenen met het vervallen verklaren van zijn rechten op pensioen en alle andere rechten. Hij heeft onder meer doen blijken van ontrouw en van een nationaal-socialistische geestesgesteldhei is de aantijging in de beschikking.
In kamp Vught zou hij vanaf 16 december 1944 24 maanden geïnterneerd blijven tot 21 december 1946, de dag na zijn berechting door het tribunaal te 's Hertogenbosch.
De uitspraak van het tribunaal op 20 december 1946 luidde: -Internering van 27 maanden met aftrek, -voor het leven ontzegging van het recht tot het bekleden van een openbare functie, -ontzetting uit het actief- en passief kiesrecht, -vrijlating terstond.
Vanaf 16 juni 1947 ontstaat er pas een mogelijkheid van beroep op het tribunaalbesluit.
Voor de beroepsmogelijkheid op uitspraken van het tribunaal werd de zogenaamde ‘Hoge Autoriteit’ in het leven geroepen. In ’s-Hertogenbosch werd hiervoor mr. A.J. Vliegenthart (1881-1950) benoemd, die al dan niet zijn fiat gaf aan uitspraken van de tribunalen in Limburg, Noord-Brabant en Zeeland. In juni 1948 werden de tribunalen opgeheven, maar de afrondende werkzaamheden werden tot midden jaren vijftig voortgezet. Vliegenthart was tevens werkzaam in de documentatiecommissie voor de zuivering van het overheidspersoneel voor het district ’s-Hertogenbosch, dat de drie provincies Limburg, Noord-Brabant en Zeeland omvatte. Hij had ook zitting in een zuiveringscommissie voor leden van de rechterlijke macht. In 1995 werd duidelijk dat het bureau-archief van Vliegenthart bij het Gerechtshof te ’s-Hertogenbosch stond. Het werd overgedragen aan het voormalige Rijksarchief onder toegangsnummer 1138 en bleek een schat aan informatie te bevatten over de berechtiging na de Tweede Wereldoorlog.
Zo bevat inv.nr. 33 fiatteringsrapporten van de Hoge Autoriteit te ’s-Hertogenbosch en stukken over de zuivering van overheidsfunctionarissen. Uit de papieren wordt duidelijk dat op 31 december 1948 het tribunaal tot een weigering van fiat besluit wegens niet voldoende ondertekende geschriften. Hierop volgt een weigering van de fiat executie door de Hoge Autoriteit op 4 januari 1949. Vervolgens doet het tribunaal een uitspraak in zijn zaak op 11 februari 1949 waarna mr. Van Leeuwen met enig uitstel een bezwaarschrift indient. Hierop volgt een 2e behandeling door het tribunaal (kantongerecht 's-Hertogenbosch) en uiteindelijk wordt door de Hoge Autoriteit op 25 maart 1950 in een rapport alsnog een fiat executie afgegeven. Of het verzoek van mr. Lagerwey aan mr. Vliegenthart (aanwezig als bijlage) daar een rol in heeft gespeeld blijft onduidelijk. 27 maart 1950 werd aan de uitspraak van de plv kantonrechter door de minister fiat verleend.
Na een aanvankelijk eindvonnis op 27 maart 1950 door het Kantongerecht / Afdeling Tribunaal Zaken te 's-Hertogenbosch, was gebleken dat Offermans ook hulp en steun aan onderduikers had verleend, waardoor het eindvonnis in december 1950 bepaalde: dat de pensioenonthouding vervalt; de internering periode wordt vastgesteld op 4 maanden conform de uitspraak van het kantongerecht van 27 maart 1950; de beschuldigingen 2 (blijk gegeven heeft van nationaal socialstische gezindheid door het houden van een defilé door de NAD met op het bordes van het gemeenteheus 2 NSB'ers) en 3 (te acttief lid geweest van de NVD) van de ten laste legging vervallen, evenals de niet bewezen verklaring van het gedeelte onder 1 sub a (het indienen van een beklag tegen kapelaan de Rooij). Uiteindelijk werd hij veroordeeld voor een delict onder 1 sub b. het aan twee ingezetenen opdracht geven tot het graven van putten voor de Duitse weermacht.
Na deze gedeeltelijke rehabilitatie in 1951 heeft J.W. Offermans in verschillende hoedanigheden gewerkt. In het archief werden een aantal persoonsdossiers aangetroffen van personen die een beroep deden op zijn kennis als raadsman / adviseur in zaken als pensioenen, invaliditeitsuitkeringen, echtscheidingszaken, weduwen- en wezenwet, handelswet Kamer van Koophandel, bouwkwesties, bijstandswet, dienstplicht, hinderwet, aan- en verkoop, onteigeningszaken, vuurwapenwet, woningproblemen, wet autovervoer goederen. Uit hoofde van functie als hoofd afdeling sociale zorg en personeelszaken van de Veteranen Legioen Nederland, verzekeringsagent bij het agentschap Blom & van der Aa en als verzekerings- handelsagent h.o.d.n. (handelt onder de naam van) "starosta" heeft hij deze dossiers gevormd (zie lijst persoonsdossiers die als bijlage is toegevoegd aan het blokdossier 7594 over de overbrenging van het archief).
De heer Offermans is na zijn internering altijd op hetzelfde adres blijven wonen met zijn schoonzus W. de Jong. Aanvankelijk was dat adres Wijk B 116 te Heesch, later genoemd Rijksweg 65. Op 22 november 1976 overlijdt J.W. Offermans op 88 jarige leeftijd. Hij wordt in Vught begraven bij zijn echtgenote A. Offermans - de Jong en zijn schoonzus W. de Jong.
VERANTWOORDING INVENTARISATIE
Zoals in de lijn der verwachtingen lag (correspondentie bij overbrenging in het blokdossier toegangsnummer 7594) bestond de collectie Offermans uit twee gedeelten. Het eerste gedeelte had hij uit hoofde van zijn functie als burgemeester van Heesch opgemaakt. Dit waren de zgn. kabinetsstukken, ook wel stukken van Algemene Zaken genoemd. Uiteraard zijn deze stukken afgescheiden en gevoegd bij het archief met toegangsnummer 7825 Gemeentebestuur Heesch, 1930-1993. Ze zijn daar geplaatst in de rubriek: Kabinet of algemene zaken van de burgemeester en hebben de volgende inv.nrs. 2765-2793.
Het tweede gedeelte bestond uit archiefmateriaal van persoonlijke aard. Enerzijds waren dat persoonlijke en familiebescheiden, anderzijds waren het archjiefstukken die hij uit hoofde van functies in diverse betrekkingen had opgemaakt. Overigens is in de correspondentie over overbrenging te lezen dat een aantal archiefstukken al in een eerder stadium door het Streekarchivariaat Maasland onder diverse instellingen is verdeeld. Ondermeer ging een gedeelte naar het stadsarchief 's-Hertogenbosch t.b.v. aanvullingen op het politiearchief en naar de gemeente Vught t.b.v. landstormafdeling Vught.
Het archief werd overgebracht in een aantal verhuisdozen en was gedeeltelijk geordend. De ordening door de inventarisator werd bemoeilijkt omdat dhr. Offermans in een aantal gevallen officiële brieven aan voor- of achterzijde heeft beschreven, waarschijnlijk met als reden de heersende papierschaarste na de oorlog. Met name zijn verweer inzake tribunaalbesluiten na Wereldoorlog II is op deze wijze beschreven zodat het ondoenlijk was om een betere orde aan te brengen. De oude ordening is hierbij dan ook het leidende principe geweest. Er is niet vernietigd uit het archief behalve dubbelen, aangezien het een toch wel bijzonder particulier archief is. Het archief is omgepakt in zuurvrij materiaal en geborgen in 37 standaard archiefdozen
AANWIJZINGEN VOOR HET GEBRUIK: Niet alle stukken zijn openbaar. Er is daar waar nodig een openbaarheidsbeperkende termijn aangehouden vanwege privacygevoeligheid van een aantal stukken. Voor de cliëntendossiers die bewaard zijn gebleven, is een openbaarheidstermijn van 110 jaar na geboorte aangehouden. Er is behalve dubbelen verder niet vernietigd uit het archief.
INVENTARIS
Kenmerken
Vindplaats origineel:
Locatie Den Bosch
Openbaarheid:
Deze toegang bevat een of meer stukken die tot 1 januari 2071 niet zonder meer openbaar zijn.
Het precieze jaar van openbaarheid kun je per inventarisnummer vinden.

Bij vragen kun je contact opnemen met het BHIC.
Categorie:
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS