Uw zoekacties: Katholiek Verbond voor Kinderbescherming, 1925 - 1977
x573 Katholiek Verbond voor Kinderbescherming, 1925 - 1977 ( Brabants Historisch Informatie Centrum (BHIC) )
Uitleg bij archieftoegang

Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief.

Een archieftoegang bestaat over het algemeen uit de navolgende onderdelen:

• Kenmerken van het archief
• Inleiding op het archief
• Inventaris of plaatsingslijst
• Eventueel bijlagen

De kenmerken van het archief zijn o.m. de omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid en andere.

De inleiding op het archief bevat interessante informatie over de geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer en kan ook aanwijzingen voor het gebruik bevatten.

De inventaris of plaatsingslijst is een hiërarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken. De beschrijvingen zijn formeel en globaal. Het lezen en begrijpen van een inventaris behoeft enige oefening en ervaring.

Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiërarchie gevolgd. De rubrieken in de inventaris maken deel uit van de beschrijving op een lager niveau. Komt de zoekterm in een hoger niveau voor, dan voldoen onderliggende niveaus ook aan de zoekvraag.

573 Katholiek Verbond voor Kinderbescherming, 1925 - 1977 ( Brabants Historisch Informatie Centrum (BHIC) )
Zoek in deze inventaris
>
Zoektermen
 
 
Inleiding
Aan het begin van de 20e eeuw waren er diverse katholieke organisaties werkzaam op het terrein van de kinderbescherming. Te denken valt hierbij aan de Sint Vincentiusvereniging, de 'Vereeniging ter behartiging der belangen van de RK Weeshuizen en opvoedingsgestichten in het Bisdom Haarlem' (BWO) en 'Roomse Zorg voor het verwaarloosde kind', welke laatste vereniging diverse voogdijverenigingen en inrichtingen in het zuiden van het land deed samenwerken. Rond 1930 werd in toenemende mate de behoefte gevoeld alle krachten van de katholieke kinderbescherming te bundelen. Daartoe werd op 12 september 1931 te Utrecht het 'Katholiek Verbond voor Kinderbescherming' (KVK) opgericht. Het doel was 'het op Katholieken grondslag bevorderen van de godsdienstige, zedelijke , maatschappelijke en hygiënische verzorging en opvoeding van voogdij- en regeeringskinderen, de bescherming en verzorging van minderjarigen, die met verwaarlozing of met zedelijken of maatschappelijken ondergang bedreigd worden of die op eenigerlei wijze met de justitie in aanraking zijn gekomen ....'. De vereniging trachtte dit doel te bereiken door de aangesloten verenigingen en instellingen te vertegenwoordigen bij de kerkelijke en burgerlijke overheid, het bevorderen van het onderlinge contact tussen die verenigingen en instellingen en het optreden voor de algemene belangen van de katholieke kinderbescherming. Allerlei organisaties die werkzaam waren in de katholieke kinderbescherming konden lid worden, zoals voogdijverenigingen.c.q. voogdij-instellingen en kinderbeschermingsinrichtingen.
Na een aanvankelijk aarzelende start bleek het Verbond toch aan een behoefte te voldoen. Officiële erkenning kwam in de vorm van een bisschoppelijke en koninklijke goedkeuring in 1937. Aanvankelijk was het secretariaat gehuisvest in Amsterdam. In 1947 verhuisde het naar 's-Hertogenbosch, alwaar men overging tot de oprichting van een centraal bureau. Dit kon beter de problemen aan binnen de kinderbescherming, onder andere wegens de toenemende professionalisering. Het Verbond kende drie belangrijke afdelingen, namelijk:
- voor de inrichtingen (eerst afdeling gestichten danwel internaten van het KVK, in 1960 Katholieke Vereniging van Kinderbeschermingsinrichtingen);
- voor de voogdij-instellingen danwel voogdijverenigingen (eerst afdeling voogdijverenigingen van het KVK, in 1960 Vereniging van Katholieke Voogdij-instellingen);
- voor de gezinsvoogdij (Landelijke Vereniging voor RK Gezinsvoogdij en Patronage).
Ook functioneerden er binnen het Verbond zogenaamde 'kringen' voor bepaalde geografische gebieden. Zo was er een kring West, een kring Oost, een kring Noord-Brabant, een Zuidelijke kring voor Limburg, etc. De Nederlandse kinderbescherming werd na de Tweede Wereldoorlog gereorganiseerd. De reorganisatie kreeg gestalte in de vorm van oprichting van een vereniging 'Nationale Federatie De Nederlandsche Bond tot Kinderbescherming', in 1957 'Nationale Federatie voor Kinderbescherming.' Het Katholiek Verbond voor Kinderbescherming trad in 1946 toe tot deze organisatie en werkte er samen met andere organisaties die werkzaam waren op het terrein van de kinderbescherming. In 1976 kreeg deze organisatie een andere naam, namelijk 'Werkverband Integratie Jeugdwelzijnswerk Nederland' (WIJN).In dat jaar gingen het Katholiek Verbond voor Kinderbescherming en zijn onderafdelingen (Katholieke Vereniging van Kinderbeschermingsinrichtingen, de Vereniging van Katholieke Voogdij-instellingen en de Landelijke Vereniging voor RK Gezinsvoogdij en Patronage) op in de nieuwe organisatie.
Het archief is in 1986 in eigendom overgedragen aan het Rijksarchief in Noord-Brabant.
Het archief van het WIJN, de organisatie waarin het Katholiek Verbond voor Kinderbescherming en zijn onderafdelingen opgingen, bevindt zich op het Nationaal Archief in Den Haag. Het WIJN werd zelf in 1989 opgeheven. Het archief van de regio Zuid van het WIJN berust op het Brabants Historisch Informatie Centrum.

Rijksarchief in Noord-Brabant, 2000 en BHIC
Aanwijzingen voor de gebruiker
Kenmerken
Vindplaats origineel:
Locatie Den Bosch
Openbaarheid:
Deze toegang bevat een of meer stukken die tot 1 januari 2035 niet zonder meer openbaar zijn.
Het precieze jaar van openbaarheid kun je per inventarisnummer vinden.

Bij vragen kun je contact opnemen met het BHIC.
Categorie:
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS