Uw zoekacties: Schoolarchieven Oss (Mater Amabilisscholen, De Koepel, Zwijs...
x1555 Schoolarchieven Oss (Mater Amabilisscholen, De Koepel, Zwijsen, Gabrielschool, Levensschool etc.) ( Brabants Historisch Informatie Centrum (BHIC) )
Uitleg bij archieftoegang

Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief.

Een archieftoegang bestaat over het algemeen uit de navolgende onderdelen:

• Kenmerken van het archief
• Inleiding op het archief
• Inventaris of plaatsingslijst
• Eventueel bijlagen

De kenmerken van het archief zijn o.m. de omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid en andere.

De inleiding op het archief bevat interessante informatie over de geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer en kan ook aanwijzingen voor het gebruik bevatten.

De inventaris of plaatsingslijst is een hiërarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken. De beschrijvingen zijn formeel en globaal. Het lezen en begrijpen van een inventaris behoeft enige oefening en ervaring.

Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiërarchie gevolgd. De rubrieken in de inventaris maken deel uit van de beschrijving op een lager niveau. Komt de zoekterm in een hoger niveau voor, dan voldoen onderliggende niveaus ook aan de zoekvraag.

1555 Schoolarchieven Oss (Mater Amabilisscholen, De Koepel, Zwijsen, Gabrielschool, Levensschool etc.) ( Brabants Historisch Informatie Centrum (BHIC) )
Zoek in deze inventaris
>
Zoektermen
 
 
Inleiding
Ontstaan van de Mater Amabilisschool

In oktober 1940 begon een Belgisch inspectrice voor het L.O. bij Antwerpen een opleiding tot de Huishouding en het Moederschap voor meisjes boven de zeventien jaar. Gedurende de bezetting was iedere vorm van jeugdbeweging verboden, maar vorming in schoolverband bleef mogelijk. Deze avondschool voor meisjes van 17-25 jaar kreeg in Vlaanderen al spoedig subsidie van de overheid. Toch is deze vorm van onderwijs in België niet tot hoge bloei gekomen, maar heeft in Nederland wel grote navolging gekregen. Na de bevrijding van Maastricht maakte de diocesaan aalmoezenier van het meisjeswerk in het bisdom Roermond daarmee kennis en voorzag dat deze jeugdvorming geschikt was voor het na-oorlogs naar volwassenheid groeiende meisje in Nederland, speciaal voor fabrieksmeisjes in Maastricht. In januari 1947 werd reeds de eerste school geopend in Maastricht. Men verving wel de zakelijke naam "opleiding tot de Huishouding en het Moederschap" omdat men die minder geschikt achtte, door de zinnebeeldige melodieuze titel 'Mater Amabilisschool' (beminnelijke moeder). Na enkele maanden kwamen er in Maastricht reeds vijf nieuwe scholen bij, o.m. door medewerking en bijdragen van vier belangrijke plaatselijke industrieën die aan hun arbeidsters gelegenheid gaven tijdens werktijd deze school te volgen. Rond dezelfde tijd vond dit navolging in Breda, Roosendaal, Bergen op Zoom, Oosterhout e.v.a. Een Nationale Stichting voor Mater Amabilisscholen werd als overkoepelend orgaan ingericht in 1949 te Utrecht. In het bisdom 's-Hertogenbosch startte men in 1950 met het Mater Amabilis Vormingswerk. Tien jaren later waren er in het bisdom reeds 55 vormingsinstituten met ongeveer 8000 leerlingen.
Mater Amabilisschool Oss

De Osse Mater Amabilisschool werd opgericht op 19 juli 1950. De groei van de M.A.S. in Oss resulteerde in de voorbereiding van een Jongerenkursus die in sep 1954 startte. Vanaf 1959 namen grotere aantallen leerlingen uit buitengemeenten deel aan de cursussen, zoals Berghem, Geffen, Heesch, Herpen, Lith, Lithoijen, Megen, Nuland, Oijen, Ravenstein, Schaijk en Teeffelen. De school was gevestigd in de houten barak "De Schakel" aan de Driek van Erpstraat. De praktijkvakken werden gegeven in de beide huishoudscholen. Ook gebruikte men het voormalig St. Rochus-kinderpaviljoen (ingang Driek van Erpstraat 4a) van het oude St. Annaziekenhuis.
De kursussen en schoolvormen

De Mater Amabilisschool en de Jongerencursus zijn aanvankelijk gedeeltelijk een cursus van de Huishoudschool en voor het andere gedeelte onderdeel van het Nijverheidsonderwijs. De plaatselijke Mater Amabilisschool kent drie vormen. Een avondkursus voor meisjes van zeventien jaar en ouder; duur: drie jaren van 24 lesweken gedurende de maanden september tot mei, twee avonden per week; Een dagcursus voor meisjes van zeventien jaar en ouder; duur: twee jaren van een voor- of namiddag per week; Een jongerenkursus voor voor meisjes van veertien tot zeventien; duur: een of twee jaar gedurende veertig lesweken overdag in bedrijfstijd, van augustus tot en met juli. Deze drie vormen verschillen naar methode.Elke school heeft een bestuur, leidsters en andere docenten en leerlingen. Het bestuur bestaat uit minstens zeven leden, vertegenwoordigers van plaatselijk katholiek jeugdwerk, plaatselijke werkgevers en werknemers, ouders van leerlingen en een lid van het bestuur van de r.k. huishoudschool. Adviseurs waren meestal de directrice van de huishoudschool en een moderator benoemd door het bisdom. De cursussen werden gegeven aan groepen van zestien tot vierentwintig meisjes. De meisjes-leerlingen waren werkzaam op kantoor, fabriek, in een winkel, gezin of boerenbedrijf. De lesprogramma's werden opgesteld door de Nationale Stichting en omvatten godsdienst, medische raad, opvoedkunde, zorg voor de voeding, woning en kleding, naaldvakken en/of handenarbeid, kinderverzorging, smaakontwikkeling, ziekenverzorging en maatschappelijke vorming, gezondheidszorg, woninginrichting, inkomstenbesteding, muziek etc.
Veranderingen

Gedurende de zestiger jaren onderging ook het vormingswerk veel veranderingen. De periode van de wederopbouw van na de oorlog wordt dan afgesloten. Geleidelijk aan doen koelkast, wasmachine, telefoon, televisie en auto hun intrede in de huishoudens en het straatbeeld. Popmuziek is in opkomst en de Pil. Men kreeg te maken met ontkerkelijking en de pluriforme samenleving (het begin van de multiculturele samenleving) en de toenemende tolerantie en het verdwijnen van oude normen en waarden. De moraal wordt losser. De diocesane invloed op de inhoud van de kursussen neemt af. Gescheiden vormingsprogramma's voor jongens en meisjes is in feite niet meer 'modern' te noemen. De schoolleiding heeft het er ook moeilijk mee en stelt zich geregeld de vraag of men nog wel goed bezig is. Met ingang van het kursusjaar 1968 wordt het avondprogramma teruggebracht naar 1 avond. Het jaar daarop kreeg de M.A. school toestemming om buiten N.O.-verband te gaan werken (n.o. - nijverheidsonderwijs). Dat hield in dat er een einde kwam aan de jarenlange nauwe samenwerking met de beide huishoudscholen waar ook de praktijklokalen werden gebruikt. Dat houdt verband met nieuwbouw van 1968/1969.
Vormingscentrum De Koepel

De verandering laat zich al aflezen aan de naam van de nieuwbouw. In juli 1969 kreeg het nieuwe gebouw de naam vormingscentrum 'De Koepel'. (brief 3/7/69 in dossier 78) Het centrum van Stichting Vormingscentrum De Koepel te Oss (voorheen 'Katholieke Stichting voor Mater Amabilisscholen voor Partieel Vormend Onderwijs voor Meisjes') wordt op vrijdag 21 nov 1969 om half drie feestelijk geopend door de burgemeester van Oss.
Per 1 jan 1972 ging de stichting vormingswerk Jonge Volwassenen "De Kattebel" voor 'het avondwerk' (avondkursus) zorg dragen.
De 'Levensschool' te Oss richt zich op de vorming van jongens die zonder voortgezet onderwijs te genieten de stap naar het bedrijfsleven maken. Men probeert hen enige sociaal pedagogische begeleiding mee te geven. De Levensschool was gebaseerd op katholieke en de Koepel op algemene grondslag. Sinds 1977 werken de beide centra samen.
Rond 1980 waren er in de regio Noordoost Noord-Brabant een aantal samenwerkende vormingsinstituten: de Levensscholen te Boxtel en Oss en diverse Vormingscentra zoals "De Springplank" te Hedel, "De Brulboei" en "Driegezwaai" te 's-Hertogenbosch, "De Koepel" te Oss, "Merlo" te Uden en het v.c. te Veghel met een nevenvestiging te Schijndel.
Na een statutenwijziging veranderde de naam ook officieel met ingang van 22 aug 1980 in "Stichting Vormingscentrum De Koepel, Instituut voor Vorming en Opleiding", kortweg Stichting Vormingscentrum De Koepel.
Fusie

Vanaf eind 1985 kwam een fusie ter sprake tussen de vormingsinstituten van Oss, geïnitieerd door het Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen. In het najaar van 1986 gingen de besturen van vc De Koepel en van r.k. Levensschool samen een bestuur vormen voor de twee stichtingen. Het werk van De Koepel verkeerde vanaf 1985 in een afbouwfase en zou worden stopgezet, dit met betrekking tot deelnemersaantallen. Per 1 augustus 1988 werden de activiteiten van Stichting Vormingscentrum 'De Koepel' beëindigd. Het gebouw met het terrein werden overgedragen aan r.k. Stichting Proefproject Volle Tijd KMBO (kort middelbaar beroeps onderwijs) Oss-Uden-Veghel te Uden. Het eigen vermogen van de Koepel werd ondergebracht in de 'Deken Schraven Stichting'.
Leiding cq. directeuren MAS

1950? - mei 1958-mej. Ph.M.P. Aarts mei 1958 -1961-mej. M.A. van Dirven 1 okt 1961-30 nov 1966 -A.G. van Rixtel 1 dec 1966-1 feb 1978-A. van Tilborg 1978-1 aug 1988-P.W.J. Boumans
Het archief is niet openbaar dan na overleg met en toestemming van de eigenaar.
Inventaris
Kenmerken
Vindplaats origineel:
Locatie Den Bosch
Openbaarheid:
Deze toegang bevat een of meer stukken die tot 1 januari 2066 niet zonder meer openbaar zijn.
Het precieze jaar van openbaarheid kun je per inventarisnummer vinden.

Bij vragen kun je contact opnemen met het BHIC.
Categorie:
  • Zonder categorie
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS