Uw zoekacties: RK Birgitta Gidsengroep te Zwolle
x1603 RK Birgitta Gidsengroep te Zwolle ( Historisch Centrum Overijssel (HCO) )
Uitleg bij archieftoegang

Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief.

Een archieftoegang bestaat over het algemeen uit de navolgende onderdelen:

• Kenmerken van het archief
• Inleiding op het archief
• Inventaris of plaatsingslijst
• Eventueel bijlagen

De kenmerken van het archief zijn o.m. de omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid en andere.

De inleiding op het archief bevat interessante informatie over de geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer en kan ook aanwijzingen voor het gebruik bevatten.

De inventaris of plaatsingslijst is een hiërarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken. De beschrijvingen zijn formeel en globaal. Het lezen en begrijpen van een inventaris behoeft enige oefening en ervaring.

Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiërarchie gevolgd. De rubrieken in de inventaris maken deel uit van de beschrijving op een lager niveau. Komt de zoekterm in een hoger niveau voor, dan voldoen onderliggende niveaus ook aan de zoekvraag.

1603 RK Birgitta Gidsengroep te Zwolle ( Historisch Centrum Overijssel (HCO) )
Zoek in deze inventaris
>
Zoektermen
 
 
Beknopte historische schets
Ontstaan Padvinderij en het Nederlands Padvindsters-Gilde.

De padvinderij ontstond in Engeland in 1908, toen generaal Sir Robert Baden Powell in veertiendaagse afleveringen "Scouting for Boys" publiceerde. Dit werk bevatte wenken en tips voor ouders en opvoeders en berustte op de ondervinding die Baden Powell in Brits-Indië en Zuid-Afrika had opgedaan in het werk in het leger met jonge mannen en jongens. Hierin nam al dadelijk het zgn. "patrouille-systeem" (= ronde-systeem) en het geven van verantwoordelijkheid aan jongens een voorname plaats in. Ook meisjes werden enthousiast en zo ontstond al vrij snel in 1909 de Girls Guides (= meisjesgidsen of meisjesgezellen). De organisatie van de padvindsters werd ter hand genomen door miss Agnes Baden Powell. De idealen en doelstellingen van de padvinderij verspreidden zich over de wereld en overal werden groepen opgericht. Australie en Zuid-Afrika in 1910, gevolgd in 1911 door Zweden, Polen, Finland en Nederland.

De landelijke vereniging Het Nederlandse Padvindsters Gilde ontstond op 31 januari 1916 uit de samensmelting van een vijftal plaatselijke padvindstersverenigingen uit Amsterdam, Rotterdam, Amersfoort, Leiden en Dordrecht. De vereniging droeg toen nog de naam Het Nederlandse Meisjes Gilde; de naamswijziging vond plaats in oktober 1933. Prinses Juliana aanvaardde in 1936 het Beschermvrouwschap. Het doel van de padvinderij voor mdeisjes is om gezin en school te helpen de meisjes op te voeden tot gezonde, nuttige en gelukkige vrouwen in de maatschappij. De ontwikkeling van karakter en gezond verstand, het aanleren van typisch vrouwelijke vaardigheden, het vormen van een krachtig en gezond lichaam en het ontwikkelen van gemeenschapszijn en dienstvaardigheid waren in die tijd de vier grote lijnen die het werk van de padvinderij wereldwijd bepalen. Dit alles geschiedt in de vorm van een spel, waaraan de gidsenwet en de gidsenbelofte ten grondslag liggen.
Padvinderij in Zwolle.
Over het ontstaan van de padvindstersbeweging in Zwolle is in dit archief weinig informatie te vinden. Uit de jaren 1947-1953 dateren een vijftal logboeken van de Hertengroep, de St. Geertengroep en de Margrieten Birgittagroep II te Zwolle. Organisatorisch vielen alle R.K. gidsen - en verkennersgroepen sinds 1970 onder de Stichting Groepscommissie Rooms Katholieke Zwolse Verkenners en Gidsen, voorheen de Stichting Groepscommissie Rooms Katholieke Zwolse Zeeverkenners "Sint Christophoor". Deze stichting trad vooral op als vertegenwoordigster van de belangen, financier van hulpmiddelen en eigenaresse van goederen. Uit het jaarverslag over 1975 blijkt dat de Jan Lijding verkenners en welpengroepen, de St. Christophoor Zeeverkenners en de Birgitta Gidsengroep bij deze stichting waren aangesloten.

De Birgitta Gidsengroep bestond al in 1961, toen E.M.B.(Lies) Oosterwijk toetrad. Na het volgen van een inleidingscursus te Arnhem (1961), waaraan ook de Zwolse dames Els Baartman en Jopie Nibourg deelnamen, volgde op 14 februari 1962 haar installatie als hoofdleidster bij de Birgitta Gidsengroep. Die taak droeg ze in 1975 over aan mej. Tilly Kok.

Gedurende haar leidstersschap heeft de gidsengroep diverse activiteiten ontplooid. Het ging daarbij om het bezoeken van de Dachvaert-bijeenkomst van de Nederlandse Gidsenbeweging (Ommen, 1962), het organiseren van kamp-bijeenkomsten (in Hoonhorst, Luttenberg, de Lutte, Meddo bij Winterswijk, Vilsteren), het toekennen van een pauselijke onderscheiding aan Annie Orie (25 jaar penningmeester, vermoedelijk 1964), de installatie van leidsters, het houden van een vulkoekenactie en het deelnemen aan de Scout-In in 1974.

Over het archief.
Het archief van de R.K. Birgitta Gidsengroep te Zwolle loopt over de jaren (1933) 1961-1975 en kent een omvang van 0,5 m1. Het werd in juni 2016 door dhr. T.M. Oosterwijk te Zwolle aan het HCO geschonken. Het archiefmateriaal is afkomstig van zijn zuster E.M.B. (Lies) Oosterwijk te Zwolle, die van 1961-1975 hoofdleidster van de groep is geweest. Het archief is openbaar.
Plaatsingslijst
Kenmerken
Datering:
(1933) 1961-1975
Omvang archiefblok:
0,5 m
Toegang:
Seekles, J.J., Plaatsingslijst op het archief van de RK Birgitta Gidsengroep te Zwolle, (1933) 1961-1975, Zwolle (2016).
Openbaarheid:
Het archief is openbaar.
Categorie:
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS