Uw zoekacties: Cate, H.E. ten, firmant van de firma H. ten Cate Hz. & Co
x1508 Cate, H.E. ten, firmant van de firma H. ten Cate Hz. & Co ( Historisch Centrum Overijssel (HCO) )
Uitleg bij archieftoegang

Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief.

Een archieftoegang bestaat over het algemeen uit de navolgende onderdelen:

• Kenmerken van het archief
• Inleiding op het archief
• Inventaris of plaatsingslijst
• Eventueel bijlagen

De kenmerken van het archief zijn o.m. de omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid en andere.

De inleiding op het archief bevat interessante informatie over de geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer en kan ook aanwijzingen voor het gebruik bevatten.

De inventaris of plaatsingslijst is een hiërarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken. De beschrijvingen zijn formeel en globaal. Het lezen en begrijpen van een inventaris behoeft enige oefening en ervaring.

Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiërarchie gevolgd. De rubrieken in de inventaris maken deel uit van de beschrijving op een lager niveau. Komt de zoekterm in een hoger niveau voor, dan voldoen onderliggende niveaus ook aan de zoekvraag.

1508 Cate, H.E. ten, firmant van de firma H. ten Cate Hz. & Co ( Historisch Centrum Overijssel (HCO) )
Zoek in deze inventaris
>
Zoektermen
 
 
Inleiding
De op 7 januari 1868 in Almelo geboren Hendrikus Egbertus ten Cate komt uit een doopsgezinde familie die al generaties lang actief is in de Twentse textielindustrie.
De 16e eeuwse stamvader Hendrik laat twee takken na: de Enschedese tak via Hendriks zoon Herman en de Almelose tak via Hendriks zoon Abraham. De Enschedese Ten Cates worden grote fabrikeurs, vooral na 1830 wanneer zij opdrachten krijgen van de Nederlandse Handel Maatschappij om ongebleekte en gebleekte katoenen stoffen te weven, die dan in Nederlands-Indië gebatikt zouden worden. Zij verkopen eind 19e eeuw vrijwel alle textielbelangen.
Hendrikus Egbertus ten Cate behoort tot de Almelose tak, die eveneens vele fabrikeurs voortbrengt, onder wie linnenfabrikeur Hendrik ten Cate (1740-1817), oprichter van de firma H. ten Cate Hzn. De Ten Cates uit Almelo werken in het begin van de 19e eeuw uitsluitend voor de binnenlandse markt. Pas in 1841 beginnen H. ten Cate Hzn. (inmiddels ook: &Co) ook te produceren voor de Nederlands-Indische markt.
Toch is de omvang van de firma bescheiden. Rond 1850 heeft Ten Cate maar 65 weefgetouwen (bij thuiswevers !) in bedrijf, terwijl de grote fabrikeurs in Twente meer dan duizend weefgetouwen in gebruik hebben. In deze periode heeft de grootvader van Hendrikus Egbertus ten Cate, Egbert Hendriksz. ten Cate, de leiding over de firma. Hij begint met zijn drie zoons het bedrijf te moderniseren. Voorbeelden daarvan zijn: overschakeling van linnen op katoen, invoering van de snelspoel i.p.v. de 'smietspoel' en overgang van handweefgetouwen op stoom aangedreven getouwen. De eerste stoomfabriek wordt in 1860 gebouwd. De Ten Cates konden zich toen fabrikant noemen en geen fabrikeur meer.
Hierna draagt hij de firma over aan de vader van Hendrikus Egbertus: Egbert Egbertsz.ten Cate sr.(1838-1915). De nieuwe stoomfabriek heeft dan 120 getouwen, in 1867 360 en in 1888 392.

Hendrikus Egbertus ten Cate - de archiefvormer - is de tweede zoon van Egbertsz.jr. Hij wordt medefirmant in 1895. Zijn oudere broer Egbert jr. kwam in 1886 al in het bedrijf en zijn jongere broer Johannes in 1903.
Het is vooral Egbert jr., die de drijvende kracht wordt van de firma en die leidt tot de expansie van het Almelose bedrijf. Voorbeelden hiervan zijn: de bouw van de nieuwe weverij Hollandia (1891), overname van de weverij Java van de familie Cardinaal (1898), uitbreiding van de weverij Java (1905) en de bouw van de weverij Indië I (1912). Ten Cate is rond 1900 één van de 'grote vijf' op export naar Nederlands-Indië gerichte wevers naast Van Heek & Co en Van Heek-Rigtersbleek in Enschede, Gelderman in Oldenzaal en de Koninklijke Stoomweverij in Nijverdal.
Na de Eerste Wereldoorlog bouwde Ten Cate zelfs zijn eigen spinnerijen in 1923 en 1929, om niet meer afhankelijk te zijn van de garenimport uit andere landen. In de Eerste Wereldoorlog waren er namelijk allerlei importbeperkingen opgesteld door de Nederlandsche Overzee Trust Maatschappij, die aan Engeland moest garanderen dat Engelse grondstoffen en producten niet vanuit het neutrale Nederland doorgevoerd zouden worden naar de 'Centralen'.
De broers Hendrikus Egbertus en Egbert ten Cate jr. hebben veel afnemers in binnen- en buitenland bezocht als handelsreiziger/vertegenwoordiger voor de firma. Hendrikus Egbertus ten Cate bereisde in de jaren '90 van de 19e eeuw België, het Zuiden van het land, Utrecht, Amsterdam en Haarlem. De firma had overigens ook andere vertegenwoordigers in dienst, waaronder de heer F. Geise in Rotterdam. In het begin van de 20ste eeuw werden deze activiteiten echter minder belangrijk omdat het zwaartepunt steeds meer op de export kwam te liggen. De export naar Nederlands-Indië bedroeg in 1900 bijna het tienvoud van de afzet in het binnenland.
Dat er archiefbescheiden in dit archief aanwezig zijn die met Engeland in verband gebracht kunnen worden is niet zo verwonderlijk. Hendrikus Egbertus ten Cate heeft enkele keren Engeland bezocht in het laatste decennium van de 19e eeuw. Soms samen met zijn oudere broer. Zijn oudere broer heeft in 1882 'stage' gelopen bij de firma Hiltermann te Manchester. De firma had erin toegestemd 'om den jongenheer E. ten Cate jr.' in te wijden in de geheimen van de warenkennis en in de bijzonderheden van de Engelse handelsgebruiken.
Enkele jaren later, in 1890, heeft Hendrikus Egbertus ten Cate waarschijnlijk voor de eerste keer Engeland bezocht. Hij heeft in dat jaar 'stage' gelopen in de weverij van Henry Livesey te Blackburn om nader kennis te maken met 'de taken van nering en bedrijf'.
In deze periode was Engeland overigens voor de firma enorm belangrijk omdat daar de grondstof - garens - werden gekocht. Zoals eerder vermeld, bouwde H. ten Cate Hzn. & Co haar eerste spinnerij pas in 1923.
De firma valt ook op door hun betrokkenheid bij zijn medewerkers. Men betaalde de hoogste lonen aan arbeiders in Almelo. Een ziekenfonds wordt in 1889 opgericht. Een pensioenfonds in 1910. Dit was een unicum in de textielbranche. De firma stort daar direct fl. 50.000 in. Werknemers konden op 65-jarige leeftijd met pensioen en kregen ongeveer fl.5,- per week. Ter vergelijking: arbeiderslonen bedroegen in die tijd 10 à 12 gulden per week.
De firma is zeer winstgevend en de status van de familie Ten Cate neemt toe in Almelo en omgeving. Op 26 augustus 1903 trouwt Hendrikus Egbertus ten Cate met Wilhelmina Christiana Catharina van Wulfften Palthe, telg uit een rijke fabrikantenfamilie. Zij bouwen in 1909 de grote villa Egheria op de Tankenberg bij Oldenzaal en komen in het bezit van grote landerijen rond de villa. Het gezin krijgt vijf kinderen waarvan er twee, Egbert (1904-1992) en Hendrik (1906-1990) ook mede-directeuren van de firma worden.
In 1938 wordt de firma H. ten Cate Hzn. & Co een naamloos vennootschap. Het bedrijf doorstaat de Tweede Wereldoorlog redelijk goed omdat het over garen-voorraden beschikt en de ketels kan men blijven stoken met turf en hout.
H.E. ten Cate sterft, 87 jaar oud, op 9 december 1955 in de gemeente Losser.
Twee jaar later gaat de firma een fusie aan met de Koninklijke Stoomweverij te Nijverdal. Het is de eerste grote industriële fusie in Nederland. Het nieuwe bedrijf heet eerst Nijverdal-Ten Cate, later simpelweg Ten Cate. Het bedrijf richtte zich steeds minder op traditionele textielproducten, maar meer op industriële textieltoepassingen (zelfs in de ruimtevaart), kunstgras en chemische producten. Terwijl vrijwel de gehele Twentse textielindustrie ten onder gegaan is, bestaat de firma Ten Cate nog steeds (2014)

Het archief van H.E. ten Cate gaat over de periode 1815 - 1952, waarbij opgemerkt dient te worden dat de belangrijke archiefbescheiden uit de periode 1892 - 1944 stammen. Dit dekt ongeveer het werkzame leven van de archiefvormer H.E. ten Cate (1868 - 1955). Het is aannemelijk dat H.E. ten Cate, die medefirmant van de firma H. ten Cate Hzn. & Co was, allerlei documenten over zijn eigen bezigheden binnen de firma en over de firma als geheel bewaard heeft.
Belangrijk om te vermelden is dat in het Historisch Centrum Overijssel ook het fabrieksarchief van H. ten Cate Hzn. & Co aanwezig is met veel (handels) correspondentie. Dit archief beslaat de periode 1873 - 1953. Er is een plaatsingslijst van dit archief maar geen inleiding. De inventaris van dat archief is te raadplegen in het HCO ( of op www.archieven.nl: toegangsnummer HCO 0167.1). In het HCO is ook een gedetailleerd boek over de firma te raadplegen: 'Geschiedenis van een Overijsselse Textielfabriek: H. ten Cate Hzn. & Co', auteur
Mr. G.J. ter Kuile.
De omvang van het archief is 0,60 meter. Er is geen overeenkomst van inbewaargeving of schenking opgemaakt.De archiefbescheiden zijn openbaar.
Inventaris
1. Aandeelhouders en firmanten
2. Financiën
3. Gebouwen
4. Personeel
6. Documentatie
Kenmerken
Datering:
1815 - 1952
Omvang archiefblok:
1 m
Toegang:
Inventaris van het archief van H.E. ten Cate, firmant van de firma H. ten Cate Hz. & Co., 1815 - 1952, Zwolle (2014).
Openbaarheid:
Het archief is openbaar.
Categorie:
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS