Uw zoekacties: Protestants-Christelijke Pedagogische Academie voor het Basi...
x0976 Protestants-Christelijke Pedagogische Academie voor het Basisonderwijs 'Comenius' en rechtsvoorgangers ( Historisch Centrum Overijssel (HCO) )
Uitleg bij archieftoegang

Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief.

Een archieftoegang bestaat over het algemeen uit de navolgende onderdelen:

• Kenmerken van het archief
• Inleiding op het archief
• Inventaris of plaatsingslijst
• Eventueel bijlagen

De kenmerken van het archief zijn o.m. de omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid en andere.

De inleiding op het archief bevat interessante informatie over de geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer en kan ook aanwijzingen voor het gebruik bevatten.

De inventaris of plaatsingslijst is een hiërarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken. De beschrijvingen zijn formeel en globaal. Het lezen en begrijpen van een inventaris behoeft enige oefening en ervaring.

Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiërarchie gevolgd. De rubrieken in de inventaris maken deel uit van de beschrijving op een lager niveau. Komt de zoekterm in een hoger niveau voor, dan voldoen onderliggende niveaus ook aan de zoekvraag.

0976 Protestants-Christelijke Pedagogische Academie voor het Basisonderwijs 'Comenius' en rechtsvoorgangers ( Historisch Centrum Overijssel (HCO) )
Zoek in deze inventaris
>
Zoektermen
 
 
Inleiding
De tweespalt tussen Gereformeerden en Hervormden in Nederland aan het einde van de vorige eeuw (de Doleantie) heeft zich ook binnen het bijzonder onderwijs doen gelden. Van de op initiatief van Groen van Prinsterer opgerichte inter-kerkelijke 'Vereeniging van Christelijk Nationaal Schoolonderwijs' (CNS, 1860) scheidde zich in 1890 een groep Hervormden af die het 'Christelijk Volks Onderwijs' (CVO) oprichtten. Hervormde predikanten beijverden zich om plaatselijke afdelingen van het CVO op te richten. In Zwolle legde (gast)dominee J.J. van Noort de basis voor de oprichting van de Zwolse afdeling. Na zijn oproep in een preek op 9 februari 1896 was de afdeling Zwolle van het landelijke Christelijk Volks Onderwijs een feit *  . In 1898 opende de eerste Zwolse CVO-school, een bewaarschool (kleuterschool), in evangelisatiegebouw de Dageraad haar deuren. In 1900 waren de financiën rond voor de opzet van een MULO (de Marnixschool, 1902) aan de Korte Kamperstraat en de lagere school (de Oranjeschool, 1902) aan de Jufferenwal. In die dagen was bijzonder onderwijs nog niet financieel gelijkgesteld aan openbaar onderwijs.
Voor de financiering was men afhankelijk van collectes, donaties en leningen. In het jaar 1905 kocht het bestuur van CVO Zwolle een perceel grond in de nieuwe wijk Assendorp met het plan ook hier een school te bouwen: de Koningin Wilhelminaschool. Al vanaf 1903 leidde de MULO (de Marnixschool) leerlingen op voor het staatsexamen voor onderwijzer. Misschien lag hierin de reden dat het initiatief tot de oprichting van de Hervormde Kweekschool niet door de CVO-afdeling Zwolle werd genomen, maar door het landelijk bestuur. Vanaf 1907 waren er al drie Hervormde Kweekscholen opgericht, te Rotterdam, Amsterdam en Utrecht. In 1909 nam het landelijk hoofdbestuur een deel van de in Assendorp aangekochte grond over, omdat het de afdeling Zwolle aan financiële middelen ontbrak. Architect M. Meijerink ontwierp de 'twee onder één kap' school aan het Assendorperplein, waarin de Koningin Wilhelminaschool en de Hervormde Kweekschool gevestigd werden. Onder de 26 personen die door middel van een lening tegen een vaste lage rente geld ter beschikking hadden gesteld bevond zich slechts één Zwollenaar...
Het startkapitaal bedroeg fl. 25.000. De aflossing vond onregelmatig en bij loting plaats. De Koningin Wilhelminaschool opende in het najaar van 1909, de Hervormde Kweekschool op 30 april 1910. Als stagescholen voor de kwekelingen werden de Koningin Wilhelminaschool en de MULO 'de Marnixschool' aangewezen. In de beginjaren was de toeloop van leerlingen teleurstellend. Zelfs zo teleurstellend dat opheffing van de school dreigde. Vanaf 1919 beschikte men over een eigen studiefonds, waardoor ook voor minder draagkrachtigen uit de regio de opleiding financieel haalbaar werd. Een piek in het leerlingenaantal werd bereikt begin jaren dertig. Het hoofdbestuur van het CVO concludeerde in 1924 dat de lening van fl. 25.000 op fl. 6.000 na was afgelost. Om overschotten op de rekening te voorkomen, die de rijkssubsidie zouden doen verlagen, werd de Hervormde Kweekschool verzelfstandigd van het CVO hoofdbestuur. In 1926 werd de 'Vereniging tot instandhouding van de in 1910 door de Vereniging van Christelijk Volksonderwijs opgerichte Hervormde Kweekschool te Zwolle' opgericht. Het schoolgebouw bleef eigendom van het CVO hoofdbestuur, dat hiervoor een flinke huur vroeg zodat de rijkssubsidie niet in gevaar kwam. Feitelijk was het oprichten van de vereniging een administratieve ingreep; het hoofdbestuur van CVO koos het schoolbestuur van de nieuwe vereniging en bleef evenals voorheen de jaarlijkse rekeningen goedkeuren. De crisis van de jaren dertig werkte ook door in het onderwijs. In 1932 werd van de fl. 2600,- die men van het ministerie aan beurzengeld ontving fl. 1900,- geschrapt, plus dat het aantal schooljaren van vier naar drie werd teruggebracht. Begin jaren dertig richtten oud-kwekelingen 'de oud- kwekelingen bond' op en hielden contact met elkaar via de vereniging. De bond werd opgeheven in 1968.
In 1942 werd het CVO geliquideerd en de bezittingen verbeurd verklaard. Dus ook het gebouw aan het Assendorperplein. De N.S.B. als liquidateur was echter niet gerechtigd de huurovereenkomst van het kweekschoolbestuur met het CVO te ontbinden en moest die overnemen. Alleen was het kweekschoolbestuur niet meer zo stipt met het betalen van de huur als voorheen. Tijdens de bezetting werd het gebouw drie maal enige tijd gevorderd. Van september 1944 tot september 1945 heeft het onderwijs stilgelegen. Na de bevrijding kwam het gebouw in gebruik bij de Britse strijdkrachten. Onderwijs werd weer in het gebouw gegeven vanaf oktober 1945. Het toenmalige gebrek aan onderwijzers werd opgevangen door vervroegd gepensioneerden, gehuwde vrouwen en door het geven van spoedcursussen. Deze eenjarige stoomcursus voor HBS-ers en Gymnasiasten startte in 1947/1948. In 1950 werd ook nog een 'demobilisantencursus' gegeven. In 1952 vond de invoering van de kweekschoolwet plaats. In plaats van onder het lager onderwijs viel de school voortaan onder het voortgezet onderwijs. Voor de organisatie van de opleiding hield dit in dat er drie leerkringen ontstonden, die tezamen vijf jaren telden. MULO leerlingen doorliepen alle drie de leerkringen. HBS, MMS en Gymnasium leerlingen doorliepen alleen de laatste twee leerkringen, waardoor de opleiding voor hen drie-jarig was. In verband hiermee ontstond een grotere toeloop van het aantal leerlingen.
In 1953 stelde het ministerie van O & W zich garant voor de voor nieuwbouwplannen benodigde lening van rond de 600.000 gulden. Deze door architect H. Meyerink ontworpen nieuwbouw aan de Ten Oeverstraat werd in 1957 in gebruik genomen. Reeds in 1960 bleek het nieuwe gebouw alweer te klein. Nieuwe uitbreidingsplannen werden beraamd. Door de inwerkingtreding van de Mammoet-wet (Wet op het Voortgezet Onderwijs) in 1968 werd de Hervormde Kweekschool omgevormd tot de Christelijke Pedagogische Academie. (CPA). Voor de inrichting van het onderwijs had dit de nodige veranderingen in petto. De zogenaamde eerste leerkring werd omgezet in de 'Havo-kop' (Havo 4 en 5). Ook de inrichting van de stichting werd gewijzigd. Per 1-1-1969 werd de Stichting Kweekschoolbelangen in het leven geroepen, waarin alle activa en passiva van de vereniging die buiten de rijkssubsidieregeling vielen alsmede het studiefonds werden ondergebracht. Jaarstukken van vereniging en stichting werden gezamenlijk als één stuk ingediend. Uiteindelijk had dit alles ook een naamsverandering tot gevolg: In 1973 werd de Hervormde Kweekschool een Christelijke Pedagogische Academie voor het Basisonderwijs (PABO), die als snel de naam 'Comenius-academie' kreeg. De jaren tachtig brachten nieuwe veranderingen. Als gevolg van verdere reorganisatieplannen van de Rijksoverheid met betrekking tot het onderwijs moesten opleidingen voor kleuterleidsters worden opgenomen binnen de PABO's. In 1983 vond dan ook de fusie plaats tussen de Zwolse PABO 'Comenius' en de Christelijke Opleiding voor Kleuterleidsters (COK) te Zwolle. Directeur A.W. Langendoen leidde de besprekingen met de COK. Daarnaast stond de fusie in het kader van de nota Schaalvergroting, Taakverdeling en Concentratie (STC) op stapel. In augustus 1986 ging de PABO 'Comenius' op in de sector Hoger Pedagogisch Onderwijs (HPO) van de Christelijke Hogeschool Windesheim te Zwolle.
1. Verantwoording van de inventarisatie
Inventaris
Kenmerken
Datering:
1909 - 1986
Omvang archiefblok:
10,12 m
Toegang:
Andreas, M., Inventaris van de archieven van de Protestants-Christelijke PABO "Comenius" en rechtsvoorgangers te Zwolle, 1909 - 1986, Zwolle (1995).
Bijzonderheden:
Oud: SA018.
Openbaarheid:
Stukken betreffende nog levende personen zijn niet openbaar..
Categorie:
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS