Uw zoekacties: Kuile, collectie Ter
x0278 Kuile, collectie Ter ( Historisch Centrum Overijssel (HCO) )
Uitleg bij archieftoegang

Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief.

Een archieftoegang bestaat over het algemeen uit de navolgende onderdelen:

• Kenmerken van het archief
• Inleiding op het archief
• Inventaris of plaatsingslijst
• Eventueel bijlagen

De kenmerken van het archief zijn o.m. de omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid en andere.

De inleiding op het archief bevat interessante informatie over de geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer en kan ook aanwijzingen voor het gebruik bevatten.

De inventaris of plaatsingslijst is een hiërarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken. De beschrijvingen zijn formeel en globaal. Het lezen en begrijpen van een inventaris behoeft enige oefening en ervaring.

Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiërarchie gevolgd. De rubrieken in de inventaris maken deel uit van de beschrijving op een lager niveau. Komt de zoekterm in een hoger niveau voor, dan voldoen onderliggende niveaus ook aan de zoekvraag.

0278 Kuile, collectie Ter ( Historisch Centrum Overijssel (HCO) )
Zoek in deze inventaris
>
Zoektermen
 
 
Inleiding
De collectie Ter Kuile is in verscheidene stukken aan het Rijksarchief in Overijssel geschonken door mr. G.J. ter Kuile sr. en zijn nabestaanden.
De eerste schenking vond plaats in 1920. De stukken werden beschreven in de Verslagen omtrent 's Rijks Oude Archieven (VROA) van 1921 *  , tweede deel, en wel in twee bijlagen. Bijlage I behelsde de stukken zonder veel onderling verband, bijlage II de stukken betreffende de familie Sloet tot Warmelo en geparenteerden. Samen met aanwinsten uit andere bron uit de jaren 1939 en 1954 zijn de door Ter Kuile gegeschonken archivalia Sloet voort gaan leven als Sloet VI in de reeks van (fragment-)familiearchieven Sloet. Om onnaspeurlijke redenen werd het hierna volgende nr. 53 niet daarbij gevoegd, maar ondergebracht bij de in bijlage I van VROA 1921 II beschreven stukken, alle betrekking hebbend op Overijssel, die bekend bleven als collectie Ter Kuile. In 1949 verscheen de tweede aanwinst, die, zij het slechts gedeeltelijk, werd beschreven in de VROA 1949 *  . In 1953 en 1954 volgden nog kleinere aanwinsten, die in de verslagen van die jaren globaal werden beschreven *  . In 1957 werd daaraan nog een omslag kranteknipsels toegevoegd, vermoedelijk verzameld door G.J. ter Kuile sr.. Als aanwinst werd dit niet geboekt.
Op een niet meer te achterhalen tijdstip, mogelijk ook in verschillende afleveringen arriveerde een bestand niet-Overijsselse stukken, dat nooit als aanwinst is geboekt en nimmer werd beschreven. Dorsale aanduidingen zouden erop kunnen wijzen, dat het in de bedoeling heeft gelegen, deze stukken te verspreiden over andere archiefdiensten, maar zo dit voornemen al heeft bestaan, uitgevoerd is het blijkbaar nooit.
Uit het zo opgebouwde bestand is ook vervreemd. Een in 1949 aangeworven charter werd nog datzelfde jaar overgedragen aan het gemeente-archief van Ootmarsum, terwijl in 1953 twee stukken onmiddellijk werden doorgeleid aan G.A. Deventer en het gemeentebestuur van Almelo * 
G.J. ter Kuile jr. bracht in 1963 twee stukken over naar het huisarchief Wegdam, dat hij toentertijd inventariseerde *  . Dit huisarchief berust thans op kasteel Weldam bij Goor. Twee (achter-)leenregisters en enkele stukken uit de collectie Ter Kuile werden geplaatst bij de Collectie Leenkamers *  . Tenslotte werden in 1982 bij een ruil met het gemeentearchief Zwolle verscheidene stukken aan die instelling overgedragen *  .
Van de collectie, zoals die ten Rijksarchieve bleef bestaan, bleef de ontsluiting gehandhaafd op het hiervoor beschreven matige peil. Toen de collectie op het programma kwam voor de speciale berging van de charters, leek het aanbevelingswaardig, eerst alle gedeelten geintegreerd te beschrijven. Het resultaat gaat hierbij. De beschrijvingen zijn gerangschikt in chronologische volgorde, omdat er over de herkomst en samenhang van de stukken maar uitermate weinig bekend is. Bij elk der beschrijvingen is een verwijzing aangebracht naar de onderscheiden oude toegangen in de VROA *  . De onbeschreven stukken van de aanwinst 1949 zijn aangegeven als "1949 onbeschreven", en de niet-Overijsselse archivalia, die op een onbekend tijdstip zijn binnengekomen, als "aanwinst onbekend". Bij nr. 156 is het jaar van de ongeregistreerde aanwinst, 1957, vermeld.
Alleen van de nrs. 30 en 112 van de hierna volgende lijst is rechtstreeks iets over de herkomst van het stuk bekend. Deze twee gegevens zouden een aanwijzing kunnen vormen, dat in de collectie Ter Kuile een deel van de collectie Hattink is opgenomen *  . Van nrs. 3 en 4 kon daarover langs indirecte weg nog iets worden achterhaald. Bij de aanwinst van 1921 werd echter een memorandum aangetroffen van de bekende Twentse vorser C.J. Snuif aan J. Geesink, toentertijd medewerker van het Rijksarchief. Snuif uit daarin zijn spijt, dat groepen stukken van de collectie Ter Kuile definitief zijn losgerukt van de bestanden waartoe zij hoorden. Gezien het feit, dat Snuif zelf op overeenkomstige wijze te werk ging, zijn zijn krokodillentranen over dit geval niet zeer ontroerend. Gelukkig somt Snuif de bestanden van herkomst op, zodat in de collectie Ter Kuile toch enige "clusters" zouden kunnen worden ontwaard. Zonder op volledigheid of onaanvechtbaarheid aanspraak te maken, geef ik enkele veronderstellingen over de samenhangen van de stukken in de collectie Ter Kuile, uitgaande van Snuifs mededelingen. Een eerste cluster noemt Snuif de stukken afkomstig van Van Hoevell tot Nijenhuis, "eerder op Spijkerboor" berustend, waartoe hij rekent de archivalia Von Heijden en Van Beckem.
Dit laatste betreft de hierna volgende nrs. 10, 12-14, 17, 18, 20, 27, 76, 109, 131 en 141. Waarom Snuif de archivalia Von Heijden (nrs. 21, 23, 30, evt. 83, 137) hierbij vermeldt, blijft tot dusver raadselachtig. Stukken De Rode van Heeckeren en Van Limborch (nrs. 1, 19, 22, 25, 26, 29, 32 en 56) kunnen via de connectie Peckedam *  eveneens tot deze cluster worden berekend. Ter Kuile's beschouwingen over de havezathe Nijenhuis *  geven aanleiding voor de veronderstelling dat ook de onderling samenhangende stukken Smullingh/Van Lintelo (nrs. 15, 24, 45) tot deze cluster behoren. In dezelfde verhandeling komt tevens de naam Boers voor, die enige verdenking wekt, dat er een verder verband kan worden geconstrueerd met de stukken Boursse en de daarmee samenhangende Vleutense stukken (nrs. 43, 46, 51, 57, 62, 69, 73, 75, 88, 90, 91, 93, 98, 99, 110). Ter Kuile's mededelingen over het verloren archief Nijenhuis geven dan reden tot de gedachte, dat hij bij zijn onderzoekingen is gestoten op een afgedwaald bestanddeel van dat archief. Waar en hoe, zal wel voorgoed een raadsel blijven.
Snuifs vermelding "Spijkerboor" levert vooralsnog geen aanknopingspunten op.
Snuifs tweede cluster zijn de Bormese stukken, die hij aanduidt als behorend tot het archief Weleveld, in bezit van de familie Dikkers. Dit archief is later overgebracht naar het RAO en geïnventariseerd *  . Onderlinge verbanden zijn waarneembaar tussen de nrs. 33, 34, 39, 54, 63, 70, 74, 81, 84, 92, 94, 95, 96, 97, 101, 107, 113, 115-116. Op basis van eerder genoemde inventaris, kunnen de "Almelose" stukken (nrs. 52, 78, 139), "Hengelose" stukken (nrs. 105, 135), de stukken via connectie Van Ittersum (nrs. 51, 82, 114, 128, 143), Van Eeschede (nrs. 8, 64, 67, 102).
Rhaan (106), Stoevelaar (nr. 85) en Tubbergen (nr. 80) wellicht ook met deze cluster in verband worden gebracht, *  . Ook een connectie naar de stukken Van Reede/Saasfelt (nr. 58, 104, 121) kan niet worden uitgesloten. Hoewel de verbanden met het huisarchief Weleveld maar al te duidelijk zijn, geeft Snuif aan dat Ter Kuile de stukken elders heeft aangetroffen. Ook hier zal de vindplaats wel voorgoed onbekend blijven.
Snuif signaleert voorts enkele stukken behorend tot de verzameling Van Loen en postuleert een verband met de verzameling Jordens van de VORG. Het blijft onduidelijk welke stukken hij bedoeld heeft. Snuif associeert voorts de nrs. 3 en 4 met de verzameling Van Beverforde en als zodanig deel uitmakend van een "legaat Engels"; als zodanig postuleert hij ook voor deze een verbinding met de verzameling Jordens. Op welke relaties Snuif duidt bij deze vermeldingen is niet duidelijk, evenmin als de verhouding tussen zijn mededelingen en hetgeen in het NB bij de nrs. 3 en 4 is aangegeven. Tenslotte signaleert Snuif nog stukken afkomstig van de Muierts van Backenhage, die in relatie zouden staan met archivalia, welke mw. Mulert tot Odink en Mallum eerder aan de Oudheidkamer Twenthe overdeed. Hierboven werd al betoogd, dat ook een relatie van deze stukken (nrs. 81, 92, 101, 123) naar Weleveld te leggen is. Onderlinge verbanden zijn verder zichtbaar of denkbaar tussen:
- nrs. 28, 38, 50 (Van der Beeck)
- nrs. 40, 42, 55, 66 ('s-Gravenmoer)
- nrs. 59, 65, 77, 119, 124, 127, 129, 134, 140, 144 (Nijkerk)
- nrs. 40, 42, 55, 66 (Utrecht)
- nrs. 7, 72 (Parkeier) eventueel met 103 (Twello)
Deze aanduidingen van mogelijke verbanden blijven maar zeer voorlopig. Het volgen van vermoedens en bewijzen van verbindingen zou verhoudingsgewijs teveel tijd vergen om verantwoord te kunnen worden. En daaruit vloeit als vanzelf de gedachte voort, hoe schadelijk het is wanneer archivalia zonder registratie van hun vindplaats tot omzwervingen worden gedoemd.
Intussen poogt de navolgende chronologische lijst van beschrijvingen tenminste de inhoud van de collectie Ter Kuile voor de vergetelheid te behoeden. De stukken geven daartoe ook alle aanleiding.
H.H.J. 29-11-'83
Inventaris
Kenmerken
Datering:
1400 - 1957
Omvang archiefblok:
1 m
Toegang:
Kuile, G.J. ter, A.J. Mensema, Inventaris collectie Ter Kuile. Met aanvulling 1986 door A.J. Mensema, 1400 - 1957 (1986).
Bijzonderheden:
Bevat stukken van zeer verschillende aard, verzameld door mr. G.J. ter Kuile sr..
Openbaarheid:
Het archief is openbaar.
Categorie:
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS