Uw zoekacties: Landgericht Diepenheim
x0047.1 Landgericht Diepenheim ( Historisch Centrum Overijssel (HCO) )
Uitleg bij archieftoegang

Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief.

Een archieftoegang bestaat over het algemeen uit de navolgende onderdelen:

• Kenmerken van het archief
• Inleiding op het archief
• Inventaris of plaatsingslijst
• Eventueel bijlagen

De kenmerken van het archief zijn o.m. de omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid en andere.

De inleiding op het archief bevat interessante informatie over de geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer en kan ook aanwijzingen voor het gebruik bevatten.

De inventaris of plaatsingslijst is een hiërarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken. De beschrijvingen zijn formeel en globaal. Het lezen en begrijpen van een inventaris behoeft enige oefening en ervaring.

Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiërarchie gevolgd. De rubrieken in de inventaris maken deel uit van de beschrijving op een lager niveau. Komt de zoekterm in een hoger niveau voor, dan voldoen onderliggende niveaus ook aan de zoekvraag.

0047.1 Landgericht Diepenheim ( Historisch Centrum Overijssel (HCO) )
Zoek in deze inventaris
>
Zoektermen
 
 
Inleiding
Het grondgebied van het landgericht Diepenheim kwam ongeveer overeen met dat van de tegenwoordige gemeente. *  Diepenheim wordt voor het eerst *  vermeld in een goederenlijst van graaf Hendrik van Dalen d.a. 1188 *  , waarin deze graaf wordt aangeduid als "fundator castri in Depenhem", maar noch uit deze lijst noch uit latere gegevens blijkt duidelijk hoe de staatsrechtelijke positie van Diepenheim toen was. Graaf Hendrik blijkt daar en elders in Overijssel vele goederen en rechten te bezitten maar van jurisdictie te Diepenheim wordt niet gesproken hoewel er wel jurisdictie te Heumen ter sprake komt. Ook in de acte van 17 januari 1331 *  , waarin de nazaten van graaf Hendrik "die heerscapye ende die boerch" van Diepenheim als een vrij eigen goed overdragen aan de bisschop van Utrecht, wordt geen jurisdictie aldaar vermeld. * 
Het lijkt daarom niet gewaagd aan te nemen, dat zij daar geen rechtspraak bezaten, ten minste geen hoge rechtspraak. *  En aangezien de bisschop na 1331 die rechtspraak wel blijkt uit te oefenen *  , moeten we wel aannemen, dat hij dat voordien ook deed. Maar hoe en wanneer de bisschop van Utrecht zijn gezag te Diepenheim heeft verworven, blijft verder bij gebrek aan gegevens duister. In elk geval was het in vroeger en later tijd een afzonderlijk gebied, dat niet tot het drostambt Twente werd gerekend, maar dat een eigen drost had *  sedert 1547 in vereniging met Haaksbergen. *  . De oudste richter van Diepenheim, waarvan de naam bewaard bleef, is Johan van Elden, voor wie in 1405 een ontroerend goed werd getransporteerd, zoals blijkt uit een acte, welke is bewaard in het archief van de abdij Ter Hunnepe. * 
Hoe zijn bevoegdheden zich in die tijd verhielden tot die van de ambtman (drost) van Diepenheim is niet duidelijk, omdat de laatste in de 14e en tot ver in de 15e eeuw ook bij volontaire gerichtshandelingen optreedt. *  De richter wordt vóór de 16e eeuw dan ook maar zelden vermeld. Hoewel de plaats Diepenheim in de middeleeuwen en later een bestuurlijke organisatie had, die deed denken aan die van een stad, is het bij gebrek aan gegevens zeer moeilijk uit te maken of zij ooit stadsrecht heeft gehad. In elk geval bezat het stadsbestuur althans in later tijd geen rechtspraak en heeft die waarschijnlijk ook nooit bezeten. *  Een aanwijzing daarvoor kan ook zijn, dat Johan van Elden in de bovengenoemde acte zichzelf aanduidt als richter "in Depenhem".
Toen en zeker in later tijd behoorde Diepenheim zelf ook tot zijn ambts gebied. Het landgericht Diepenheim heeft bestaan tot 1 maart 1811, toen het ingevolge de keizerlijke decreten van 18 oktober 1810 *  en van 6 januari 1811 *  tegelijk met alle andere toen in ons land bestaande rechterlijke college's werd opgeheven. Het archief werd overgebracht naar de Rechtbank van Eersten Aanleg te Almelo *  , de latere Arrondissementsrechtbank, vanwaar het in 1880 tegelijk met de archieven van andere Twentse rechts college's werd overgebracht naar het Rijksarchief in Overijssel. *  . Het archief is weinig gaaf bewaard. De series protocollen vangen aan in 1658 maar vertonen na die tijd nog verschillende hiaten. Sommige archivalia, die thans verloren zijn, moeten nog in 1811 aanwezig zijn geweest, onder anderen twee protocollen van vrijwillige gerichtshandelingen, van 1640-1671 en van 1705-1746. Deze protocollen worden nog vermeld in de inventaris, die na de opheffing van het gericht in 1811 werd vervaardigd en die wordt bewaard bij het proces verbaal van ontzegeling. * 
Merkwaardig is het geringe aantal processtukken, daterende van na 1780, dat is bewaard. De inventaris van 1811 vermeldt er niet meer dan thans zijn bewaard, dus als er meer stukken zijn geweest, moeten die toen reeds ontbroken hebben.
Inventaris
2. Volontaire zaken
3. Contentieuze zaken
5. Concordans
Kenmerken
Datering:
1658 - 1811
Omvang archiefblok:
3,85 m
Toegang:
Eijken, E.D., Inventaris van het rechterlijk archief van het landgericht Diepenheim, 1658 - 1811, Zwolle (1966).
Openbaarheid:
Het archief is openbaar.
Categorie:
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS