Uw zoekacties: Familiearchief Alewijn, 1700 - 1800
x1371 Familiearchief Alewijn, 1700 - 1800 ( Waterlands archief, Centrum voor Regionaal Historisch Onderzoek )
Uitleg bij archieftoegang

Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief.

Een archieftoegang bestaat over het algemeen uit de navolgende onderdelen:

• Kenmerken van het archief
• Inleiding op het archief
• Inventaris of plaatsingslijst
• Eventueel bijlagen

De kenmerken van het archief zijn o.m. de omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid en andere.

De inleiding op het archief bevat interessante informatie over de geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer en kan ook aanwijzingen voor het gebruik bevatten.

De inventaris of plaatsingslijst is een hiërarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken. De beschrijvingen zijn formeel en globaal. Het lezen en begrijpen van een inventaris behoeft enige oefening en ervaring.

Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiërarchie gevolgd. De rubrieken in de inventaris maken deel uit van de beschrijving op een lager niveau. Komt de zoekterm in een hoger niveau voor, dan voldoen onderliggende niveaus ook aan de zoekvraag.

1371 Familiearchief Alewijn, 1700 - 1800 ( Waterlands archief, Centrum voor Regionaal Historisch Onderzoek )
Zoek in deze inventaris
>
Zoektermen
 
 
Inleiding
De familie Alewijn was in de zeventiende en achttiende eeuw een vooraanstaande familie van kooplieden en bestuurders te Amsterdam die daarnaast een belangrijke rol heeft gespeeld in de geschiedenis van de Beemster. Van 1630 tot 1817 hebben leden van de familie Alewijn functies bekleed in het polderbestuur van de Beemster.
De familie gaat terug op een Middeleeuwse voorvader Gerard Alewijn, schildknaap, die in 1322 enige goederen in leen ontving van graaf Willem III. Voor het familiearchief valt echter als stamvader Dirck Alewijn (1571-1637) aan te wijzen. Hij was lakenkoopman in Amsterdam, samen met zijn zwager Balthasar Jacot. *  Hij woonde eerst in de Warmoesstraat in 'Het gulden Hooft' dat hij in 1604 voor fl. 13.000 had gekocht en verhuisde later naar de Herengracht in het huis 'De Sonnewijser'. *  In 1631 werd hij met zijn tweede vrouw aangeslagen voor fl. 325.000. Een groot deel van zijn vermogen belegde hij in grondbezit in de Beemster. Sedert 1623 kocht hij aanzienlijke hoeveelheden land in de nieuwe droogmakerij. *  In 1630 werd hij tot hoofdingeland verkozen.
Zijn oudste zoon Frederick Alewijn (1603-1665) werd in 1639 hoofdingeland van de Beemster. Hij verdeelde met zijn broer Abraham de landerijen van hun vader. Abraham verkreeg daarbij de hofstede aan de Volgerweg (BK7). Ook hij kwam, evenals zijn zoon en kleinzoon, in het Beemster polderbestuur; van deze tak zijn echter in het familiearchief geen stukken gevonden. Frederick Alewijn kocht nog meer land, waaronder de PK24-25-26 *  . Op deze kavels aan de Zuiderweg liet hij in 1642 de buitenplaats Vredenburgh bouwen, naar een ontwerp van Pieter Post. *  Door zijn tweede huwelijk met Eva Bicker trad hij toe tot de hoogste kringen in Amsterdam. In 1657 werd hij tot raad in de vroedschap van Amsterdam gekozen. *  Zijn vermogen wordt geschat op fl. 265.000. * 
Zijn enige zoon Dirk Alewijn (1644-1687) trouwde met zijn nicht Agatha Bicker. In Amsterdam bekleedde hij slechts de functie van kerkmeester. Hij werd in 1676 hoofdingeland van de Beemster. Zijn vermogen werd in 1674 geschat op fl. 250.000. * 
Oudste zoon Frederik Alewijn (1676-1724) bracht het tot schepen van Amsterdam in 1714. *  Hij was eigenaar van de hofstede Vredenburgh en werd in 1720 hoofdingeland van de Beemster. Hij overleed na een lang ziekbed in 1724. Bij testament legateerde hij Vredenburgh aan zijn jongere broer mr. Dirk Alewijn. * 
Deze mr. Dirk Alewijn (1682-1742) was in 1720 schepen van Amsterdam. In datzelfde jaar werd hij benoemd tot dijkgraaf van de Beemster. In 1735 trad hij toe tot de vroedschap van Amsterdam. Hij kocht in 1739 voor fl. 13.000 een huis aan de westzijde van de Herengracht bij de Leliegracht. Zijn weduwe, Bregje Loten, werd in 1742 voor de Personele Quotisatie aangeslagen voor een jaarinkomen van fl. 9-10.000. Zij had 7 dienstboden, een buitenplaats, een koets met twee paarden en het huis werd geschat op een huurwaarde van fl. 1900. *  De oudste zoon, Dirk Alewijn (1719-1757) verkreeg de hofstede 'De Meermin' in de Beemster (kavel BK75). Hij was hoofdingeland van de Beemster vanaf 1742, schepen van Amsterdam in 1757 en bewindhebber van de VOC kamer Amsterdam in 1756. Uit zijn huwelijk met Jacoba Ortt van Nijenrode werd slechts een jong overleden dochter geboren. * 
De jongste zoon van de dijkgraaf, mr. Frederik Alewijn (1737-1804), trad in zijn vaders voetspoor. Hij werd in 1757 hoofdingeland van de Beemster en na de dood van zijn vaders opvolger dijkgraaf Balthasar Coymans werd hij in 1759 benoemd tot dijkgraaf van de Beemster. Hij bleef in functie tot de omwenteling in 1795 en was daarmee de op één na langstzittende dijkgraaf van het Ancien Regime. In 1804 werd hij in zijn functie hersteld doch hij overleed op 10 november van dat jaar op zijn buitenplaats Vredenburgh waar hij de laatste jaren van zijn leven permanent woonde. In 1767 kwam hij in de Amsterdamse vroedschap. Hij werd er tweemaal tot burgemeester gekozen, in 1789 en 1793. Sedert 1772 was hij bewindhebber van de VOC kamer Amsterdam. Hij trouwde tweemaal een uit het Haarlemse patriciaat afkomstige vrouw: eerst in 1758 met Susanna Christina Huygens, en ten tweede in 1768 met Barbara Maria Fabricius. *  Uit zijn tweede huwelijk werden oa. twee zoons geboren. De oudste was mr. Willem Alewijn (1769-1839), die in 1791 hoofdingeland van de Beemster werd. Bij Koninklijk Besluit van 16-9-1815 werd hij in de adelstand verheven. Zijn jongere broer mr. Frederik Alewijn (1775-1817) verhuisde naar Hoorn waar hij in 1799 trouwde met Margaretha Christina Opperdoes, dochter van mr. Pieter Opperdoes, raad en burgemeester van Hoorn. Hij erfde de buitenplaats Vredenburgh van zijn vader en werd in 1804 dijkgraaf van de Beemster. Hij woonde afwisselend in Hoorn en in de Beemster en overleed op Vredenburgh. Na zijn dood werden de Beemster landerijen verkocht, waarna Vredenburgh in 1819 werd gesloopt. * 
1. Het archief
Inventaris
Kenmerken
Plaats:
Beemster
Omvang:
1,15
Depot:
Depot 4e etage
Stelling:
1/3/1
Citeerinstructie:
Bij het citeren in annotatie en verantwoording dient het archief tenminste eenmaal volledig en zonder afkortingen te worden vermeld. Daarna kan worden volstaan met verkorte aanhaling.
VOLLEDIG:
Waterlands Archief, Purmerend. Toegang 1371 Familiearchief Alewijn, 1700 - 1800
VERKORT:
NL-PmWA 1371
Categorie:
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS