Uw zoekacties: Stad Purmerend, (1275) 1578-1813 (1824)
x0054 Stad Purmerend, (1275) 1578-1813 (1824) ( Waterlands archief, Centrum voor Regionaal Historisch Onderzoek )
Uitleg bij archieftoegang

Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief.

Een archieftoegang bestaat over het algemeen uit de navolgende onderdelen:

• Kenmerken van het archief
• Inleiding op het archief
• Inventaris of plaatsingslijst
• Eventueel bijlagen

De kenmerken van het archief zijn o.m. de omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid en andere.

De inleiding op het archief bevat interessante informatie over de geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer en kan ook aanwijzingen voor het gebruik bevatten.

De inventaris of plaatsingslijst is een hiërarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken. De beschrijvingen zijn formeel en globaal. Het lezen en begrijpen van een inventaris behoeft enige oefening en ervaring.

Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiërarchie gevolgd. De rubrieken in de inventaris maken deel uit van de beschrijving op een lager niveau. Komt de zoekterm in een hoger niveau voor, dan voldoen onderliggende niveaus ook aan de zoekvraag.

0054 Stad Purmerend, (1275) 1578-1813 (1824) ( Waterlands archief, Centrum voor Regionaal Historisch Onderzoek )
Zoek in deze inventaris
>
Zoektermen
 
 
Inleiding
Toen Waterland nog een leen was van de Persijns, zal Purmerend niet veel betekend hebben. Het staat wel vermeld op de kaart van Hollands Noorderkwartier in 1288, maar deze beeldt, zoals men weet, de zeker vrij aannemelijke maar toch altijd slechts vermoedelijke gedaante van Noord-Holland af.
Volgens v.d. Bergh: Middelnederlandse geographie zou de naam Purmerend voor de eerste maal aangetroffen worden in 1333 en wel in de leenregisters op het Rijksarchief te 's-Gravenhage. De naamsoorsprong van "Purmerend" is duidelijk, de verklaring hoogst eenvoudig en plaatsen, waar dit niet ingewikkeld of duister is, zijn meestal niet van oude herkomst.
De Waterlanders, evenals hun bondgenoten de Kennemers en West-Friezen een woest en onbedwingbaar ras, maakten het hun rechtmatige Heer Jan Persijn zo lastig dat hij, zeker ook om die redenen, al zijn rechten in 1282 verkocht aan Floris V, waardoor de Graaf van Holland toen hun Heer werd. Aanvankelijk hielden Floris en zijn opvolgers het daarmee verworven onmiddellijk gezag vast in handen, maar in afwijking van de politiek van de vroegere graven, werden in de 15e eeuw door de landsheren talrijke heerlijkheden gevestigd, misschien een van de belangrijkste veranderingen welke in Holland optraden.
Die nieuwe richting ging Willem VI uit, toen hij in 1410 Purmerend en Purmerland als ambachtsheerlijkheid in leen gaf aan zijn gunsteling Willem Eggert, raadsheer van Amsterdam, schildknaap en weldra thesaurier van Holland. Wie hij was en welke goede daden hij verricht heeft, kan men vermeld vinden bij dr. P. Scheltema, Aemstels Oudheid deel III.
Purmerend was toen al wat opgekomen: in 1355 werd de aldaar aanwezige kapel tot kerspelkerk verheven. Nu mocht de nieuwe heer er een slot bouwen en dat bracht natuurlijk wat vertier. Hij talmde niet en reeds in 1413 was "Purmersteyn" voltooid. Maar nog veel meer haast had hij gemaakt met de regeling van de rechtspraak voor zijne onderdanen. Op 4 november was hij tot heer verheven en reeds op 28 december 1410 voorzag hij hierin met een handvest. Dit leidde in 1414 tot een overeenkomst tussen de Purmerenders en schout, schepenen en raden van Hoorn betreffende de berechting van wederzijdse burgers. Willem Eggert heeft niet lang kunnen meewerken aan de ontwikkeling van Purmerend, want hij stief op 15 juli 1417 en Jan Eggert, zijn zoon, is misschien slechts met tegenzin in de waardigheid van heer van Purmerend getreden. De edelen konden het maar moeilijk zetten dat Willem Eggert (niet een van hun) tot een dergelijk groot aanzien was gekomen en brachten hun afkeer over op de zoon. Deze was dat spoedig zat, verkocht Purmerend ca. aan zijn zwager ridder Gerrit van Zijl en ging zich vestigen in Gent. Hij sleet daar verder zijn leven en is er ook gestorven.
Wie de verdere heren van Purmerend zijn geweest en wat er voorviel onder hun regering, vindt men uitvoerig vermeld in deze inventaris, zodat daar niet uitgebreid op ingegaan behoeft te worden. Een enkel woord alleen nog over hun woning, het slot Purmersteyn. Dat stond er nog maar kort toen Jan van Beieren bevel gaf dat het afgebroken zou worden. Dit was in de dagen van de felle partijtwisten, toen hij zijn vijand Gerrit van Zijl, de zwager van Willem Eggert en inmiddels eigenaar van het huis, ermee te gronde wilde richten. De steden Monnickendam en Edam moesten het bevel van de graaf uitvoeren en toen zij daar geen haast mee maakten, schreef hij hen in 1421 een aanmaning: zij dienden de volgende dag ermee te beginnen.
Er is niets van gekomen. De strijd luwde wat en bedaarde vrijwel toen Jan van Beieren in 1425 stierf. Het slot is nog ruim driehonderd jaren blijven staan en heeft sinds 1582 tot verblijf gediend van de hoofdofficier, de vertegenwoordiger van de Staten. Hij voerde de titel Kastelein van Purmerend. In 1729 ging het slot over in handen van de Stad, die het verkocht aan een burger. In 1742 werd het bouwvallige slot gesloopt. Afbeeldingen ervan bevinden zich in de atlas van Noord-Holland bij het Rijksarchief in Haarlem, alsmede bij het Streekarchief te Purmerend. Een fraaie ets van Claes Jansz. Visscher treft men aan in Blaeu's Toneel der Steden (1648).
Waarschijnlijk zal de rechtstoestand van Purmerend vóór 1410 niet sterk zijn geweest. Van privilegiën of vrijheden was niet bekend en men zal daar dus wel voornamelijk onder de rechtsbedeling van de bisschop van Utrecht hebben gestaan. Met de verheffing van het dorp tot heerlijkheid kan daar verandering in zijn gekomen en uit de boven reeds aangehaalde omstandigheid, dat Willem Eggert al dadelijk in 1410 de rechtspraak beter regelde, mag men afleiden dat er toen wel wat aan haperde. Het is aannemelijk, naar wat er van de eerste ambachtsheer bekend is, dat hij met zijne onderzaten het beste voor had, maar hij heeft nog slechts enkele jaren geleefd. Na hem was het in Purmerend niet beter of slechter dan elders. In een heerlijkheid stond de bevolking steeds, maar vooral in tot de 18e eeuw, onder de strikte en dikwijls strenge voogdij van de heer. Deze had de rechtsoefening in handen door de benoeming van de leden van de schepenbanken. Ook het halsrecht berustte bij hem en menigeen hing in leven en dood af van zijn genade of ongenade. Aan twisten over willekeur en onrecht of wat men daarvoor aanzag was geen gebrek. Verzet tegen de bevelen van de heer was niet zeldzaam, zoals bij Johan van Montfoort blijkt (zie hierna).
De geestelijke rechtspraak werd in naam van de bisschop van Utrecht uitgeoefend door de proost van Waterland en was laatst geregeld bij het concordaat van 28 februari 1434 tussen hertog Philips van Bourgondië en bisschop Rudolph van Diephout. Of dit altijd toegepast werd in overeenstemming met het handvest van Willem VI van 10 december 1415 betreffende de rechtspraak voor zijn onderdanen in de dorpen van Waterland kan betwijfeld worden wanneer men kennis neemt van de aard van het geschil, in 1473 of misschien reeds vroeger, tussen de inwoners van Purmerend en pastoor Jacob Pit. In 1523 was het zo erg dat de vice-cureit van de kerk van Purmerend met nog een paar geestelijken aldaar bij de Raad van de Keizer klaagden over de last, die de ingezetenen dagelijks bij de geestelijke rechtspraak ondervonden van de provisor en deken van Amsterdam. De benijdenswaardige bewoners van de heerlijkheid zaten dus zowat tussen de hamer en het aambeeld en het voorkomen of vereffenen van moeilijkheden was de taak van de burgerlijke overheid (maar dat lukte niet steeds).
De inrichting van het bestuur van de plaats was hoogst eenvoudig en dat hoefde ook niet anders, want (zo verklaarde Jan van Beieren in 1420): "Purmereyndt sal tot alsulcken recht ende gewoonte staen als die ander ghemeene dorpen van Waterland". Het stond dus voor niet meer dan een dorp te boek en nog wel een, waarvan de naam minder dan honderd jaren bekend was!
Willem Eggert had dit ook in het oog gehouden toen hij 29 december 1410 het bestuur regelde. Er zouden vijf schepenen zijn, gekozen uit de vroedste en redelijkste knapen, die minstens tot 200 pond gegoed moesten zijn. Zij behoorden allen een zegel te hebben en als ze er geen hadden werd gelast om er onmiddellijk een te laten maken. De rechter of schout mocht geen familie zijn van de schepenen. Met hun zessen vormden zij het toenmalige gemeentebestuur van Purmerend. Burgemeesters waren er destijds nog niet, want in een land zonder wegen en bemuurde steden, waarin het ene dorp niet boven het andere was bevoorrecht, kan er weinig te verrichten zijn geweest dan de alledaagse zaken. Men neemt dan ook aan dat het burgemeesterschap, dat hoger aangeschreven staat dan het schepenambt, in het begin van de 15e eeuw op het platteland nog onbekend was.
Burgemeester worden in Purmerend niet voor 1484 vermeld. Dit sluit echter geenszins uit, dat ze er al eerder kunnen geweest zijn. Johan van Egmond is de eerste die hen noemt en wel op 21 april 1484, toen hij Purmerend en Neck voorrechten gaf. Dit hield in dat 31 van de rijkste en notabelste burgers de gehele gemeente zouden regeren (de vroedschap, ook wel de rijkdom genaamd) en enkele goede, rijke, eerbare en notabele mannen burgemeesters zouden zijn. Verder mochten de schepenen (hun aantal wordt niet genoemd) hun rechtsdagen houden in het Gasthuis of het Stadhuis. Het aantal burgemeesters was toen waarschijnlijk twee.
Een regeling, verbetering of wijziging van de manier van aanstelling stond Lamoraal van Egmond op 27 juli 1546 toe. De vroedschap van Purmerend mocht jaarlijks zes van de bekwaamste en notabelste personen kiezen, waaruit de ambachtsheer de beide burgemeesters zou benoemen. In ieder geval waren toen burgemeesters het hoofd van de gemeente of burgerij. In Purmerend beginnen de registers met hun resolutiën in 1577, maar daar zal wel een deel aan vooraf gegaan zijn dat verdwenen is.
Het inmiddels groter geworden Purmerend werd in 1582 zelfstandig verklaard en tot de rang van stemhebbende stad verheven. Het kwam onder het algemene recht en regelde zijn eigen stedelijke huishouding op de gebruikelijke wijze. Er zijn enige octrooien bekend (hierna vermeld) over de verkiezingen van vroedschappen, burgemeesters, schepenen en de magistraatsbestelling in het algemeen, maar deze zijn meer te beschouwen als middelen ter bevordering of bevestiging van een familieregering, als het cement van de contracten van correspondentie, dan wel als voorrechten ten bate van het Gemenebest.
Wat er aan archiefstukken uit de tijd van de heren en van het bestuur van de stad Purmerend is aangetroffen, vindt men in deze inventaris beschreven. Sommige reeksen zijn vrij volledig, zoals de resolutiën van het stadsbestuur. Handvesten
zijn er weinig, omdat in de grafelijke tijd de ambachtsheren tussen de dorpelingen en de landsheren stonden. De gunsten van de landsheer zouden allicht niet gestrookt hebben met de belangen van de heren van de heerlijkheid. Over het onderwijs is er zeer weinig te vinden, terwijl de stad toch een rector had. Over de gilden is er niets te vinden. Daarentegen zijn er talrijke stukken over de waterschappen, inpolderingen, bedijkingen enz., zeer verklaarbaar voor een stad die omgeven is door landbouwgebieden en daar economisch een geheel mee vormt.
(1914) C.J. Gonnet
Verantwoording bewerking in 2000
Ontbrekende stukken
Regestenlijst
Inventaris
2.1. Archief
2.2. Purmerend voor 1410
2.3. Heerlijkheid Purmerend
2.5. Hondsbosche Zeewering
2.8. Beemster
2.9. Purmer
2.11. Wormer
2.12. Heer Hugowaard
2.13. Koegras
2.14. Schaalsmeer
2.15. Schermer
2.16. Starmeer
2.17. Boppenpolder
2.18. Hazenpolder
2.19. Langemeer
2.20. Neckerdijk
2.21. Zuiderpolder
Kenmerken
Plaats:
Purmerend
Omvang:
33,5
Depot:
Depot 2e etage
Stelling:
12/5/3 - 12/10/1
Citeerinstructie:
Bij het citeren in annotatie en verantwoording dient het archief tenminste eenmaal volledig en zonder afkortingen te worden vermeld. Daarna kan worden volstaan met verkorte aanhaling.
VOLLEDIG:
Waterlands Archief, Purmerend. Toegang 0054 Stad Purmerend, (1275) 1578-1813 (1824)
VERKORT:
NL-PmWA 0054
Categorie:
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS