Uw zoekacties: Archieven van het dorpsbestuur Alem 1650 - 1810, de gemeente...
x3105 Archieven van het dorpsbestuur Alem 1650 - 1810, de gemeente Alem 1812 - 1820 en de dijkstoel Alem 1610 - 1816 ( Regionaal Archief Rivierenland )
Uitleg bij archieftoegang

Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief.

Een archieftoegang bestaat over het algemeen uit de navolgende onderdelen:

• Kenmerken van het archief
• Inleiding op het archief
• Inventaris of plaatsingslijst
• Eventueel bijlagen

De kenmerken van het archief zijn o.m. de omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid en andere.

De inleiding op het archief bevat interessante informatie over de geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer en kan ook aanwijzingen voor het gebruik bevatten.

De inventaris of plaatsingslijst is een hiërarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken. De beschrijvingen zijn formeel en globaal. Het lezen en begrijpen van een inventaris behoeft enige oefening en ervaring.

Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiërarchie gevolgd. De rubrieken in de inventaris maken deel uit van de beschrijving op een lager niveau. Komt de zoekterm in een hoger niveau voor, dan voldoen onderliggende niveaus ook aan de zoekvraag.

3105 Archieven van het dorpsbestuur Alem 1650 - 1810, de gemeente Alem 1812 - 1820 en de dijkstoel Alem 1610 - 1816 ( Regionaal Archief Rivierenland )
Zoek in deze inventaris
>
Zoektermen
 
 
Inleiding
1. Geschiedenis
2. De archieven
3. Inventarisatie
Noten
1. Hoewel het slechts in de bedoeling ligt om in deze inleiding het dorpsbestuur vanaf de zeventiende eeuw tot aan 1821 (de tijd waarover deze inventaris handelt) te behandelen en niet de dorpsgeschiedenis van Alem te schrijven, laat staan van vóór de zeventiende eeuw, wordt hier even ingegaan op een enkel aspect van Alems geschiedenis in de late middeleeuwen aangezien dit van belang is voor een goed begrip van het dorpsbestuur ten tijde van de Republiek (1648-1795). Voor literatuur over met name de laatmiddeleeuwse kerkelijke geschiedenis van Alem wordt verwezen naar de literatuurlijst evenals voor de volledige vermelding van de in de noten verkort aangehaalde literatuur.
2. L. van Tongerloo, Gemeentewapens, p.65-66 en twee afbeeldingen op p.74. Twee geschonden, vroeg zestiende eeuwse, exemplaren van het zegel berusten in het archief van het Groot-Ziekengasthuis te 's-Hertogenbosch, inv.nr.2415.
3. Van Martinus en Henricus van Someren, die in de tweede helft van de achttiende eeuw jarenlang rentmeester waren, zijn in het abdijarchief brieven aan de abt bewaard gebleven. Bijvoorbeeld AAT, inv.nr.387. Zie voor Henricus van Someren ook Mommers, Brabant, p.530-531.
4. Kappelhof, Belastingheffing, p.152-156.
5. Kappelhof, Belastingheffing, p.173-182,186-212.
6. Van Ham, De wedergeboorte van Bataafs Brabant, p.125-126.
7. L. van Tongerloo, Gemeentewapens, p.68 en afbeelding op p.74.
8. De gegevens over de geschiedenis van het Laag Hemaal en de relatie tot de dijkstoel van Alem werden voornamelijk ontleend aan Broeders, Archief Laag Hemaal, p.1-13.
9. Buijks, 675 Jaar waterschappen, p.37.
10. Piot, Cartulaire, deel II, p.85-89.
11. Broeders, Archief Laag Hemaal, p.8 en inv.nr.130.
12. In 1921 werd het overkoepelende waterschap De Maaskant opgericht, dat langzamerhand de taken van de kleinere waterschappen in Noord-Oost Brabant overnam. In 1973 werd het Laag Hemaal opgeheven.
13. Spierings, De heerlijkheid, II, p.174.
14. Nummer 3105/3, f.139, 9-1-1794.
15. Frijlinck werd net als zijn voorganger Nicolaas Versfelt niet alleen secretaris van het dorpsbestuur, maar ook dijkgraaf en dijkschrijver.
16. Nummer 3105/5, f.1, 29-8-1800: 'Wij zijn dus verre met het inventariseren der archieven, boeken en papieren op onse secretarie berustende gevordert dat wij deselve papieren hebben doen sorteren, en daar van de respective lijsten reeds in klad doen opmaken, zoodat aan dat werk niet meer overig blijft, als om de lijsten in het net te laaten brengen, en waar meede ten eerste zal begonnen en zo spoedig mogelijk volbragt worden.'
17. Nummer 3105/ 5, f.156, 27-7-1805: 'Voorts is de gemeente met den secretaris voorsegt [G. van Amelsvoort] overeengekomen om den tegenswoordigen schoolonderwijzer H. den Molenaar te proponeeren [voor te stellen] een locaal ten huize der gebroeders Tucker te occuperen [in gebruik te nemen], zijnde volkoomen en na vereijschte geschikt tot het houden van de dorpsschoolen, alsoo er geene gelegentheid voorhanden was tot verzeekerde bewaaring van alle charters, boeken en documenten deezer secretarijen gehoorende, als ook tot het houden der vergaederingen van dit gemeentebestuur. En is zulks door H. de Moolenaar met genoegen aangenomen'.
18. Nummer 3105/6, f.94-95.
19. Zie onder meer de nummers 40,71,74-83. De registers in dit archief bevatten vaak ook meer dan de beschrijving in de inventaris aangeeft. Zo zijn in nummer 190/41, volgens de inventaris een protocol van voluntaire akten, ook stukken over criminele zaken opgenomen en bevat het gegevens die men eerder zou verwachten in het archief van het dorpsbestuur zoals een lijst van alle inwoners van Alem uit 1687. Er was doorgaans geen streng onderscheid tussen de administraties/archieven van de het dorpsbestuur, de schepenbank en de dijkstoel. Zo bevatten de 'resolutieboeken' van het dorpsbestuur enkele stukken over de benoeming van heemraden en de toelating van procureurs bij de schepenbank van Alem.
20. Het abdijarchief bevindt zich in het Rijksarchief te Hasselt (Belgie). Zie Van der Eycken, Het archief van de Benediktijnerabdij.
21. In inv.nr.234 van dit archief bevindt zich bijvoorbeeld een 'morgenboek' uit 1679, dat diende als basis voor de heffing van een reele dorpsomslag.
22. Dit familiearchief berust in het Gelders Archief te Arnhem. Zie Van Schilfgaarde, Inventaris familiearchief Van Randwijck.
23. Staatsblad 314.
24. Voor wat betreft het dorps/gemeentebestuur bij de gemeente Lith. Voor wat betreft de dijkstoel bij het waterschap De Maaskant en bij het polderdistrict Groot Maas en Waal (in de bewaarplaats van de gemeente Zaltbommel waar de Bommelerwaardse archieven van dit district zijn ondergebracht).
25. Broeders, Archief Laag Hemaal, p.32, inv.nr.690 (het nummer 690 is waarschijnlijk per abuis tweemaal gebruikt).
Van Schilfgaarde, Inventaris familiearchief Van Randwijck, inv.nr.1487.
26. Kappelhof, Belastingheffing, p.316: 'de contributie is niet als een belasting, op zijn hoogst als een pseudobelasting te beschouwen, omdat ze niet aan de eigen maar aan de vijandige overheid betaald wordt'.
Literatuur
De volgende afkortingen worden gebruikt:
Berichten -> Berichten van de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek
DV -> Drielse Vertellingen, uitgave van de Oudheidkamer Maasdriel.
Jaarboek -> Noord-Brabants Historisch Jaarboek
Kroniek -> Maaskroniek, uitgave van de heemkundekring 'Maasdorpen in de gemeente Lith'.
TvL -> Tussen de Voorn en Loevestein, contactblad van de historische kring Bommelerwaard
Aa, A.J. van der, Aardrijkskundig woordenboek der Nederlanden, 14 delen, Gorinchem 1839-1854, deel 1, p.80-81 en deel 14, p.527.
Bannenberg, G., A. Frenken en H. Hens, De oude dekenaten Cuijk, Woensel en Hilvarenbeek in de 15de- en 16de-eeuwse registers van het aartsdiakenaat Kempenland, Nijmegen 1968, 1970 (2 delen).
Beermann, V.A.M., Stad en Meierij van 's-Hertogenbosch van 1629 tot 1648. Een episode uit het laatste stadium van den tachtigjarigen oorlog, Nijmegen/Utrecht 1940.
Beermann, V.A.M., Stad en Meierij van 's-Hertogenbosch van 1648 tot 1672. De eerste vijf en twintig jaren van het Staatsche regime, Helmond 1946.
Bogaers, J.E., Twee Romeinse wijmonumenten uit Alem Noord-Brabant, in: Berichten, 12/13(1962/1963)p.39-56.
Borman, C. de (ed.), Chronique de l'abbaye de Saint Trond, Liège 1877 (2 delen) (Publications de la Société des bibliophiles Liégeois, nr.15).
Boxtel, A.C. van, Hoe kwam Alem bij de gemeente Maasdriel?, in: DV, 1(1984)1,p.6-7.
Boxtel, A.C. van, Mensen van weleer [Joost van Breda], in: DV, 1(1984)3,p.29-31.
Boxtel, A.C. van, Broeder Josef (Jan Klingen jr.): verzetsstrijder zonder revolver was strijdend zend-amateur, in: DV, 2(1985)1,p.50-53.
Boxtel, A.C. van, Even stilstaan bij het monument van Alem, in: DV, 2(1985)p.53-55.
Boxtel, A.C. van, Maaskanalisatie 1870-1955, in: DV, 2(1985) 2,p.66-69.
Boxtel, A.C. van, De school in Alem, in: DV, 2(1986)4, p.93 95.
Boxtel, A.C. van, De Alemse pastorie en haar bewoners, in: DV, 3(1987)4,p.151-152.
Boxtel, A.C. van, Pastoor Van Bergen en huishoudster Pieta de Beer, in: DV, 3(1987)4,p.153-155.
Broeders, J.M.H., Inventaris van het archief van het waterschap 'Polder het Laag Hemaal', 's-Hertogenbosch 1963 (typescript).
Buijks, H.G.J., 675 Jaar waterschappen in de Maaskant 1309-1984, Oss 1987 (2e druk).
Buijks, H.G.J., Gilden en Broederschappen in Lith en omgeving omstreeks 1825, in: Kroniek, 6(1983)p.172-176.
Buylinckx, J., Klapwakers in Alem, in: DV, 5(1989)3,p.208-209
Bijsterveld, A.J.A., Een zorgelijk bezit. De Benedictijnerabdijen van Echternach en St. Truiden en het beheer van hun goederen en rechten in Oost-Brabant, 1100-1300, in: Jaarboek, 6(1989)p.7-44.
Camps, H.P.H. (ed.), Oorkondenboek van Noord-Brabant, deel I (2 banden), 's-Gravenhage 1979.
Cate, J.A. ten, De notariële archieven in Noord-Brabant,
's-Gravenhage 1957.
Cate, J.A. ten, Inventaris der bestuursarchieven van de departementen Bataafs Brabant, van de Dommel, Hollands Brabant en van de Monden van de Rijn alsmede van het arrondissement Breda van het departement der Twee Nethen, 1795-1814,
's-Hertogenbosch 1975 (Inventarisreeks Rijksarchief in Noord-Brabant, nr.14).
Coppens, J.A., Nieuwe beschrijving van het bisdom 's-Hertogenbosch naar aanleiding van het Katholyk Meijerijsch Memorieboek van A. van Gils, 's-Hertogenbosch 1840-1844 (4 delen).
Eycken, M. van der, Het archief van de Benediktijnerabdij van Sint-Truiden. Deel I: Inventaris, Hasselt 1985.
Formsma, W., De archieven van de Raad en Rentmeester der Domeinen en der Leen- en Tolkamer in Stad en Meierij van 's-Hertogenbosch, Den Haag 1949.
Frenken, A.M., De abdij van St. Truiden in de geschiedenis van Aalburg en Alem, in: Brabantia, maandblad van het Provinciaal genootschap van kunsten en wetenschappen in Noord-Brabant en de stichting Brabantia Nostra, 5(1956)178-193.
Frenken, A.M., St. Odradis van Balen en de St. Odradiskerk van Alem, in: Ons geestelijk erf, 30(1956)203-216.
Gils, A. van, Katholyk Meyerysch Memorieboek [enz.], Den Bosch 1819.
Ham, W.A. van, De wedergeboorte van Bataafs Brabant in zinnenbeelden herdacht. De allegorische wapenschilderijen in het Gouvernementsgebouw te 's-Hertogenbosch, in: Varia Historica Brabantica, deel V, 's-Hertogenbosch 1976, p.121-182.
Ham, W. van, en J. Vriens (red.), Historische kaart van Noord-Brabant, 1795. De gebieden van de schepenbanken binnen de huidige provincie Noord-Brabant omstreeks 1795, 's-Hertogenbosch 1980.
Heeswijk, J.H.G.J. van, De bezittingen van de abdij van St. Truiden te Alem, in: De Stimulans, 9(1967)nr.10 (afl.I), nr.11 (afl.II), 10(1968)nr.1 (afl.III).
Heeswijk, J.H.G.J. van, Veerschuit tussen Alem en Driel omgeslagen - vier doden, in: TvL, XX(1984)nr.53,p.43-44.
Heeswijk, J.H.G.J. van, Een blik in de geschiedenis van Alem, in: TvL, XI(1975)nr.28,p.34-53 (afl. I), XII(1976) nr.29,p.65-79 (afl. II). (Hierin is vrijwel integraal een tot dat moment ongepubliceerd manuscript van rond 1930 van de hand van G.P.J. Bannenberg opgenomen, getiteld 'Studie betreffende de H. Odrada en de parochie van Alem in verband met het brevarium van de voormalige collegiale kerk te Alem').
Heeswijk, J.H.G.J. van, Maasdriel in oude ansichten, Zaltbommel 1980 (2e druk).
Heeswijk, J.H.G.J. van, Maasdriel in oude ansichten deel 2, Zaltbommel 1981.
Hermans, C.R., Bijdragen tot de geschiedenis, oudheden, letteren, statistiek en beeldende kunsten der provincie Noord-Braband, deel 2, 's-Hertogenbosch 1845, p.49-92: Hulpmiddelen tot nasporing der oude bevolking in de provincie Noord-Braband.
Inventaris van het oud-rechterlijk archief van de heerlijkheid Alem, [Arnhem] 1961 (typescript).
Kappelhof, A.C.M., De belastingheffing in de Meierij van Den Bosch gedurende de Generaliteitsperiode (1648-1730), Tilburg 1986 (Bijdragen tot de geschiedenis van het zuiden van Nederland, deel LXIX).
Kappelhof, A.C.M., De invoering van een nieuw belastingstelsel in de Meierij van Den Bosch 1648-1658, in: Jaarboek, 3(1986)p.21-61.
Knippenberg, H.H., Heemkundige varia over gemeente Alem, in: Bisdomblad, 11 december 1964.
Laarhoven, J. van (ed.), Het schetsenboek van Hendrik Verhees, Den Bosch 1975, p.56-57.
Leeuwen, W. van, Sint Hubertus te Alem, in: [Publikatieband] Stichting oude Gelderse kerken, band I, p.97-102, 138.
Mommers, A.R.M., Brabant van generaliteitsland tot gewest. Berstuursinrichting en gezagsuitoefening in en over de landen van Staats-Brabant en Bataafs Braband, 14 september 1629 - 1 maart 1796, Utrecht 1953 (2 delen).
Piot, E. (ed.), Cartulaire de l'abbaye de Saint-Trond, Brussel 1870,1874 (2 delen).
Pirenne, H. (ed.), Le livre de l'abbé Guillaume de Ryckel (1249-1272), Gent 1896.
Pirenne, L.P.L., De Generaliteitslanden van 1648-1795, in: Algemene Geschiedenis der Nederlanden, deel VIII, Utrecht 1955, p.315-351,437-441.
Schilfgaarde, A.P. van, Inventaris van het [oud-]archief van de familie Van Randwijck 1292-1870, 2 delen, Arnhem 1974 (typescript), deel 2, p.217-218.
Schutjes, L.H.C., Geschiedenis van het bisdom 's-Hertogenbosch, 's-Hertogenbosch/St. Michiels-Gestel 1872-1876 (5 delen), deel I, p.36,343-353, deel III, p.80-89.
Simenon, G., L'organisation économique de l'abbaye de Saint-Trond depuis la fin du XIIIe siècle jusqu'au commencement du XVIIe siècle, Brussel 1912.
Simenon, W. (= G.), De bezittingen van de abdij van St. Truiden in Nederland tot in het midden der XIIIe eeuw, in: Geschiedkundige Bladen, 1(1905)p.175-184.
Simenon, W. (= G.), De bezittingen van de abdij van St. Truiden in Nederland in de tweede helft der XIIIe eeuw, in: Geschiedkundige Bladen, 2(1906)p.228-262.
Spierings, M., De heerlijkheid, de kerk en de Maasdijk van Alem, in: Brabants Heem, 31(1979)p.62-66 (afl.I), p.173-176 (afl.II), 32(1980)p.33-37 (afl.III).
Tongerloo, L. van, Gemeentewapens en schepenbankzegels in de gemeente Lith, in: Kroniek, 4(1981)p.33-35 (afl.I), p.40-43 (afl.II), p.48-54 (afl.III), p.60-75 (afl.IV).
Tongerloo, L. van, De archieven van de hervormde gemeenten Lith-Lithoijen, Kessel en Alem-Maren 1648-1965, 's-Hertogenbosch 1969 (Inventarisreeks Rijksarchief in Noord-Brabant, nr. 1).
Tongerloo, L. van, Cornelis Schiffer en de steenfabriek 'Rossum', in: TvL, VII(1971)nr.19,p.13-19, nr.20,p.1-9, VIII(1972)nr.21,p.6,10-11, IX(1973)nr.22,p.1-9, nr.23,p.17-25, nr.24,p.37-45, XIV(1978)nr.35,p.25-45, XV(1979)nr.37,p.1-23, XIX(1983)nr.49,p.1-4.
Trimpe Burger, J.A., De Romeinse vormschotel uit Alem, in: Berichten, 10/11(1960/1961)p.555-561.
Veen, J.S. van, Bijdrage tot de geschiedenis der parochie Alem, in: Bossche bijdragen, bouwstoffen voor de geschiedenis van het bisdom 's-Hertogenbosch, III(1919-1920)p.65-67.
Velden, P. van der, Langs de Maas: Alem-Rossum-Heerewaarden-Lith, Roosendaal 1982 (= Wandelwijzer no. 8)
Velthoven, H.J.J. van, Stad en Meierij van 's-Hertogenbosch: bijdrage tot de sociaal geografische kennis van dit gebied, Amsterdam 1935,1938 (2 delen).
Voorlopige lijst der Nederlandsche monumenten van geschiedenis en kunst, deel X, De provincie Noortbrabant, 's-Gravenhage 1931,p.2.
Woordenlijst
In deze verklarende woordenlijst zijn enige (moeilijke) termen opgenomen waarvan de onderzoeker de betekenis moet kennen om de inventaris goed te kunnen gebruiken. Opgenomen zijn de betekenissen die de woorden in deze inventaris hebben, eventuele (latere of vroegere) afwijkende betekenissen zijn niet opgenomen. De lijst was met name noodzakelijk vanwege de vele begrippen in verband met de belastingheffing. Gebruik werd gemaakt van een aantal (speciale) woordenboeken en van het boek van Kappelhof, De belastingheffing enz. (zie literatuurlijst).
Accijnzen -> Belastingen op levensmiddelen (inclusief alcohol en tabak). Behoren tot de gemene middelen.
Bede (Brabantse) -> Een landsbelasting die na 1648 op dezelfde objecten drukte als de verponding.
Borderel -> Een uittreksel van een (jaar)rekening, bevattende de getallen van de inkomsten en uitgaven.
Borgbrief -> Ook wel genoemd akte van indemniteit of ontlastbrief. Akte afgegeven door de plaats van vertrek en die moest worden getoond (of ingeleverd) in de plaats van vestiging. In de akte werd gegarandeerd dat indien de betreffende persoon armlastig werd, de kosten zouden worden betaald door de plaats van herkomst.
Borgemeester(s) -> De ontvanger(s) van het dorp, ondergeschikt aan de dorpsregenten, verantwoordelijk voor alle inkomsten en uitgaven. De naam is waarschijnlijk afgeleid van het feit dat deze functionaris(sen) een jaar lang borg stonden voor de schulden van het dorp. Niet te verwarren met de moderne term burgemeester.
Ciering -> Raming van welke (waterstaats)werken op welke wijze moeten worden uitgevoerd.
Collecteur -> Belastinginner.
Contributiën -> Heffingen die in tijd van oorlog betaald moesten worden aan de vijand.
Drossaard -> Vertegenwoordiger van de heer. Als voorzitter van de schepenbank vorderde hij recht in naam van de heer (aanklager en eiser) en zorgde voor de uitvoering van de vonnissen. Tevens hoofd van het dorpsbestuur. In hoge heerlijkheden wordt vaak van drossaard gesproken, in lagere heerlijkheden vaak van schout, soms ook van officier. In Alem worden de termen door elkaar gebruikt.
Dijkgraaf -> Vertegenwoordiger van de heer. Als voorzitter van de dijkstoel onder meer verantwoordelijk voor het handhaven van het dijkrecht. Hij trad op als rechtsvorderaar (aanklager en eiser) en zorgde voor de uitvoering van de vonnissen.
Dijkschrijver -> Secretaris van de dijkstoel.
Dijkstoel -> Dijkbestuur bestaande uit een Dijkgraaf en heemraden. Trad ook op als ommegaande rechtbank (gehouden op de dijk) waarbij de heemraden tijdens de schouw op vordering van de dijkgraaf vonnisten of aan de keur (verordening houdende bepalingen waaraan moest worden voldaan door de gedijkslaagden) al dan niet voldaan was.
Folio -> Blad in een register. In deze inventaris is het woord afgekort tot 'f.'.
Gedijkslaagde -> Degene die voor het onderhoud van een gedeelte van de (Maas)dijk (een dijkslag of dijkvak) verantwoordelijk is.
Gemene middelen -> Ook wel generale middelen: een complex van landsbelastingen, grotendeels verbruiksbelastingen: imposten/accijnzen. Tot de gemene middelen horen onder andere de imposten op het hoornvee, de bezaaide landen, het geslacht en de kleine speciën benevens de personele quotisatie en het hoofdgeld in plaats van het gemaal.
Heemraden -> Leden van de dijkstoel. Beheerders en bestuurders, maar tevens rechters (vonniswijzers) inzake dijkrecht.
Hoofdgeld in plaats van gemaal -> Een belasting op voor menselijke consumptie bestemde granen, erwten en bonen gefixeerd op vaste hoeveelheden (en dus te betalen bedragen) per persoon. Behoort tot de gemene middelen.
Impost op de bezaaide landen -> Ook bezaai: een belasting op bezaaide landerijen. Behoort tot de gemene middelen.
Impost op de kleine speciën -> Een aantal gemene middelen die tezamen werden geïnd (onder andere imposten op zout, zeep en azijn).
Impost op het geslacht -> Ook wel impost op het bestiaal of impost op het geslacht: een belasting op geslacht vlees. Behoort tot de gemene middelen.
Impost op het hoornvee -> Ook wel hoorngeld: een belasting op het bezit aan rundvee. Behoort tot de gemene middelen.
Klopcedule -> Register waarin de dijkvakken werden genoteerd, de landerijen waaraan het onderhoud van de dijkvakken verbonden was, de eigenaren van die landerijen en de herkomst van hun eigendomsrechten.
Klopschouw -> Speciale schouw (inspectie) van de Maasdijk, meestal eenmaal in de tien of vijftien jaar gehouden, tot het opmaken of herzien van de klopcedulle. De naam is afgeleid van het kloppen op elk dijkvak bij het vragen wie zich voor het onderhoud van dat dijkvak verantwoordelijk stelde.
Kohier -> Lijst van belastingaanslagen.
Lias -> Een aantal archiefstukken die door een middel van een koord of veter aaneengeregen zijn.
Maancedulle -> Lijst of register van in te vorderen (in te manen) (belasting)gelden.
Municipaliteit -> Gemeentebestuur.
Officier -> Zie drossaard.
Patentbelasting -> Landsbelasting die men moest betalen voor het mogen uitoefenen van een nering (gold niet voor landbouwers), gebaseerd op veronderstelde omzet. Men kreeg dan een bewijs dat men deze nering mocht uitoefenen: een patent (akte van admissie).
Personele omslag -> Belasting die door de aangeslagen personen zelf moest worden betaald. Tegenover de personele omslag stond de reële omslag.
Personele quotisatie -> Een van 1695 tot 1724 geheven belasting (als verhoging van de gemene middelen met 10%) gebaseerd op inkomen en vermogen. Voor elke plaats werd een quote gesteld. De inning geschiedde door middel van aanslagbiljetten.
Reële omslag -> Belasting voornamelijk gebaseerd op het bezit aan onroerend goed, een buitengewone verponding. Tegenover de reële omslag stond de personele omslag.
Resolutie -> Besluit.
Schaardijk -> Dijk direcrt langs de rivier (er zijn geen uiterwaarden).
Schepenbank -> Plaatselijke rechtbank, waarin schepenen recht spraken.
Schepenen -> Leden (vonniswijzers) van de plaatselijke rechtbank (schepenbank), tevens dorpsbestuurders.
Schout -> Zie drossaard.
Verponding -> Een landsbelasting op onroerende goederen en enige daarop rustende beperkte zakelijke rechten.
Vorster -> Gerechtsbode, tevens deurwaarder en veldwachter.
Bijlage: Lijsten van bestuurders en functionarissen
Inleiding
1. SCHOUTEN / DROSSAARDS, SCHOUTENCIVIEL, BURGEMEESTERS 1255-1820.
Aanvankelijk worden de termen officier, schout en drossaard door elkaar gebruikt, maar overheerste het gebruik van het woord schout. Vanaf het midden van de achttiende eeuw tot in de Bataafse tijd wordt vrij consequent gesproken van drossaard. Ten gevolge van het reglement op het justitiewezen in het Departement Brabant, gepubliceerd op 22-3-1803, verliest de schepenbank het recht op eigen criminele rechtspraak. Voortaan valt Alem onder de criminele rechtbank van Den Bosch. Wel houdt de bank tot aan de invoering van de nieuwe rechterlijke organisatie in 1811 bevoegdheid in civiele zaken. In 1803 komen er in het departement Brabant 72 schoutambten tot stand met aan het hoofd een schoutciviel. Die treedt op als hulpofficier van de criminele officieren en moet als zodanig behulpzaam zijn bij de opsporing en aanhouding van delinquenten. Verder geeft hij leiding aan de civiele rechtbanken in zijn ressort en houdt toezicht op de gemeentebesturen. Hij heeft het recht om de gemeentebesturen bijeen te roepen, te controleren, hun vergaderingen bij te wonen etc. (Van Ham, Kaart, p.125-126). Alem, Maren en Kessel vormen samen het schoutambt Alem (dat wil zeggen ze hadden dezelfde schout), maar blijven verder wel zelfstandige gemeenten. Steijvers wordt in maart 1803 de eerste schoutciviel, maar hij blijft slechts zeer kort in functie. Nog in datzelfde jaar wordt hij opgevolgd door Valkenburg, die in 1810 na de inlijving bij het Franse keizerrijk ook maire (burgemeester) wordt van Alem, Maren en Kessel, die nu wel tot één mairie (gemeente) worden samengevoegd. Die samenvoeging duurt echter maar ongeveer anderhalf jaar en met ingang van 1 januari 1812 ontstaan weer drie gemeenten. Valkenburg blijft ook burgemeester van de dan weer 'onafhankelijke' gemeente Alem.
1. Arnoldus (1255)
2. Govaert van Erpe (1429)
3. Willem Jacops 1523 - 1525
4. Govert Tijnagels 1525 -
5. Merten Pompen 1550 - [1558]
6. Johannes Wolsack ?
7. Daniel Martens 1608 -
8. Matthias Santbeeck 1648
9. Arnoldus Janssens 1648 - 1649
10. Johannes Melot 1649 - [1650]
11. Raphaël Thomas Jaedts 1654 - 1660
12. Aert Philipsen Sparo 1660 - [1661]
13. Johan Lisselius [1678] - 1714
14. Albert Versfelt 1714 - 1763
15. Coenraad Versfelt 1763 - 1794
16. Vacant; waarnemer Lodewijk Heijles 1794 - 1803
17. Joannes Matthias Steijvers (schoutciviel) 1803
18. Bernardus Valkenburg (1803-1810 schoutciviel, 1810-1820 maire/burgemeester) 1804 - 1820
Aantekeningen:
1. Schout Arnoldus wordt genoemd in W. Simenon, Bezittingen tweede helft XIIIe eeuw, p.258 en Van Heeswijk, Bezittingen (II).
2. AAT, inv.nr.234, f.47 (regest 1074), akte d.d. 13-12-1429.
3. AAT, inv.nr.147, p.273, benoeming 17-11-1523
4. AAT, inv.nr.147, p.273, benoeming 15-7-1525 tot 'scholtis en meijer tot Alem ende Lith'.
5. AAT, inv.nr.147, p.273, benoeming 20-11-1550. Wordt als schout genoemd in een akte d.d. 8-11-1557: AAT, inv.nr. 234, f.80 (regest 2020). In Spierings, Heerlijkheid III, p.33 vermeld als schout in 1558.
6. AAT, inv.nr.147, p.273. Wolsack wordt zonder verder gegevens vermeld tussen de in 1550 benoemde Merten Pompen en de in 1648 benoemde Matthias Santbeeck.
7. AAT, inv.nr.234, p.111, benoeming 30-11-1608 tot schout en dijkgraaf.
8. AAT, inv.nr.147, p.273, benoeming 27-6-1648.
9. AAT, inv.nr.147, p.273, benoeming 28-10-1648.
10. AAT, inv.nr.147, p.273, benoeming 27-1-1649.
11. AAT, inv.nr.147, p.273, benoeming 26-3-1654. Hij treedt af op 17-12-1660: AAT, inv.nr.914.
12. AAT, 147, inv.nr.147, p.273 en inv.nr.914, benoeming 23-12-1660.
13. Archief van de familie Van Randwijck, inv.nr.1483, schout in 1678. In de inventaris van hetzelfde archief wordt een 'Johannes Lyselius' genoemd als schout in 1652 (inv.nr. 1482), maar aangezien die naam in het zeer zwaar aangetaste stuk niet werd ontdekt en de vermelding niet wordt bevestigd door andere bronnen is er hier geen rekening mee gehouden. Lisselius wordt in 1687 tijdelijk vervangen door Diederick van Zuijlichem (Als schout vermeld in RAA, inv. nr. 190/41, 16-2-1687, 23-5-1687 en 3-6-1687), waarschijnlijk vanwege problemen in verband met zijn optreden in een moordzaak. In 1694 wordt Lisselius tevens secretaris en dijkschrijver.
14. AAT, inv.nr.145, p.273, benoeming tot schout, secretaris en dijkschrijver 12-9-1714. Op 10-3-1717 (AAT, inv.nr.145, p.206) is er sprake van een procedure tegen schout Albert Versfelt wegens 'ongehoorde vilainien ende menigherhande misbruycken'.
15. Op dezelfde dag dat hij hem tot dijkgraaf en dijkschrijver benoemt (12-4-1754), belooft de abt van St. Truiden aan Nicolaas Versfelt het schoutambt en secretarisambt na de dood (of vrijwillige afstand) van zijn vader Albert Versfelt (AAT, inv.nr.146, p.155). Enkele jaren voor de dood van Albert in 1763 wordt echter door de Staten-Generaal bepaald dat het secretarisschap en het drostambt niet met elkaar verenigbaar zijn. Nicolaas doet daarom in 1763 afstand van zijn recht op het drostambt ten gunste van zijn broer Coenraad (brief d.d. 11-8-1763: AAT, inv. nr.387). Coenraad Versfelt wordt tot drossaard benoemd op 2-9-1763. Hij overlijdt in 1794. Daarna blijft de post vacant tot 1803.
16. Op 20-9-1798 blijkt de functie al sinds het overlijden van C. Versfelt in 1794 vacant te zijn en te worden waargenomen door de president van de municipaliteit. Martinus van Someren te 's-Hertogenbosch wordt voorgedragen als 'criminele officier' (niet tevens als 'schoutciviel'), maar hij weigert. Er kan geen geschikte kandidaat gevonden worden, mede door de zeer lage beloning van vijfentwintig gulden per jaar. De municipaliteit stelt voor de functie vacant te laten. Heijles blijft dan waarnemen tot in 1803.
17. Steijvers wordt door het Departementaal Bestuur van Brabant benoemd tot schoutciviel van het schoutambt Alem (Alem, Maren en Kessel) (commissiebrief 29-3-1803, inv.nr.5, f.84 recto e.v.). Hij wordt nog in hetzelfde jaar benoemd tot schoutciviel van St. Oedenrode. Zie over hem Mommers, Brabant, p.536.
18. Valkenburg wordt als schoutciviel benoemd op 9-12-1803 en geïnstalleerd 6-1-1804. Daarvoor was hij schout civiel van het schoutambt Vlierden. Hij was burgemeester (maire) van de gecombineerde gemeente Alem, Maren en Kessel van ca. juni 1810 tot en met 1811 en daarna burgemeester van de weer afzonderlijke gemeente Alem.
2. SCHEPENEN 1359-1795.
De schepenen worden tot 1795 benoemd door de abt van St. Truiden uit de gegoede geërfden van het dorp. Vermeld zijn de jaren waarin de betrokken personen in de bronnen voorkomen als schepen. Dat wil lang niet altijd zeggen dat ze daarvoor, daarna of in de tussenliggende jaren geen schepen zijn. Over sommige jaren zijn nu eenmaal veel minder of geen bronnen beschikbaar. Bovendien moet bedacht worden dat het in ieder geval in de eerste dertig jaar van de 18e eeuw gebruikelijk is om de schepenen niet steeds, als een soort automatisme, te herbenoemen. Vaak wordt iemand na een zittingsperiode een of meer jaren overgeslagen en dan opnieuw benoemd.
De gegevens voor deze lijst vanaf 1683 tot 1744 zijn grotendeels ontleend aan stukken over benoemingen in het archief van de Abdij van St. Truiden en aan het rechterlijk archief van de heerlijkheid Alem. Deze beide archieven zijn niet helemaal systematisch doorgenomen. De gegevens van na 1744 zijn uitsluitend ontleend aan de resolutieboeken van het dorpsbestuur (nummere 3105/1-3105/6). Doordat de (her)benoeming van de schepenen midden in het jaar plaatsvindt kunnen er in de lijst van schepenen in een jaar meer dan zeven verschillende namen voorkomen. Er zijn echter nooit meer dan zeven schepenen tegelijkertijd. De benoemingen vinden plaats op voordracht van de schout of de rentmeester (soms dezelfde persoon). Een enkele maal wordt ook commissie verleend aan de schout of de rentmeester in Alem om schepenen (en andere functionarissen) te benoemen zonder dat vanuit de abdij wordt aangegeven wie benoemd moesten worden. Er zijn geen aanwijzingen gevonden dat er invloed op de benoemingen wordt uitgeoefend door de schepenen zelf of de gezamenlijke geërfden.
1. Jan Mersman 1359
2. Hubrecht Claussoen 1359
3. Ghibe Henricssoen 1359
4. Didderic Judas 1359
5. Lambrecht Lambrechtssoen van den Woert 1359
6. Didderic Seps 1359
7. Gheraert die Keyser 1359
8. Jacop van Gestel 1515,1518
9. Renier Janss 1515,1518
10. Daniel Everits 1518
11. Daen Claes 1518
12. Bauwen Gerits 1518
13. Maarten Ghijbers 1518
14. Adiaen Claessen 1536
15. Cornelis Gielissen 1536
16. Marten Gijsbrecht 1536
17. Jan Aerts 1536
18. Renier Janss 1536
19. Jacob Martens 1554
20. Goswijn Janss 1554
21. Jan Gerits 1554
22. Art Martens 1554
23. Everit Daniels 1554
24. Jan Janss 1554
25. Dierck Janss. Vogels 1606
26. Daniel Martens 1606,1607
27. Jan Aertsens 1607
28. Willem Goerts 1607
29. Jan Gijsbrecht Dannen 1607
30. Peter Bouwens 1650
31. Lucas Gerritsen 1650
32. Aert Willems 1650
33. Ansem Aertsen van der Asmondt 1650
34. Jan Gerven 1650
35. Aert Arijens -1650
36. Marten Willems -1650
37. Jan Janssen Gelasemaker 1650-
38. Jan Janssen Backer 1650-
39. Philips Peters 1652
40. Jan Jans Kemper 1652
41. Claes Ariens 1661
42. Cornelis Corsten 1661
43. Jan Jansen Groen 1683,1685-1687,1689-1701, 1703-1707,1709-1710
44. Aert Hendriks 1683,1685-1687,1689,1692-1693,1695,1697
45. Philip (Aertsen) Sparo 1683,1685-1686,1691-1694, 1697-1702
46. Jacob Peters (Bauwens) 1683,1685-1687
47. Hendrik (Willem) Pompen 1683, 1685-1687, 1689, 1693-1695, 1697-1707, 1709-1711, 1715-1717, 1726-1727, 1730, 1732-1737
48. Petrus van den Heuvel 1683,1685-1687,1689,1691, 1693
49. Jan Jansen Ariens 1685
50. Jacob Jansen 1685-1687
51. Arien (Gerrits) de Weert 1687,1689
52. Willem Jacobs 1687,1689-1690
53. Dielis Cornelissen (van der Smissen) 1687,1697,1689
54. Peter Aertsen 1690
55. Peter Martens (van Boxtel) 1691,1693-1706,1709-1712
56. Aert van Ommeren 1693
57. Goosen van Herwijnen 1693
58. Gijsbert Konings 1695
59. Hendrik Eijmers Klinge 1697-1703
60. Claas Konings 1699,1701
61. Hendrik de Weert 1699-1705,1710,1714-1715, 1718
62. Rijnder Jacobs 1700,1703-1704,1710-1714
63. Wijnant Leenders 1703-1707
64. Peter de Keseler 1702-1705,1712-1716
65. Jacob (Dielissen) van Crey 1704-1706,1712-1713,1715-1716,1722-1725
66. Steven Croon 1705-1709
67. Wouter Konings 1705-1707,1709,1712,1714-1715,1717,1722-1727,1731-1738
68. Dirk Geurden (Geurtsen) 1706-1710,1715-1718
69. Claas Janssen 1706-1707,1709-1712,1718-1722,1726-1729
70. Adriaen van den Heuvel 1710-1711
71. Peter Jacobs Smits (Peter de Fransman) 1710-1712
72. Eijmert (Hendriks) Klinge 1710-1713,1715-1718
73. Geurt (Ariens) van Cromvoort 1711-1718
74. Jacobus van Os 1712-1715,1717-1718
75. Albert Versfelt 1714
76. Antony van Eck 1714-1715,1718-1719
77. Gerrit Jan Huijbers 1714-1715,1718-1725,1727-1737,1743-1746
78. Jan (Teunissen) van Beest 1715-1716
79. Cornelis (Coenen) van Beest 1716-1717
80. Cornelis van Beek 1716-1717
81. Jan van Gemert 1717-1718,1726,1730-1731
82. Dirk van den Broek 1717-1725,1731-1733
83. Jacobus Cortie 1718
84. Willem Pompen 1718-1719
85. Berent Berents 1718-1720
86. Jan Leenders 1718-1722,1727,1729
87. Gijsbert Hendriks 1720-1722,1726,1730
88. Aert Dobbelsteen 1720-1722,1730-1731,1737-1738
89. Meindert Pompen 1720,1722-1725,1727-1728, 1730-1731,1737-1738
90. Jan van Os 1722-1725
91. Jan Joosten 1722,1724-1728,1730-1731, 1737,1743-1750
92. Gerrit (Janssen) van Rosmalen 1726-1727
93. Willem Jan Goossens 1727-1728,1730-1733,1735-1737
94. Cornelis van Hurwen 1727
95. J. de Koninck 1728
96. Caspar Lieveling 1731
97. Peter Gerardus van der Steen 1731
98. Dirk van der Smissen 1731-1732,1736-1737
99. Dirk Klaassen 1731-1733,1735
100. Nicolaas Versfelt 1731,1738,1743-1763
101. Hendrik Klinge 1738
102. Jan Lieveling 1743-1748,1775-1782
103. Gijsbert Klinge 1743-1751
104. Josef (Leendert van) Snepschuijt 1743-1763
105. Cornelis Konings 1743-1784,1792
106. Leendert Dobbelsteen 1750-1790
107. Klaas Pompen 1750-1783,1786-1795
108. Joost Smits 1753-1763
109. Jan (Willems) van Teffelen 1753-1779
110. Gerrit Smits 1763-1774
111. Antonius Tucker 1763-1779
112. Arnoldus Versfelt 1763-1793
113. Gerrit van Teffelen 1780-1795
114. Jan Klinge 1780-1795
115. Philippus Swarthoff 1784-1785
116. Jacobus Tucker 1784-1792
117. Johannes van Dockum 1784-1794
118. Lodewijk Heijles 1792-1795
119. Wouter Schiffer 1793-1795
120. Nicolaas Schos 1793-1795
Aantekeningen:
1-7. Vermeld in een akte van 3-5-1359 in AAT. Zie voor een transcriptie van die akte Piot, Cartulaire, deel I, p.558-560, akte nr.411.
8-9. Genoemd in een akte van 1515 (AAT, regest 1640).
8-13. Genoemd in een akte van 26-3-1518 (AAT, inv.nr.234, f.68, regest 1662).
14-18. Genoemd in een akte van 23-2-1536 (AAT, inv.nr.234, f.71, regest 1838).
19-24. Genoemd in een akte van 7-11-1554 (AAT, inv.nr.234, f.69, regest 1984).
25-26. Genoemd in een akte gepasseerd voor de Bank van Zuilichem op 8-1-1606. Voor de letterlijke tekst van die akte zie Van Veen, Bijdrage, p.65-66.
26-29. Genoemd in een akte van 10-6-1607 (AAT, inv.nr.234, p.93-94, regest 2554).
30-38. (Her)benoeming schepenen 27-7-1650 (AAT, inv.nr. 234, f.131). Daarbij worden de nummers 35 en 36 niet herbenoemd en vervangen door de nummers 37-38.
39-40. Gelders Archief te Arnhem (voorheen Rijksarchief in Gelderland), Archief van de familie Van Randwijck, inv.nr. 1482.
41-42. Genoemd als schepenen in 1661 (AAT, inv.nr.234, f.182-183).
47. Het is niet duidelijk of het de hele periode 1683 1737 over dezelfde persoon gaat.
52. Was ook al schepen voor 9-2-1686: RAA, inv.nr. 190/41, 9-2-1686 en 21-3-1686 'Adriaen Geretzen de Weerd nu laatst afgegaene schepen'.
61. Volgt tussentijds de in juni 1718 aftredende Wouter Konings op. Hij komt het eerst voor op 26-7-1718 (RAA, inv.nr. 190/8). Hij overlijdt echter nog in datzelfde jaar. Op 31-12-1718 is sprake van het benoemen van een nieuwe heemraad na het overlijden van H. de Weert AAT, inv.nr. 145, p.224).
67. Wordt op 10-10-1710 'oud schepen' genoemd: RAA, inv. nr.41.
70. Was schoolmeester van Alem. Op 29-3-1712 wordt vermeld dat hij overleden is: RAA, inv.nr. 190/41.
71. AAT, inv.nr.145, p.215, aftreden op 23-6-1718. Waarschijnlijk wordt hij voor die 'zittingsperiode' opgevolgd door Hendrik de Weert. Bij de benoemingen in AAT wordt steeds gesproken van Peter de Fransman in RAA consequent van Peter Jacobs Smits.
75. Albert Versfelt is maar kort schepen. Op 29-3-1714 vindt zijn benoeming tot schepen plaats (AAT, inv.nr. 145, p.171) en reeds op 12-9-1714 krijgt hij zijn aanstelling als schout, secretaris en dijkschrijver (AAT, inv.nr.145, p.273).
99. Nicolaas Versfelt treedt in 1763 af in verband met zijn benoeming tot secretaris.
100. Zie voor zijn aanstelling in 1775 inv.nr. 105/13. Lieveling komt in december 1782 het laatst voor in de stukken. In februari 1784 blijkt hij overleden te zijn (zonder dat precies wordt aangegeven wanneer) en neemt P. Swarthoff zijn plaats in.
104. Snepschuijt komt na 1761 niet meer voor in de resolutieboeken. In 1763 wordt in zijn plaats een opvolger benoemd (AAT, inv.nr 146, p.252 en inv.nr.387, brief d.d. 11-8-1763).
105. Konings wordt in 1774 vice-president(-schepen) genoemd en wordt in februari 1784 als oudste schepen tot president-schepen benoemd. Hij neemt de benoeming niet aan en bedankt ook als schepen, waarschijnlijk vanwege zijn gevorderde leeftijd. J. Tucker is zijn opvolger. In 1792 krijgt hij echter opnieuw een aanstelling in plaats van de overleden Leendert Dobbelsteen. Hij overlijdt nog in datzelfde jaar. In zijn plaats komt dan in 1793 W. Schiffer.
106. Dobbelsteen is voor het laatst aanwezig bij de vergade-ringen in september 1790. In 1792 blijkt hij overleden te zijn. In zijn plaats komt Cornelis Konings.
107. Pompen wordt in 1783 niet opnieuw benoemd. J. van Dockum is zijn opvolger. Na enkele jaren keert hij toch weer terug in het schepencollege.
108. Smits komt na 1760 niet meer voor in de resolutieboeken. In 1763 is echter pas sprake van zijn opvolging. (AAT, inv.nr 146, p.252 en inv.nr.387, brief d.d. 11 8 1763). Waarschijnlijk heeft hij tot in dat jaar wel zitting, maar woont de vergaderingen niet meer bij.
109. Jan van Teffelen wordt eind 1779 of begin 1780 opgevolgd door Gerrit van Teffelen (nr.113).
111. Tucker wordt eind 1779 of begin 1780 opgevolgd door Jan Klinge (nr.114).
112. Arnoldus Versfelt is voor het laatst aanwezig in de vergaderingen van eind 1792. Bij de benoeming van L. Heijles tot van zijn opvolger als president-schepen in juli 1793 blijkt hij overleden te zijn.
113. Gerrit van Teffelen volgt eind 1779 of begin 1780 Jan van Teffelen (nr.109) op.
114. Klinge volgt eind 1779 of begin 1780 Antonius Tucker op (nr. 111).
115. Swarthoff wordt in februari 1784 benoemd in plaats van de overleden J. Lieveling.
116. Jacobus Tucker volgt in 1784 C. Konings op. In zijn plaats komt in 1792 Lodewijk Heijles.
117. Van Dockum wordt in 1784 benoemd in plaats van K. Pompen.
118. Heijles is in 1792 de opvolger van Jacobus Tucker. Hij wordt in juli 1793 benoemd tot presidentschepen in plaats van de overleden Arnoldus Versfelt. Als schepen volgt N. Schos hem dan op.
119. Schiffer wordt in 1793 benoemd in plaats van de overleden C. Konings.
120. Schos krijgt in 1793 zijn benoeming tot schepen in plaats van L. Heijles, die president schepen wordt.
3. PRESIDENT-SCHEPENEN 1686-1795.
Aangezien in de periode 1686-1731 elk jaar of om de paar jaar niet alleen de gewone schepenen maar ook de president-schepen worden (her)benoemd, zijn hieronder over die periode de jaren aangegeven waarin de vermeldingen in de stukken zijn aangetroffen. Indien een jaar meerdere keren voorkomt wordt dat veroorzaakt doordat de benoemingen in de loop van het jaar plaatsvonden en niet met ingang van 1 januari. Zie voor de wat verwarrende situatie in 1731 ook de aantekening bij dat jaar in de lijst 2.2. In de tweede helft van de achttiende eeuw hebben de president-schepen evenals de rest van de schepenen voor langere tijd zitting. Het is in die tijd regel dat de oudste van de schepenen tot president wordt benoemd.
1. Petrus van den Heuvel 1686-1687,1689
2. Philip (Aertsen) Sparo 1698,1701
3. Hendrik Pompen 1707
4. Jacob (Dielissen) van Crey 1708,1712-1713
5. Wouter Konings 1714-1715,1718,1720, 1722,1725,1726-1727, 1731,1736-1737,
6. Claas Janssen 1727
7. Meindert Pompen 1730 - 1731
8. Dirk van den Broek 1731 -
9. Jan Joosten 1750
10. Nicolaas Versfelt 1755 - 1763
11. Klaas Pompen 1765 - 1784
12. Leendert Dobbelsteen 1784 - 1790
13. Arnoldus Versfelt 1791 - 1792
14. Lodewijk Heijles 1793 - 1795
Aantekeningen:
5. AAT, inv.nr.145, p.215, aftreden op 23-6-1718. Idem, p.254, benoeming 6-10-1722. Idem, p.311, benoeming 5-2 1726. Idem, p.389, benoeming 6-10-1731 (ruim twee weken daarna reeds opgevolgd door nr.8).
6. AAT, inv.nr.145, p.331, benoeming tot president-schepen op 18-3-1727.
7. AAT, inv.nr.145, p.361, benoeming 24-2-1730. Opgevolgd door nr.5.
8. AAT, inv.nr.145, p.389, benoeming 23-10-1731.
10. Als opvolger van K. Pompen wordt in februari 1784 aanvankelijk C. Konings benoemd, maar die bedankt.
12. Dobbelsteen wordt in maart 1784 als oudste schepen benoemd tot president-schepen. Is het laatst aanwezig bij de vergaderingen in september 1790.
4. LEDEN VAN DE MUNICIPALITEIT 1795-1798.
Bij de verkiezingen van 23-5-1795 worden de volgende personen gekozen tot leden van de municipaliteit, tevens belast met de rechtspraak:
1. Lodewijk Heijles (president/voorzitter)
2. Gerrit van Teffelen
3. Klaas Pompen
4. Jan Klinge
5. Leendert Smulders
6. Nicolaas Schos
7. Jacobus Tucker
Aantekeningen:
2. Komt het laatst in het resolutieboek voor op 1-9-1797. Er is tussentijds geen ander benoemd.
4. Komt het laatst in het resolutieboek voor op 5-12-1796. Er is tussentijds geen ander benoemd.
5. LEDEN VAN DE MUNICIPALITEIT 1798-1803.
Benoemd bij besluit van het Intermediair Administratief Bestuur van het voormalige gewest Bataafs Brabant van 16 maart 1798 en op 2 april geïnstalleerd als leden van de municipaliteit, tevens belast met de rechtspraak:
1. Lodewijk Heijles (president/voorzitter)
2. Klaas Pompen
3. Leendert Smulders
4. Nicolaas Schos
5. Jacobus Tucker
6. Aert Dobbelsteen
7. Huybert van Rossum
Aantekeningen:
2. Pompen komt voor het laatst voor in het resolutieboek op 21-1-1800. Hij is echter zeker niet overleden.
4. Schos komt het laatst voor in het resolutieboek op 4 2 1799. Hij is echter zeker niet overleden. Waarschijnlijk heeft hij ontslag genomen of woont hij de vergaderingen niet meer bij in verband met de rechtszaak tegen hem door de municipaliteit (zie inv.nr. 105/103).
5. Tucker komt het laatst voor in het resolutieboek op 29 8-1801. Hij is echter zeker niet overleden.
6. LEDEN VAN HET GEMEENTEBESTUUR 1803-1810.
Door het Departementaal Bestuur van Brabant wordt met ingang van 31 maart 1803 een nieuw gemeentebestuur benoemd dat aanblijft tot de inlijving van Nederland bij het Franse Keizerrijk in 1810. Op basis van een keizerlijk decreet van 14 mei 1810 komt een nieuwe gemeentelijke indeling tot stand waarbij Alem, Maren en Kessel worden samengevoegd tot een gemeente.
De gecommitteerden (vertegenwoordigers van de geërfden) assisteren het gemeentebestuur in alle financiële zaken. Voorschrift is blijkbaar voor een gemeente van de grootte van Alem dat er drie gecommitteerden zijn, maar Alem heeft er tot in 1808 maar twee. Het gemeentebestuur bericht in dat jaar aan de landdrost dat twee gecommitteerden genoeg is voor Alem, maar indien hij het nodig vindt om een derde te benoemen dragen ze Thomas Pompen voor. De landdrost benoemt vervolgens op 2 augustus 1808 Th. Pompen. De installatie vindt plaats op 18 augustus 1808.
Leden van het gemeentebestuur, tevens belast met de rechtspraak:
1. Lodewijk Heijles 1803 - 1804
2. Jacobus Tucker 1803 - 1810
3. Aert Dobbelsteen 1803 - 1810
4. Meindert Pompen 1804 - 1810
Gecommitteerden:
5. Huybert van Rossum 1803 - 1809
6. Meindert Pompen 1803 - 1804
7. Jan Evers 1804 - 1810
8. Thomas Pompen 1808 - 1810
9. Hendrik van Boort 1809 - 1810
Aantekeningen:
1. Heijles wordt na de installatie door de leden zelf gekozen tot president (voorzitter) voor drie maanden, maar die termijn is daarna (stilzwijgend?) verlengd. Na zijn overlijden in 1804 wordt hij als lid van het gemeentebestuur en schepen op 29-11-1804 opgevolgd door de gecommitteerde M. Pompen. Tucker neemt dan waarschijnlijk het presidentschap over.
2. Tucker wordt na de installatie door de leden zelf gekozen tot vice-president (vice-voorzitter) voor drie maanden, maar die termijn is daarna (stilzwijgend?) verlengd. Volgt waarschijnlijk Heijles als president op na diens overlijden in 1804
6. Op 29-11-1804 volgt hij Heijles op als lid van het gemeentebestuur. Evers is zijn opvolger als gecommitteerde.
7. Zie aantekening bij nr.6.
8. Zie de aantekening voorafgaande aan de lijst.
9. Aangesteld bij besluit van de landdrost van 25 juli 1809 in plaats van de overleden Van Rossum.
7. LEDEN VAN HET GEMEENTEBESTUUR 1814.
Van de samenstelling van het gemeentebestuur van Alem in de periode 1812-1820 zijn in het archief niet veel gegevens te vinden. Een van de weinige bronnen is een opgave van 10 februari 1814 van de samenstelling van het gemeentebestuur, die door de maire (burgemeester) Bernardus Valkenburg is verstrekt aan de commissaris van het arrondissement 's-Hertogenbosch in het kader van de benoemingen van nieuwe gemeentebesturen na het vertrek van de Fransen. Valkenburg stelt de commissaris voor om de omvang van het gemeentebestuur terug te brengen tot drie leden (zie inv.nr. 3105/402). Dat advies is naar alle waarschijnlijkheid opgevolgd.
Bernardus Valkenburg (maire)
Meindert Pompen (adjunct maire)
Arnoldus Dobbelsteen
Gijsbertus Blanken
Hendrik van Boort
Arnoldus van Veggel
Thomas Pompen
Jan Evers
Wilhelmus Fettman
Jacobus Tucker
8. GEZWORENEN 1725-1809.
De gezworenen worden vóór 1795 door de rentmeester van de heer van Alem namens de heer benoemd. Daarna door het dorpsbestuur. Hun positie en functie (in Alem) is niet duidelijk. In het algemeen is het woord 'gezworene' identiek aan 'beëdigde'. Vandaar dat het woord elders ook wel als synoniem wordt gebruikt voor schepen of voor heemraad. In Brabant zijn de gezworenen vaak gegoede ingezetenen die de gezamenlijke geërfden (of een wijk/buurtschap van een dorp) vertegenwoordigen en die door de schepenen bij beslissingen over belangrijke zaken (vooral op financieel gebied) geraadpleegd worden. Eind zeventiende en begin achttiende eeuw lijken de gezworenen in Alem een dergelijke rol te vervullen. Later in de achttiende eeuw, zo blijkt uit sommige stukken uit het rechterlijk archief, zijn zij in bepaalde zaken belast met het dagvaarden van mensen (als zodanig vervullen zij dezelfe taak als de vorster) en fungeren ze als aanklagers (namens de gezamenlijke geërfden, of in speciale zaken?). Uit niets blijkt dat zij dan (nog?) een taak hebben ten aanzien van het (administratieve) bestuur van het dorp. In het in deze inventaris beschreven archief van het dorpsbestuur van Alem komen slechts de benoemingen ter sprake.
1. Adriaen van Housch (1699)
2. Willem Joosten (1699),(1701)
3. Cornelis van Beek (1708)
4. Peter Martens (van Boxtel) (1708)
5. Gijsbert Hendriks (1708)
6. Peter Janssen van Geffen (1708),(1712)
7. Willem Lambers (1725)
8. Caspar Lieveling (1727)
9. Willem Bukentop 1771 - 1778
10. Jan van Rosmalen 1771 - 1792
11. Megiel van de Graft 1778 - 1790
12. Gijsbert Prinsen 1790 - 1792
13. Jan Hoogmoed 1792 -
14. Jan Albers van Tiel 1792 -
15. Jan van der Borgt 1792 -
16. Dirk van Laarschot 1798 - 1800
17. Peter Kollenburgh 1798 - 1800
18. Dirk van de Graft 1804 - 1806
19. Mattijs Janssen 1807 - 1809
20. Gerardus van Veggel 1807 - 1809
Aantekeningen:
2-6. RAA, inv.nr. 190/66, 9-7-1708.
12. Het is niet helemaal zeker of Prinsen in 1790 in plaats komt van Van de Graft. Laatstgenoemde wordt in 1786 nog in zijn functie 'gecontinueerd', maar komt later niet meer voor.
13. Hoogmoed wordt benoemd in plaats van Prinsen.
14. Albers van Tiel komt in plaats van Van Rosmalen.
15. Van der Borgt wordt in 1792 benoemd, daarbij is niet aangegeven in wiens plaats hij komt. Het zou kunnen zijn dat hij de plaats van Hoogmoed inneemt. Zo niet is er sprake van drie gezworenen tegelijkertijd.
16. Wordt op 23-4-1798 benoemd door de municipaliteit voor twee jaar.
17. Benoeming door de municipaliteit op 23-4-1798 voor twee jaar.
18. Benoeming door het gemeentebestuur op 12-5-1804 voor de jaren 1804-1806.
19. Benoeming door het gemeentebestuur op 19-5-1807 voor de jaren 1807-1809.
20. Benoeming door het gemeentebestuur op 19-5-1807 voor de jaren 1807-1809.
9. SECRETARISSEN 1650-1810.
1. Udo Adriaens (1650)
2. Johan Groen 1654 - 1694
3. Johan Lisselius 1694 - 1714
4. Albert Versfelt 1714 - 1763
5. Nicolaas Versfelt 1763 - 1793
6. Willem Folkert Frijlinck 1794 - 1805
7. Godefriedus van Amelsvoort 1805 - [1810]
Aantekeningen:
1. AAT, inv.nr.234, f.1331, vermelding 27-7-1650.
2. AAT, inv.nr.147, p.273, benoeming 10-6-1654 tot secretaris en dijkschrijver. Na zijn overlijden in 1694 opgevolgd door Johan Lisselius (AAT, inv.nr.144, p.212).
3. AAT, inv.nr.144, p.212, benoeming 16-2-1694 tot secretaris en dijkschrijver na het overlijden van Jan Groen.
4. AAT, inv.nr.145, p.273, benoeming 12-9-1714 tot schout, secretaris en dijkschrijver. Albert Versfelt komt voor het laatst voor in het resolutieboek op 27-3-1762. Hij overlijdt begin 1763.
5. Op dezelfde dag dat hij hem tot dijkgraaf en dijkschrijver benoemd (12-4-1754), belooft de abt van St. Truiden aan Nicolaas Versfelt het schoutambt en secretarisambt na de dood (of vrijwillige afstand) van zijn vader Albert Versfelt (AAT, inv.nr.146, p.155). Enkele jaren voor de dood van Albert in 1763 wordt echter door de Staten-Generaal bepaald dat het secretarisschap en het drostambt niet met elkaar verenigbaar zijn. Nicolaas doet dan in 1763 afstand van zijn recht op het drostambt ten gunste van zijn broer Coenraad (brief d.d. 11-8-1763: AAT, inv. nr.387). Eind 1762 treedt N. Versfelt al op als loco-secretaris. Op 15-3-1763 wordt gesproken van een vacature. Daarna treedt steeds N. Versfelt op als secretaris. Uit het verslag van de vergadering van 8-10-1793 blijkt dat N. Versfelt is overleden. Waarnemer tot aan de benoeming van Frijlinck is Johannes van Dockum. N. Versfelt was tot aan zijn dood ook secretaris van Maren (zie ook de aantekening bij nr.6).
6. AAT inv.nr.915 en inv.nr.146, p.471, benoeming 23-11-1793 tot secretaris, dijkgraaf en dijkschrijver. In januari 1794 treedt hij in functie. In diezelfde tijd volgt hij N. Versfelt ook op als secretaris van Maren. (Zie over die benoemingen ook de Collectie Aanwinsten van het Brabants Historisch Informatiecentrum (BHIC, voorheen Rijksarchief in Noord-Brabant), inv.nrs.81-82). In de vergadering van 2-4-1798 blijkt hij volgens een aanschrijving van 16-3-1798 'provisioneel' uit zijn functie ontzet te zijn op verdenking van on-patriots gedrag, maar hij mag de post van secretaris hangende het onderzoek wel blijven waarnemen. In de vergadering van 13-8-1798 blijkt een brief binnen te zijn gekomen waarin staat dat hij 'gecontinueerd' en 'hersteld' wordt in zijn functie. Hij overlijdt op 27-1-1805. Daarna neemt M. Pompen de post waar tot aan de benoeming van Van Amelsvoort.
7. Van Amelsvoort wordt op 14-6-1805 door het Departementaal Bestuur van Brabant benoemd tot secretaris van Alem en Maren.
10. BORGEMEESTERS EN GEMEENTE-ONTVANGERS 1679-1820.
De borgemeesters -niet te verwarren met de burgemeesters zoals we die kennen vanaf 1810- zijn de dorpsontvangers. De naam verwijst waarschijnlijk naar het feit dat zij tijdens hun ambtsperiode persoonlijk borg stonden voor de dorpsontvangsten en uitgaven. Ze zijn ondergeschikt aan het dorpsbestuur en krijgen als loon een percentage van de ontvangsten. Het is niet duidelijk hoe ze in Alem voor 1757 gekozen of benoemd worden. In 1757 komt er een wijziging in het bestaande systeem en wordt er een stap gezet op de weg naar professionalisering van het ontvangerschap. Voortaan wordt het borgemeesterschap, inclusief het collecteren van de diverse belastingen, in het openbaar telkens voor enkele jaren aanbesteed. Vanaf 1747 is er steeds maar één borgemeester. Daarvoor zijn er vaak twee borgemeesters.
1. Philip (Aertsen) Sparo en Marten Peters 1679
2. Willem Jacobs en Hendrik Eijmers 1680
3. Hendrik Jansen en Dirk Claasen 1683
4. Jan Janssen Groen en Aert Gijsbers 1685
5. Arien (Gerrits) de Weert 1687
6. Gerrit Ariens de Weert 1688
7. Rijnder Jacobs en Jacob Dielissen (van Crey) 1691
8. Gijsbert Konings en Goossen van Herwijnen 1692
9. Dirk Geurden en Peter Willems 1693
10. Jan Janssen Groen en Wijnand Leenders 1694
11. Philip (Aertsen) Sparo en Hendrik Eijmers Klinge 1695
12. Leendert Leenders en Aert Hendriks 1696
13. Peter Martens (van Boxtel) 1697
14. Klaas Konings en Hendrik de Weert 1698 - 1699
15. Geurt (Ariens) van Cromvoort en Jan Leenders 1700
16. Hendrik Pompen en Jan Martens 1701
17. Cornelis Dielissen van der Smissen en Johan Klinge 1702
18. Rijnder Jacobs 1703
19. Antony van Eck en Dirk Geurden 1704
20. Peter de Keseler en Jacob Dielissen (van Crey) 1705
21. Pieter Jacobs en Jan Janssen Smits 1706
22. Rijnder Jacobs 1707 - 1709
23. Peter Martens (van Boxtel) en Wijnand Leenders 1710
24. Wouter Konings en Jan Joosten 1711
25. Antony van Eck en Claas Janssen 1712
26. Hendrik Pompen 1713
27. Dirk Geurden en Peter Willems 1714
28. Peter Willems en Dirk Geurden 1715
29. Dirk van den Broek 1716
30. Hendrik Pompen 1717 - 1718
31. Eijmert (Hendriks) Klinge en Jacobus Dobbelsteen 1719
32. Krijn Hendriks en Jan Janssen Smits 1720
33. Meindert Pompen 1733
34. Aert Dobbelsteen en Bartel Berwers 1734
35. Abraham van Esveld 1735
36. Gijsbert Klinge 1736
37. Nicolaas Versfelt 1737
38. Albert Versfelt 1738,1740
39. Gerrit Jan Huijbers 1742
40. Hubertus Pompen en Bartel (Jans) Berwers 1743
41. Willem van Osch en Willem Janssen van Teffelen 1744
42. Frans Verweij 1745
43. Wouter Konings 1746
44. Nicolaas Versfelt 1747 - 1756
45. Johan Hendrik Mooren 1757 - 1760
46. Wouter van Wolfsbergen 1761 - 1762
47. 'Helena Mooren ten behoeve van wijlen haar vader Hendrik Mooren' 1763 - 1765
48. Hendrik van Oploo en Adrianus van Berchem 1766 - 1771
49. Jan van Gerwen 1772 - 1783
50. Wouter Schiffer 1784 - 1792
51. Leendert Smulders 1793 - 1795
52. Wouter Schiffer voor zijn overleden zoon Pieter Schiffer 1796 - 1798
53. Jan Jacob Puttekoffer 1799 - 1801
54. Wouter Schiffer 1802 - 1804
55. Andries Piek 1805 - [1809]
Gemeente-ontvangers:
56. Franciscus Michael Josephus Kilian 1812 - 1817
57. Joannes Jacobus Buss 1818 - 1820
Aantekeningen:
4. Volgens inv.nr.3190/41 van het oud-rechterlijk archief van de heerlijkheid Alem (30-3-1685) blijkt dat Jan Janssen Groen en Aert Gijsbers burgemeesters zijn over 1685. In inv.nr. 3105/21 van de hier beschreven archieven is opgetekend dat Dielis Cornelis de borgemeestersrekening over dat jaar zou hebben opgemaakt. Die rekening is echter pas in 1718 afgehoord. Wellicht is hij een erfgenaam van een van de beide burgemeesters en als zodanig verantwoordelijk voor de afwikkeling.
24. Gekozen tot borgemeesters voor 1711 op 4-7-1711 door de schepenen en de rentmeester: RAA, inv.nr. 3190/41.
38. Het is niet bekend wie burgemeester over 1739 is, waarschijnlijk ook Albert Versfelt.
56. Zie over hem Mommers, Brabant, deel II, p.438-439.
11. COLLECTEURS VAN DE VERPONDING 1700-1805.
Vanaf 1789 worden de bede en de verponding in één rekening verantwoord als bijlage bij de dorpsrekening. De inning van de verponding blijft per kalenderjaar geschieden en die van de bede van 17 september tot en met 16 september (Zie ook bij de lijst van collecteurs van de bede).
1700 - 1701 Kwijtschelding (remis),geen rekening
1702 Peter de Keseler
1704 -1705 Peter Martens (van Boxtel)
1713 Wouter Konings
1714 Wijnand Leenders en Jan (Teunissen) van Beest
1716 Gerrit Jan Huijbers en Jacobus Dobbelsteen
1717 Wouter Konings
1718 Cornelis (Coenen) van Beest en Krijn Hendriks
1719 Wouter Konings
1720 Hendrik Pompen
1721 Gerrit Jan Huijbers en Dirk van den Broek
1722 Hendrik Pompen
1723 Rijnder Jacobs
1735 Abraham van Esveld
1736 Meindert Pompen
1737 - 1738 Albert Versfelt
1741 Gijsbert Klinge en Frans Verweij
1742 Johannes van Lith
1743 Wouter Konings
1744 Joost Smits
1745 Bartel Berwers
1746 - 1755 Nicolaas Versfelt
1756 - 1761 Johan Hendrik Mooren
1762 Helena Mooren t.b.v. wijlen haar vader Hendrik Mooren
1763 - 1770 Hendrik van Oploo en Adrianus van Berchem
1771 - 1782 Jan van Gerwen
1783 - 1791 Wouter Schiffer
1792 - 1794 Leendert Smulders
1795 - 1797 Wouter Schiffer voor zijn overleden zoon Pieter Schiffer
1798 - 1800 Jan Jacob Puttekoffer
1801 - 1803 Wouter Schiffer
1804 - [1805] Andries Piek
12. COLLECTEURS VAN DE BEDE 1734-1805.
Het belastingjaar 1734/1735 loopt van 17 september 1734 tot en met 16 september 1735. Daarna wordt tot 1779/1780 uitgegaan van de periode 17 december tot en met 16 december. Vervolgens wordt weer uitgegaan van 17 september tot en met 16 september (Omdat het blijkens (toen nog aanwezige) rekeningen uit 1733, 1734 en 1735 in de jaren vóór 1736 ook zo was en er geen rekening werd aangetroffen waarin meer dan een jaar verantwoord werd). Vanaf 1789 worden de bede en de verponding door dezelfde collecteur geïnd en in één rekening verantwoord als bijlage bij de dorpsrekening. De inning van de verponding blijft per kalenderjaar geschieden en die van de bede van 17 september tot en met 16 september (Zie ook bij de lijst van collecteurs van de verponding).
1734/1735 Abraham van Esveld
1735/1736 Gijsbert Klinge
1736/1737 Meindert Pompen
1737/1738 Albert Versfelt
1740/1741 Albert Versfelt
1741/1742 Gijsbert Klinge en Frans Verweij
1742/1743 Johannes van Lith
1743/1744 Wouter Konings
1744/1745 Joost Smits
1745/1746 Bartel Berwers
1746/1747 - 1755/1756 Nicolaas Versfelt
1756/1757 - 1759/1760 Johan Hendrik Mooren
1760/1761 - 1761/1762 Wouter van Wolfsbergen
1762/1763 - 1764/1765 Helena Mooren t.b.v. wijlen haar vader Hendrik Mooren
1765/1766 - 1770/1771 Hendrik van Oploo en Adrianus van Berchem
1771/1772 - 1782/1783 Jan van Gerwen
1783/1784 - 1790/1791 Wouter Schiffer
1791/1792 - 1793/1794 Leendert Smulders
1794/1795 - 1796/1797 Wouter Schiffer voor zijn overleden zoon Pieter Schiffer
1797/1798 - 1799/1800 Jan Jacob Puttekoffer
1800/1801 - 1802/1803 Wouter Schiffer
1803/1804 - [1804/1805] Andries Piek
13. 'PACHTERS' EN COLLECTEURS VAN DE GEMENE MIDDELEN
In het archief van het dorpsbestuur zijn maar weinig gegevens te vinden over de inning van de gemene middelen in Alem van vóór 1730. Van vóór de achttiende eeuw bleven zelfs helemaal geen collecteursrekeningen bewaard. In de periode 1700-1730 zijn er meerdere rekeningen van verschillende collecteurs voor de diverse gemene middelen. In ieder geval vanaf 1732/1733, maar wellicht al enkele jaren eerder, is de inning van alle gemene middelen in handen van een, of twee gezamenlijk optredende collecteur(s). Aanvankelijk worden nog wel meerdere rekeningen opgemaakt, maar vanaf 1735/1736 wordt volstaan met één rekening voor alle gemene middelen.
De loop van de belastingjaren is voor de diverse middelen aanvankelijk nogal verschillend, maar vanaf 1720/1721 is het tot 1800/1801 steeds van 1 oktober tot en met 31 september. In 1801 wordt bepaald dat de belastingjaren voortaan gelijk zullen zijn aan de kalenderjaren. Het belastingjaar 1801/1802 loopt dus als overgang over de maanden oktober 1801 tot en met december 1802.
13.1 'PACHTERS' VAN DE GEMENE MIDDELEN 1748-1805.
Vanaf het begin van de achttiende eeuw worden de meeste gemene middelen niet meer verpacht maar geheven volgens een systeem van aanschrijving. De bedragen zijn per plaats gefixeerd. In de bronnen blijft men echter spreken van 'verpachting' en 'pachters'. De schepenen wijzen jaarlijks uit hun midden een gemachtigde aan die zich in Den Bosch door de afgevaardigden van de Raad van State (de verpachtingscommissie) als 'pachter van de gemene middelen' laat registreren. De schepenen verklaren bij die gelegenheid dat ze zich gezamenlijk borg stellen voor de afdracht van de voor Alem vastgestelde quote. De eigenlijke inning van de middelen (collecte) wordt steeds door een of meer collecteur(s) gedaan. De eventuele meeropbrengst komt ten goede aan de dorpskas. De functie 'pachter van de gemene middelen' heeft daardoor in de praktijk niet veel te betekenen.
1748/1749 Cornelis Konings
1750/1751 Nicolaas Versfelt
1751/1752 Nicolaas Versfelt
1752/1753 Leendert Dobbelsteen
1753/1754 Klaas Pompen
1754/1755 Nicolaas Versfelt
1755/1756 Leendert Dobbelsteen
1756/1757 Cornelis Konings
1757/1758 Leendert Dobbelsteen
1758/1759 Cornelis Konings
1759/1760 Leendert Dobbelsteen
1760/1761 Nicolaas Versfelt
1761/1762 Jan van Teffelen
1762/1763 Cornelis Konings
1763/1764 Leendert Dobbelsteen
1764/1765 Cornelis Konings
1765/1766 Klaas Pompen
1766/1767 Arnoldus Versfelt
1767/1768 Jan van Teffelen
1768/1769 Klaas Pompen
1769/1770 Arnoldus Versfelt
1770/1771 Jan van Teffelen
1771/1772 Leendert Dobbelsteen
1772/1773 Antonius Tucker
1773/1774 Klaas Pompen
1774/1775 Cornelis Konings
1775/1776 Klaas Pompen
1776/1777 Arnoldus Versfelt
1777/1778 Jan van Teffelen
1778/1779 Leendert Dobbelsteen
1779/1780 Klaas Pompen
1780/1781 Arnoldus Versfelt
1781/1782 Cornelis Konings
1782/1783 Arnoldus Versfelt
1783/1784 Jan Klinge
1784/1785 Arnoldus Versfelt
1785/1786 Jan Klinge
1786/1787 Leendert Dobbelsteen
1787/1788 Johannes van Dockum
1788/1789 Jacobus Tucker
1789/1790 Gerrit van Teffelen
1790/1791 Klaas Pompen
1791/1792 Klaas Pompen
1792/1793 Jan Klinge
1793/1794 Lodewijk Heijles
1794/1795 Wouter Schiffer
1795/1796 Leendert Smulders
1796/1797 Nicolaas Schos
1797/1798 Leendert Smulders
1798/1799 Nicolaas Schos
1799/1800 Aert Dobbelsteen
1800/1801 Jacobus Tucker
1801/1802 Lodewijk Heijles
1803 Jacobus Tucker
1804 Aert Dobbelsteen
1805 Jacobus Tucker
13.2 COLLECTEURS VAN DE PERDONELE QUOTISATIE 1708-1722.
1708 mei/1709 mei Johan Versfelt
1717 jan/1717 dec Jan Cortie en Aert Dobbelsteen
1718 apr/1719 mrt Willem van Osch en Berent Berents
1719 jan/1719 dec Jacob (Dielissen) van Crey
1720 jan/1720 dec Claas Janssen en Gijsbert Hendriks
1721 okt/1722 sep Willem Jan Goossens en Jan Gerrits
13.3 COLLECTEURS VAN HET BIERACCIJNS EN DE IMPOSTEN OP HET HOORNVEE, DE BEZAAIDE LANDEN EN HET SLACHTVEE 1707-1723.
De belastingjaren lopen van oktober tot en met september. Het is niet duidelijk of Rijnder Jacobs collecteur is van het bieraccijns in 1707/1708.
1707/1708 Rijnder Jacobs
1708/1709 Rijnder Jacobs
1714/1715 Rijnder Jacobs
1716/1717 Rijnder Jacobs
1717/1718 Wouter Konings
1718/1719 Geurt (Ariens) van Cromvoort en Gijsbert Hendriks
1719/1720 Willem van Osch en Willem Jan Goossens
1720/1721 Claas Janssen en Gijsbert Hendriks
1721/1722 Cornelis van Beek en Dirk Geurden
1722/1723 Cornelis van Hurwen
13.4 COLLECTEUR VAN DE IMPOST OP DE KLEINE SPECIËN 1714-1722.
1714 apr/1715 mrt Caspar Lieveling
1717 apr/1718 mrt Jan Cortie en Aert Dobbelsteen
1718 apr/1719 mrt Willem van Osch en Berent Berents
1719 apr/1720 mrt Jacob (Dielissen) van Crey
1720 okt/1721 sep Claas Janssen en Gijsbert Hendriks
1721 okt/1722 sep Willem Jan Goossens en Jan Gerrits
13.5 COLLECTEURS VAN HET HOOFDGELD IN PLAATS VAN HET GEMAAL 1717-1722.
De belastingjaren lopen tot en met 1719/1720 van april tot en met maart, daarna van oktober tot en met september.
1717/1718 Jan Cortie en Aert Dobbelsteen
1718/1719 Willem van Osch en Berent Berents
1719/1720 Jacob (Dielissen) van Crey
1720/1721 Claas Janssen en Gijsbert Hendriks
1721/1722 Willem Jan Goossens en Jan Gerrits
13.6 COLLECTEURS VAN DE (GEZAMENLIJKE) GEMENE MIDDELEN 1732-1805.
De belastingjaren lopen van oktober tot en met september.
1732/1733 Cornelis van Uden en Gijsbert Klinge
1733/1734 Frans Janse Verweij en Willem van Osch
1734/1735 Marten Peters (van Boxtel) en Klaas Cargo
1735/1736 Josef (Leendert van) Snepschuijt en Cornelis van Uden
1736/1737 Albert Versfelt
1737/1738 Gerrit Jan Huijbers
1738/1739 Johannes van Lith en Klaas Cargo
1739/1740 Joost Smits en Bartel Berwers
1740/1741 Josef (Leendert van) Snepschuijt
1741/1742 Joost Smits
1742/1743 Klaas Cargo en Aert Dobbelsteen
1743/1744 Marten Peters (van Boxtel) en Klaas Pompen
1744/1745 - 1754/1755 Nicolaas Versfelt
1755/1756 - 1759/1760 Johan Hendrik Mooren
1760/1761 Wouter van Wolfsbergen
1761/1762 - 1763/1764 Helena Mooren t.b.v. haar wijlen haar vader Hendrik Mooren
1764/1765 - 1769/1770 Hendrik van Oploo en Adrianus van Berchem
1770/1771 - 1781/1782 Jan van Gerwen
1782/1783 - 1790/1791 Wouter Schiffer
1791/1792 - 1794/1795 Leendert Smulders
1795/1796 - 1796/1797 Wouter Schiffer voor zijn overleden zoon Pieter Schiffer
1797/1798 - 1799/1800 Jan Jacob Puttekoffer
1800/1801 - 1803 Wouter Schiffer
1804 - [1805] Andries Piek
14. DIJKGRAVEN 1647-1809.
De dijkstoel van Alem bestaat uit een dijkgraaf en 7 heemraden. Ze worden allemaal benoemd door of namens de abt van St. Truiden als heer van Alem. De dijkgraven zijn vanaf 1754 tevens dijkschrijver.
1. Daniel Martens 1608 -
2. Adriaen Janssen (1647)
3. Johannes Melot 1649 - [1650]
4. Raphaël Thomas Jaedts - 1660
5. Aert Philipsen Sparo 1660 - (1662)
6. Jan Jans Ariens 1683 - [1692]
7. Jan Janssen Groen [1698] - [1700]
8. Jan (Jans) Ariens [1708] - [1712]
9. Geurt (Ariens) van Cromvoort 1714 - 1716
10. Wouter Konings (waarnemer) 1722 -
11. Maurus van Kessel 1731 -
12. Jacop Gijsselen [1740] - [1749]
13. Nicolaas Versfelt 1754 - 1793
14. Willem Folkert Frijlinck 1794 - 1805
15. Bernardus Valkenburg 1805 - [1809]
Aantekeningen:
1. AAT, inv.nr.234, p.111, benoeming 30-11-1608 tot schout en dijkgraaf.
2. Genoemd als dijkgraaf in 1647 in inv.nr. 105/427.
3. AAT, inv.nr.147, p. 273, benoeming 27-1-1649. AAT, inv.nr.234, f.1313, vermelding 27-7-1650.
4. AAT, inv.nr.914, vrijwillig aftreden 17-12-1660 als schout en dijkgraaf. Als schout was hij benoemd op 26-3-1654. Het is niet duidelijk of hij toen ook al gelijk dijkgraaf werd. Het is wel waarschijnlijk.
5. AAT, inv.nr.914, benoeming 23-12-1660 tot schout en dijkgraaf als opvolger van Jaedts. Nog genoemd als dijkgraaf in 1662 in inv.nr. 105/427.
6. AAT, inv.nr.144, p.76, benoeming 26-8-1683. Wellicht dezelfde als nr.8.
7. AAT, inv.nr.144, p.284, benoeming 22-2-1700. Alhoewel er niets over is vermeld moet dit in feite een herbenoeming zijn aangezien hij ook in 1698 en 1699 als dijkgraaf voorkomt.
8. In 1708 wordt vermeld Jan Jans Ariens en in 1709 Jan Ariens. Verondersteld wordt dat het om dezelfde persoon handelt. Wellicht ook dezelfde als nr.6.
9. AAT, inv.nr.147, p.273, benoeming 23-2-1714. Op 7-1-1716 krijgt rentmeester Balthasas Guilielmus van Kessel opdracht om een nieuwe dijkgraaf te benoemen (AAT, inv. nr.145, p.195). Blijkbaar lukt het niet om een geschikte kandidaat te vinden want in de lijst in AAT, inv.nr.147, p.273 is vermeld 'substitutie' en op 13-7-1717 krijgt Van Kessel opnieuw opdracht een nieuwe dijkgraaf aan te stellen (AAT, inv.nr.145, p.205). Wie dan wordt benoemd is ook niet bekend.
10. AAT, inv.nr.147, p.273, benoeming 6-10-1722 tot provisioneel (waarnemend) dijkgraaf.
11. AAT, inv.nr.145, p.331, benoeming 25-1-1731. Bij zijn aanstelling wordt bepaald dat hij desgewenst een plaatsvervanger mag aanwijzen.
12. Gijsselen wordt als dijkgraaf in de periode 1740-1745 genoemd door Broeders, Inventaris archief Laag Hemaal, p.7. Wordt in 1749 nog genoemd als dijkgraaf, inv.nr. 3105/432.
13. AAT, inv.nr.146, p.157, benoeming tot dijkgraaf en dijkschrijver 12-4-1754. Uit het verslag van de vergadering van het dorpsbestuur van 8-10-1793 (inv.nr. 3105/3) blijkt dat N. Versfelt overleden is. Waarnemer tot aan het in functie treden van Frijlinck is Johannes van Dockum.
14. AAT, inv.nr.915 en inv.nr.146, p.471, benoeming 23-11-1793 tot secretaris, dijkgraaf en dijkschrijver. In januari 1794 treedt hij in functie. In diezelfde tijd volgt hij ook N. Versfelt ook op als secretaris van Maren. (Zie over die benoemingen ook de Collectie Aanwinsten van het Rijksarchief in Noord-Brabant, inv.nrs.81-82). Hij overlijdt op 27-1-1805.
16. HEEMRADEN 1647-1809.
Er zijn steeds zeven heemraden, die worden benoemd door de abt van St. Truiden. Van 1754 tot 1809 is de lijst zeker compleet. Indien de namen maar eenmaal voorkomen is de spelling letterlijk overgenomen. Vermeld zijn de jaren waarin de betrokken personen in de bronnen voorkomen als heemraad. Dat wil lang niet altijd zeggen dat ze daarvoor, daarna of in de tussenliggende jaren geen heemraad zijn geweest. De benoemingen vinden plaats door of namens de abt van St. Truiden. Er zijn geen aanwijzingen gevonden dat er invloed op de benoemingen wordt uitgeoefend door de heemraden zelf, de gedijkslaagden of de gezamenlijke geërfden van Alem. Vaak zijn de schepenen tevens heemraad.
1. Adriaen Guertsen 1647
2. Aert Willems 1647
3. Jan Caspars 1647
4. Peter Bauwens 1647
5. Aert Jan Handrickx 1647
6. Lucas Geritsen 1647,1662
7. Jacob Claasen 1647,1662,1684,1686, 1690-1691
8. Geraert de Weert 1662
9. Eijmbert Caspar 1662
10. Ghijsbert Ariens de Weert 1662
11. Jan Handricksen 1662
12. Jacob Peters (Bauwens) 1662,1675,1684
13. Aert Gijsbers 1675,1684
14. Arien (Gerrits) de Weert 1684,1686,1690-1691
15. Peter Aertsen (Cornelissen) 1684,1686,1689
16. Hendrik Eijmers Klinge 1684,1686,1689,1698
17. Philip (Aertsen) Sparo 1684,1686,1690-1691,1698
18. Jan Janss Groen de jonge 1686
19. Peter Aerts (van der Smissen) 1690-1691
20. Dielis (Cornelissen) van der Smissen 1690-1691,1698
21. Jacob Jans 1691
22. Rijnder Jacobs 1698,1709-1710,1714
23. Jan Jans Ariens 1700
24. Hendrik Pompen 1703,1710,1714
25. Dirk Geurden (Geurtsen) 1703,1709-1710,1714
26. Jacob (Dielissen) van Crey 1703,1709-1710,1714
27. Balthasar Guilielmus van Kessel 1704,1714
28. Johan Lisselius 1709-1710,1714
29. Hendrik de Weert 1709-1710,1714,1718
30. Wouter Konings 1717,1749
31. Nicolaas Versfelt 1749
32. Jan Joosten 1749
33. Krijn Hendriks 1749-1771
34. Joost Smits 1754-1763
35. Martinus van Someren 1754-1771
36. Jan van Teffelen 1754-1780
37. Klaas Pompen 1754-1784,1786-1804
38. Cornelis Konings 1754-1784,1792
39. Leendert Dobbelsteen 1754-1792
40. Antonius Tucker 1763-1780
41. Hendricus van Someren 1771-1786
42. Arnoldus Versfelt 1771-1793
43. Gerrit van Teffelen 1780-1797
44. Jan Klinge 1780-1809
45. Johannes van Dockum 1784-1797
46. Jacobus Tucker 1784-1804,1809-
47. Lodewijk Heijles 1793-1804
48. Aert Dobbelsteen 1793-1809
49. Jan Evers 1797-1809
50. Leendert Smulders 1797-1808
51. Thomas Pompen 1805-1809
52. Adriaen van Mil 1805-1809
53. Jan Willem Schiffer 1805-1809
54. Hendrik van Boort 1809-
55. Arnoldus van Veggel 1809-
Aantekeningen:
12. In inv.nr. 3105/ 431 wordt op 7-2-1691 vermeld dat alle heemraden aanwezig zijn behalve Jacob Peters 'vermits sijn afflijvigheijt' (=aangezien hij overleden is). Waarschijnlijk is hij dus kort daarvoor gestorven. Het is waarschijnlijk dat het hier om dezelfde Jacob Peters (Bauwens) handelt.
16. AAT, inv.nr.145, vermelding op 3-9-1704 van zijn overlijden.
24-26. AAT, inv.nr.147, p.273, benoeming 16-7-1703.
27. AAT, inv.nr.147, p.273, benoeming 3-9-1704.
29. AAT, inv.nr.145, p.224, 31-12-1718 verlening commissie voor de benoeming van een nieuwe heemraad na het overlijden van Hendrik de Weert. De naam van de nieuw te benoemen heemraad is niet vermeld.
30. AAT, inv.nr.147, p.273, benoeming 31-10-1717. Het is niet duidelijk of het in 1717 en 1749 om dezelfde persoon handelt.
37. Pompen treedt in 1784 af. J. van Dockum is zijn opvolger. Na enkele jaren wordt hij toch weer aangesteld.
38. Konings bedankt in 1784, waarschijnlijk vanwege zijn gevorderde leeftijd. Hij wordt opgevolgd door J. Tucker. In 1792 wordt hij echter opnieuw aangesteld in plaats van de overleden Leendert Dobbelsteen. Hij overlijdt nog in datzelfde jaar.
40. AAT, inv.nr. 146, p.252, benoeming 22-9-1763. Zie ook AAT, inv.nr.387, brief d.d. 11-8-1763.
17. PRESIDENT-HEEMRADEN 1684-1714.
In de resolutieboeken van de dijkstoel, die vanaf 1754 bewaard zijn gebleven (inv.nr. 3105/433-3105/434), worden steeds zeven heemraden genoemd, zonder dat er sprake is van een president-heemraad. Hoogstwaarschijnlijk bestond de functie toen niet meer.
Jan Jans Ariens (1700)
Jacob Claasen (1684),(1686)
Balthasar Guilielmus van Kessel (1704)(1714)
18. ARMMEESTERS 1685-1809.
De twee armmeesters worden vóór 1795 door de rentmeester van de heer van Alem benoemd, daarna door het gemeentebestuur. De benoemingstermijn is waarschijnlijk aanvankelijk drie jaar, met ingang van 1770 vier en vanaf 1795 weer drie jaar.
1. Jan Janssen Groen en Hendrik Pompen 1685
2. Claas Janssen en Peter Willems 1699 - 1701
3. Hendrik Pompen en Aert Verwey 1708
4. Jacob Smit en Claas Claasen 1709
5. Hendrik Pompen en Aert Verweij 1712
6. Aert Dobbelsteen 1720,1721
7. Jan van Gemert en Berent Berents 1721
8. Aert Dobbelsteen 1724
9. Willem Jansen en Willem van Osch 1738 - 1741
10 Gijsbert Klinge en Gerrit Smits 1763
11. Jan Klinge en Gerrit van Teffelen 1770 - 1774
12. Alexander van Linden en Adriaen Dobbelsteen 1774 - 1778
13. Nicolaas Schos en Dirk van Lith 1778 - 1782
14. Albert van Tiel en Huybert van Rossum 1782 - 1786
15. Adriaen van Mil en Francis van Engelen 1786 - 1790
16. Huybert van Rossum en Aert Dobbelsteen 1790 - 1795
17. Dirk van Lith en Laurens Ploegmakers 1795 - 1798
18. Meindert Pompen en Jan Evers 1798 - 1802
19. Thomas Pompen en Hendricus Cortie 1802 - 1805
20. Aert Leerintfelt en Hendrik van Boort 1806 - 1809
21. Leendert Smulders 1808
22. Jan Willem Schiffer 1808 - 1809
23. Thomas Pompen en Geert Evers 1809 -
Aantekeningen:
18. Op 23-4-1798 worden de armmeesters aanvankelijk door de municipaliteit 'gecontinueerd' in hun functie, maar op 9-11-1798 volgt de benoeming van Evers en Van Boort. Zij weigeren echter aanvankelijk beiden de functie te aanvaarden. Evers geeft later blijkbaar toe want hij wordt op 17-12-1798 samen met M. Pompen alsnog aangesteld voor drie jaar.
19. De aanstelling van Th. Pompen en Cortie (5-12-1802) is voor drie jaar.
20. Waarschijnlijk maakt een van deze, op 15-3-1806 voor drie jaar benoemde, armmeesters de termijn niet vol (zie ook de aantekeningen bij de nummers 21-22).
21. Gegevens over de aanstelling van Smulders als armmeester zijn niet gevonden. Waarschijnlijk is hij tussentijds Leerintfelt of Van Boort opgevolgd. Hij wordt op 22-7-1808 wegens vertrek uit Alem zelf weer opgevolgd door Schiffer.
22. Op 22-7-1808 wordt Schiffer benoemd in plaats van de vertrokken Smulders. Hij blijft aan tot de benoeming van Th. Pompen en Evers op 15-3-1809.
23. Pompen en Evers worden op 15-3-1809 voor de 'gewone tijd' benoemd. De gebruikelijke aanstellingstermijn is in die tijd drie jaar. Het is niet duidelijk of zij in verband met de inlijving bij Frankrijk en de samenvoeging met Maren en Kessel deze termijn hebben afgemaakt.
19. KERKMEESTERS 1650-1809.
De kerkmeesters worden vóór 1795 door de rentmeester van de heer van Alem benoemd, daarna door het gemeentebestuur. Van 1726 tot 1805 is er maar één kerkmeester.
1. Jan Rutten en Jan Geren 1650
2. Jacob Peters (Bauwens) en Jan Geretzen 1661
3. Goosen Janssen en Joost Janssen Groen 1668
4. Johan Lisselius en Daniel Claasen 1682
5. Hendrik Jansen en Dirk Claasen 1683
6. Johan Lisselius en Jan Ariens van Uden 1685
7. Adriaen van den Heuvel en Aert Geurtsen 1686 - 1687
8. Peter Aertsen en Willem Jacobs 1690
9. Jan Jansen Groen 1706
10. Jan Joosten en Alardus de Kruijff 1708
11. Jan Jansen Groen en Wouter Konings 1709
12. Jan Joosten en Alardus de Kruijff 1712
13. Albert Versfelt 1726 - 1741
14. Nicolaas Versfelt 1742 - 1793
15. Willem Folkert Frijlinck 1794 - 1805
16. Leendert Smulders 1805 - 1808
17. Adriaen van Mil 1805 - 1809
18. Jan Willem Schiffer 1808 -
19. Geert Evers 1809 -
Aantekeningen:
9. De naam van de tweede kerkmeester in 1706 is niet gevonden.
15. Frijlinck sterft op 27-1-1805. In zijn plaats worden op 16-2-1805 Smulders en Van Mil benoemd. Bij deze en de volgende benoemingen staat aangetekend dat het gaat om kerkmeesters van de 'parochiale kerk'.
16. Door 'het vertrek' van Smulders (verhuizing of aftreden?) in 1808 wordt op 22-7-1808 in zijn plaats Schiffer benoemd.
17. Van Mil overlijdt begin 1809 en wordt op 15-3-1809 opgevolgd door Evers.
18. Schiffer volgt op 22-7-1808 Smulders op.
19. Evers wordt benoemd op 15-3-1809 na het overlijden van Van Mil.
20. VORSTERS 1689-1802
De nummers 9, 10 en 11 zijn naast vorster (gerechtsbode, veldwachter, deurwaarder) tevens dijkbode en schutter. Het lijkt aannemelijk dat die functies ook vóór 1770 gecombineerd zijn en dat de vorster bovendien ook dorpsbode is.Het is in Alem pas vanaf 1781 gebruikelijk om, met name voor de wintermaanden en in tijden van onveiligheid, een nachtwaker (klapwaker) aan te stellen. In 1786 wordt er een 'dienaar der justitie, bedeljager en klapwaker' benoemd (Johann Peter Riegelmann), maar nadat die in 1787 alweer is vertrokken, dringt de drossaard tevergeefs aan op het benoemen van een nieuwe 'justitiedienaar en bedeljager'. Het blijft voortaan weer bij de gebruikelijke aanstelling van een klapwaker (zie Buylinckx, Klapwakers). In hoeverre Riegelmann optreedt naast de vorster is niet duidelijk. Over de jaren 1786-1787 is (nog) geen naam van een vorster teruggevonden.
Pas in 1784 is er sprake van het aanstellen van een (aparte?) 'bode op Den Bosch'. Op 3-5-1784 wordt als zodanig L. Ploegmakers aangesteld en er wordt een instructie vastgesteld (inv.nr. 3105/3, f.1).
Van na 1802 zijn er geen gegevens meer aangetroffen over de vorsters. In 1809 blijkt er een dorpsbode te zijn. In oktober van dat jaar wordt de dorspbode Hendrik van Alphen opgevolgd door Johannes van Rossum (inv.nr. 3105/6, f.171-173). Daarvoor is in de bronnen geen sprake van een dergelijke functionaris. Zijn taken zijn niet omschreven, maar het lijkt aannemelijk dat hij een gedeelte van de taken van de vorster heeft overgenomen. De dorpsbode treedt ook op als 'bode op Den Bosch'.
1. Barent Heijmans 1689 -
2. Adriaen van den Heuvel 1700 -
3. Claas Claasen 1700 - 1711
4. Otto van Leuven 1711 -
5. Alardus de Kruijff 1715 - [1717]
6. Caspar Lieveling (1719)
7. Nicolaas Woerdenbagh 1732 -
8. Dirk Barbie (1743),(1756)
9. Arnoldus Barbie 1770 - [1777]
10. Nicolaas Dirk van der Krap 1792 - 1798
11. Simon Verweij (1796),1798 - [1802]
Aantekeningen:
1. AAT, inv.nr.144, p.162, benoeming 16-12-1689.
2. AAT, inv.nr.144, p.285, benoeming 22-2-1700. Zie ook de aantekening bij nr.3.
3. AAT, inv.nr.144, p.287, benoeming 1-3-1700 van de dan nog minderjarige Claas Claasen. Bepaald wordt dat tot zijn meerderjarigheid Adriaen van den Heuvel aan zal blijven als vorster en ook de inkomsten uit het ambt zal genieten.
4. AAT, inv.nr.145, p.128, benoeming 14-7-1711 als opvolger van Claas Claasen.
5. AAT, inv.nr.145, p.190, benoeming 26-4-1715. Bij de verwijzing naar de benoeming staat N. (= Nardus?) van Cruijf. In 1717 wordt hij vermeld als Alardus de Kruijff. Waarschijnlijk dezelfde als een van de beide kerkmeesters in 1708 en 1712.
7. AAT, inv.nr.145, p.411, benoeming 20-6-1732.
8. Genoemd als vorster op 26-11-1743 (Rechterlijk archief Alem) en in 1756 (Archief familie Van Randwijck, inv.nr. 1487)
9. Voor stukken over zijn benoeming tot vorster, schutter en dijkbode in 1770, inv.nr. 3105/2, f.102-103. Barbie komt in ieder geval nog voor in 1777.
10. De functie van vorster, dijkbode en schutter is vacant in 1792 en op aandringen van de regenten wordt Van der Krap dan benoemd door de rentmeester van de heer van Alem.
11. Benoemd tot vorster en schutter (over dijkbode wordt niet gesproken) ad interim op 14-11-1796 (inv.nr. 3105/4, f.25-26). Definitief benoemd op 23-4-1798 als vorster en schutter. De functie was nu definitief vacant gekomen door vrijwillige afstand van Van der Krap (zie ook inv.nr. 3105/4, 30-4-1798 (brief 6-4-1798) en 20-9-1798, f.116-117. Waarschijnlijk wordt hij ook dijkbode omdat hij als zodanig op 20-5-1799 voorkomt, maar bij zijn aanstelling wordt daarvan geen gewag gemaakt. Hij wordt in 1802 nog als vorster genoemd (inv.nr. 3105/5, f.71).
Inventaris
Kenmerken
Plaats:
Alem
Taal:
Nederlands
Verversingsgraad:
onregelmatig
Omvang in meters:
4,62
Gemeente:
Maasdriel
Locatie:
Alem
Categorie:
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS