Uw zoekacties: Collectie J. Cox, juridische en waterstaatkundige stukken, 1...
x3060 Collectie J. Cox, juridische en waterstaatkundige stukken, 17e - 18e eeuw ( Regionaal Archief Rivierenland )
Uitleg bij archieftoegang

Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief.

Een archieftoegang bestaat over het algemeen uit de navolgende onderdelen:

• Kenmerken van het archief
• Inleiding op het archief
• Inventaris of plaatsingslijst
• Eventueel bijlagen

De kenmerken van het archief zijn o.m. de omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid en andere.

De inleiding op het archief bevat interessante informatie over de geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer en kan ook aanwijzingen voor het gebruik bevatten.

De inventaris of plaatsingslijst is een hiërarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken. De beschrijvingen zijn formeel en globaal. Het lezen en begrijpen van een inventaris behoeft enige oefening en ervaring.

Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiërarchie gevolgd. De rubrieken in de inventaris maken deel uit van de beschrijving op een lager niveau. Komt de zoekterm in een hoger niveau voor, dan voldoen onderliggende niveaus ook aan de zoekvraag.

3060 Collectie J. Cox, juridische en waterstaatkundige stukken, 17e - 18e eeuw ( Regionaal Archief Rivierenland )
Zoek in deze inventaris
>
Zoektermen
 
 
Inleiding
Johan Cox werd geboren in Wanlo in 1704 en begraven in Zaltbommel op 29 maart 1775. Hij studeerde in Utrecht, werd in 1729 burger van Zaltbommel en was aldaar schepen, raad en burgemeester en oefende er een advocatenpraktijk uit.1) De in deze inventaris beschreven collectie zou, zo wordt sinds lang in de literatuur vemeld, door hem zijn samengesteld uit afschriften, originele stukken, aantekeningen, gedrukte stukken en kaarten en tekeningen. Die bewering is grotendeels juist, maar zeker voor een deel onjuist aangezien de collectie stukken bevat(te) van ver na zijn dood. Wie de collectie na de dood van Johan Cox heeft beheerd en uitgebreid is niet bekend. De collectie bevat vooral juridische stukken over waterstaatszaken en stad- en landrecht.
Professor O. Moorman van Kappen heeft het belang van de collectie als volgt omschreven: 'In rechtshistorisch opzicht is dit archief-Cox van uitzonderlijk belang. Niet alleen omdat hij met een bepaald meer dan gewone ijver land- en dijkrechterlijke jurisprudentie verzamelde, maar ook omdat hij een levendige rechtshistorische belangstelling had. Van tal van oude oorkonden, dijkbrieven en andere privileges, contracten etc. behelzend, maakte hij afschriften, die in vele gevallen, de originele stukken verloren gegaan zijnde, thans de enige ons resterende kenbronnen uitmaken.' 2) Zijn uiteenzetting over het werk van Cox besluit hij aldus: 'Tot zover deze unieke en veelzijdige collectie, welke ons zulk een uitnemend inzicht verschaffen kan in de practijk van het 17de- en 18de eeuwse dijk- en waterschapsrecht in de Tieler- en Bommelerwaarden. Zij is meer aandacht waard.' 3)
De collectie is eigendom van het Waterschap Rivierenland als rechtsopvolger van het Polderdistrict Bommelerwaard boven de Meidijk. Hoe het polderdistrict precies aan de stukken is gekomen, is niet duidelijk. Wellicht berustte de collectie na de dood van Cox op het stadhuis van Zaltbommel, evenals onder meer de archieven van het ambtsbestuur en van de Hoge Dijkstoel van de Bommelerwaard en de particuliere dijkstoelen in de Bommelerwaard boven de Meidijk. Die archieven werden blijkbaar voor of (kort?) na het totstandkomen van het Polderdistrict Bommelerwaard boven de Meidijk in 1838 beschouwd als zijnde afkomstig van rechtsvoorgangers van het district en door dat district overgenomen. Voor wat betreft de dijkstoelarchieven was die conclusie terecht, ten aanzien van het archief van het Ambtsbestuur was dat veel minder vanzelfsprekend, maar er was geen andere regionale instelling die als rechtsopvolger kon worden beschouwd. Aangezien de collectie Cox vooral stukken bevat met betrekking tot (juridische) waterstaatkundige zaken zal dat de reden zijn dat ook die collectie is overgedragen aan het district. Hoe het ook zij, deze archieven en de collectie Cox berustten al bij het district toen G.L. van der Helm (waarschijnlijk rond 1885) op last van Gedeputeerde Staten van Gelderland een inventarisatie uitvoerde van de oude archieven, eigendom van het district. De collectie Cox werd beschreven in deel I van die handgeschreven inventaris. De collectie bestaat uit een aantal banden met stukken door Van der Helm genummerd met Romeinse cijfers van I tot en met XXIV. 4)
Kort voor de tweede wereldoorlog werden de archieven van het polderdistrict opnieuw bewerkt, nu door H.J.F. Smeets. Een werk dat na de oorlog door R.A.D. Renting werd afgemaakt. Zij namen in hun inventaris als aanhangsel de 24 banden van de collectie Cox op met dien verstande dat Renting terecht concludeerde dat een aantal van die banden afkomstig was uit de archieven van het Ambt Bommelerwaard, de archieven van diverse dijkstoelen in de Bommelerwaard en diverse (oud-)rechterlijke archieven uit de streek. Hij bracht die banden weer terug tot de archieven waartoe ze behoorden, maar nam wel verwijzigingen op bij de beschrijving van de collectie Cox. De eerste twee banden van de collectie bevatten afschriften en orginele stukken betreffende Zaltbommel, de Bommeler- en Tielerwaard. Ze waren eerder al krachtens een overeenkomst van ruiling van archiefstukken tussen het polderdistrict en de gemeente Zaltbommel van 11 mei 1933 overgedragen aan de gemeente, waar ze werden opgenomen in de verzameling handschriften van het (oud) archief van de stad.
Moorman van Kappen merkt over het uit elkaar halen van de collectie op: 'De oorspronkelijk uitgebreidere collectie (....) is helaas versnipperd over meer archiefbewaarplaatsen. Gezien de innerlijke samenhang van de collectie als geheel is deze parcellering in hoge mate te betreuren. Daarnaast vindt men echter ook in de archieven van het ambtsbestuur, de Hoge Dijkstoel van de Bommelerwaard en tal van dorpspolderarchieven adviezen en 'memories' van zijn hand, dààr als ingekomen stukken. Het vervaardigen van een systematisch overzicht van alle thans verpreide 'Coxiana' zou een uitermate belangrijke bron voor de (rechts)geschiedenis van de Gelderse rivierenstreek ontsluiten.' 5) De eerste opmerking wordt door ondergetekende niet geheel onderschreven. De handelwijze van Renting ten aanzien de stukken die hij terug bracht tot de archieven van het ambtsbestuur, de dijkstoelen en de rechterlijk archieven was archivistisch gezien juist. De stukken waren afkomstig uit die archieven. Ten aanzien van één band vond ik dat niet het geval en die is nu daarom teruggeplaats in deze collectie Cox. Het betreft een band met daarin een doorschoten gedrukt exemplaar van de Gereformeerde Dijkrechten van 1683 met enkele aanverwante gedrukte stukken. Die band is door Cox rijkelijk voorzien van het zeer deskundig commentaar, aantekeningen en van enkele afschriften van stukken. Die band hoort (mede daardoor) zo specifiek tot de collectie Cox, dat handhaving ervan in het archief van het ambtsbestuur niet juist zou zijn. 6)
Daarnaast is ook de reeds genoemde ruil in 1933 van de twee banden met stukken over Zaltbommel, de Bommeler- en Tielerwaard discutabel. 7) De banden bevatten enige originele stukken, die tot het stadsarchief kunnen hebben behoord, maar bestaan grotendeels uit bewust verzamelde afschriften (sommige met aantekeningen). Bovendien betreft het lang niet alleen stukken over de stad Zaltbommel waardoor plaatsing in het archief van Zaltbommel ook minder voor de hand ligt. Aangezien de banden nu eigendom zijn van de stad Zaltbommel en de beschrijving ervan ook opgenomen is in de (gedrukte) inventaris van het stadsarchief, is er voor gekozen de beide banden in het stadsarchief te laten, maar ze ook in deze inventaris van de Collectie Cox te beschrijven met een verwijzing naar de vindplaats in het stadsarchief. Met de banden is verder nog iets bijzonders aan de hand. Ze horen oorspronkelijk niet bij elkaar (ze vormen geen eenheid). De eerste band is duidelijk samengesteld door J. Cox. Dat blijkt ook uit zijn aantekening op het titelblad. Met de tweede band kan dat niet het geval zijn, aangezien die stukken bevat tot ver na de dood van Cox in 1775. De tweede band bevat ook meer stukken met betrekking tot ambtszaken en waterstaatkundige zaken, terwijl de eerste meer gericht is op juridische en bestuurlijke zaken van Zaltbommel. Bij bestudering van die banden blijkt maar eens te meer dat wat nu te boek staat als de Collectie Cox, zeker door meerdere personen is samengesteld. Na de dood van Cox moet iemand de banden van Cox hebben aangevuld en ook zelf banden aan de collectie hebben toegevoegd. Vooralsnog blijft het een raadsel wie dat is geweest. Het onderstreept alleen maar het belang van een uitgebreidere bestudering en beschrijving van alle 'Coxiana', waartoe Moorman van Kappen al in 1977 opriep.
Behalve de hierboven genoemde uitzonderingen is voor het overige de situatie na de inventarisatie van Renting gehandhaafd. Wel wordt het van groot belang geacht om met een goede concordans aan te geven wat ooit tot de collectie heeft behoord. Die concordans is opgenomen in de bijlage bij deze inventaris. Het bezwaar van verspreiding van de stukken over diverse archiefbewaarplaatsen is overigens tegenwoordig ook ondervangen omdat alle onderhavige archieven thans berusten onder het beheer van het Streekarchief Bommelerwaard. Het pleidooi voor een overzicht op papier van alle 'Coxiana' wordt van harte onderschreven, maar ook in de dertig jaar die er, sinds het werk van Moorman van Kappen verscheen, zijn verstreken, heeft nog niemand zich gemeld voor dit monnikenwerk.
Bij zijn inventarisatie voegde Renting aan de 24 banden van de collectie de nummers XXVI - XXIX toe, die niet door Van de Helm waren beschreven maar volgens Renting in de collectie thuishoorden. Als band (XXV, nu 3060/19) nam hij de genoemde uitgebreide inventaris van Van der Helm op.
Sinds de Archieven van het Ambtsbestuur van Bommel en de Bommelerwaard en van de dijkstoelen in de Bommelerwaard 1580-1837 (1842) (archiefblok 3052) in 1989 onder het beheer van het Streekarchief Bommelerwaard zijn gesteld is de bestaande inventaris Smeets / Renting diverse malen aangepast, aangevuld en verbeterd. Ook de materiële verzorging werd verbeterd. De opgevouwen kaarten en tekeningen werden uit de banden gehaald om verdere gebruiksslijtage te voorkomen. Ze werden gestrekt, gerestaureerd en afzonderlijk geborgen. In de huidige inventaris zijn bij de diverse inventarisnummers die kaarten nader beschreven en wordt verwezen naar de magazijnnummering. In 2007 werd besloten om van de banden van Cox een afzonderlijke collectie te maken. De beschrijvingen werden wat aangepast en uitgebreid, de banden werden hernummerd en de bij deze inleiding opgenomen concordans werd vervaardigd. Met die concordans en de uitgebreide inventaris van Van der Helm is altijd een reconstructie te maken van hoe de collectie was samengesteld toen Van der Helm hem inventariseerde. Het is zeker zinvol om in de toekomst te proberen ten aanzien van sommige banden de uitgebreidere detailbeschrijvingen van Van der Helm op te nemen in deze geautomatiseerde inventaris. Dat geldt met name voor de banden met stukken over zeer diverse onderwerpen. Helaas is daar momenteel geen gelegenheid toe.
De collectie beslaat 2 strekkende meter. Aan de openbaarheid van de stukken zijn geen beperkingen gesteld.
juli 2007, J.J.A. Buylinckx
Noten
1. Cox (Herrath, Rijnland), in: Nederlands Patriciaat, 56(1970)p.9-26. O. Moorman van Kappen, De historische ontwikkeling van het waterschapswezen, dijk- en waterschapsrecht in de Tieler- en Bommelerwaarden tot het begin de negentiende eeuw, in: O. Moorman van Kappen, J. Korf en O.W.A. baron van Verschuer, Tieler- en Bommelerwaarden 1327-1977, Tiel-Zaltbommel 1977, p.1-233, speciaal p.118, noot 3.
2. Moorman van Kappen, a.w., p.118.
3. Moorman van Kappen, a.w., p.120.
4. De inventaris is ongedateerd, aangenomen wordt dat hij in de jaren tachtig van de 19e eeuw is gemaakt omdat Van der Helm in de jaren 1887-1888 ook werkte aan de polderarchieven van de Nederbetuwe (Zie P.G.J. Huismans, J.M.M. Meulenaars-v.d. Eerden, A.B. van 't Wel-Nieman, Inventaris van de archieven van het polderdistrict Nederbetuwe en haar rechtvoorgangers (1264) 1509-1981 (1982), Zoetermeer 1995, p.12).
5. Moorman van Kappen, a.w., p.118, noot 4.
6. Voorheen opgenomen in het archief van het ambtsbestuur onder nummer 3052/281, nu deze inventaris onder nummer 3060/19.
7. Opgenomen in het (oud-)archief van de stad Zaltbommel, inventarisnummers 3020/1152-3020/1153.
Bijlagen Inleiding
BIJLAGE: CONCORDANS
De eerste kolom bevat steeds het (Romeinse) cijfer waaronder de collectie door Van der Helm is beschreven. De laatste vijf Romeinse nummers zijn later door Renting toegekend. De tweede kolom bevat de inventarisnummers die de stukken nu hebben. De meeste stukken zijn in deze inventaris (archiefblok 3060) beschreven, een aantal stukken zijn echter opgenomen in de Archieven van het Ambtsbestuur van Bommel en de Bommelerwaard en van de dijkstoelen in de Bommelerwaard 1580-1837 (1842) (archiefblok 3052), enkele stukken bevinden zich in het stadsarchief van Zaltbommel (archiefblok 3020) en in het oud-rechterlijk archief van Zaltbommel (archiefblok 3185). Zie de inleiding voor nadere details.
3052/I -> 3020/1152 (Onder blanco-nummer ook opgenomen in deze inventaris) 3052/II -> 3020/1153 (Onder blanco-nummer ook opgenomen in deze inventaris) 3052/III -> 3060/1 3052/IV -> 3060/2 3052/V -> 3060/3 3052/VI a -> 3060/4 3052/VIb -> 3060/5 3052/VII -> 3060/6 3052/VIIIa -> 3060/7 3052/VIIIb -> 3060/8 3052/IX -> 3060/11 3052/X -> 3060/10 3052/XIa -> 3185/99 (Dingsignaten van Zaltbommel 1584-1590) 3052/XIb -> 3185/100 (Dingsignaten van Zaltbommel 1621-1624) 3052/XII -> 3060/9 3052/XIII -> 3060/12 3052/XIV -> 3060/13 3052/XV -> 3052/600 (Resolutieboek Ambtsbestuur Bommeler- en Tielerwaard 1650-1676) 3052/XVI -> 3052/283 -3052/289 (Dijksignaten Hoge Dijkstoel Bommelerwaard 1725-1836) 3052/XVII -> 3052/451 - 3052/452 (Notulenboek gezamenlijke corpora van de Meidijk 1796-1837) 3052/XVIII -> 3052/427 - 3052/430 (Dijksignaten Dijkstoel Rossum 1636-1838) 3052/XIX -> 3052/414 - 3052/423 (Dijksignaten Dijkstoel Nederhemert 1603-1837) 3052/XX -> 3052/435 - 3052/436 (Dijkboeken Dijkstoel Rossum 1828, 1835) 3052/XXI -> 3052/140 - 3052/141 (Landdagsrecessen 1795-1797) 3052/XXII -> 3052/194 - 3052/195 (Kwartiersrecessen 1795-1797) 3052/XXIII -> 3060/20 3052/XXIV -> 3060/14 3052/XXV (later 3052/281) -> 3060/19 3052/XXVI -> 3060/15 3052/XXVII -> 3060/16 3052/XXVIII -> 3060/17 3052/XXIX -> 3060/18 3052/501 -> 3060/21
Inventaris
Kenmerken
Datering:
17e - 18e eeuw
Gemeente:
Streek
Categorie:
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS